Xi en Trump: de topontmoeting waar niets zal gebeuren (mag je hopen althans)

Echt gezellig zal het niet worden op de topontmoeting tussen Xi Jinping en Donald Trump, gepland voor 24 september in Washington. Dat hoeft ook niet. De echte vraag (als alles loopt als voorgenomen) of er iets uitkomt. Topontmoetingen vergen lange voorbereiding door wat in deze wereld sherpa’s worden genoemd: gidsen van beide kanten die het echte werk verrichten zodat op de top zaken kunnen worden gedaan.

Niet alleen de sherpa’s, maar iedereen die de relatie tussen beide landen volgt, zal zich herinneren dat Donald Trump bij een vorige ontmoeting met Xi Jinping in oktober 2025, in Zuid Korea, een zeperd van jewelste haalde. Toen arriveerde Trump met in zijn achterzak de met veel bombarie aangekondigde importheffingen van tot wel honderd procent op Chinese goederen. Het was deel van zijn puur op transacties gebaseerd beleid, liefst één op één. Hij had er Europese landen en Canada al mee gedwongen tot soms beschamende deals. Maar Xi Jinping liet zich niet intimideren en gaf Trump een koekje van eigen deeg. Hij had wat troeven in zijn eigen achterzak.

Xi legde uitvoerbeperkingen op van de zeldzame metalen waarvan China zowat de enige leverancier ter wereld is. Aangezien die metalen nodig zijn voor allerlei productieprocessen buiten China had Xi een stevig wapen in handen om Trump van repliek te dienen. De president blies de terugtocht voor wat zijn importheffingen betrof, in ruil voor een belofte van Xi om de exportcontroles te beperken, in elk geval voor een jaar, dat wil zeggen tot november 2026. Mooi getimed om ze op deze topontmoeting opnieuw te bespreken.

Het was een beschamende aftocht voor Trump die hij in stijl probeerde te verhullen door zelfverzekerd te roepen dat Amerika binnen een jaar of zo China’s bijna-monopolie van die zeldzame metalen zou breken. China van zijn kant hield de vinger aan de pols en voegde in juni twee Amerikaanse bedrijven toe aan de exportbeperkingen, bedrijven die dat moesten proberen. Trump kon ook claimen dat hij de Chinezen had ‘overgehaald’ om meer sojabonen van de VS te kopen, maar ook dat was enkel een teken van zwakte, omdat er wereldwijd talloze andere leveranciers waren. Dat was immers de reden dat de Chinezen Amerika opzij konden zetten. Trump had de Chinese belofte nodig om Amerikaanse boeren die last hadden van de Chinese boycot weer in zijn kamp te krijgen. Het is een troefkaart die Xi bij de hand houdt.

Ondertussen speelt zich een wedstrijd af in het ontwikkelen en perfectioneren van halfgeleiders, een terrein waarop Amerika nog steeds een voorsprong heeft, zij het een die slinkt. De regering-Trump stond NVIDIA toe om bepaalde GPU-processors toch naar China te exporteren, in een deal waarin de overheid een deel van de inkomsten opstrijkt. Ook op het gebied van AI leidt de Verenigde Staten maar die voorsprong is kriegel genoeg voor Trump om zich fel te verzetten tegen enige controle op de snelheid waarmee AI wordt ontwikkeld en gebruikt. De opwinding daarover de afgelopen week, met de waarschuwing dat de mensheid wel eens uitgeroeid kan worden door op hol geslagen AI, zet Trump zelfs in eigen land in een wat geïsoleerde positie.

China zal zich niets laten voorschrijven door de VS, een akkoord in de meest vage bewoordingen over overleg is misschien de beste mogelijke uitkomst. Thomas Friedman, de orakel opinieschrijver van the New York Times denkt dat niet veel meer mogelijk is dan dit soort overleg tussen overheden en industrie in beide landen. Trump is onwillig: hij vindt het niet nodig om beperkingen, guard rails, op te zetten in de VS. De zorg erover is, in klassieke Trump-taal, een vals verhaal van de radicale Democraten. Hij wil, hoofdletters op zijn blog, Amerika’s voorsprong uitmelken voor wat die waard is. China van zijn kant lijkt zich meer zorgen te maken over mogelijke ondermijningen van het eigen regime door AI. Als agendapunt zal het waarschijnlijk wel opduiken, maar vooral om elkaar te verzekeren dat beide leiders zich zorgen maken over de AI-dreiging.

En dan is er natuurlijk Taiwan, altijd een gevoelig punt voor zowel de VS, dat de veiligheid van het land garandeert, als China dat volhoudt dat het eiland deel is van zijn eigen grondgebied. In mei, toen Trump Beijing bezocht, zei Xi Jinping nog dat de relaties tussen Amerika en China een ‘uiterst gevaarlijk terrein’ zouden worden als Trump de Chinese eisen voor wat betreft Taiwan zou negeren. Het bleef bij woorden. Een recente afspraak om Amerikaanse wapens te leveren aan Taiwan was voor Beijing vorige week reden om te dreigen de topontmoeting af te gelasten. Hier heeft Xi minder troeven te spelen, maar met een volatiele Trump die nooit goed begrepen heeft hoe het zit met Taiwan, kan Xi hopen op dommigheden die in China’s voordeel uitpakken.

Geopolitiek heeft China de afgelopen maanden geprofiteerd van Trumps onzalige oorlog met Iran. Niet alleen heeft het Amerika zelf bakken geld en onmisbare wapens gekost, en reputatieschade, het heeft ook de Amerikaanse focus op het gebied van de Stille Oceaan verzwakt. Vliegdekschepen en ander materiaal moesten richting Midden Oosten, wat voor Taiwan een kwetsbaar moment oplevert, met zorgelijke ogen bekeken door de andere bondgenoten van Amerika, met name Japan en Zuid Korea, die door Trump soms respectloos worden behandeld.

Of de sherpa’s onderwerpen op de agenda zullen zetten zoals de Chinese hulp aan Iran in het ontlopen van de economische oorlog die Amerika voert, of China’s steun voor Rusland in zijn oorlog met Oekraïne, kun je betwijfelen. Elk ervan onderstreept de zwakte van Amerika’s geopolitieke positie, zeker als Xi laat blijken, zoals hij zeker zal doen, dat China gewoon zijn eigen belangen behartigt en zich niets gelegen laat liggen aan wat Amerika daarvan vindt. Beter deze onderwerpen te negeren.

Voor wie meent dat het goed is dat leiders van vaak tegenover elkaar staande grootmachten elkaar ontmoeten maakt het niet veel uit wat de uitkomst is, zolang de heren niet met slaande deuren vertrekken. Menigeen zal opgelucht ademhalen als dat het geval is, gegeven Trumps onvoorspelbare en op onkunde gebaseerde recente optredens. De president zal wel ingetoomd worden: een beschamende vertoning op dit wereldtoneel kan hij er niet bij hebben met de verkiezingen voor het Congres om de hoek.

De treurige verveling rond Prinsjesdag en interessante opwinding rond AI

Het was een rustig week voor ondergetekende. Ooit was ik een politieke junkie, ook op het gebied van Nederlandse politiek. Ik volgde alles op de voet en zo rond Prinsjesdag hield me dat flink bezig. Het was in de tijd van Den Uyl en de perfide Van Agt/Wiegel combi. Je kon je nog druk maken over dit soort dingen. Later, begin deze eeuw, was ik nog actief in in D66, in een mislukte poging mee te helpen van de partij een progressieve links liberale club te maken. 

Ah well. Daar zitten ze (ik ben geen lid meer) nu in een combi met de vreselijke Yesilguz, de winnaar van de verkiezingen, ook al eindigde haar partij als derde. Dat D66 zich liet voorschrijven dat Pro was uitgesloten, volstrekt tegen de democratisch normen en de historische gewoontes in Nederland, zal dodelijk blijken. Pro zal ervan profiteren en D66 zal, opnieuw, uitgekleed achterblijven, maar vrolijk word ik daar niet van.

Maar terug naar het punt: het kon me deze week niet interesseren. Dat zal vast voor een deel leeftijd zijn. De punten waar het over gaat, hebben weinig invloed op mijn dagelijks leven. Fundamentele discussies zijn er niet.

Ik geef toe, dat is een slappe reden voor desinteresse maar wel een verklaring. Het enige interessante en iets dat me wel aangaat is de manier waarop rijke Nederlanders (zoals ondergetekende) worden ontzien en zelfs geholpen door de partij van de rijken, gesteund door de permanente misinformatie en stemmingmakerij van de foute krant van Nederland, tegenwoordig ook dominant in omroepland. Please, doe wat aan de vermogensongelijkheid, of beter gezegd, de vrijstelling van grote vermogens.

Wat een ongelooflijk en onwaardig gekakel en geneuzel afgelopen week, vooral van mensen die of een agenda hebben of om onduidelijke redenen ineens deskundig zijn. Maar het is, vress ik, een afspiegeling van de samenleving. Als dit is wat de gemiddelde Nederlander wil dan is dat wat zij krijgt. Johan Derksen als orakel. Jetten als premier. Ik voel mee met de laatstgenoemde maar krijg er geen warme gevoelens bij zoals die bij Den Uyl opkwamen.

Ter zake. Het andere debat deze week, veel interessanter, ging over AI en de mogelijkheid dat de mensheid ten onder gaat. Leek me wat overdreven maar ik moet erkennen dat ik onvoldoende van de werkzame elementen van AI weet om echt een oordeel te kunnen hebben. 

Pivot to China

Maar ik wil wel een boek pluggen dat probeert AI en andere technologie ontwikkelingen te passen in een visie op de internationale verhoudingen. Het komt zelfs met een advies in die verhoudingen, namelijk een Europese pivot to China. Zal zeker niet onomstreden zijn, maar de argumenten zijn interessant genoeg. Dat het boek is geschreven door mijn zoon Paul wil niet zeggen dat ik kritiekloos zijn verhaal accepteer. Belangrijker is dat dit verhaal er is. Lees het, zegt het voort, zo ik zeggen. Klik hier voor meer informatie van de uitgever.

Hier een podcast interview met Paul over zijn boek.

Een mooie uitzending van Panorama Zondag

Wellicht overschat ik u interesse in mijn persoon, mijn Amerika en andere persoonlijke zaken, maar graag wijs ik u op een mooie uitzending van Panorama Zondag op NPO 4. Daarin dit alles, gelardeerd met mooie muziek en verhalen die met Amerika te maken hebben.

Niet voor u? Dit weekend mijn voorschot op de ontmoeting van Xi Jinping en Donald Trump.

https://www.npoklassiek.nl/uitzendingen/panorama-zondag/019dd361-647e-7314-84bc-027c2eafef7b/2026-09-13-panorama-zondag

Denk hierover na op 9/11: Terrorisme loont

President Trump zal op 11 september niet aanwezig zijn bij de 25ste herdenking van de aanval op Amerika, althans niet bij het monument op de plek waar in 2001 het World Trade Center stond. Het zat hem dwars dat hij er niet mag spreken, omdat de afspraak altijd is geweest om 9/11-herdenkingen niet te politiseren. Trump blijft Washington, waar bij de herdenking van de gelijktijdige aanval indertijd op het Pentagon die beperking niet geldt.

Wat Trump zal zeggen, of hij zich kan inhouden om niet een uur lang te ratelen over van alles en nog wat, is minder interessant dan dát hij daar staat: als Amerika’s slechtste president ooit. In Trumps wereld is alles groter, beter, sterker en met meer goud bekleed, en inderdaad zal zijn eigen plek in de Amerikaanse geschiedenis enorm belangrijk zijn, met slechtere lange termijn invloed dan vrijwel iedereen, inclusief James Buchanan die het land de Burgeroorlog in leidde. 

Zonder 9/11 zou Trump niet president zijn. Natuurlijk, je weet niet wat er in een alternatieve geschiedenis was gebeurd, maar wel kun je vaststellen dat 9/11 het begin van het einde van Amerika’s leidende rol in de wereld markeert. De terreur van die dag was niet de enige factor, wel de doorslaggevende. Democratie stond al onder druk: in november 2000 had het Supreme Court het presidentschap cadeau gegeven aan de Republikein George W. Bush. In Florida moest het tellen gestopt worden op een punt dat hij 537 stemmen voorlag op de Democraat Al Gore, al had die landelijk gezien een half miljoen meer stemmen. Gore was een staatsman en legde zich erbij neer, maar het was de eerste fundamentele crisis van de Amerikaanse democratie. Twijfel ontstond, door Donald Trump in 2020 gemaximaliseerd en nu dagelijks door hem gevoed.

De high tech beurscrisis in 2000 had al voor een correctie gezorgd die het economisch optimisme van de late jaren negentig afstrafte. Wel liet president Clinton een begroting in evenwicht na, door president Bush meteen al om zeep geholpen door domme belastingverlagingen en vervolgens, door 9/11, dure onbetaalde oorlogen te voeren.

Internationaal leek Amerika op een hoogtepunt. Neoconservatieve haviken schetsen de wereld van na de Koude Oorlog als een unipolar moment: Amerika was de enige supermacht. Het was arrogante kortzichtige prietpraat, maar zij runden de Amerikaanse buitenlandse politiek met de insteek om Amerika’s macht ook te gebruiken. De uitnodiging daartoe was 9/11, een aanval die feitelijk de afkeer van Amerikaans beleid elders naar het thuisfront bracht. Je mag niet zeggen ‘Amerika kreeg wat het verdiende’, maar wie 25 jaar terugkijkt kan alleen maar vaststellen dat de reactie op 9/11, de uitnodiging om nog dieper in die afkeer te duiken, precies wat de aanvallers voor ogen hadden.

De aanloop naar 9/11 was al een voorbode van Amerika’s neergang. De adviseurs van president Clinton, die in het voorjaar van 2001 waarschuwden voor terrorisme van een ongekende aard, werden genegeerd om partijdige redenen. President Bush, niet een man van de daad, zat in augustus in op zijn ranch in Texas toen hij een rapport kreeg dat erop wees. Niemand deed iets. Het 9/11-rapport dat het Congres later presenteerde was keihard in zijn kritiek op zowat alle instanties die Amerika hadden moeten beschermen.

President Bush zette de droefheid en woede om in eenheid: zelden was Amerika eensgezinder dan na 9/11. En zelden werd die eensgezindheid sneller verkwanseld. Dat Bush het nodig vond om Afghanistan aan te pakken was te begrijpen. Dat de neoconservatieven, opgepord door de liegende vicepresident Dick Cheney, de kans schoon zagen om Amerika op het pad te zetten om de dictator van Irak, Saddam Hoessein, omver te werpen, was een ongelooflijke blunder.

Het zette Amerika op het pad van de eindeloze oorlogen in een regio waar het wel belangen had, maar niet zodanig dat dit soort activiteit nodig of zelfs maar nuttig was. 9/11 leidde tot de oorlogen in Afghanistan en Irak, beide door Amerika verloren. De kosten waren hoog, niet alleen in dollars en begrotingstekorten, maar vooral in verlies van aanzien, deels door de leugens en de incompetentie bij de uitvoering van de oorlogen. Donald Trumps onbezonnen oorlog met Iran niet meer dan een verdere fase in betrokkenheid bij het Midden Oosten, bij wat Amerikanen een ‘tar baby’ noemen: een plakkerige pop waar je, als je hem eenmaal vastpakt, niet meer loskomt. De erfenis van 9/11 werkt door tot de dag van vandaag.

Ondertussen werden de Bush-oorlogen gevoerd met het negeren van fundamentele mensenrechten en het schenden van Amerikaanse waarden. Marteling, samengevat in waterboarding en misdragingen van Amerikaanse militairen met gevangenen, om niet te spreken over eindeloze detentie in Guantanamo Bay, ondermijnden de aanspraak van Amerika op het verdediging van universele waarden. Ook hier is de lijn van 9/11 naar het heden van Donald Trump duidelijk te zien. Alles wat Amerika bewonderenswaardig maakte, is op drift geraakt.

Allemaal weten we dat het dagelijks leven door 9/11 fundamenteel is veranderd. De rijen voor de beveiliging op het vliegveld, de poortjes bij musea en andere openbare gelegenheden, de islamofobie, misbruikt door populistische volksmenners, zelfs de samenzwerings idioterie in de sociale media wereld: het is allemaal een direct gevolg van 9/11. We zagen dat de NAVO hulp bood onder artikel 5, dat een aanval op een land een aanval op allen is, een ervaring die nu naar de prullenbak is verwezen door de man die mede dankzij 9/11 opperleugenaar van Amerika is geworden.

Er is iets met goed doordachte terroristische aanslagen dat ons aan het denken zou moeten zetten. Terroristen bereiken vaak hun doel omdat degenen die ze willen treffen emotioneel, irrationeel en soms duister samenzwerend reageren op de aanval. Zoals Amerika zichzelf blijvend heeft ondermijnd door de reactie op 9/11, zo zien we Israël zichzelf kapot maken sinds 7 oktober 2023. Terreur is effectief. Waar Osama Bin Laden ook moge zijn, in zijn zeegraf of in het paradijs van martelaren, hij kan tevreden zijn. We leven allemaal in een wereld van na 9/11, een wereld hij in gang gezet heeft. 

De chronische schuldencrisis van de VS

Traditioneel beginnen Amerikaanse politieke campagnes op Labor Day, de eerste maandag in september. Door het geklungel van de regering-Trump, de ondoordachte, soms ronduit ridicule uitspraken van de president en een onzinnige oorlog met Iran lijken de Republikeinen daaraan slecht te beginnen. Er komt een probleem bij: de VS heeft te maken met een schuldencrisis. De Financial Times noemt het een chronische crisis.

Door Trumps beleid is de inflatie flink aan het stijgen. Daarnaast loopt het begrotingstekort nu toch echt uit de klauwen, het is inmiddels een niet vol te houden zes procent. Daardoor is de Amerikaanse staatsschuld opgelopen tot 40.000 miljard dollar, nooit vertoond buiten oorlogstijd. Het kost steeds meer om dat exploderend tekort te financieren: meer dan twintig procent van de belastinginkomsten gaat naar de betaling van rente op die schulden. Om dat allemaal te financieren moet de minister van Financiën staatsleningen uitgeven, maar ja, die zijn minder aantrekkelijk geworden en dus moet het land een premie betalen.

Natuurlijk is die onbezonnen oorlog met Iran een factor, maar historisch gezien zit de belangrijkste reden voor begrotingstekorten niet aan de uitgavenkant. Het probleem zijn steeds weer de inkomsten. De overheidsuitgaven stegen van 15,5 procent van het Bruto Nationaal Product in 2000 tot 19,9 nu. De overheidsinkomsten daarentegen daalden van 20 procent van het BNP in dezelfde periode tot 17,2 procent nu.

Het echte structurele probleem zijn de Republikeinen. Zij maken altijd een punt maken van begrotingstekorten, ze verwijten de Democraten hun hoge uitgaven en roepen om begrotingsdiscipline. Ze voeren er altijd campagne op en niet zonder succes. Amerikanen hebben een hekel aan belastingen, je kunt ze er altijd op aanspreken.

Maar in praktijk zijn het altijd de Republikeinen die tekorten veroorzaken door hun belastingverlagingen voor de rijken en ondernemingen. Donald Trump en zijn volgzame partij passen in een lange traditie. Het argument dat Republikeinen aanvoeren om belastingen te verlagen, namelijk dat ze hoge economische groei opleveren, is een leugen. Ga maar na: nooit groeide de Amerikaanse economie meer dan in de jaren vijftig en zestig, toen inkomens- en vennootschapsbelasting buitengewoon hoog was.

In de jaren zestig maakte president Kennedy een voorzichtig begin met het verlagen van de hoogste schijven, maar de anti-belastingbeweging (of beter: de anti-overheidsbeweging) kwam pas tot volle wasdom met Ronald Reagan. Hij kwam naar Washington om de overheid te verkleinen. Dat deed hij niet, wel verlaagde hij de belastingen voor de hoogste inkomens. Mede door de economische crisis van begin jaren tachtig liepen de tekorten snel op. Alleen was Reagan meer een pragmaat dan een ideoloog en hij verhoogde die belastingen weer toen het nodig was, zij het lang niet genoeg.

Nog los van de neoliberale trend die toen ingang vond en alle overheid wilde verminderen, deed de theorie opgeld dat als je de belastingen verlaagde de economie zo werd gestimuleerd dat de daardoor gegeneerde extra groei juist tot meer belastingopbrengsten zou leiden – de toen befaamde Laffer curve die dat liet zien. Daarnaast betoogde supplyside economics dat lagere belastingen, minder regulering en vrijhandel de sleutel waren tot groei en zo zichzelf zouden betalen. Het klinkt ongelooflijk, het was ook ongelooflijk. Het was een Republikeinse wensdroom, of, zo u wilt, een lang volgehouden leugen.

De tekorten stegen enkel maar. Pas in het eerste jaar van president Clinton werd er wat aan gedaan. Het werd hem afgedwongen, dat wel, en het frustreerde Clintons agenda, maar de Republikeinen die toen nog hamerden op de tekorten, kregen hun zin. Mede door het einde van de koude oorlog en door de bloei van de tech industrie leverde Clinton in 2000 een begroting af die in evenwicht was. Een ongekend fenomeen.

Het was niet besteed aan de Republikeinen. In 2001 greep George W. Bush (de jongere) meteen de kans aan om de belastingen voor de rijken te verlagen. Bush begon ook oorlogen in Afhanistan en Irak waarvoor hij de Amerikaanse burgers nooit de rekening presenteerde. De Republikeinen gingen gewoon hun gang. Bekend zijn de woorden van vicepresident Cheney toen hij daarop werd aangesproken: deficits don’t matter.

De belastingverlagingen van Bush, die tien jaar zouden gelden, werden in 2011 verlengd onder president Obama, maar dat werd hem opgelegd door een Republikeinse Congres. Opnieuw hadden ze liever lagere belastingen dan lagere tekorten. Het vervolg weten we ook: ondanks de tekorten verlaagde Donald Trump in 2017 opnieuw de belastingen op inkomens en voor bedrijven. De tekorten groeiden, vanaf 2021 nog versterkt door extra overheidsuitgaven door corona. Ra ra waarop de Republikeinen hamerden in 2024: juist de spilzucht van de Democraten.

In zijn tweede termijn was het eerste wat Trump deed, in zijn Big Beautiful Bill, de belastingverlagingen van 2017 permanent maken. En net als zijn Republikeinse voorganger begon ook Trump een peperdure oorlog met Iran die hij financiert met verdere tekorten. Minister Bessent van Financiën trad aan met de belofte het begrotingstekort te verkleinen. De poging van Elon Musk om de overheid te ontmantelen werd een totale mislukking en de beloofde economische groei is op zijn best twee procent, niet de beloofde drie procent.

Trump en zijn aanhangers roepen, net als de Argentijnse president (en Musk) om een kettingzaag om de uitgaven te verlagen. Juist Musk faalde faliekant. De werkelijkheid is dat er niet of nauwelijks ruimte is voor lagere overheidsuitgaven (en aan de horizon dreigt ook nog een pensioencrisis). De inkomsten moeten omhoog. Een logische eerste stap is die belastingverlagingen voor de rijken terug te draaien en de winstbelasting weer op niveau te brengen. Een vorm van vermogensbelasting, erfbelasting en het sluiten van allerlei sluipwegen om belasting te vermijden zouden ook op tafel moeten liggen.

Maar ook in de aanloop naar 4 november houden de Republikeinen vast aan hun eindeloos herhaalde mantra: minder overheid en lagere belastingen. Dat valt niet vol te houden. Minister Bressent probeert de gaten te vullen, maar zoals hij gemerkt heeft, is de geloofwaardigheid van de VS, ook op de wereldmarkten, behoorlijk afgenomen. Hopelijk krijgen de Republikeinen straks ook de politieke rekening gepresenteerd.