Traditioneel beginnen Amerikaanse politieke campagnes op Labor Day, de eerste maandag in september. Door het geklungel van de regering-Trump, de ondoordachte, soms ronduit ridicule uitspraken van de president en een onzinnige oorlog met Iran lijken de Republikeinen daaraan slecht te beginnen. Er komt een probleem bij: de VS heeft te maken met een schuldencrisis. De Financial Times noemt het een chronische crisis.
Door Trumps beleid is de inflatie flink aan het stijgen. Daarnaast loopt het begrotingstekort nu toch echt uit de klauwen, het is inmiddels een niet vol te houden zes procent. Daardoor is de Amerikaanse staatsschuld opgelopen tot 40.000 miljard dollar, nooit vertoond buiten oorlogstijd. Het kost steeds meer om dat exploderend tekort te financieren: meer dan twintig procent van de belastinginkomsten gaat naar de betaling van rente op die schulden. Om dat allemaal te financieren moet de minister van Financiën staatsleningen uitgeven, maar ja, die zijn minder aantrekkelijk geworden en dus moet het land een premie betalen.
Natuurlijk is die onbezonnen oorlog met Iran een factor, maar historisch gezien zit de belangrijkste reden voor begrotingstekorten niet aan de uitgavenkant. Het probleem zijn steeds weer de inkomsten. De overheidsuitgaven stegen van 15,5 procent van het Bruto Nationaal Product in 2000 tot 19,9 nu. De overheidsinkomsten daarentegen daalden van 20 procent van het BNP in dezelfde periode tot 17,2 procent nu.
Het echte structurele probleem zijn de Republikeinen. Zij maken altijd een punt maken van begrotingstekorten, ze verwijten de Democraten hun hoge uitgaven en roepen om begrotingsdiscipline. Ze voeren er altijd campagne op en niet zonder succes. Amerikanen hebben een hekel aan belastingen, je kunt ze er altijd op aanspreken.
Maar in praktijk zijn het altijd de Republikeinen die tekorten veroorzaken door hun belastingverlagingen voor de rijken en ondernemingen. Donald Trump en zijn volgzame partij passen in een lange traditie. Het argument dat Republikeinen aanvoeren om belastingen te verlagen, namelijk dat ze hoge economische groei opleveren, is een leugen. Ga maar na: nooit groeide de Amerikaanse economie meer dan in de jaren vijftig en zestig, toen inkomens- en vennootschapsbelasting buitengewoon hoog was.
In de jaren zestig maakte president Kennedy een voorzichtig begin met het verlagen van de hoogste schijven, maar de anti-belastingbeweging (of beter: de anti-overheidsbeweging) kwam pas tot volle wasdom met Ronald Reagan. Hij kwam naar Washington om de overheid te verkleinen. Dat deed hij niet, wel verlaagde hij de belastingen voor de hoogste inkomens. Mede door de economische crisis van begin jaren tachtig liepen de tekorten snel op. Alleen was Reagan meer een pragmaat dan een ideoloog en hij verhoogde die belastingen weer toen het nodig was, zij het lang niet genoeg.
Nog los van de neoliberale trend die toen ingang vond en alle overheid wilde verminderen, deed de theorie opgeld dat als je de belastingen verlaagde de economie zo werd gestimuleerd dat de daardoor gegeneerde extra groei juist tot meer belastingopbrengsten zou leiden – de toen befaamde Laffer curve die dat liet zien. Daarnaast betoogde supplyside economics dat lagere belastingen, minder regulering en vrijhandel de sleutel waren tot groei en zo zichzelf zouden betalen. Het klinkt ongelooflijk, het was ook ongelooflijk. Het was een Republikeinse wensdroom, of, zo u wilt, een lang volgehouden leugen.
De tekorten stegen enkel maar. Pas in het eerste jaar van president Clinton werd er wat aan gedaan. Het werd hem afgedwongen, dat wel, en het frustreerde Clintons agenda, maar de Republikeinen die toen nog hamerden op de tekorten, kregen hun zin. Mede door het einde van de koude oorlog en door de bloei van de tech industrie leverde Clinton in 2000 een begroting af die in evenwicht was. Een ongekend fenomeen.
Het was niet besteed aan de Republikeinen. In 2001 greep George W. Bush (de jongere) meteen de kans aan om de belastingen voor de rijken te verlagen. Bush begon ook oorlogen in Afhanistan en Irak waarvoor hij de Amerikaanse burgers nooit de rekening presenteerde. De Republikeinen gingen gewoon hun gang. Bekend zijn de woorden van vicepresident Cheney toen hij daarop werd aangesproken: deficits don’t matter.
De belastingverlagingen van Bush, die tien jaar zouden gelden, werden in 2011 verlengd onder president Obama, maar dat werd hem opgelegd door een Republikeinse Congres. Opnieuw hadden ze liever lagere belastingen dan lagere tekorten. Het vervolg weten we ook: ondanks de tekorten verlaagde Donald Trump in 2017 opnieuw de belastingen op inkomens en voor bedrijven. De tekorten groeiden, vanaf 2021 nog versterkt door extra overheidsuitgaven door corona. Ra ra waarop de Republikeinen hamerden in 2024: juist de spilzucht van de Democraten.
In zijn tweede termijn was het eerste wat Trump deed, in zijn Big Beautiful Bill, de belastingverlagingen van 2017 permanent maken. En net als zijn Republikeinse voorganger begon ook Trump een peperdure oorlog met Iran die hij financiert met verdere tekorten. Minister Bessent van Financiën trad aan met de belofte het begrotingstekort te verkleinen. De poging van Elon Musk om de overheid te ontmantelen werd een totale mislukking en de beloofde economische groei is op zijn best twee procent, niet de beloofde drie procent.
Trump en zijn aanhangers roepen, net als de Argentijnse president (en Musk) om een kettingzaag om de uitgaven te verlagen. Juist Musk faalde faliekant. De werkelijkheid is dat er niet of nauwelijks ruimte is voor lagere overheidsuitgaven (en aan de horizon dreigt ook nog een pensioencrisis). De inkomsten moeten omhoog. Een logische eerste stap is die belastingverlagingen voor de rijken terug te draaien en de winstbelasting weer op niveau te brengen. Een vorm van vermogensbelasting, erfbelasting en het sluiten van allerlei sluipwegen om belasting te vermijden zouden ook op tafel moeten liggen.
Maar ook in de aanloop naar 4 november houden de Republikeinen vast aan hun eindeloos herhaalde mantra: minder overheid en lagere belastingen. Dat valt niet vol te houden. Minister Bressent probeert de gaten te vullen, maar zoals hij gemerkt heeft, is de geloofwaardigheid van de VS, ook op de wereldmarkten, behoorlijk afgenomen. Hopelijk krijgen de Republikeinen straks ook de politieke rekening gepresenteerd.