Laat hem niet McCain zien, dan loopt hij uit de rails. De psycho in Japan.

Arme kleine Donald. Om zijn diepe emoties te ontzien en zijn stabiele genie stabiel te houden, gaven ‘goed bedoelende’ onderknuppeltjes (volgens Trump die daar blijkbaar wel iets in zag) in het Witte Huis de marine opdracht om de naam van het schip John McCain in de haven van Japan waar de psycho porno president op bezoek was, af te schermen. De bemanning werd op verlof gestuurd.

De psycho zelf zei van niets te weten en voor de verandering geloof ik hem. Volgens anonieme bronnen in het Witte Huis was de bedoeling het stabiele baasje te ontzien, zodat hij niet off the rails zou gaan. Nou ja, dat deed hij door zijn vriend Kim te citeren over het IQ van Joe Biden. 

Het zegt iets over de sfeer in het Witte Huis. Proberen te voorkomen dat de psycho uit zijn dak gaat, zijn vingertjes gebruikt voor een tweet storm of wat dan ook. Zie vorige week de idiote persontmoeting met boeren toen hij aan drie van zijn medewerkers, ook wel bekend als het verplegend personeel, vroeg hoe hij was toen hij na drie minuten de vergadering met Pelosi en Chumer opblies over infrastructuur. Very stable, zeiden de onderknuppels braaf. Kellyanne Conway beklaagde zich eerder dat Pelosi haar als dienstbode behandelde – onterecht, want Conway werd genegeerd omdat ze, nou ja, genegeerd kan en moet worden – maar liet zich hier net als die andere sukkels behandelen als erger dan een dienstmeisje. 

Je moet er niet aan denken wat er in dit Witte Huis gebeurt als er werkelijk een crisis is. Zoals in de Cheney-bende de vicepresident de beslissingen nam, zo zal in dit gekkenhuis de macht liggen bij John Bolton en Stephen Miller, beide uitzonderlijk stabiele genieën natuurlijk, met bijzonder onfrisse ideeën.

Bij het overlijden van Edmund Morris, biograaf van Theodore Roosevelt

Om de een of andere reden heb ik het overlijden van Edmund Morris, vorige week, gemist. Niet zo lang geleden heb ik Morris’ levenswerk, de driedelige biografie van Theodore Roosevelt, weer eens geheel doorgelezen. Mijn boek  De Roosevelts, dat wil zeggen Theodore, Franklin en Eleanor komt in september uit, vandaar. Amerikaanse politieke biografieën zijn goed, soms uitzonderlijk goed zoals die van Lyndon Johnson door Robert Caro. Morris’ werk was topkwaliteit maar miste iets scherps, een inzicht in de denkwereld van de man en de wereld om hem heen. In The Atlantic merkt Andrew Feruguson dat terecht op.

Ik had het eerste deel van de Roosevelt biografie, The Rise of Theodore Roosevelt, al in mijn kast staan toen ik correspondent was in Washington, tijdens de Reagan-jaren. We waren gefascineerd toen Ronald Reagan, ook begeesterd door dat eerste deel (nou ja, hij werd omgepraat door zijn omgeving die iets voor de eeuwigheid wilde), Morris uitnodigde om als fly on the wall mee te lopen, met het doel een biografie te schrijven. Het was een vererende, zij het licht verontrustende opdracht – althans dat zou het voor Morris hebben moeten zijn.

Toen Dutch uitkwam, met als veelzeggende ondertitel A Memoir of Ronald Reagan, bleek Morris ondanks die persoonlijke ingang niet in staat geweest om door te dringen in de persoon Reagan. De ideeënwereld van de president, als er zo’n wereld was, bleef voor hem een raadsel. Een biografie was niet mogelijk, vandaar de memoires in de ondertitel: Morris voerde de noodgreep in om zichzelf als karakter toe te voegen aan wat daardoor een volledig fictieve beschrijving van Reagans leven werd. Wel mooi geschreven, dat wel. Ik heb het al die tijd in mijn kast staan, nooit herlezen. Lou Cannon werd de biograaf van Reagan, een plichtmatige, vriendelijk gezinde journalist met dito boeken.

De ironie is dat Morris met zijn mislukte boek wel de vinger legde op wat Reagan deed tikken, namelijk dat niemand het wist – misschien Reagan zelf ook niet. In een interview met 60 minutes zei Morris later: ‘Niemand rondom hem begreep hem. Iedereen die ik interviewde zou, vrijwel zonder uitzondering, uiteindelijk zeggen, “Weet je, ik heb hem nooit kunnen begrijpen”. Dat is een mooie samenvatting van een dik boek en misschien had hij het daarbij moeten laten.

Ik had gemengde gevoelens over Morris’ boeken over Theodore. Dit is wat ik schrijf over Morris in mijn boekenverantwoording van De Roosevelts: ‘Theodore Roosevelt kreeg met Edmund Morris de biograaf die hij verdiende en dat bedoel ik positief. Morris is bewonderend en tolerant voor een onderwerp dat in zijn excessen en energieke springerigheid soms wel wat meer kritiek vergt dan Morris kan opbrengen (hij doet soms denken aan de 45ste president, zeg ik enigszins besmuikt). Het derde deel van Theodore’s avonturen, Colonel Roosevelt, dat in 2010 verscheen, is minder interessant omdat de man geleidelijk aan aan invloed verliest en een reliek wordt van een andere tijd.’ Morris’ vrouw Sylvia Jukes Morris schreef een biografie van TR’s tweede vrouw, Edith, dat lijdt aan hetzelfde euvel: te veel bewondering en te weinig inzicht.

Maar terug naar de overledene. Het is Morris’ lot dat hij bekender is door de totale mislukking van Dutch dan door zijn historische werk. Morris was zich daar goed van bewust maar ik was toch verrast om in zijn overlijdensbericht te lezen dat hij zichzelf niet zag als een historicus. Hij zei niet erg geïnteresseerd te zijn ‘in politiek en beleid’. Wat hem echt bezig hield waren ‘karakter, verhaal, de vervreemdende werkelijkheid’. Inderdaad, van een historicus mag je meer verwachten, al is het evenzeer waar dat de meeste historici saaier schrijven dan Edmund Morris deed.

De leegheid van de weekendkrant.

Dat was snel. De NRC kan in hoog tempo op de papierstapel. Misschien komt het omdat ik al de NYT en de Financial Times uit heb, maar ik vind er weinig in dat me kan boeien, laat staan aan het lezen krijgen van langere, diepgravende artikelen.

Vooral in de weekendkrant mis ik – steeds meer – het oude Vrij Nederland en de HP in hun beste jaren. Vaak wordt gezegd dat ze de komst van de zaterdagkranten niet overleefden. Ik weet dat niet zo net, al dat gelul over modern leven is nou niet direct een vervanging voor die oude opinieweekbladen. 

De Groene is het enige weekblad (vaak tweewekelijks) dat overleeft – Elsevier is een geopinieerd nieuwsmagazine en telt niet mee. Het probleem met de Groene – mijn blad – is, hoor ik ook van anderen, dat het soms tjokvol interessante artikelen zit en dat je het soms weglegt zonder ook maar iets te lezen. Ik lees meer in de New Yorker, dat overigens hetzelfde probleem heeft: soms niets, soms alles – al is de boekensectie altijd interessant.

Ik weet het, die oude bladen komen niet terug. Het heeft minder met de inhoud te maken dan met de zuinigheid die mensen geen extra abonnement laat nemen op papier en evenzeer met de telefoonverslaafdheid waardoor alles dat meer vergt dan een paar minuten kijken als te veel ervaren wordt.

Goed nieuws wel in de Amsterdam sectie van de NRC (wel goed): de Slegte is terug. Lezen maakt een comeback.

Boris Johnson erft de puinhoop die hij heeft veroorzaakt.

Ik gun de Engelsen een premier als Boris Johnson. Ze wilden Brexit, ze krijgen Brexit.

Jammer dat deze kletsmajoor en leugenaar niet het staatsbezoek van koning Trump kan ontvangen (de psycho gaat blijkbaar naar Londen met de hele familie, inclusief de good-for-nothing zoontjes die de tent runnen). Johnson is een soort Baudet zonder de kijk-mij-eens-mijzelf-pimpen houding van de laatste. Beide zien zichzelf als intellectuelen met diepe inzichten, beide zijn in de praktijk vooral bull shitters.

Het voordeel van Johnson is dat hij gewoon een no deal wil. Die kan hij krijgen. Ongetwijfeld zal hij de ellende die is ontstaan en die enkel groter wordt wijten aan Terese May, maar ik vermoed dat hij daar uiteindelijk niet mee zal wegkomen. De Conservatieven verdienen alles wat over hun heen komt, ze zijn bijna net zo disfunctioneel maar een stuk minder succesvol als de Republikeinen in de VS.

Helaas voor Labour zit het opgescheept met een onmogelijke kandidaat voor het premierschap. Labour zou beter af zijn met een volledige keuze voor een tweede referendum, ook al zou dat in sommige regio’s kiezers kosten. Nu heeft de kiezer in de algemene verkiezingen die ongetwijfeld snel zullen volgen alleen de keuze tussen Johnson en Corbyn. Ik vrees dat juist Corbyn een overwinning van de Conservatieven alsnog mogelijk maakt.

Hoezo, Timmermans een verrassing? Dat zag je toch aankomen.

Ik kan geen grote voorspellende kwaliteiten claimen (nogal mixed record, zogezegd) maar het verbaast me dat de media de overwinning van Timmermans zo verrassend noemen. Dat zag je toch van mijlenver aankomen? Ik sprak zelfs VVD aanhangers die hem overtuigend vonden (naast de enkele PvdA-hater die Timmermans een onverteerbare narcist noemde).

Maanden geleden schreef ik al dat Timmermans de enige aantrekkelijke politicus is die de PvdA heeft en dat ze pech hebben dat hij in Europa zit. In de loop van de afgelopen weken was volstrekt duidelijk dat de enige echte Europeaan werd belichaamd door Timmermans.

De Nexit mafketels sprongen over van de PVV naar FVD en netto is dat dus geen enkel verschil met vorige keer. Baudet is nu de erfgenaam van Wilders en Wilders heeft in Milaan met zijn rechts nationalistische maatjes zijn laatste grote optreden gehad. Hij gaat geleidelijk aan verdwijnen, wegzinken in zijn eigen moeras van anti-islam – een onderwerp dat Baudet zorgvuldig vermijdt.

Maar terugkomend op de zogenaamde verrassing: waar waren de analisten de afgelopen weken? Dat de Pauw-redactie niet verder kijkt dan zijn neus lang is en dat Timmermans niet naar hun pijpen danst zoals Rutte en Baudet dat doen (of Pauw laten dansen, dat is beter gezegd) is tot daar aan toe. Maar de rest had dit toch moeten voorzien?

Het kan nu genoteerd worden als een blamage van klasse dat de publieke omroep van dit land aan de vooravond van Europese verkiezingen zich bezighield met twee mannetjes die minder zetels haalden dan de Europees ingestelde partijen waar de kiezers heengingen. Enfin, Pauw staat voor joker, zoveel is duidelijk. En de SP werd gestraft voor zijn domme campagne.

Interessant vond ik dat een praktisch geörienteerde Europeaan, Timmermans, de partij die zich als het meest Europa minded presenteerde, D66, behoorlijk aftroefde. De twee zetels die D66 verloor gaan direct naar de PvdA. De lijsttrekker van D66, Sophie in ’t Veld, was niet erg zichtbaar (niet voor mij althans). Ze zit er inmiddels ook al weer veel te lang. Ik herinner me dat we in 2006 nog een beetje wanhopig probeerden haar te rekruteren om Pechtold af te stoppen, maar ze wilde niet en wordt nu het slachtoffer van die verdwenen politicus. D66 lijdt nu nederlaag op nederlaag. Jetten zal de schuld krijgen, maar de echte schuldige is Pechtold die een kwetsbare partij heeft achtergelaten.

Het zou mij niet verbazen als In ’t Veld ook overstapt naar een praktische positie nu haar rol in het parlement is uitgehold.  Baudet zag geen uilen vliegen donderdagavond maar het was een tegenvaller. Enkel het afval van de PVV afscheppen – dat kan nauwelijks bevredigen. 

Nee, Asscher, dit is geen comeback.

Ik geloof niet dat Asscher het begrijpt. Dit is geen comeback voor de PvdA, dit is een motie van vertrouwen in Frans Timmermans.

Er moet nog veel meer gebeuren – iets gebeuren – voordat de PvdA op landelijk niveau weer terug is. Veel meer in een partij waar de rust van een grafkist overheerst.

Voor D66 is het verdrietig dat de partij die Europees goed werk doet wordt gestraft voor deelname aan een Rutte kabinet. Het werk van Pechtold, nu komt de rekening.

Timmermans.

Gisteren uiteraard niet gekeken naar de zendtijd voor twee politieke partijen, georganiseerd door de redactie van Pauw. Ook niet naar dat debat overigens. Ik wil niemand meer horen over die vreselijke linkse publieke omroep. 

Hoeft ook niet. Frans Timmermans steekt er met kop en schouders bovenuit. Heb mijn stem op hem uitgebracht.

Baudet laat dagelijks zien wat een gevaarlijke kletsmajoor hij is.

Rutte zat helemaal fout door Baudet een zolderkamer geleerde te noemen. Er is niets geleerds aan deze omhooggevallen gymnasiast die keer op keer blijk geeft dat hij de leerstof maar half verwerkt heeft, dat de uil hem nooit bereikt heeft.

Geouwehoer in een Amerikaans blaadje over abortus, euthanasie en Trumpiaanse mysogenie. Zijn verdediging is dat we het zelf moeten lezen en niet de media moeten geloven. De fake news verdediging, kortom, want er blijft staan wat de media rapporteerden: rechts populistische kletskoek.

En nu dan een filmpje waarin deze verlichte geest op de proppen komt met: ‘Ich habe es gewusst’. Baudet heeft er geen associatie mee die ook maar in het minst verwijst naar zijn voorgangers in fout denken, de Nazi’s. Echt? Hadden ze op zijn gymnasium geen geschiedenislessen? Of zat hij gewoon een uiltje te knappen?

Waarschijnlijker is dat hij gewoon een heel fout mannetje is. 

Rutte, van wie ik geen verwachtingen meer heb sinds hij met Wilders regeerde, beging behalve de domheid om Baudet een geleerde te noemen – van wat voor soort dan ook – de fout om de Europese verkiezingen niet om Europa te laten draaien maar om VVD versus FvD. Hij is de schaamte voorbij maar toch.

Hans Maarten van den Brink loopt in de NRC terecht te hoop tegen de mate waarin de publieke omroep een debat tussen rechts en uiterst rechts mogelijk maakt, nota bene tussen twee personen die helemaal geen officiële rol hebben bij deze verkiezingen. Het past in het patroon dat Pauw al toonde voor de Eerste Kamer verkiezingen van vorige maand toen Baudet vrij baan kreeg.

Ik heb weinig gehoord van mensen om me heen over de Europese verkiezingen. Het enige waar mijn VVD-maatjes mee op de proppen kwamen was de hoge onkostenvergoeding van de parlementariërs. Wel 30.000 Euro, meenden ze. Enig idee hoe groot het landbouw budget is? Nou nee, maar die zakkenvullers: schande. Iemand meende dat Frans Timmermans een narcist was die de schoenen poetst van de dronken Juncker. De suggestie dat Timmermans misschien de tent runde terwijl Juncker handjes geeft en zich wankelend staande houdt leek niet door te dringen. 

Ondertussen laat die andere kletsmajoor Derk Jan Eppink (twee maal ontslagen als onbetrouwbaar columnist – een feit dat het portret in de NRC vreemd genoeg negeerde) zich niet uit zijn tent lokken. Lullen over terug naar de gulden, dat roepend in Emmen onder luid gejuich, maar als hij de vraag krijgt of dat ook moet gebeuren, dan duikt hij alsof een uil op zijn voorhoofd af vliegt. Nexit, zoals de opperkletsmajoor blijft suggereren: daar moet een referendum over. Eppink is al verzekerd van een baantje in Brussel, inclusief de onkostenvergoeding waar de Baudet fans zo boos over zijn.

Polarisatie in de VS is eerder de norm dan een afwijking ervan.

Gepubliceerd in de Standaard, 18 mei 2019

Donald Trump roept haat en afkeer op, en tegelijkertijd hondentrouw en bewondering. Wie niet voor hem is, is tegen hem en in beide gevallen niet een beetje maar honderd procent. Republikeinen, loyaal aan hun president, staan tegenover Democraten die het systeem gecorrumpeerd zien worden. Een constitutionele crisis dreigt.

We horen vaak dat de polarisatie in de Amerikaanse politiek groter is dan ooit. Dat is schijn, in werkelijkheid was Amerika zijn hele geschiedenis door gepolariseerd, vaak veel meer dan nu het geval is. Founding Fathers Jefferson en Hamilton lagen al overhoop. Noord en Zuid bleken onverenigbaar, met de burgeroorlog als ultieme uiting van polarisatie, goed voor 600.000 doden.

Beide Roosevelts, Theodore in 1901 en Franklin in 1933, riepen diepe haat op. Theodore onderkende de destructieve kracht van extreme ongelijkheid als gevolg van ongebreideld roofkapitalisme (schokkend genoeg is die nu nog groter). Hij reguleerde de ondernemers en bankiers die Amerika bij de strot hadden. Hij voorkwam dat broeiende onrust uitliep op een bloedige confrontatie. De kiezers vraten het, zijn Republikeinse Partij beloonde hem met haat.

Zijn neef Franklin Roosevelt redde Amerika van nieuwe excessen, egoïsme en criminele kortzichtigheid. De historische waardering voor de depressie- en oorlogspresident laat niet zien hoe gehaat FDR toentertijd was in welgestelde kringen, ‘a traitor to his class’. Democraten bewonderden Roosevelt, Republikeinen zetten een maximum van twee termijnen in de grondwet. Communistenjager Joe McCarthy ging wild tekeer, aanvankelijk ongestoord.

In de jaren zestig ontplofte Amerika. De huidige polarisatie is Spielerei vergeleken met de haat en afkeer die toen bestond tussen een veelheid aan groepen in Amerika, polarisatie is een te zwak woord voor de tegenstellingen. Ze werden genadeloos uitgebuit door Richard Nixon die met zijn silent majority-strategie groepen in het land tegen elkaar opzette en vervolgens het systeem corrumpeerde. Zijn aftreden bracht geen vrede.

Democraten hadden een hekel aan de zalvende Ronald Reagan die tegenstellingen wegmasseerde tot hij zelf vastliep in het Iran-Contra schandaal. De Republikeinen namen wraak door Bill Clinton vanaf dag één met passie te haten als symbool van die jaren zestig maar vooral omdat hij hen van de macht beroofde die ze vanzelfsprekend achtten. Newt Gingrich, die lopende haatmachine, maakte van de Republikeinen de partij van de obstructie.

Het lukte niet om Clinton af te zetten, maar de polarisatie zat opgesloten in de verkiezingen van 2000. Die leken nergens over te gaan maar beslisten in werkelijkheid wie de macht had in Washington. De Republikeinen wonnen, met hardball en hulp van het Supreme Court. George W. Bush polariseerde enkel door president te zijn en versterkte het met zijn desastreuze beleid. Wie kon er verrast zijn dat Barack Obama ondanks zijn historische overwinning en zijn verstandige optreden in de economische crisis een doelwit werd van Republikeinse haat? Trumps birther-campagne werd stilzwijgend gesteund door de Republikeinse leiding, inspelend op blank ongenoegen. ‘Lock her up’ vatte goed samen hoe Trump politiek ziet: er is geen legitieme oppositie, er zijn alleen vijanden. Winner takes all. Het leverde hem het presidentschap op.

Welbeschouwd is de huidige polarisatie dus eerder de norm dan een uitzondering. Ook als president doet Donald Trump zijn best dagelijks haat te stoken en weigert hij zelfs maar te pretenderen president te zijn van alle Amerikanen. Zijn partij beweegt gemakkelijk mee. Polarisatie werkt voor Trump en zijn volgzame Republikeinen.

Je kunt deze geschiedenis niet negeren. Barack Obama meende dat hij een bruggenbouwer kon zijn, het land aan elkaar kon knopen. Hij werd genadeloos gestraft voor een optimisme dat we nu herkennen als pijnlijk naïef. De Republikeinse baas der bazen, senaatsleider Mitch McConnell, stelde zich ten doel van Obama een één termijn president te maken. Dat lukte niet maar hij wist van Obama wel een machteloze president te maken, stal zonder blikken of blozen een zetel in het Supreme Court. Dat Democratisch presidentskandidaat Joe Biden zichzelf nu aanbeveelt als de enige die bruggen kan bouwen klinkt als het vragen om een nieuwe afstraffing. Het is erger dan naïef, het toont gebrek aan leervermogen.

Deze geschiedenis van polarisatie nodigt juist uit tot de vaststelling dat het land vraagt om confrontatie, om sterk aangezette tegenstellingen. Niet gewoon nu, maar altijd, als levenselixer. Niets is Amerikaanser dan confrontatie. Zo gezien zouden de Democraten er verstandig aan doen om een stevige programmatische oppositie te voeren, een radicaal alternatief aan te bieden dat recht doet aan de gepolariseerde verhoudingen. Een alternatief dat er ook zo uitziet. Ze hebben één groot voordeel: ze hoeven Donald Trump niet te demoniseren zoals in het verleden FDR, Clinton en Obama tot objecten van haat werden gemaakt. Trump zelf maakte polarisatie de norm in 2020, hij geniet van zijn status als duivel. Tot nu toe werkte het voor hem en het zou hem goed nog een termijn op kunnen leveren.

Donald Trump vraagt dan ook niet om een opvolger die net doet alsof polarisatie en strijd niet passen in het Amerikaanse patroon, Trump vraagt om een opvolger die luid verkondigt dat Trump en de Republikeinen het land naar de ondergang leiden, dat alles anders moet, dat twee visie op Amerika onverbiddelijk tegenover elkaar staan. Meer polarisatie in plaats van minder. De Democraten zouden er goed aan doen om de meerderheid van de Amerikanen te mobiliseren die Trump negatief beoordeelt, liever dan zielloze pogingen te doen om in het midden iets in elkaar te zetten dat in de praktijk onmiddellijk zal worden getorpedeerd. Er is geen midden in Amerika, niet als je verkiezingen wilt winnen.

De Amerikaanse geschiedenis beloont polarisatie, Amerika kan niet leven zonder. Als de Republikeinen sinds Richard Nixon één ding hebben laten zien dan is het dat zij die boodschap hebben begrepen en weten toe te passen. Democraten krijgen vaak het terechte verwijt dat ze een mes meebrengen naar een gunfight. Het is tijd dat ze een bazooka in stelling brengen om Amerika te redden.

Trump ligt op koers.

Trumps verkiezingscampagne is onderweg. Op drie onderwerpen positioneert hij zich bepaald niet slecht, vanuit zijn perspectief.

Immigratie en immigranten wordt een onderwerp, zoveel is duidelijk. Er is een soort van crisis aan de grens, veroorzaakt door Trump zelf, maar dat betekent nog niet dat hij er niet van kan profiteren. Zijn nieuwe immigratieplan, opgesteld door Kushner maar in werkelijkheid door Stephen Miller, de kwade genius achter het grensbeleid, is nogal zwak. Het doet niets aan de 11 miljoen mensen die al in Amerika wonen en de 1, 8 miljoen Dreamers, kinderen die vanaf hun vroege jeugd in Amerika hebben gewoond. Het gaat vooral, zoals Miller het wil, over de grens.

Toelating op basis van punten zal best een mooie toekomst hebben – veel landen doen het zo. Maar zoals alle editorials opmerkten, de details ontbreken. Toen Kushner erover moest babbelen bij het Congres bleek hij van toeten nog blazen te weten. Miller moest hem influisteren. Democraten moeten minstens met een goed alternatief komen dat de Dreamers meeneemt en een plan voor de 11 miljoen. Zal nog niet meevallen.

Tweede onderwerp, China, kan ook niet stuk. De meeste Amerikanen vinden dat China aangepakt moet worden. Trumps achterliggende strategie (of, ook hier, die van Navarro, zijn assistent) is om Xi het leven moeilijk te maken. Het beleid van importheffingen is een vrij bot middel en dat kon zich wel eens tegen Trump keren. Maar zolang de economie blijft groeien kan hij het onderwerp wel uitbuiten.

Derde onderwerp is buitenlands beleid. De man heeft geen normen en hoeft die dus ook niet te verdedigen. Zo kan hij Nethanyahu steunen en het moordenaarsregime in Saoedi Arabië en een roedel dictators elders. Maar Trump heeft geen interesse in een oorlog in het Midden Oosten. Door John Bolton te laten stoken kan hij dat aspect van zijn beleid benadrukken (geen oorlog) en tegelijkertijd de economische oorlog tegen Iran opvoeren en dan lijkt het net gematigd beleid. Er valt hier weinig te verliezen voor Trump, weinig te winnen voor Iran – alleen als er foutjes gemaakt worden, als Iran uitlokt en Trump niet anders kan, gaat het mis. Dat kan Iran ook door de moordenaars of Israël uit te lokken. Laten ze zeggen dat de uitmergeling van Iran goed op koerst ligt, maar de risico’s enorm zijn. 

Binnenlands heeft Trump minder om straks te gebruiken. De infrastructuur ligt er slecht bij, als altijd. De begrotingstekorten zijn enorm, bedrijfs- en studentenschulden torenhoog, maar zolang de economie groeit kan dat allemaal genegeerd worden. Republikeinen om de oren slaan met tekorten is nutteloos – ze maken ze als ze regeren en klagen erover als ze niet regeren. Nu dus niet erg belangrijk.

Een groot probleem voor de Republikeinen zijn de evangelische anti-abortus zeloten. Vrouwen zijn voor de porno president sowieso moeilijk te winnen en het wordt er zo niet beter op. 

Alles bijeen begint Trump goed op zijn eigen koers te liggen maar ik zie geen middelen om boven de 43 a 45 procent te komen waar hij altijd al op zat. Met een hoge Democratische opkomst zou hij geen kans moeten hebben. Maar je weet het maar nooit – de Democraten kunnen wel eens iemand nomineren die een Hillary doet, namelijk de verwachtingen beschamen.