Op vier juli viert de Verenigde Staten zijn 250ste verjaardag. Als metafoor mag het een cliché van jewelste zijn, daarom is het nog niet minder toepasselijk: de Founding Fathers draaien zich ratelend om in hun graven, aanschouwend hoe hun creatie er 250 jaar later bij staat. De mannen die de dertien Engelse kolonies leidden naar een onafhankelijk Verenigde Staten, de oudste geschreven grondwet ter wereld opstelden en ook nog eens de cruciale functies vervulden in dat nieuwe land, zullen de viering van deze historische verjaardag beklemd ervaren. Nooit was hun erfenis meer bedreigd.
‘Een republiek, als je hem overeind kunt houden.’ Dit was Benjamin Franklins antwoord op de vraag wat de uitkomst was van de besprekingen over de Amerikaanse grondwet. De strijd voor onafhankelijkheid draaide om het verwerpen van een dictatoriale monarch, ‘een tiran’ in de woorden van Thomas Paine, die de burgers wetten en regels oplegde zonder hun inspraak, laat staan hun instemming. De Amerikanen kwamen in opstand, vastbesloten om nooit meer een monarch te accepteren. Ze wilden een republiek, geen koning met een onbeperkte macht.
In 1787 zetten de Founding Fathers een doordacht, gekalibreerd systeem van machtsbalansen in elkaar, een ballet van wetgeving, uitvoering en rechtspraak, waarbij alle drie de partners moesten dansen om iets voor elkaar te krijgen. Het duurde even, maar Franklins republiek ontwikkelde zich ook als een democratie, een systeem waarin de burgers als kiezers bepalen wie zeggenschap heeft over hun samenleving – one person, one vote. Het kostte tijd, ging gepaard met pijnlijk falen, soms met wreed geweld tegen eigen burgers, maar democratisch en trots ging de Verenigde Staten de 21e eeuw in.
En terecht. Er was een goede reden, dat de hele wereld elke vier jaar gefascineerd toekeek hoe dit democratisch ritueel zich afspeelde. Zeker, het was goed theater, maar het was ook een toonbeeld van democratisch zelfbewustzijn door het belangrijkste land van de wereld. Amerikanen wisten dat de superkracht van hun land, de greatness zo u wilt, alles had te maken met hun geschiedenis, met hun instellingen en met hun democratische gezindheid. Want verkiezingsrituelen zijn een reflectie van een mindset, van een manier van met elkaar omgaan, een bereidheid het spel te spelen. Dát is de essentie van democratie, veel meer dan de woorden van de grondwet. Dat was hun voorbeeld voor de wereld.
Zo optimistisch kunnen we niet meer zijn. In het jaar dat de Verenigde Staten zijn 250e verjaardag viert, ondergaat dat delicate systeem waarmee Amerika zichzelf keer op keer heruitvond, waarmee het land de wereld leidde en een voorbeeld gaf van rationaliteit en rede, zijn grootste crisis sinds de Burgeroorlog. De 45e man die het presidentschap heeft bekleed, Donald J. Trump, zal historische betekenis hebben. De brute narcist, corrupte zakkenvuller en nonchalant misbruiker van de uitvoerende macht is meer dan een bedrijfsongeval. De tolerantie van Trumps optreden en de meegaandheid van zijn partij en een groot deel van de Amerikaanse bevolking maken het mogelijk dat hij wel eens de grafdrager zou kunnen zijn van wat de Founding Fathers voor ogen hadden. We zullen moeten wennen aan het idee dat naast Washington, Lincoln, de Roosevelts en Jefferson op de lijst van invloedrijke presidenten ook de man komt te staan die hun werk ondermijnde. Het belang van presidenten wordt immers niet enkel aan hun goede werken afgemeten – ook slechte presidenten, juist de allerslechtste presidenten, hebben langdurige invloed.
In The Federalist Papers, de bundel van artikelen geschreven om de nieuwe grondwet uit te leggen, te verdedigen en toe te lichten, schreef James Madison in No 10 in negen woorden misschien wel de basisgedachte die ten grondslag ligt aan het Amerikaanse systeem: ‘Enlightened statesmen will not always be at the helm.’ Je kon er niet van uitgaan dat leiders altijd verlicht waren. Het was niet onmogelijk, suggereerde Madison elders, dat er een kwaadwillend leider zou opstaan. Dat was precies de reden dat de Founding Fathers checks and balances inbouwden in hun systeem. Ze waren niet naïef, en ook niet cynisch, maar sceptisch over de burgers, over meerderheidsregels. Over de menselijke aard, en zelfs, met niet zo’n beetje achttiende eeuwse arrogantie, over ‘de massa’s’.
In de huidige crisis zet één overheidsorgaan, de president, de uitvoerende macht, het systeem naar zijn hand, dwingt de andere machten tot submissie. We zien een president die chanteert, dwingt, wraak neemt, zijn familie en vrienden bevoordeelt, de samenleving corrumpeert, de grondwet aan zijn laars lapt. We zien dat hij alle normen met voeten treedt en dat niemand hem tot de orde roept. We moeten vaststellen dat als weldenkende en moedige politici ontbreken, het hele systeem van vrijheid en een door de rechtsstaat ingeperkte overheid kwetsbaarder is dan de Founding Fathers hadden kunnen vermoeden.
De onaangename waarheid is dat als de drie machten in het systeem niet doen wat hun is opgedragen, wat hun grondwettelijke taak is, het hele bouwwerk op drijfzand lijkt te rusten. Als de president zichzelf absolute macht toerekent en die machtsgreep wordt toegestaan door de controlerende macht, het Congres, en de rechterlijke macht, in hoogste instantie het Supreme Court, dan kan hij de uitvoerende macht domineren op een absolute manier. Dan wankelt Franklins republiek. Dan staan we op de drempel van een autoritair regime, of zijn daar misschien al overheen.
Het is geen schending van de grondwet per se om de andere twee machten naar je pijpen te laten dansen. Sommige politici zijn daar buitengewoon goed in. Uiteindelijk zijn het de Republikeinen in het Congres die uit vrije wil, uit verdwazing, of wellicht geïntimideerd door de president, hun taak als toezichthouder verzaken. Het Congres zelf tolereert dat toegewezen gelden – uiteindelijk heeft het Huis de power of the purse – worden geblokkeerd. Dat door het Congres ingestelde bureaus worden ontmanteld of volgestopt met functionarissen die er juist op uit zijn die bureaus te ontmantelen. Dat Trump wegkomt met zijn machtsgreep en dat de andere machten zijn optreden zelfs toejuichen, dát is wat de bijl legt aan de wortel van wat de Founding Fathers voor ogen hadden.
Hoeveel macht heeft een president eigenlijk? De grondwet, een wonder van compactheid, zegt er verrassend weinig over. Richard Nixon had er wel over nagedacht. ‘When the President does it, that means it’s not illegal,’ opperde hij in een interview met de Engelse journalist David Frost, drie jaar na zijn gedwongen aftreden. Er waren indertijd weinig juristen of politici die daarin meegingen, het was de taal van autoritaire leiders. Curieus genoeg heeft Nixon postuum gelijk gekregen van het Supreme Court, dat in 2023 besliste dat een president voor wat hij doet in de uitoefening van zijn ambt niet vervolgd kan worden.
Geholpen door deze gift van het Supreme Court, die hem onthief van verantwoordelijkheid rond de verkiezingsmanipulaties van 2020, is Donald Trump in Nixons voetsporen getreden. Hij vindt dat de president onbeperkte macht heeft. Zoals Trump het formuleerde: ‘Artikel II staat me toe te doen wat ik wil.’ Het is enkel aan zijn terughoudendheid te danken, suggereerde Trump, dat hij die macht niet onbeperkt gebruikte. Feit is dat hij dankzij de coulance van zijn eigen partij in het Congres macht heeft kunnen pakken waarvan andere presidenten enkel konden dromen.
Donald Trump gebruikt de gegeven vrijheid maximaal en laadt de verdenking op zich te bewegen in de richting van een autoritair regime. Bezorgde wetenschappers zien hoe het elders werkt. Een leider komt aan de macht op democratische manier en ondermijnt het systeem dat hem die macht gaf. Hij stopt de regering en de bureaucratie vol met loyalisten, inclusief het Ministerie van Justitie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak. Trump heeft rechters wier uitspraken hem niet bevallen afgekamd en opgeroepen tot hun impeachment. Hij stuurt troepen de straat op, een gebruik van het leger en de National Guard voor binnenlandse politieke doeleinden dat de Founding Fathers zich niet eens hadden kunnen voorstellen.
Als de Verenigde Staten zich in 2026 op een cruciaal kruispunt bevinden voor wat betreft die door de Founding Fathers ingezette richting, dan is het belangrijk ons te realiseren dat daarvoor niet enkel Donald Trump verantwoordelijk is, wreed, omstreden en impulsief als zijn presidentschap mag zijn. Er zit een groepering achter, een beweging. De Heritage Foundation, de rechtse denktank die Donald Trump voorzag van een richtingwijzer in hun 900 pagina’s dikke routeboek Project 2025, en die nu in de positie zit om zijn plannen uit te voeren, spreekt van ‘een tweede Amerikaanse revolutie’. De schrijvers hebben, in al hun arrogantie, niet ongelijk. Er is anno 2026 sprake van een revolutie, of, zo u wilt, een contrarevolutie. De waarden van de Verlichting, de waarden van de Founding Fathers, worden bedreigd met een goed doordachte denkwereld die met deze waarden en alles wat eruit voortvloeit wil breken. De contrarevolutionairen controleren nu het bestuur, en de zorg dat ze die controle niet zullen opgeven is alleszins gerechtvaardigd. Ze zullen proberen het systeem naar hun behoeften te manipuleren.
Om nog eens terug te komen bij James Madison, in Federalist Nr. 47 stelde hij: ‘de accumulatie van alle macht, wetgevend, uitvoerend en juridisch, in dezelfde handen (…) kan met recht de definitie van tirannie worden genoemd’. De originalists, de conservatieven die claimen de grondwet te interpreteren in de geest van de Founding Fathers en hun tijd, dippen naar believen en willekeurig in wat zij als oorspronkelijk beschouwen om hun stellingnames te rechtvaardigen. Ze zouden eens wat vaker in de Federalist Papers moeten bladeren en de vele geschriften van deze bijzondere mannen moeten raadplegen. Dan zouden ze ook zien dat de Founding Fathers de grondwet juist als een levend document zagen. Ze zouden verwonderd zijn over de weinige aanpassingen sinds 1787 en van hun stoel vallen als ze hoorden over interpretaties van hun denken, 250 jaar later.
Terwijl Amerika zijn 250e verjaardag viert, in een stemming van greatness of misschien niet zo, staat het hele bouwwerk van de Founding Fathers ter discussie. Nou ja, discussie is het verkeerde woord. Het wordt bedreigd. Als het republikeinse model waar Jefferson en zijn collega’s naar streefden ergens voor stond, dan was het als middel om autoritaire tendensen te weerstaan. Het republikeinse model is gebaseerd op samenwerking in de uitvoering van beleid waarin ieders verantwoordelijkheden en belangen aan bod komen. Het idee is dat in een republiek het algemeen belang iets is dat vanzelf opduikt, niet iets dat door iemand wordt opgelegd. ‘Een republiek, als je hem kunt behouden,’ zei Franklin in met een uitroepteken. Anno 2026 staat er een vraagteken.
