De afgelopen weken had ik de tijd om mijn boekenstapel wat te verlagen. Een paar observaties over boeken die de moeite van het lezen waard zijn.
The Mission. The CIA in the 21st Century door Tim Weiner. 
Dit is een onthutsend, onthullend boek over Amerika’s ogen en oren in de wereld. Het verhaal van de regering Bush, inclusief vicepresident Dick Cheney met zijn parallelle nationale veiligheidsstructuur, is in grote lijnen bekend. De manier waarop ze in slaap sukkelden richting 9/11, ondanks de waarschuwingen. En de overreactie daarna. De leugens om van al Qaida naar een lang gekoesterde droom om Irak te ‘bevrijden’ (waarom eigenlijk – was het enkel de lobby van Chalabi, zo’n ‘nationalist’ die al dertig jaar niet meer in zijn land was geweest; waarschuwingen over de zoon van de Shah zijn op zijn plaats).
De oorlog in Irak die hopeloos fout liep, het niet in staat zijn te leren (zie Iran nu). De ‘oorlog tegen terrorisme’, leidend tot martelingen, dark sides en een sfeer van leugens en achterklap binnen de CIA. Goed om opnieuw te zien dat het een Republikein was, kleine Bush en zijn evil maatje Cheney in dit geval, die het Amerikaanse systeem corrumpeerde. Nou ja, goed. Het zijn dus Republikeinen die niet met macht kunnen omgaan, althans niet de verleiding kunnen weerstaan die te misbruiken. Ik moet ook weer aan Iran-Contra denken, al is dat niet deel van dit boek.
Weiner vertelt hoe de regering Obama probeerde de dienst weer op orde te brengen, en hoe de eerste regering Trump er opnieuw een zootje van maakte. Hij geeft de beste samenvatting die ik tot nu toe heb gezien van de Russia connection, de manipulatie van de verkiezingen van 2016 door Rusland. Ik blijf volhouden dat Hillary Clinton nooit kandidaat had moeten zijn en mede verantwoordelijk is voor Trump, maar als Poetin Trump niet had geholpen dan was ze gewoon president geworden. Trump weet het, voelt het, vandaar dat hij nog steeds dagelijks tegen de Russia hoax ageert.
De namen van Trumps handlangers, Kash Pathel voorop, de man die nu de FBI kapot maakt – door Trump gewenst als baas van de CIA. Degene die het wel werd, was niet veel beter. De CIA had altijd redelijk goede kennis over Rusland maar kon nooit begrijpen wat Trump had met Poetin. Weiner heeft maar een conclusie na alles wat hij gezien heeft: Trump wordt niet gemanipuleerd door Poetin, hij is overgestapt, hij is een Russische agent geworden.
De gebeurtenissen rond de poging tot staatsgreep na de verkiezingen van 2020, toen leger en CIA klaar stonden om te voorkomen dat Trump en zijn bende succes konden hebben. Weiner kan alleen nog de eerste paar maanden van de tweede regering meenemen. Alles wijst op een herhaling van de eerste regering, maar dan vastberadener en effictiever in de destructie. Een Rusland-fan die de inlichtingendiensten coördineerde, Tulsi Gabbard, en zich verlaagde tot het verdacht maken van de verkiezingen van 2020 in Georgia. En nu, een jaar nadat Weiner zijn boek afsloot, de benoeming van de incompetente Bill Pulte als acting director, met de opdracht om zolang als hij acting is (hij wordt nooit door de Senaat aanvaard) iedereen te ontslaan die in de ogen van Trump verdacht is.
Dit boek geeft je niet het vertrouwen dat het wel weer goed zal komen de VS. De CIA is maar één voorbeeld van een bureau dat kapot gemaakt is en door de Trump-bende gebruikt voor eigen doeleinden. Er zijn er nog zoveel meer. De regering-Trump is hopeloos gecompromitteerd, maar omdat de Amerikaanse burgers hem een tweede kans gaven en de bejaarde narcist alleen maar erger is geworden en de bende om hem heen nu precies weet wat ze moeten doen om hun macht te behouden, is nu het land zelf gecompromitteerd. We mogen blij zijn als er uberhaupt verkiezingen gehouden worden, het is nu al zeker dat ze gecompromitteerd zijn en dat de Trump-bende wel eens langer kon blijven dan de kiezers zouden wensen.
Rust Belt Union Blues. Why Working-Class Voters Are Turning Away from the Democratic Party door Lainey Newman and Theda Skocpol 
Lezen over de teloorgang van vakbonden, Amerikaans of elders, is niemands favoriete tijdsbesteding. Maar dit mooie compacte boek met gedegen sociologisch onderzoek in West Pennsylvania, rondom Pittsburgh, over wat er gebeurde met de industrie daar, de hoge inkomens van laag opgeleide mensen, de gemeenschap die dat alles bood, is bijzonder informatie. U herinnert zich misschien Barack Obama die in een van zijn minder geslaagde opmerkingen, in Pennsylvania zei dat het gegeven wat opeenvolgende regering niet hadden gedaan, het niet verrassend was ‘they get bitter, they cling to guns or religion or antipathy toward people that are not like them’. Het was een domme opmerking, nog net zo dom als Hillary’s despicable people, maar verdomd, de kern was helemaal waar.
Dit boek laat zien hoe de gemeenschap van arbeiders, met allerlei organisaties waar mannen bij elkaar kwamen, lodges en vakbondslokalen, verdwenen met de industrie. Het was geen plotseling gebeuren: als correspondent in de jaren tachtig schreef ik al over Wheeling en andere staalfabrieken die de deuren sloten of nauwelijks konden overleven. Wat Newman en Skocpol is de vernietigende effecten ervan op de lokale gemeenschap in kaart brengen. In 2000 deed Robert Putnam dat in Bowling Alone voor heel Amerika, zij doen het voor een beperkter gebied maar kunnen daardoor dieper doordringen in wat verloren ging.
Het is een triest verhaal. Er zitten elementen in die ik niet kende of in elk geval niet goed door had. Zou heeft de NRA, de wapenlobby, sinds de jaren zeventig overal social clubs opgezet rondom guns. Toen de andere ontmoetingsplekken wegvielen, werden die NRA clubs wat vroeger de Union Halls waren. Hetzelfde geldt voor kerken. Er is een goede reden dat die sinds de jaren zeventig populair zijn geworden (een van de redenen): het werd de enige plek waar iets van een groepsgebeuren plaatsvond.
Obama wist niet half hoe gelijk hij had, al had hij het beter niet kunnen zeggen. Vaak wordt ook het eerste deel van het citaat weggelaten, waarin hij erkent dat opeenvolgende regeringen, van Clinton tot Bush, niets deden om deze mensen te helpen, al was het maar in de transitie naar een ander leven. Het drama van Obama is dat ook hij daar niet in slaagde. Skocpol heeft in ander werk uitgebreid geschreven over de Tea Party, de sterk racistisch geïnspireerde opstand tegen Amerika’s eerste zwarte president, zonder moeite omarmd door de Republikeinse Partij op weg naar Trump.
Kortom, een mooi boek dat eindigt in een pleidooi voor uitgaven voor community building. Vakbonden zouden best een tweede leven kunnen hebben – we zien pogingen om bij Bezos’ Amazon en bij Starbucks om vakbonden op te zetten. De paniekerige hardball die de werkgevers spelen om het te voorkomen vertelt wat we moeten weten: ze zien het als een bedreiging van hun ongebreideld winstbejag. En terecht.
Poverty by America door Matthew Desmond
Het blijft een pijnlijke waarheid voor Amerika dat het rijkste land van de wereld nog steeds zo’n 14 procent van zijn burgers (en een veel hoger percentage kinderen) onder de armoedegrens heeft. Dat dit land grotere ongelijkheid kent dat welk ander land dan ook. Dat het belastingsysteem vol zit met regels die de rijken voor zichzelf hebben geschreven waardoor zowel de ongelijkheid als de armoede groot blijven.
Desmonds boek zet het allemaal op een rijtje en probeert er een verhaal van te maken, meer dan een opeensomming van feiten en getallen. Een van de referenties is het boek van John Kenneth Galbraith, The Affluent Society, uit nota bene 1959, zogenaam de tijd dat Amerika nog great was. Zijn grootste zorg was dat privé vermogens aanzienlijk sneller stegen dan investeringen in publieke diensten zoals scholen, parken en sociale programma’s die een bodem bieden voor het dagelijks leven. Waar is de Galbraith van onze tijd? Of zijn we zo murw geworden dat we niet meer opkijken van Musk rijkdom of bankiers die de economie naar de filistijnen helpen, zoals in 2008, en daar alleen maar van profiteren? Geen licht voer maar noodzakelijk voor het perspectief, en goed geschreven.
America Last. The Right’s Century-Long Romance with
Foreign Dictators door Jacob Heilbrun
Heilbrun is een van de meer interessante buitenlandse politiek beschouwers. In dit boek vertelt hij hoe de Trumpie America first modus, de wens om een verlichte dictatuur te hebben die de ongeregelde massa in toom zou houden, al sinds het begin van de twintigste eeuw nadrukkelijk aanwezig was in Amerika. Er loopt een directe lijn van fans van keizer Wilhelm naar de fans van Orban en Trumps liefde voor Poetin. Van bewondering voor Hitler naar Franco en Pinochet.
Trump heeft er geen idee van, voor hem is het allemaal intuitief, maar de mensen om hem heen passen in deze traditie en zijn dichter hij hun ultieme doelstelling dan ooit.
C. Vann Woodward. America’s Historian door James Cobb
Het is fascinerend om deze biografie te lezen van een van Amerika’s bekendste historici. Woodward geniet bij het grote publiek enige bekendheid (nou ja, enige) door zijn mooie, compacte boekje The Strange Career of Jim Crow. Daarin liet hij zien, begin jaren vijftig, dat de Amerikaanse apartheid, de rassenscheiding in het Zuiden, niet een maatschappelijk fenomeen was dat altijd al bestond maar bewust in elkaar was gezet met wetgeving in de jaren 1880, 1890. Het hielp dat Woodward een vloeiende pen had. Alles wat hij schreef, leest lekker weg.
Er zijn allerlei kanttekeningen bij zijn academisch werk te zetten en dat is in de loop der jaren ook gebeurd. Misschien gaat het voor veel lezers te ver om de debatten binnen de historische gemeenschap te volgen – al is het interessant om te zien hoe Woodward als zuiderling erin slaagde om de rassenscheiding op historische conferenties in elk geval aan de kaak te stellen. Dat was nog behoorlijk moeilijk met racisten zoals professor Dunning die aan Columbia University een wel heel speciale versie van de zuidelijke geschiedenis oplepelden.
Woodward schreef mooie boeken zoals The Burden of Southern History en Future of the Past. Na zijn eerste boek The Origins of the New South, ook omstreden, produceerde hij nooit grote historische werken. Gedurende dertig jaar was hij, met Hofstadter, de editor voor de gigantische Oxford History of the United States. Ik heb alle delen daarvan in de kast staan en meer dan dat, gelezen en herhaaldelijk geraadpleegd. Maar hoe moeilijk is het om zo’n serie voor elkaar te krijgen. Amerikaanse boeken hebben onder alle omstandigheden een lange productietijd, maar hier moest je auteurs jaren na het afsluiten van een contract nog achter de broek zitten.
Dit is een boek voor liefhebbers.
