President Trump zal op 11 september niet aanwezig zijn bij de 25ste herdenking van de aanval op Amerika, althans niet bij het monument op de plek waar in 2001 het World Trade Center stond. Het zat hem dwars dat hij er niet mag spreken, omdat de afspraak altijd is geweest om 9/11-herdenkingen niet te politiseren. Trump blijft Washington, waar bij de herdenking van de gelijktijdige aanval indertijd op het Pentagon die beperking niet geldt.
Wat Trump zal zeggen, of hij zich kan inhouden om niet een uur lang te ratelen over van alles en nog wat, is minder interessant dan dát hij daar staat: als Amerika’s slechtste president ooit. In Trumps wereld is alles groter, beter, sterker en met meer goud bekleed, en inderdaad zal zijn eigen plek in de Amerikaanse geschiedenis enorm belangrijk zijn, met slechtere lange termijn invloed dan vrijwel iedereen, inclusief James Buchanan die het land de Burgeroorlog in leidde.
Zonder 9/11 zou Trump niet president zijn. Natuurlijk, je weet niet wat er in een alternatieve geschiedenis was gebeurd, maar wel kun je vaststellen dat 9/11 het begin van het einde van Amerika’s leidende rol in de wereld markeert. De terreur van die dag was niet de enige factor, wel de doorslaggevende. Democratie stond al onder druk: in november 2000 had het Supreme Court het presidentschap cadeau gegeven aan de Republikein George W. Bush. In Florida moest het tellen gestopt worden op een punt dat hij 537 stemmen voorlag op de Democraat Al Gore, al had die landelijk gezien een half miljoen meer stemmen. Gore was een staatsman en legde zich erbij neer, maar het was de eerste fundamentele crisis van de Amerikaanse democratie. Twijfel ontstond, door Donald Trump in 2020 gemaximaliseerd en nu dagelijks door hem gevoed.
De high tech beurscrisis in 2000 had al voor een correctie gezorgd die het economisch optimisme van de late jaren negentig afstrafte. Wel liet president Clinton een begroting in evenwicht na, door president Bush meteen al om zeep geholpen door domme belastingverlagingen en vervolgens, door 9/11, dure onbetaalde oorlogen te voeren.
Internationaal leek Amerika op een hoogtepunt. Neoconservatieve haviken schetsen de wereld van na de Koude Oorlog als een unipolar moment: Amerika was de enige supermacht. Het was arrogante kortzichtige prietpraat, maar zij runden de Amerikaanse buitenlandse politiek met de insteek om Amerika’s macht ook te gebruiken. De uitnodiging daartoe was 9/11, een aanval die feitelijk de afkeer van Amerikaans beleid elders naar het thuisfront bracht. Je mag niet zeggen ‘Amerika kreeg wat het verdiende’, maar wie 25 jaar terugkijkt kan alleen maar vaststellen dat de reactie op 9/11, de uitnodiging om nog dieper in die afkeer te duiken, precies wat de aanvallers voor ogen hadden.
De aanloop naar 9/11 was al een voorbode van Amerika’s neergang. De adviseurs van president Clinton, die in het voorjaar van 2001 waarschuwden voor terrorisme van een ongekende aard, werden genegeerd om partijdige redenen. President Bush, niet een man van de daad, zat in augustus in op zijn ranch in Texas toen hij een rapport kreeg dat erop wees. Niemand deed iets. Het 9/11-rapport dat het Congres later presenteerde was keihard in zijn kritiek op zowat alle instanties die Amerika hadden moeten beschermen.
President Bush zette de droefheid en woede om in eenheid: zelden was Amerika eensgezinder dan na 9/11. En zelden werd die eensgezindheid sneller verkwanseld. Dat Bush het nodig vond om Afghanistan aan te pakken was te begrijpen. Dat de neoconservatieven, opgepord door de liegende vicepresident Dick Cheney, de kans schoon zagen om Amerika op het pad te zetten om de dictator van Irak, Saddam Hoessein, omver te werpen, was een ongelooflijke blunder.
Het zette Amerika op het pad van de eindeloze oorlogen in een regio waar het wel belangen had, maar niet zodanig dat dit soort activiteit nodig of zelfs maar nuttig was. 9/11 leidde tot de oorlogen in Afghanistan en Irak, beide door Amerika verloren. De kosten waren hoog, niet alleen in dollars en begrotingstekorten, maar vooral in verlies van aanzien, deels door de leugens en de incompetentie bij de uitvoering van de oorlogen. Donald Trumps onbezonnen oorlog met Iran niet meer dan een verdere fase in betrokkenheid bij het Midden Oosten, bij wat Amerikanen een ‘tar baby’ noemen: een plakkerige pop waar je, als je hem eenmaal vastpakt, niet meer loskomt. De erfenis van 9/11 werkt door tot de dag van vandaag.
Ondertussen werden de Bush-oorlogen gevoerd met het negeren van fundamentele mensenrechten en het schenden van Amerikaanse waarden. Marteling, samengevat in waterboarding en misdragingen van Amerikaanse militairen met gevangenen, om niet te spreken over eindeloze detentie in Guantanamo Bay, ondermijnden de aanspraak van Amerika op het verdediging van universele waarden. Ook hier is de lijn van 9/11 naar het heden van Donald Trump duidelijk te zien. Alles wat Amerika bewonderenswaardig maakte, is op drift geraakt.
Allemaal weten we dat het dagelijks leven door 9/11 fundamenteel is veranderd. De rijen voor de beveiliging op het vliegveld, de poortjes bij musea en andere openbare gelegenheden, de islamofobie, misbruikt door populistische volksmenners, zelfs de samenzwerings idioterie in de sociale media wereld: het is allemaal een direct gevolg van 9/11. We zagen dat de NAVO hulp bood onder artikel 5, dat een aanval op een land een aanval op allen is, een ervaring die nu naar de prullenbak is verwezen door de man die mede dankzij 9/11 opperleugenaar van Amerika is geworden.
Er is iets met goed doordachte terroristische aanslagen dat ons aan het denken zou moeten zetten. Terroristen bereiken vaak hun doel omdat degenen die ze willen treffen emotioneel, irrationeel en soms duister samenzwerend reageren op de aanval. Zoals Amerika zichzelf blijvend heeft ondermijnd door de reactie op 9/11, zo zien we Israël zichzelf kapot maken sinds 7 oktober 2023. Terreur is effectief. Waar Osama Bin Laden ook moge zijn, in zijn zeegraf of in het paradijs van martelaren, hij kan tevreden zijn. We leven allemaal in een wereld van na 9/11, een wereld hij in gang gezet heeft.