Democraten en succes, het blijft een lastig verhaal

Er is iets onaangenaam terugkerends in de zeperds die Democratische presidenten zich op de hals halen. Joe Biden is de meest recente in een lange rij.

Democraten willen de overheid inzetten om de samenleving te verbeteren. Daarvoor moeten ze serieuze wetgeving doorvoeren, geld alloceren en bereid zijn om potten te breken. Dat is van een hogere orde dan wat Republikeinen willen, namelijk lagere belastingen voor de rijken en ondernemingen en een kleinere overheid.

Helaas moet ik vaststellen dat Republikeinse presidenten er in hun eerste jaar vrijwel altijd in slagen om hun doelstellingen te bereiken, althans in de hierboven beschreven beperkte zin. Ronald Reagan, kleine Bush en de psycho in Mar a Largo wisten allemaal belastingverlaging erdoor te jassen en zo de overheid in een dwangbuis te persen die langer meeging dan hun termijnen. De oude Bush is de enige die niet in dit patroon past. Hij had geen wetgeving, geen ideeën en dus ook geen nederlaag. Die kwam pas toen hij gedwongen was belastingen te verhogen, terwijl hij zich had laten vastpinnen op verlagen.

Terug naar de Democraten. Jimmy Carter had een stortvloed aan plannen. Te veel en het congres, toen stevig in Democratische handen, schoot ze een voor een af. Les: het is beter je te concentreren op één groot stuk wetgeving. Democraten zijn slecht in het leren van lessen (vraag maar aan Hillary) en dus is het ook later weer misgegaan.

Bill Clinton werd door de Republikeinen en de FED van Alan Greenspan gedwongen eerst de economie aan te pakken (belastingen verhogen) voordat hij zijn health care geconcentreerd kon voorstellen. Met alle gekruk van Hillary was het toen al te laat. De kans om direct iets groots te doen ging verloren. Clintoncare kwam er nooit.

Clinton verloor de meerderheden in het congres in 1994 en beperkte zich daarna tot kleinere wetgeving die er wel door kon, en neoliberale naäperij die de Republikeinen graag steunden.

Barack Obama was succesvoller. Nou ja, een beetje. Hij kreeg zijn Obamacare erdoor, op het nippertje. Daarna was het ook over en uit. Dat wil zeggen, hij moest zich beperken tot kleine wetgeving en belangrijke benoemingen.

En nu Joe Biden. Zeker, hij heeft als 2.000 miljard aan steun erdoor gekregen en de infrastructuur. Maar beide waren relatief onomstreden. De Republikeinen waren ook voor infrastructuur. De tegenstemmers waren alleen tegen omdat de psycho het eiste en omdat ze nou eenmaal tegen alles zijn wat een Democraat voorstelt.

Maar Build Back Better ging onderuit. Ik heb al eerder gezegd dat Biden gewoon het klimaatdeel eruit had moeten halen. Dat is een onderdeel waar op een zeker moment iedereen aan moet geloven, ook Trumpies. Dwind ze er maar toe als er genoeg overstromingen, tornado’s en Texaanse koudegolven zijn geweest om ook de Republikeinse geesten rijp te maken voor klimaat.

Nu werd het de doodsteek voor belangrijke sociale wetgeving. Ik ben ook niet treurig dat de honderden miljarden die rijken via deze wet terug zouden krijgen op staatsniveau nu is gesneuveld. Het was eigenlijk wel een behoorlijk slechte wet.

Ik weet niet helemaal zeker wat voor lessen we moeten trekken. Meer kleine wetgeving die structurele veranderingen brengt, denk ik. Sprokkelen. En vooral: je zaak verkopen. Daar was Reagan goed in. Als hij dacht dat het congres dwars zou liggen, ging hij gewoon naar het volk. Obama en Biden stelden wat dat betreft teleur.

Ik lees een mooie bundeling essays van Rachel Greenwald Smith getiteld On Compromise. En daar gaat het over. De essentie van een compromis is dat het een minder dan ideale uitkomst is. En dat het een uitkomst is. Als je, zoals vaak in Nederland, al meteen je compromis op tafel legt of water in de wijn doet, valt er niets meer te winnen. Je moet je idealen scherp formuleren, onderhandelingen ingaan alsof je geen milimeter wil toegeven en dan zien wat eruit komt. Zoals diezelfde Reagan altijd zei: als je een half brood wil moet je om een heel brood vragen.

Aan de andere kant, als je niet op tijd je compromis weet te sluiten, zoals de vermeend progressieve Democraten nu is overkomen (nou ja, dat klinkt te passief), dan komt er niets tot stand. Ik vind het moeilijk voor te stellen dat president Manchin niet over de streep te halen was voor 1.500 miljard of iets dergelijks. En zonder de belastingverlagingen zodat hij minder argumenten had tegen de kosten.

Biden en de progressieve Democraten hebben zich slechte onderhandelaars getoond, simpelweg omdat ze met lege handen blijven staan terwijl ze toch aardig wat troeven in handen hadden.

Een teleurstelling, maar helaas, gezien het verleden, een voorspelbare teleurstelling. Vandaar dat de Republikeinen van anti-democraat McConnell rustig konden wachten tot het bouwwerk door de Democraten zelf in brand werd gestoken. En Biden maar fiddelen.

Bidens grote plan de nek omgedraaid

Senator Manchin van West Virginia, nominaal een Democraat, heeft het Build Back Better plan van Joe Biden de nek omgedraaid. Een half jaar heeft hij het Witte Huis aan het lijntje gehouden, suggererend dat hij openstond voor onderhandeling. Of het Witte Huis hem totaal verkeerd gelezen heeft, of dat Manchin een sneeky doubletalking SOB is, is een open vraag. Het een sluit het ander niet uit.

Of het plan nu dood is, is geen vraag. Dat is het. De Republikeinen hebben er niets voor hoeven te doen.

Joe Biden, de ervaren onderhandelaar, de man die met zijn achtergrond het wel voor elkaar zou krijgen, staat in zijn hemd. Amerika staat in de kou.

Wat nu, nadat het wederzijds gescheld voorbij is? Onderdelen van het plan erdoor jassen als invidivuele wetsontwerpen. De Green Deal zal het poortje van de door kolenindustrie betaalde Manchin niet passeren. Misschien andere onderdelen wel.

De kans dat er nu federale wetgeving komt om de rechten van kiezers te beschermen is ook minimaal geworden. Het vergt een doorbreken van de filibuster regels. Vast ook iets waar Manchin bij zijn kiezers niet hoeft aan te komen.

Waar laat het Joe Bidens toch was sukkelende presidentschap? In de sloot, zou ik zeggen. Aan hem om er weer uit te komen, zoniet dan wordt november 2022 een bloedbad, ondanks de stupiditeit en antidemocratische instellingen en praktijken van de Republikeinen.

Ruim een jaar na 3 november, toen de kiezers een einde maakten aan het desastreuze presidentschap van Trump, worden we geconfronteerd met een mislukte president. Het komt allemaal bij alle andere ellende waar Amerika mee te maken heeft.

Was 2021 al een rampjaar voor Amerikaanse democratie, er is geen reden voor optimisme in het komende jaar.

Hoe Bidens rollator de sloot in werd geduwd

Joe Biden is erin geslaagd een diepterecord te vestigen wat populariteitscijfers betreft. Weinig of geen presidenten zagen zichzelf zo snel afbladderen in de publieke opinie.

Toch joeg hij een stimulans van 1,9 miljard door het congres, en kon hij eindelijk, na jaren eikelen en Republikeinse wanprestatie, een infrastructuur programma over de streep halen. Daartegenover staan zeperds als de chaotische aftocht uit Afghanistan en de soap van Build Back Better, nu vooruitgeschoven naar 2022. En ja, Biden oogt breekbaar en bejaard, want hij is breekbaar en bejaard.

Er stond een treffende anecdote in de Washington Post. Senator Joe Manchin, de dwarsligger die op zijn eentje het hele Democratische programma frustreert en de weg plaveit voor een Republikeinse comeback, liep de lift binnen waar het vermeende geweten van de Republikeinen, Mitt Romney al stond. ‘Hallo president Manchin’, zei Romney.

Het is niet enkel dat één senator Bidens rollator de sloot in rijdt. In zekere zin is de verrassende meerderheid die de Democraten in januari kregen toen ze Georgia wonnen (na de teleurstellende resultaten in november 2020) hun probleem geworden. Had super anti-democraat (want hij weet beter) Mitch McConnell de meerderheid in de senaat gehad, dan had je tenminste hem kunnen verwijten dat alles vast zat. Nu krijgen de Democraten het op hun brood.

Is dat voldoende verklaring voor Bidens lage cijfers? Ik denk het niet. De meeste Amerikanen zijn niet bezig met wetgevende programma’s. Ze kijken naar de dagelijkse economie en horen en zien inflatie (vooral hogere benzineprijzen) en geloven dat het slechter gaat dan onder de psychopaat uit Florida, ook al is dat niet zo.

Ze krijgen ook een gestadig dieet voorgeschoteld van ‘het land gaat naar de kloten’ retoriek van de Trumpies en, ernstiger, van de would be Trumpies die enkel uit zijn op macht (dat denk ik althans, ik zie geen diepere waardes of idealen bij Cruz, Hawley, Rubio, noch bij de zogenaamd weldenkende Republikeinen die braaf hun mond houden).

Trump is erin geslaagd een jaloersmakende greep op zijn partij te houden, ondanks zijn verlies. Knap werk. Geen loser voor hem lukte dat, sterker, ik kan geen president of oud president bedenken die zijn partij meer in zijn zak had. Een sleutel tot verklaring daarvan is dat Trump iets biedt dat andere politici niet hebben: je kunt lid worden van een club. Je kunt je deelgenoot voelen van een Stop the Steal beweging. Je hoort ergens bij. Je leven heeft weer zin. Ik overdrijf maar een klein beetje.

Biden is een goner. Ik heb al eerder geschreven dat hij er goed aan zou doen zich maar voor één termijn beschikbaar te stellen – een zelfde verhaal hield deze week de conservatieve columnist van the New York Times (nee, hij had mijn blog niet gelezen). In die zin maken die lage peilingen niets uit. Ze kunnen volgend jaar weer anders zijn. Er zal vast wel weer een nostalgie komen naar iemand die fatsoen uitstraalt, maar nu even niet.

We sluiten een historisch jaar af, een jaar waarin Amerika de draai maakte die zijn definitieve ondergang als serieuze democratie, als leidende natie in de wereld, markeerde. Daarover later. Biden heeft daaraan niets kunnen veranderen. Misschien was dat ook te veel gevraagd. Misschien zijn presidenten gedoemd niet aan de verwachtingen te voldoen. Niemand sinds FDR (en klein Bush voor de verkeerde redenen) slaagde erin in zijn eerste twee jaar zo succesvol te zijn dat hij de tussentijdse verkiezingen kon winnen.

Zo gezien was Bidens lot voorbestemd. Maar toch, dat Manchin en Sinnema de enige partij in Amerika die staat voor democratie en een eerlijke samenleving kunnen gijzelen was niet voorbestemd. Biden dacht hen mee te kunnen nemen, dat is niet gelukt. Daarom is hij grotendeels mislukt.

Wanneer hebben we genoeg van ‘beetje dom’?

Het laatste corona schandaal veroorzaakt door onze krukkige koning verbaast me niet. Het past in een patroon.

Maar dat is precies ook wat het zo schrijnend en zo onaanvaardbaar maakt. Denkt u nu werkelijk dat Pa koning een klein verkeerd inschattingsfoutje heeft gemaakt toen hij 21 (volgens de wakkere krant zo’n honderd) gasten op het feestje van zijn dochter had?

Ik geloof er werkelijk niets van. Hij is een provocateur, of gewoon iemand die denkt dat hij ermee weg kan komen. Dat de regels er voor hem niet toe doen. Zoals ik eerder schreef is het kenmerk van populisten dat ze er vooral op uitzijn om te stangen. Zou dit ook voor onze koning gelden? Gewoon een big in your face, oftewel een opgestoken vinger, naar de wereld?

Wat betreft dat arme kind dat als achttienjarige wordt opgezadeld met een erfenis van heb ik jou daar: je hoefde geen republikein te zijn om de flauwekul rond Amalia de afgelopen weken te negeren als nutteloze poppenkast. Het koningshuis zou Nederland verbinden, zoals voetbal en Max Verstappen dat doen. Ook daar geloof ik niets van.

De poverheid van onze band als Nederlanders wordt pas duidelijk als je de waarde van die banden tegen het licht houdt. Amerika heeft veel problemen maar tenminste iets dat hen werkelijk bindt: de grondwet. Die valt of staat niet met een leugenachtige monarch of een sporter met een snelle auto. Wie praat nog over banden als parlementariërs vier miljoen Nederlanders die hem niet aanstaan het land uit wil gooien? Als Wilders weer ongeneerd over vreemdelingen in de straat tekeer gaat?

We zijn een sullig landje, koploper op veel verkeerde terreinen, waaronder het telkenmale accepteren van een koning die ‘beetje dom’ roept en rustig overgaat tot de volgende schoffering van burgerfatsoen.

Nederland moet de Spelen boycotten.

Het diplomatiek boycotten van de Olympische Spelen in Beijing door de VS, nu ook gesteund door het Verenigd Koninkrijk en Australië, mag lijken op een gebaar. Een leeg gebaar misschien. Maar het werkt.

Het betekent namelijk dat landen die niet diplomatiek boycotten China onvoorwaardelijk steunen. Zo zal het in elk geval door China worden voorgesteld. Praat jezelf daar maar weer eens uit.

Nederland kan niet aan de kant blijven staan. De koning Pils niet naar Bejing gaat om niet in de beschamende gezellige afdronk terecht te komen waarin hij in Sochi met Poetin kwam, is enkel een stapje om domheid bij voorbaat te voorkomen. Heis niet voldoende.

Er is geen ontkomen aan. Nederland, altijd voorop lopend, in praatjes in elk geval, als het gaat om morele zaken, moet de spelen ook diplomatiek boycotten.

Ja, het zou mooi zijn als dat in collectief verband zou kunnen, als Europa, maar mocht dat niet mogelijk zijn, dan moeten we gewoon op eigen houtje dat doen.

De ik-ben-onmisbaar ziekte

Als Mark Rutte opnieuw minister-president wordt, breekt hij ergens na de zomer van 2022 het lengterecord dat Ruud Lubbers vestigde. Proficiat. Geniet er van, want de harde werkelijkheid zal zich snel aandienen en die is dat politici in posities van macht bijna altijd langer blijven dan verstandig was. Het blijkt moeilijk op tijd de deur achter je dicht te trekken. Hoe langer iemand aan de top bivakkeert, hoe groter zijn eigendunk, het idee dat niemand anders zijn functie kan vervullen. Hij, of zij, is onmisbaar. Of kan het ambt niet missen want heeft niets anders in zijn leven. Het eindigt meestal in tranen.

Dat was het geval voor Ruud Lubbers die ruzie maakte met zijn beoogde opvolger, die voor de voeten liep en desavoueerde. Lubbers’ partij, het CDA, verloor de verkiezingen van 1994 en daarna ook de kabinetsformatie. Paars zette het CDA buitenspel. Lubbers’ illustere voorganger als premier, Charles Ruijs de Beerenbrouck, tot 1993 recordhouder, ging in 1933 na bijna elf jaar regeren ook ten onder aan langdurigheid. Ruijs kon niet omgaan met de economische crisis maar wilde van geen wijken weten. Lubbers’ latere opvolger, Balkenende, wist evenmin op tijd terug te treden. Na weer een kabinet te veel, leverde Balkenendes CDA in 2010 bijna de helft van zijn zetels in.

Ontegenzeggelijk bleef Joop den Uyl lang over zijn houdbaarheidsdatum de PvdA leiden, hopend op een nieuwe kans als premier. Hij versleet een flink aantal ‘kroonprinsen’ die, na jaren wachten, het voor gezien hielden. Dit is overigens een bijverschijnsel van het ‘ik-ben-onmisbaar’-syndroom: capabele, potentiële opvolgers vertrekken. In Den Uyls geval mensen als Marcel van Dam, Jos van Kemenade en Ed van Thijn. Rutte versleet Klaas Dijkhoff en Edith Schippers. 

De onmisbaarheidsziekte is geen Nederlands fenomeen. Formidabel politica als zij was, bleek Margaret Thatcher niet in staat de politieke storm te lezen die haar in 1990 tot aftreden dwong. Tony Blair bleef te lang om zijn beoogde opvolger, minister van Financiën Gordon Brown, gelegenheid te geven de Labour Party te redden van Blairs desastreuze omarming van George W. Bush en de oorlog in Irak. Verder terug kunnen we vaststellen dat Winston Churchill toen hij in 1951 opnieuw premier werd daarvoor niet meer de capaciteiten had.

In de Verenigde Staten weten ze er ook weg mee. De in vele opzichten bewonderenswaardige Franklin Roosevelt was in 1944, toen hij voor de vierde keer het presidentschap won, zo ziek dat hij en zijn omgeving wisten dat hij zijn termijn niet kon uitdienen. Maar uit eigen beweging terugtreden was er niet bij. Sindsdien moeten presidenten na acht jaar vertrekken. Amerikaanse kiezers worden vaak opgescheept met bejaarde politici die eindeloos aanwezig bleven tot ze een kans kregen. Bob Dole, John McCain en Hillary Clinton bleken desastreus voor hun partij. Biden schuifelt nog steeds rond, eindelijk waar hij altijd had willen zijn.

Oudere politici, gepokt en gemazeld in de cultuur van hun land, ervaren in het tegemoet treden van nieuwe uitdagingen, hebben altijd een voorsprong op mogelijke opvolgers. Zelfs als hun beleid minder dan glorieus was, soms zelfs belabberd, bieden ze een vertrouwd gezicht, een vaste hand, een fantasieloze voortzetting. De kans dat iemand na tien jaar aan de macht ‘nieuw leiderschap’ kan bieden is gering, maar kiezers zijn blijkbaar bereid om mee te gaan in deze illusie.

Dat brengt ons terug bij Mark Rutte. Hij past in het patroon van succesvolle, althans langjarige Nederlandse premiers. Het gaat daarbij niet om inspirerende aanvoerders of mensen met een aansprekende visie – voor Rutte is visie een vies woord. Nee, het zijn sprokkelaars en masseerders. Sprokkelaars van meerderheden in een gefragmenteerd politieke klimaat en masseerders die de partijen en personen waarmee ze een regering vormen binnen boord houden. Ruijs en Lubbers waren daar goed in. Een meer bescheiden premier, Piet de Jong, gaf tussen 1967 en 1971 een masterclass in deze vaardigheden. Waarna hij vertrok.

Mark Rutte is een Man ohne Eigenschaften. Dat is zijn kracht en dat is zijn zwakte. Maar vooral is hij een sluwe politicus die de omstandigheden naar zijn hand weet te zetten. Hij torpedeerde in 2010 een mogelijk kabinet met de PvdA om niet in een potentieel zwakke positie te komen en compromitteerde zichzelf vervolgens door met de PVV in zee te gaan. Hij ontliep daarvoor de rekening, met dank aan andere partijen die hem in het lenteakkoord redden. In 2017 wist Rutte zich moeiteloos los te maken van vier jaar regeren met de PvdA en ontdook elke discussie over de toeslagenaffaire in de campagne van 2021.

We zagen hem een motie van wantrouwen overleven toen D66 opnieuw een buitenkans miste om Rutte kwijt te raken. Ze durfden niet, en Rutte heeft de overlevingskaart die hem werd aangereikt opnieuw bekwaam uitgespeeld. Hij zette slim PvdA en Groen Links opzij om het kabinet van zijn voorkeur te krijgen. Petje af, knap werk.

Als hij straks op het bordes staat met zijn nieuwe kabinet, dat volgens Ruttes clichématige praat ‘élan’ uit moet stralen, dan kan hij tevreden zijn over zijn manipulatieve vaardigheden. Jazeker, hij gaat dat record breken. Nogmaals: oprechte felicitaties. Voor een overwegend positief oordeel over zijn premierschap zou het echter beter geweest zijn als Rutte inderdaad een paar jaar geleden naar Europa was verkast. Voor de hygiëne in de Nederlandse politiek ook. Maar ja, wie moet anders de kar trekken? Toch?

Wonen in New York anno 1910

Iets heel anders. De Washington Post heeft vanochtend een mooi verhaal met beeld over de manier waarop immigranten en andere arme mensen rond 1910 in New York woonde. Locatie is het onvolprezen Tenement Museum waardoor u een rondleiding krijgt.

Klik hier.

En twee gerelateerde verhalen over Jacob Riis die met zijn How the Other Half Lives rond 1900 weldenkend en welvarend Amerika wakker schudde.

Hier voor een foto tentoonstelling van Riis.

Hier voor een artikel over Riis zelf.

Gewoon zin om te stangen is een betere verklaring voor populisme

Janah Ganesh, een van de betere columnisten van de Financial Times, schreef vanochtend een overpeinzing bij de dood van Robert Dole. Of meer misschien, een overpeinzing over wat de Republikeinse Partij te betekenen heeft.

Het gaat over de familie van de afgevaardigde die een kerstkaart maakte waarop zes leden van de familie staan te wapperen met semi automatische wapens. De reacties waren voorspelbaar, van schouderophalen tot dat het niet gepast was zo’n kaart te sturen na de moord op scholieren vorige week. Dat laatste argument begrijp ik nog minder dan het schouderophalen. Was het dan wel gepast als er in Michigan niet geschoten was? Het is al net zo onzinnig als dat geneuzel over ‘zinloos geweld’. Was er ooit zinvol geweld?

Schouderophalen, suggereert Ganesh, ligt meer voor de hand als voorspelbare reactie, niet als gerechtvaardigde reactie. Want het is een provocatie, niet meer en niet minder. Tegelijkertijd is het een adequaat beeld van de Amerikaanse politiek aan de rechterzijde: fuck you, liberals. We doen waar we zin in hebben, liefst zo provocerend mogelijk.

Het leidt tot zijn vaststelling dat de twee verklaringen die voor populisme van de Republikeinse soort zijn gegeven, namelijk een economische, boosheid over verloren welvaart, en een ideologische aan de linkerzijde, niet deugen. Ik vind zijn argumentatie hier wat minder sterk, maar hij zet wel aan het denken.

Veel van wat de Republikeinen bieden is inderdaad gewoon in your face provocatie. Dat geldt vooral voor dit soort malloten en andere afgevaardigden die met wapens het congresgebouw in willen, moslim collega’s verdacht maken, of moordvideo’s publiceren over een collega. Ze worden niet gestraft.

Donald Trump heeft gelijksoortige strapatsen vertoond en ook dat werd met de mantel toegedekt door die fluim van Kevin McCarthy, de leider van de Republikeine in het Huis. De uitingen van racisme, door Trump en anderen, verwoorden een diepe onderstroom en, inderdaad, het is nu gelegitimeerd om te roepen wat je denkt of vindt. Vorige week bleek de psycho corona geïnfecteerd voor het debat met Biden. Hij meldde het niet, hoefde ook niet want het was een ‘honor system’. Denk daarover na, en je weet alles wat je over deze moet weten.

Zijn familie zat in die debatzaal zonder mondkapje, hoewel dat tevoren gevraagd was van iedereen. Ook dit was een voorbeeld. Gewoon bull shitten, kijken wat het lijden kan, je vijanden over de rode jagen. Leuk spelletje en het mag blijkbaar.

Ganesh neemt een enorme sprong en stelt dat mensen als Bob Dole omdat ze een vernietigende oorlog van nabij hadden gezien, nooit beneden een minimiem van beschaving zouden zakken (al had Dole met zijn 1976 debat opmerking dat alle oorlogen in de twintigste eeuw Democratische oorlogen waren wel het randje opgezocht). Een oorlog is mischien nodig om de bullshitters weer in hun hok te jagen, zegt Ganesh voorzichtig.

Het gaat veel verder dan deze afgevaardigden. De Republikeinse Partij doet niet anders dan provoceren. Trump was een provocatie. Maar Mitch McConnell deed het ook met zijn twee Supreme Court nominaties onder dubieuze zoal niet ondemocratische omstandigheden. Steeds weer het leningenplafond blokkeren als Democraten regeren. Benoemingen van Biden tegenhouden. Het heeft allemaal inhoudelijk geen betekenis (wat niet wil zeggen dat het niets oplevert, kijk naar het idioot conservatieve Supreme Court dat zich pas nu lijkt te realiseren hoezeer hun geloofwaardigheid is afgezakt).

Maar of het nu iets oplevert of niet, het is leuk om de oppositie te stangen. Dat is het niveau waarop de Amerikaanse politiek zich afspeelt. Daarom is de foto van de zwaarbewapende familie niet zomaar een bullshit provocatie. Het is, helaas, een krachtig symbool van de interne destructie waaraan de Amerikaanse samenleving blootstaat.

Ganesh krijgt misschien de oorlog die nodig is. Ik ben niet van het waarschuwen voor een nieuwe burgeroorlog. Die komt er niet, althans niet in de vorm waarin we bedoelen als we terug verwijzen naar 1861. Wel voorzie ik een gewelddadige oprisping in de VS, ernstiger dan in de jaren zestig en, verwacht ik, ook met langere termijn consequenties. De familie met de automatische geweren is er helemaal klaar voor.

Blufpoker aan de grens van Oekraïne

Alle geschrijf over de nieuwe koude oorlog met China (prima, die diplomatieke boycot van de OS) miskent dat de echte opwarmende oorlog plaats heeft aan de oostgrens van Europa. Poetin voert de druk op aan de grens met Oekraïne, de vraag is waarom precies.

Het kan zijn dat het de manier was om een gesprek te krijgen met Biden. Dan heeft hij nu al succes gehad. Het kan zijn dat hij gewoon iedereen zenuwachtig wil maken, ervan overtuigen dat Rusland er toe doet. Poetin houdt van blufpoker. Ook dan heeft nu al succes.

Het kan ook zijn dat hij echt Oekraïne wil binnenvallen en het land terugbrengen in het grote Russische verband en zijn soldaten de grens over zal sturen. Het lijkt me de minst waarschijnlijke optie. Dat is geen blufpoker maar een zelfmoordmissie. Biden zal dan moeten reageren, never mind wat de Europese landen willen.

Poetins eis dat Oekraïne zegt of duidelijk maakt dat het zich niet bij de NAVO aan zal sluiten trapt een open deur in. Afgezien van de eigen beslissingsbevoegdheid van Kiev, die er hier niet toe doet, wil echt niemand bij de NAVO het land erbij hebben. Het was al fout om zo ver uit te breiden naar het oosten, dat gaan de NAVO landen niet kwadrateren door Oekraïne erbij te halen. Zijn Nederlandse/Duitse/Franse jongens bereid om daar in het oosten van Europa hun leven in de waagschaal te stellen? Die vraag kon je ook al eerder stellen voor de drie Baltische staten bijvoorbeeld, maar dat doen we liever niet.

Poetins punt dat het stationeren van westerse troepen en/of wapens op grondgebied van Oekraïne op hetzelfde neerkomt, is niet onterecht, maar niet erg relevant.

Aan de andere kant heeft Poetin ervaren dat het aanvallen van Georgië straffeloos kon plaatsvinden. Alleen de oude havik John McCain vond dat een westerse interventie waard. Ook het overnemen van de Krim ging moeiteloos. Maar ik denk niet dat Poetin daardoor overmoedig is geworden.

Biden heeft al laten doorschemeren dat hij een invasie niet zal tolereren. Dat is een red line die duidelijker is dan die van Obama in Syrië en met zijn ervaring van toen, zal Biden die lijnen niet laten overschrijden. het zal dus blijven, schat ik zo, bij een gewapende niet vrede op die oostgrens van Oekraïne.

Biden praat met Poetin, geeft niet de winkel weg zoals Trump deed, en we gaan gewoon verder. Geen paniek.

Hamilton durft zich tenminste uit te spreken

Ik geef toe, het is onbelangrijk. Sport. Sport met snelle auto’s. Wie de beste auto heeft, heeft een flinke voorsprong.

Het schijnt dat half Nederland (ik onderschat het waarschijnlijk) graag wil dat Verstappen wereldkampioen wordt. Waar een klein land groot in kan zijn.

Ik misgun Verstappen en dat halve Nederland die prijs niet, maar ik hoop toch dat Hamilton wint. Ik zal u zeggen waarom.

Hamilton had de kloten om zich uit te spreken over de toestand in Saoedi Arabië. Hij moet er nu eenmaal rijden omdat het Formule 1 circus daar is neergestreken. Maar als hij er dan is, houdt hij zijn mond niet.

Hij sprak over de rechten van vrouwen, politieke gevangenen. Hij draagt een regenboog helm. Hij weet dat hij en het F1 circus onderdeel zijn van de poging van het moordenaarsregime in Saoedi Arabië om zich schoon te wassen, om te proberen te laten vergeten dat die kroonprins een brute moordenaar is, zijn regime onderdrukkend en mensen in het gevang houdend.

Bravo als je je daartegen durft uit te spreken als het lot je een plek heeft toebedeeld waar dat iets uitmaakt. Ik heb Verstappen niet gehoord, al begreep dat onder andere Amnesty contact met hem had gezocht. Misschien het ik iets gemist van onze nationale held, dan hoor ik het graag.

Tot dan: hup Hamilton.