Nederlandse hypocresie weer in volle glorie naar Qatar.

Wie gedacht had dat Nederland of Nederlanders of hun staatshoofd een gebaar zouden maken over de corrupte WK in Qatar was naïef. Als het om voetbal gaat en sport in het algemeen hebben we een track record van hypocrisie.

Weet u nog, Argentinië 1978? We hadden geen enkele moeite gehad om de wereldbeker uit handen te ontvangen van Jorge Videla, de bloeddorstige dictator van Argentinië. Als Rensenbrink niet de paal had geraakt, dan hadden we daar gestaan. Nou ja, we stonden er al. Erheen gaan omdat je dan wat kunt laten zien of horen, we horen het nu ook weer. Een paar Nederlanders gingen naar de moeders die op de Plaza van Buenos Aires demonstreerden omdat hun kinderen verdwenen, lees vermoord, waren. Een stevig gebaar! Pas in 1982 toen de opvolger van Videla, Leopoldo Galtieri, in Poetin stijl, een serieuze fout maakte door de Falklands aan te vallen, kwam het regime ten val. Nederland had er niets aan bijgedragen.

Jaren later was het land te klein toen Willem Alexander (let op, hij komt nog terug) een Argentijnse wilde trouwen wiens vader in datzelfde Videla regime minister was geweest. Het geblaat was niet van de lucht en papa mocht niet op de bruiloft komen. Maar goed dat we die finale in 1978 verloren anders was onze zogenaamde principiële opstelling nog doorzichtiger hypocriet geweest.

In 2014 maakte Poetin goede sier met de duurste Olympische winterspelen ooit in Sotchi. We vonden het allemaal best, al was duidelijk dat Poetin een autoritaire keer had genomen. Willem Alexander dronk gezellig een pilsje met de dictator. We wonnen vast weer veel medailles met rondjes draaien in een stadion. Later dat jaar pikte Poetin de Krim in, de eerste fase van de oorlog tegen Oekraïne. 

De WK in Rusland gingen in 2018 aan onze neus voorbij, zodat we weer wat meer geluiden hoorden over de ongepastheid van de corrupte toewijzing aan Rusland (samen met Qatar). Maar het feest ging gewoon door, ik kan me niet herinneren dat iemand Rusland aan de schandpaal nagelde.

En nu, na jaren van informatie over de moorddadige manier waarop stadions zijn gebouwd die nergens voor dienen in een niet voetballende woestijnstaat, moeten we opnieuw te rade over onze principiële stellingname. Het loopt geheel voorspelbaar af.

Onze voetballers gaan weer zorgen voor oranje straten en, zoals altijd, volstrekt ongerechtvaardigd optimisme over onze kwaliteiten. Nee, even niet over mensenrechten. Sport en politiek moet je gescheiden houden.

Het kabinet stuurt, geheel volgens verwachting, een afvaardiging om op die met bloed doordrenkte tribunes onze jongens aan te moedigen. Je moet blijven praten, zegt onze geheugengestoorde premier, dan komt het vanzelf goed met die mensenrechten. China, volgende halte, denkt hij meteen. We applaudiseren niet voor de tribunes maar voor de voetballers, hoorde ik. Ze hebben gas en de winter wordt koud.

De Tweede Kamer is ertegen maar reken er maar niet op dat D66, de belangrijkste factor hierin, zijn poot stijf houdt. De Christen Unie wel, die steekt zijn nek uit. Je kunt niet roepen ‘de spelen moeten doorgaan’, zei Gert Jan Segers, verwijzend naar de infame woorden waarmee indertijd Avery Bundage de Olympische Spelen in München in 1972 door liet gaan na de moord op de Israëlische atleten. 

Het schijnt dat Willem Alexander ook weer van de partij wil zijn. Die is altijd in voor een feestje onder minder geslaagde omstandigheden – corona vakantie als je niet mag reizen, ik noem maar iets. Het wachten is op een foto waarop de koning een glas vruchtensap zal heffen met enige gerokte vertegenwoordigers van moordenaarregimes die toevallig het gas en de olie hebben die we nodig hebben.

Ik verbaas me er niet over. Maar doe niet net of sport niets met politiek heeft te maken, de FIFA niet corrupt is en onze koning ons vertegenwoordigt.

De verkiezingen die de democratie ondermijnen

Vergeet de voorspellingen, niemand weet het. Laten we eens kijken wat de gevolgen zijn, of kunnen zijn. Laat ik helder zijn: dit gaan niet de verkiezingen worden waarin de Republikeinen worden afgerekend op hun lafheid, hun gebrek aan lef om Trump te veroordelen (te impeachen) voor 6 januari. Als senaatsleider Mitch McConnell zijn nek had uitgestoken en zijn collega senatoren opdracht had gegeven om voor impeachment te stemmen dan was Trump voorgoed uit de Amerikaanse politiek verdwenen. Nu waren maar zeven Republikeinen bereid de verantwoordelijkheid te nemen. McConnell vluchtte achter het excuus dat Trump inmiddels al geen president meer was. Hij zit nu met een partij die door Trump gemanipuleerd wordt, maar vanuit machtsoogpunt had McConnell het goed: er is gerede kans dat hij weer meerderheidsleider wordt.

Het grootste kwaad is dat als gevolg van deze lafheid de Big Lie Amerika heeft veroverd, zoals was te voorzien en ik op 18 januari 2021 in de Standaard schreef, of beter gezegd, Trump heeft zowat de helft van de Republikeinen ervan overtuigd dat de verkiezingen die hij verloor door hem zijn gewonnen. En passant heeft hij het electorale systeem gecorrumpeerd en in allerlei staten zijn mensen kandidaat die dat systeem zodanig willen omvormen dat zij nooit kunnen verliezen. Zoals altijd is het de rücksichtlosheid van Republikeinen om macht te verwerven die imponeert. Daar kunnen Democraten een puntje aan zuigen.

De 6 januari commissie heeft duidelijk gemaakt dat de Big Lie een product is van de liegende, immorele Trump zelf. Hij had al maanden tevoren aangekondigd dat hij alleen kon verliezen als er fraude was (sterker, hij had dat in 2016 al gezegd) en zo de geesten rijpgemaakt voor een daadwerkelijk ontkennen van de uitslag. Wie het patroon vanaf 5 november 2020 overziet, ziet een gedreven, bewuste poging de grondwet te schenden.

De commissie heeft ook laten zien dat Trump heel goed wist dat hij de verkiezingen verloren had. Hij vertelde het verscheidene van zijn acolieten en liet het tussen neus en lippen horen. Pas toen hij doorhad dat zijn eigen leugens mogelijk tractie konden hebben, ging hij vol op het orgel van de leugen. Meer dan de helft van de kandidaten voor Huis- en Senaatsverkiezingen van de Republikeinen meent dat Biden niet legitiem president is. Ik ben niet verbaasd over deze psychopaat, maar vooral over de mate waarin mensen die beter wisten erin meegingen.

De bedreiging voor de Amerikaanse democratie is evident. De Republikeinen hebben deze ontwikkeling toegestaan, in veel gevallen toegejuicht, zoals ze Trumps birther nonsens over Obama accepteerden. Verderfelijke types als Ted Cruz, Lyndsey Graham, Josh Hawley, Marco Rubio en zo nog wat van die lui die in 2016 zagen wat Trump meebracht en hem veroordeelden, lopen keurig in de pas. Toen het van pas kwam draaiden ze om als een blad aan de boom en kusten Trumps voeten, ook na 6 januari. Allemaal weten ze beter, allemaal zijn ze uit op macht.

De grootste ramp van deze mid terms is dat deze corruptie van de democratie wordt genegeerd. De Republikeinen krijgen geen rekening gepresenteerd voor Trump, noch voor de Big Lie en hun uitverkoop van waarden. Als kiezers politici niet afrekenen op hun wangedrag, kun je inderdaad weinig vertrouwen meer hebben in democratie als systeem dat een rechtsstaat in stand houdt. En dat is precies het probleem: als de Republikeinen corrupt macht verwerven dan gaan de Democraten ook twijfelen.

#

Het lijkt moeilijk voor te stellen dat het Huis Democratisch blijft, de enige vraag is hoe groot de afstand wordt. Een Republikeinse meederheid betekent dat Kevin McCarthy, een politicus van het allerlaagste soort, een man zonder normen en zonder karakter, de Speaker wordt. En, tussen haakjes, ook de tweede persoon in de opvolging als er iets met Biden gebeurt (na Harris).

Het is goed u te herinneren dat McCarthy op 6 januari ‘s avonds zei dat Trump verantwoordelijk gehouden moest worden gehouden voor de aanval op het Capitool. Een week later was hij in Florida om bij de staatsgreeppleger zijn loyaliteit te betonen. Hij deed zijn best om de 6 januari commissie te torpederen. Dit is ook de McCarthy die zich in 2015 liet ontvallen dat de Benghazi hearings (over de aanval op een Amerikaanse consulaat in Libië) enkel bedoeld waren om Hillary Clinton, verantwoordelijk minister van Buitenlandse Zaken, schade toe te brengen.

Wat kunnen we verwachten? Om te beginnen dat McCarthy nog niet zo gemakkelijk als Speaker gekozen kan worden omdat een deel van de extreem rechtse afgevaardigden hem haat. Mijn inschatting is dat ze toch in de pas zullen lopen. En laten we wel wezen, zijn liegende en bedriegende onderknuppels, waaronder de ooit veelbelovende Elise Stefanik, zijn niet veel beter. En als Jim Jordan ook maar ergens in de buurt komt, krijg ik de creeps.

Vervolgens zal de 6 januari commissie worden opgedoekt, wat gelukkig niet zal verhinderen dat hun rapport nog dit jaar uitkomt. De volgende stap is het opzetten van hoorzittingen over Hunter Biden. Ik heb niets met Hunter Biden, ik denk dat hij inderdaad een klaploper is op zijn vaders bekendheid. Maar laten zien dat dit het geval was, zes, zeven jaar geleden, heeft weinig zin. Laat strafvervolging volgen als het nodig is, de rest is tijdverspilling.

Er komen vast ook andere hoorzittingen, onder andere over corona beleid, al moeten de Republikeinen daarmee oppassen vanwege Trumps incompetentie op dat terrein. Belangrijker is dat een Republikeins Huis meteen al weer de uitbreiding van het schuldplafond van de Amerikaanse overheid zal afstemmen, waarmee we in een vast Republikeins spelletje komen: tegen het schuldplafond stemmen als er een Democratische president zit en ervoor als kleine Bush en Trump schulden maken door de rijken belastingverlaging te geven. So far, so voorspelbaar. De volgende sluiting van de overheid zit eraan te komen.

Een extreem rechtse idioot als afgevaardigde Majorie Taylor Greene heeft aangekondigd impeachment hearings te gaan vragen over Biden. Het geeft aan dat impeachment een politieke speelbal is geworden (ik verwijt dat ook de Republikeinen die dit spel in 1996 begonnen). Maar het gaat niet gebeuren. Er is niets om over te impeachen.

Oogst in het Huis na 6 januari: stagnatie, spel voor de Bühne en eenhoop gekissebis. De regel die de Republikeinen in de jaren 2010 hanteerden: als er geen meerderheid binnen onze eigen gelederen is dan doen we niets, zal weer opgeld doen. Eventuele wetgeving kan door Biden met een veto worden tegengehouden.

Als de Senaat weer Republikeins wordt dan heeft dat grotere gevolgen. Het betekent dat alle benoemingen van Biden vrij spel bieden aan McConnell om te traineren, te stelen of conservatieven te benoemen, zoals we van hem gewend zijn. En let op, McConnell gaat zich dan keren tegen Trump. Hij heeft een probleem als Trump-kandidaten zoals die in Georgia en Arizona gekozen worden, maar McConnell zou McConnell niet zijn als hij dat niet wist op te lossen.

Mocht een van de rechters van het Supreme Court omvallen dan heeft McConnell al aangekondigd dat hij een voorgedragen rechter van president Biden zal traineren. Zo stal hij de zetel die Obama in 2016 had moeten vullen, hij zal het opnieuw doen.

Voor beide huizen samen geldt dat het met Republikeinse meederheden moeilijker zal worden om geld vrij te maken om Oekraïne te steunen. Niet omdat de Republikeinen Poetin-groepies zijn zoals onze Baudet, maar omdat ze wel de traditionele isolationistische kaart zullen spelen.

#

Waar dit in 2024 toe zal leiden is ongewis. Ik blijf bij mijn stelling dat Trump geen kandidaat zal zijn en wordt daarin gesteund door diens voormalig advocaat Michael Cohen die dezelfde redenen aanvoerd in de Washington Post die ik eerder op een rijtje zette (voor niet abonnees zet ik Cohens argumenten hieronder). Of DeSantis Trumps rol kan overnemen staat te bezien – in 2015 lag gouverneur Scott Walker van Wisconsin voor in de peilingen, hij kwam niet eens aan de eerste stemming toe.

Mijn hoop is dat Biden snel zijn terugtreden aankondigt zodat de Democraten een serieuze generatiewissel kunnen maken. Elizabeth Warren is te oud om nog mee te spelen, het is aan Pete Buttigieg en senatoren als Chris Murphy van Connecticut en mogelijk gouverneur Gavin Newsom van Californië om de Democraten op te frissen.

Maar het korte en het lange verhaal van deze midterms is dat een van de twee partijen de democratie vaarwel heeft gezegd en dat de Amerikaanse kiezers het nauwelijks kan interesseren. Democratie is een ragfijn spel van regels, systemen en, vooral, een gedeelde bereidheid om dat spel te spelen. De Republikeinen hebben afgehaakt en winnen er verkiezingen mee. Een autoritair regime in de VS valt niet meer uit te sluiten.

Michael Cohen in de Washington Post over 2024:

I also don’t believe that Donald is actually going to run in 2024. Because I believe that he knows that he cannot win and that, even if he did choose to run, that he will face opposition for the Republican nomination. He also knows very well, statistically, that he cannot win the general election. He’s lost those independents now, based upon Roe v. Wade, climate, student relief, etc. So what he’ll do is he will seek to remain relevant in the party by becoming a power broker and believing that whichever nominee he backs and endorses will owe him a duty of loyalty so that, in the event that his day of reckoning comes, they will terminate or pardon him from the plethora of litigation and consequences that currently plagues him.”

Midterms kunnen alle kanten op

De Democraten zijn weer in mineurstemming. Na een opleving deze zomer, lijken de peilingen weer richting Republikeinen te gaan. Natuurlijk zag ik liever een overweldigende golf richting Democraten maar laten we realistisch blijven: een flink aantal senaatszetels staat op stembiljetten in swing staten. En nu alle verkiezingen landelijk zijn geworden, kan het niet anders dan krap zijn in die staten. 

Ik kan er verder kort over zijn. Iedereen die claimt meer te weten over hoe het gaat aflopen lult uit zijn nekharen. Laat u niets wijsmaken: het wordt ongelooflijk spannend op 8 november en het kan, inderdaad, alle kanten op waaien.

De interesse in de midterms is groot in Nederland, zoals dat ook zo is bij presidentsverkiezingen. Het is het circus dat ons trekt, vermoed ik, en voor een deel de wens dat Democraten winnen. Uit alle hoeken en gaten zullen deskundigen hun licht laten schijnen. Mijn advies: negeer ze.

De PvdA en Arib.

Dat mevrouw Arib geen plezierige baas was, wist ik zelfs. Niet ingevoerd in Den Haag maar wel gehoord of gelezen. Geleidelijk aan blijkt dat dit voor niemand een verrassing was. Ze mocht op een zeker moment haar eigen mensen inhuren omdat andere fractiemedewerkers niet met haar konden/wilden werken. Ze werd voorgedragen als fractiesecretaris en ook gekozen, met tegenstand van de mensen met wie ze moest gaan werken.

Idem voor het kamervoorzitterschap. Zoals velen vond ik dat ze dat goed deed. Ik negeerde de achtergrondkennis over haar capaciteiten als leidinggevende en was verrast dat de Kamer haar liet vallen ten gunste van Vera Bergkamp. Niet meer. 

Over de procedure die is gevolgd bij het behandelen van de klachten over Aribs werkwijze heb ik geen mening. Ik ben alleen verrast dat het zo lang duurde voordat er iets gebeurde. Is de PvdA een harde partij door zich niet met al zijn kracht voor haar op te werken? Ik geloof er niets van. Niet introspectieve steun enkel omdat het om een partijgenoot gaat, lijkt me onverstandig en contraproductief.

Op het congres zaterdag zal Atje Kuiken, die het tot nu toe goed doet, een speech geven die de kerk in het midden houdt. Bewondering en respect, dankbaarheid, gemengd met rechtsstatelijke overpeinzingen maar uiteindelijk een stevig applaus van de aanwezigen.

Ondertussen heeft de wakkere krant met de als journalist vermomde opiniemaker Wouter de Winther, vrij schutsveld om weer eens lekker misogyn tekeer te gaan. Na Halsema, Kaag, Hermans en, ja, Ploumen en Arib, is het nu vrij vuren op Vera Bergkamp. Lelijke krant, lelijke journalistiek.

Ondertussen is het wel pijnlijk dat van de negen PvdA kamerleden er nu al drie zijn vertrokken, waaronder twee gezichtsbepalende vrouwen. Ploumens vertrek vond ik minder acceptabel dan dat van Arib. Ook als niet fractievoorzitster kon Ploumen haar kiezers vertegenwoordigen. Arib was zichtbaar ontevreden als Kamerlid, teleurgesteld dat ze niet nog een periode voorzitter mocht zijn. Het was, denk ik maar ik moet erkennen dat ik onvoldoende interne kennis heb, een Kamerlid waar je als fractie weinig aan had.

Is de PvdA erger dan andere partijen? Ik geloof er niets van. Ook elders wordt er genadeloos omgesprongen met mensen en kan middelmaat blijven zitten.

Terzijde: ik had deze week een eerste bijeenkomst met Tim ‘S Jongens, de nieuwe voorzitter van de Wiard Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Hij heeft een stuk of vier van dit soort bijeenkomsten georganiseerd om kennis te maken en, neem ik aan, respons te krijgen. 

Hij hield een aardig verhaal over zijn eigen ervaringen met de disconnect tussen beleidsmakers en de mensen voor wie beleid gemaakt moest worden. Ik miste de volgende stap, een conceptueel verhaal over wat dat moet gaan betekenen. Maar ik was onder de indruk van zijn enthousiasme en antropologische onderzoekslust.

Hij vertelde dat de WBS zich gaat concentreren op het thema solidariteit. Ik keek daarvan op. Het lijkt me een beladen en weinig specifiek thema. We zijn solidair met Oekraïne, met Black Lives Matter, al of niet met boeren. Dat is een houding van welwillende eensgezindheid, steun als het nodig is. Maar binnen Nederland doet solidariteit als thema me te paternalistisch aan. Doe goed aan hen die het niet zo goed hebben, liefst zo efficiënt en doelgericht mogelijk. De discussie die volgde onderstreepte naar mijn idee die valkuil, met ietwat neerbuigende ondertonen. Ik stelde ook vast dat een niet gering deel van de samenleving wel de verzorgingsstaat ondersteunt en daar ook voor wil betalen, maar de uitvoering daarvan graag uitbesteed. Het lijkt me een feit, niet iets om een mening over te hebben. Ik ben solidair maar val me er niet mee lastig.

Ik pleitte voor een breder thema dat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van mensen in een samenleving onderstreept. Een nieuwe grondslag voor de verzorgingsstaat. De sociaal democratie is volgens mij nog steeds een geweldig merk, een idee over hoe je de samenleving inricht, een idee waaraan je de daden van sociaal democraten en sociaal democratische partijen kunt afmeten. Het lijkt een uitdaging om met een breder begrip dan solidariteit te komen. Ik heb hier eerder over geschreven (ook over de onverminderde actualiteit van veel observaties van de node gemiste Bart Tromp). Klik hier voor mijn verhaal na de verkiezingsnederlaag van 2017. En dit in het blad van de WBS, Socialisme en Democratie.

 

Truss en de onverwoestbaarheid van domme ideeën, zoals supply side economie.

Het is een waar genoegen om mevrouw Truss en haar radicale minister van Financiën, Kwasi Kwarteng, in het stof te zien bijten. De markten reageerden furieus op hun absurde belastingverlaging voor de rijken, waardoor de tekorten enkel oplopen en scherpe kortingen op alle vormen van overheidsbeleid moeten volgen. De FT columnist Martin Wolf liet geen spaan heel van de gedachtenwereld achter dit voorgestelde beleid.

En het is inderdaad een bizarre throw back naar de Reagan flauwekul van supply side en de extreme verlagingen van de belastingen voor de rijken die Reagan en Tatcher doorvoerden, leidend tot de extreme ongelijkheid die we veertig jaar later kennen. Een van de meer positieve commentatoren claimde dat de groei van de jaren tachtig en negentig aan dat beleid te danken waren.

Dat is onzin. De diepe recessie van 1981-1983 (we zijn vergeten dat menigeen dacht dat Reagan na de midterms va 1982 een eentermijn president zou zijn), geëntameerd door Paul Volcker (met steun van de moedige Jimmy Carter) om de inflatie uit de samenleving te wringen, ruimde veel dood materiaal op. Dat was de impuls die de Amerikaanse economie nodig had. Niet Reagans belastingverlagingen. Die werden in 1981 werden al snel weer teruggedraaid en in 1986 kwam hij met het congres tot een grote herziening van het belastingstelsel. Inderdaad gingen de hoogste schijven omlaag maar dat was niet de motor voor groei, enkel de motor voor ongelijkheid.

En wat de jaren negentig betreft, het was Clinton die in 1993 de belastingen verhoogde, onder druk van het congres, voordat hij aan zijn neoliberale hervormingen van de sociale voorzieningen mocht beginnen (en voordat Hillary de gezondheidszorg mocht saneren – dat was ook meteen het einde daarvan). Clinton liet in 2000 een begroting in evenwicht achter, die vervolgens door kleine Bush om zeep werd geholpen.

Het is wat bizar om na het clowneske regime van Boris Johnson, die tenminste nog het inzicht had dat de overheid moet investeren in de rest van het land om de Engelse productiviteit te verbeteren en in de NHS om de wachtlijsten te verkleinen, nu ineens een neoliberaal radicaal regime opduikt. Die Kwarteng is interessant in zijn ideologisch radicalisme. Hij is, volgens alle verhalen, razend intelligent, maar ook in de greep van maar een enkel idee: kleine overheid, lage belastingen, leidt tot grote groei. Een drammer.

Truss schijnt in de loop van de jaren tot neoliberaal denken bekeerd te zijn. Het is waar dat niemand verrast moet zijn over haar blunder (dat is het als je je beleid na een week weer moet terugdraaien). Ze versloeg uiteindelijk de keurige minister van Financiën onder Boris die tenminste nog de tekorten wilde beperken.

Wat vooral frappeert is hoe lang idiote ideeën kunnen overleven. Je zou denken dat supply side economie en helemaal de variant daarvan dat lage belastingen voor de stinkend rijken enorme groei opleveren zo langzaam aan wel ten grave waren gedragen. Wat dat betreft is dit een interessante ontwikkeling: als een zombie kwam het falende beleid van Reagan en Tatcher weer terug. Als het leidt tot een snelle val van Truss en verkiezingen die de Tories straffen voor Brexit, voor Boris en voor Truss, des te beter. Maar het blijft een vreemd fenomeen dat twee personen zomaar beleid erdoor kunnen duwen dat niet bediscussieerd is en onmiddellijk schipbreuk leidt omdat het onzinbeleid is.

Midterms onvoorspelbaar.

De midterms zijn inmiddels meer onvoorspelbaar dan ooit. In de late zomer leken de Democraten in de lift te zitten, nu lijkt dat wat minder duidelijk. Eerst maar de Senaat. Daar hebben de Democraten te kampen met twee zetels die mogelijk verloren kunnen gaan. In Nevada en Georgia wordt het kiele kiele. In Wisconsin waar een van de meest ellendige Republikeinen zit, Ron Johnson, is niet zeker dat een winbare staat dat ook daadwerkelijk zal blijken.

Daar staat tegenover dat het er in de peilingen redelijk goed voorstaat in staten waar Trump idioten heeft neergezet (dat deed hij ook in Georgia, maar het electoraat daar staat er mogelijk niet voor open). In Pennsylvania heeft Democraat Fetterman een redelijke voorsprong op Dr. Oz, in Arizona leidt senator Mark Kelly tegen de vreselijke Blake Masters. In Ohio ligt de uitstekende Democratische kandidaat Tim Ryan licht achter op J.D. Vance, de als populist vermomde intellectueel (of is het omgekeerd?). Het doet me genoegen dat in Florida Marco Rubio maar heel weinig voorligt op Val Demings, maar ik zou mijn geld toch op Rubio moeten zetten. North Carolina is een staat om in de gaten te houden.

Het zal er om spannen. In 2016 en 2020 wonnen de Democraten niet de senaatszetels die mogelijk waren. In tussentijdse verkiezingen is over het algemeen de opkomst van Democraten lager dan bij presidentsverkiezingen (nog los van de Republikeinse dwarsbomerij). Of abortus dat deze keer kan veranderen, blijft de vraag. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen idee heb hoe dit uit zal pakken.

In het Huis liggen de Republikeinen zelfs zonder toss ups (kan beide kanten op vallen) op voorsprong. Het zal lastig worden om daar heel veel aan te veranderen. De verwerpelijke Kevin McCarthy zal wel Speaker worden, de op president en vicepresident belangrijkste nationale positie.

Er staan meer gouverneurszetels op het spel voor Democraten dan voor Republikeinen. Daar valt weinig winst te behalen en veel te verliezen. Gelukkig heeft Trump weer voor een paar idioten gezorgd, maar toch. 

Wat kan er nog veranderen de komende maand? Niet zoveel, denk ik. Er zijn nog wat debatten waar cruciale fouten gemaakt kunnen worden. Biden verdient meer krediet dan hij krijgt, zowel voor de economie als voor Oekraïne, hij moet dat krediet ook daadwerkelijk claimen.

Trump zou Trump niet zijn als hij niet met nog wat verrassingen komt. Maar de opinies over Trump zijn nu in beton gegoten. Daar gaat niets meer aan veranderen. Ik denk niet dat hij zijn kandidatuur voor 2024 aankondigt (ook later niet) maar zou hij het doen dan zou dat een enorme opsteker zijn voor de Democraten. Verder is het altijd afwachten of massamoorden of binnenlands terrorisme Amerikanen op drift jagen.

De algemene boodschap, denk ik, wat de deskundigen er ook van mogen zeggen: geen idee hoe dit gaat aflopen.

Xi en Poetin bewijzen ons een dienst door het falen van autoritaire regimes te onderstrepen.

Alle aandacht gaat de komende weken naar de midterms in Amerika. Kunnen de Democraten op zijn minst de Senaat houden en misschien beter dan verwacht presteren in het Huis? Gaan de Trumpkandidaten ten onder en durven de labbekakken in de Republikeinse Partij zich eindelijk los te maken van de psychopaat?

Ik kom er straks op terug maar wat er in Amerika gebeurt is onderdeel van de confrontatie van onze tijd: die tussen democratie en autoritaire regimes. De afgelopen jaren ging de trend richting autoritaire regimes, verlies aan vertrouwen in de democratie en de democratische processen, het opporren van ressentiment van ontevreden burgers als middel voor de elite om de macht te verwerven of te houden. Leiders als Xi en Poetin, maar ook Orban en Fox News meelopers, betogen al lang dat autoritaire (al of niet illiberaal genoemd) regimes beter zijn in het nemen van besluiten dan democratische systemen. Xi kon wijzen op de enorme economische groei die honderden miljoenen Chinezen hebben meegemaakt. De partij kan beter beslissen dan de burgers, kon hij met enige geloofwaardigheid betogen.

Ik denk dat China de komende maanden, jaren, razend interessant zal zijn om te observeren. Want terwijl in Amerika de Republikeinen de democratie sabotteren, lijkt Xi zichzelf in de weg te lopen bij het kapitaliseren van zijn eigen successen. Het is ironisch, of hoe je het ook maar wilt noemen, dat covid, afkomstig uit China en in eerste aanleg met enig succes bestreden in en door China, nu Xi’s archillespees blijkt. In Amerika konden vrolijk meer dan een miljoen mensen doodgaan, deels door gebrek aan beleid van de Trumpies en inherente Amerikaanse domheid, in China leek het goed uit te pakken. Minder doden, minder golven.

Tot het niet meer goed werkte. Een zero covid beleid in een samenleving waarin veel ouderen rondlopen die niet gevaccineerd zijn of een vaccin hebben gekregen dat slechter werkt dan de westerse, in een samenleving waarin nu de enige manier om de zaak te controleren lijkt te bestaan in het omtoveren van steden in coronagevangenissen waarin tientallen miljoenen mensen worden geîsoleerd en opgesloten. Het resultaat is voorspelbaar: de maatschappelijke onrust is groot, de economie vertraagt dramatisch en covid zal gewoon deel worden van China maar onder veel slechtere condities dan we er in het Westen aan moeten wennen. Niet an accident waiting to happen, maar een accident happening.

De teloorgang van Poetin en wat er nog restte van Ruslands reputatie van een serieuze militaire grootmacht levert acutere gevaren op dan China (Taiwan is voorlopig van de tafel, zoals ik eerder heb betoogd, weet China dat het die confrontatie nu niet kan winnen). Maar ook voor Rusland geldt dat het autoriataire model kapot is. Als de geldkraan van de EU voor Orban zou worden dichtgedraaid zou ook zijn regime waardeloos blijken.

Wat we zien is een real life experiment dat gaat laten zien of en hoe autoritaire regimes inderdaad beter functioneren dan democratische. Mijn lezing van dit verhaal is dat autoritaire regimes heel goed zijn in het nemen van besluiten en in het die erdoor duwen. Als een fase in een ontwikkeling heeft dat voordelen, zie Taiwan, Korea en andere tijgers. Zie China tot voor kort.

Maar het probleem met autoritaire regimes is dat ze niet in staat zijn te onderkennen wanneer beleid niet werkt of niet goed werkt, laat staan dat te erkennen. Ze kunnen niet bijsturen omdat ze zichzelf te hoog achten om fouten of vergissingen toe te geven. Xi zal vroeg of laat zijn covid beleid moeten aanpassen (na de oktober partij jamboree, schat ik zo) maar zal dat ongetwijfeld te laat doen om zichzelf te redden. Poetin had zijn beleid al moeten aanpassen, nu zit hij in de val van eigen makelij. Het kan alleen maar eindigen in tranen. In Korea en Taiwan en andere landen met militaire dictaturen of autoritaire regimes moesten opstanden de zaak redden. Toen werden het onvolmaakte democratieën. Of dat het voorland is voor Rusland en China, in plaats van een totalitair regime, waag ik te betwijfelen.

Democratieën hebben meer moeite om besluiten te nemen die getuigen van daadkracht. Maar ze zijn wel in staat om, al modderend en polderend, hun beleid aan te passen. Het Nederlandse covid beleid mag als voorbeeld gelden. De kracht van een democratie is dat je kritiek kunt hebben, alternatieven neer kunt leggen, en dat een overheid en een samenleving zich kunnen aanpassen aan wat de ervaring heeft geleerd. Ik denk dat we die boodschap beter moeten uitdragen en dat we meer geduld en compassie moeten hebben met ons eigen krukkig democratisch functioneren.

Het is te belangrijk om het podium over te laten aan charlatans en antidemocratische, ronduit kwaadwillende populisten, van de kleutervariant in de vorm van Baudet en zijn kwalijk riekende maatjes, tot de levensgevaarlijke vorm van Trump en zijn acolieten. Minstens even gevaarlijk voor vertrouwen zijn de BBB blaters, mevrouw van der Plas die recht voor zijn raap praat maar inhoudelijk niets bijdraagt.

Maar dat is natuurlijk allemaal klein bier vergeleken met het grote geweld waarin China en Amerika de toon zetten. Er staan grote dingen te gebeuren in China zelf. Met enig geluk kan het land de autoritaire regimes liefhebbers laten zien hoe desastreus zo’n regime kan uitpakken.

Laten we ons nog niet rijk rekenen. November kan nog een drama worden.

Laten we niet te snel denken dat de Democraten in november Senaat en/of Huis kunnen behouden. In de NYT voert Ross Doughart een gesprek met twee mensen die er meer vanaf weten dan u en ik. Ze houden het beide op 51 in de Senaat en 235 in het Huis – voor de Republikeinen.

Alle redenen waarom het beter gaat met de Democraten zijn al de revue gepasseerd. Samengevat: Trump en 6 januari, Trump en de documenten, Trump en de idiote kandidaten, Dobbs – de abortus uitspraak van het Trump Supreme Court en de dreiging van meer, resultaten in het Congres, studentenleningen, iets minder inflatie en lagere benzineprijzen. De Republikeinen hopen nog steeds dat de economie de doorslag zal geven.

Biden heeft genoeg vertrouwen om vol in de aanval te gaan. Of was het juist een wanhoopsoffensief? In elk geval ging hij vol op het orgel tegen de Trump vleugel van de Republikeinen. Hij was voorzichtig om niet alle Republikeinen in het Trump kamp te zetten, maar dat was omdat het nou eenmaal zo hoort. Zijn boodschap was dat de Republikeinen zich uitgeleverd hebben aan de antidemocraten van de Republikeinse Partij. De reden dat hij in de aanval ging is dat het kon. Waarom zou hij niet net dat laatste zetje geven? Het was een puur politiek besluit. Biden had al veel eerder kunnen waarschuwen voor de Trumpies. Geeft hem krediet voor de waarschuwing nu, maar niet te veel. Het was politiek. Hij is niet ineens wakker geworden, hij ziet ineens voordeel. Good for him.

Er zijn nogal wat senaatszetels die op het spel staan. Arizona lijkt nu veilig voor de Democraten, maar Colorado is het niet meer. Ook New Hampshire kon wel eens problemen opleveren. De staten waar echt gevochten wordt zijn deze: Georgia (een Trump idioot), Pennsylvania (een Trump idioot), Ohio (een Trump paladijn), Wisconsin (Senator Ron Johnson is ook zonder Trump een idioot). In Florida kon Marco Rubio wel eens meer tegenvuur krijgen dan gedacht – hij verdient het. North Carolina is een open senaatszetel. In Ohio, ook een open zetel, hebben de Democraten een sterke tegenstander voor J.D. Vance, de door Trump gesteunde pseudo intellectueel.

Je kunt er van alles over zeggen maar de werkelijkheid is dat dit soort senaatsraces altijd verrassingen opleveren (in 2020 was de verrassing dat Biden won maar de Democraten niet). De deskundigen in het NYT gesprek hielden het op 51 zetels maar 50 of 52 voor de Democraten zou me ook niet verbazen.

In het Huis ligt het moeilijker. Vooral door de gerrymandering is het moeilijk daar de Republikeinen af te stoppen. Maar het zou een mooie dag zijn als het gebeurde, vooral omdat Kevin McCarthy dan geen Speaker kan worden. In het pantheon van verwerpelijke politici, lieden zoals Ted Cruz en Josh Hawley, hoort ook McCarthy thuis. Hij zou zijn moeder, zijn kinderen, zijn hond, en de democratie, nog verkopen om Speaker te worden.

De grote onvoorspelbare factor is de vraag hoe enthousiast Democratische kiezers zullen zijn. Ze zijn verontwaardigd over de abortus uitspraak en mijn gok zou zijn dat de mensen die daar een probleem mee hebben zich minder laten beïnvloeden door de staat van de economie. Hoge opkomst, ondanks alle barrieres die de Republikeinen op staatsniveau hebben opgeworpen, moet het verschil maken.

Ik denk dat bij de gouverneursraces Stacy Abrams, die in 2018 bijna won (Kemp had de kiesregisters uitgedund, dwz Democraten eruit gegooid), en die in 2020 zorgde voor de hoge opkomst in Georgia die de staat twee Democratische senatoren opleverde, het niet gaat halen. Een campagne tegen een zittend gouverneur is altijd lastig en Kemp heeft ervoor gezorgd dat hij door Trump gehaat wordt. 

Een van de interessantste staten is Florida. Het is maar de vraag met hoeveel DeSantis, de zelfverklaarde Trump opvolger, gaat winnen en of Marco Rubio zijn senaatszetel kan behouden. Hij heeft met Val Demings een sterke tegenstander maar of een zwarte vrouw in Florida kan winnen? Ik betwijfel het. In Pennsylvania hebben de Democraten een goede kans te winnen omdat de Trump-tegenstander een gevaarlijke extremist is. Helaas zal Beto O’Rourke er niet in slagen om in Texas de vreselijke Greg Abbott te wippen.

Labor Day is voorbij. De campagne kan nu goed beginnen. De Democraten hebben hun financiën beter op orde dan de Republikeinen en dat geldt ook voor het niveau van de kandidaten. De vraag is of het voldoende zal zijn.

Senator Graham dreigt met geweld. Nog steeds niet bezorgd over de VS?

Volgens senator Lyndsey Graham, een trouwe hielenlikker van Donald Trump, zou een vervolging van Trump naar aanleiding van zijn weigering om staatsdocumenten terug te geven, leiden tot ‘rellen in de straten’. Het leek niet mogelijk maar hier bereiken we een nieuw niveau van de ondermijning van de rechtsstaat door de Republikeinse Partij. Volg de regels, kijk naar de wet en vervolg, of vervolg niet, zou normaal zijn. Nu dreigen de Republikeinen, deze Republikeinen althans, met geweld. De jaren dertig zijn vroeg gearriveerd.

Het is allemaal een gevolg van de weigering van de Republikeinen om zich op 7 januari te ontdoen van Donald Trump. Maar niet alleen zij zitten nu vast in de teloorgang van Amerika, veel burgers denken inmiddels dat geweld waarschijnlijk is. En conclusies dat de democratie en de rechtsstaat ernstig bedreigd zijn, lijken onontkoombaar.

Wie denkt dat de waarschuwingen overdreven zijn, kan ik behalve op deze perfide Graham wijzen op twee artikelen in the New Yorker – ik weet niet in hoeverre ze voor niet abonnees toegankelijk zijn, dus ik zal ze heel kort samenvatten.

Het eerste gaat over de staat Ohio en een proces dat ook elders plaatsvindt, State Legislatures are Torching Democracy. Een swingstaat, steeds meer leunend naar de Republikeinen. In 2004 besliste Ohio de presidentsverkiezingen door kleine Bush de benodigde kiesmannen te geven (een verkiezingen die volgens mij een betere kandidaat is om als ‘gestolen’ te bestempelen dan die van 2000). Het artikel vertelt hoe de Republikeinen op landelijk niveau na de verkiezing van Obama en de realisering dat ze met hun blanke en Wall Street achterban niet ver meer zouden komen, een strategie inzetten om de politiek op staatsniveau te veroveren. Dat kon door na de tienjaarlijkse volkstelling in 2010 de staten zodanig in te delen dat ze enorme meerderheden kregen met een kleine meerderheid van de stemmen. Ook is relevant dat het Supreme Court in 2010 in Citizens United de poorten openzette voor ‘dark money’ in de Amerikaanse politiek. Een direct gevolg was 30 miljoen dollar van donors voor het project REDMAP: het herindelen van kiesdistricten.

We vergeten vaak dat gerrymandering, het trekken van de lijnen van kiesdistricten om je partij te bevoordelen, niet enkel op het niveau van de kiesdistricten van Afgevaardigen plaatsvindt, maar dat het ook mogelijk is voor de kiesdistricten van staatsafgevaardigden. Dat is wat de Republikeinen in Ohio deden (en ook in andere staten die ze sinds 2010 domineren). Het resultaat is imponerend: in een Republikeins leunende staat als Ohio hebben de Republikeinen een meerderheid van 64 tegen 35 in het Huis, van 25 tegen 8 in de senaat. Dit zijn veto-veilige meerderheden, waardoor de Republikeinen kunnen doen wat ze willen – hun eigen gouverneur Mike DeWine stond erbij en keek ernaar.

Het gevolg is een stortvloed van idiote wetten, extreem in abortus, wapens, onderwijs, gezondheidszorg. DeWine werd tijdens de coronamaatregelen voortdurend de voet dwars gezet door zijn eigen afgevaardigden. Extreem rechts heeft de politiek overgenomen. Met de wens van de kiezers heeft het niets meer te maken. Zelfs als de kiezers deze lui weg willen stemmen moeten ze zich in alle bochten wringen om door het gestoken kiesstelsel heen te breken.

Ohio is niet uniek. In onder meer Pennsylvania, Arizona en Texas is hetzelfde gebeurd. Het artikel borduurt verder op de conclusie van een boek dat ik onlangs las, dat deze ontwikkeling breder trekt: State Capture. How Conservative Activists, Big Business, and Wealthy Donors Reshaped the American States — and the Nation  door Alex Hertel-Fernandez. Zeer aanbevolen, al is het door zijn opzet als proefschrift soms wat al te volledig.

Het andere artikel heet Inside the War between Trump and his Generals. Wie denkt dat het praten over een staatsgreep door Trump en zijn bende overdreven is, krijgt hier te lezen waarom het verhaal van een mogelijke staatsgreep allesbehalve uit de lucht is gegrepen. Het artikel is opgebouwd rond de ervaringen van generaal Mark Milley, sinds 2018 hoofd van de Joint Chiefs of Staff (JCS). U kent Milley omdat hij zo dom was om in de tijd van de George Floyd rellen Trump te vergezellen naar een photo opp, nadat op Lafayette Square, de voortuin van het Witte Huis, de betogers waren verjaagd. Hij liep mee in camouflage uniform, zich halverwege realiserend dat hij zich had laten opnaaien en wegsluipend naar zijn dienstauto.

Maar toen was het kwaad al geschied. Hij had zich geëncailleerd met de Trump bende. Milley dacht over ontslagname maar bood later aan het leger en het land zijn verontschuldigingen aan, feitelijk zeggend dat Trump dreigde het leger te gebruiken voor zijn doeleinden. Het was in 2020 overduidelijk dat de president een nederlaag niet zou accepteren en in het Pentagon en trouwens ook het State Department (Mike Pompeo lulde met Trump mee om invloed te houden maar overlegde op de achtergrond met het Pentagon) werd ruk overlegd hoe ze konden voorkomen dat Trump de militairen meesleepte.

Hier loopt Milley met Trump en anderen naar de kerk waar Trump de bijbel zou vasthouden.

Het artikel vertelt over die toenemende zorg, die werkelijheid werd toen Mike Esper, de minister van Defensie, de dag na de verkiezingen werd ontslagen. Esper en zijn staf werden vervangen door Trump clowns, waaronder een ex-generaal, Fox talking head, die vond dat Obama een ’terroristenleider’ was. Wat volgt is een spannend verhaal hoe de militairen voorkwamen dat ze door Trump werden gebruikt. De zorg was dat Trump overhaast uit Afghanistan en Syrië zou vertrekken, maar erger, dat hij een oorlog met Iran zou beginnen om zichzelf een grond voor het uitroepen van een noodtoestand te geven (er werd zelfs gecommuniceerd met Teheran om het regime te laten weten dat ze zich niet moesten laten provoceren door Trump – die eind 2019 de baas van de Iraanse milities had laten vermoorden).

U herinnert zich misschien dat Mike Flynn, Trumps eerste veiligheidsadviseur, veroordeeld wegens contacten met de Russische ambassadeur (en in november 2020 gratie verleend door Trump), op 18 december 2020 in het Witte Huis opriep om de noodtoestand af te kondigen, voor wat voor reden dan ook, en de militairen de verkiezingen in cruciale swing staten ’te laten overdoen’. Zoals het artikel zegt, het was de eerste keer in de Amerikaanse geschiedenis dat een president serieus overwoog de militairen in te zetten om een verkiezingsuitslag ongedaan te maken. De verkiezingsleugenaars hadden een document bij zich, een voorstel voor een presidentiële order om de acting minister van Defensie (Trump acoliet Christopher Miller) opdracht te geven alle stemmachines in beslag te nemen en binnen zestig dagen verslag uit te brengen (ruim na de inauguratiedatum van 20 januari). Daar kwam het niet van. Ze kozen voor het alternatief: later die avond riep Trump zijn aanhangers op om op 6 januari naar DC te komen: ‘Be there, will be wild!’

Het vervolg kennen we. Het was Mike Pence, geen held, die vanuit Capitol Hill contact onderhield met het Pentagon om het beleg op te heffen, Trump deed niets. Milley was steeds bang dat hij toch nog zou worden meegesleept in het inzetten van militairen tegen Amerikaanse burgers, en moest werken met de wetenschap dat hij Trump niet kon vertrouwen maar dat hij zelf, sinds het optreden op Lafayette Square, niet meer werd vertrouwd door top Democraten zoals Nancy Pelosi.

Het plaatje van de regering Trump wordt steeds duidelijker. Zeker in het laatste jaar waarin hij elk denkend persoon verving door een ja-knikker blijkt de democratie al ernstig bedreigd te zijn geweest. Niets nieuws, zult u zeggen. Maar dit is wel de man die door de Republikeinse Partij omarmd is. Als volgens recente peilingen veertig procent van de Amerikanen (en meer dan de helft van de Republikeinen) denkt dat geweld onontkoombaar is, dan weten we waar we de schuldige moeten zoeken. Niet dat je daar een beter gevoel van krijgt.