De zogenaamde globale markt voor grootverdieners.

In de Financial Times vandaag de bespreking van een interessant boek over de excessieve inkomens van bestuurders van grote bedrijven: Are Chief Executives Overpaid? door Deborah Hargreaves.

De bespreekster vertelt dat ze niet wist dat Jeffery Fairbarin, hoofd van het constructiebedrijf Persimmon, die volgens de Guardian in 2017 een bonus kreeg van 110 miljoen pond, dat jaar genoeg verdiende ‘om een huis te bouwen voor elke dakloze in York, waar het bedrijf zijn hoofdkwartier heeft’. Volgens Hargreaves zal de gemiddelde UK executive in de FTSE 100 (de grootste publiek genoteerde bedrijven) 159 keer zoveel verdienen als de gemiddelde werknemer. In de VS kan die verhouding oplopen tot 347 maal zoveel.

Hargreaves beargumenteert ook dat de kosten van overbetaling hoger zijn dan enkel weggegooid geld. Nog afgezien van het zoeken naar beleid dat hun inkomen maximaliseert, worden ‘zowel economische groei als democratische instellingen ondermijnd in perioden van gigantische ongelijkheid’.

Het leidt tot een pleidooi voor een ’terugkeer naar de basis’: een eenvoudig salaris.

Hargreaves maakt ook korte metten met het argument dat dit een wereldwijde markt waar de topbestuurders, als ze niet zakken geld krijgen, onmiddellijk naar het buitenland vertrekken – het argument dat ook werd gehoord toen de Nederlandse banken in hun incompetentie de salarissen en bonussen van hun directeuren verhoogden. Het simpelste antwoord is: laat ze maar eens kijken of ze elders aan de bak komen. En Hargreaves laat zien dat van de 489 benoemingen in een Fortune Global 500 onderneming er maar 4 waren die daarvoor naar een ander land gingen.

Die markt voor hoge inkomens wordt vooral gemaakt omdat deze baasjes (veelal mannen) naar elkaar kijken en dat als argument gebruiken om weer een rondje hoger te gaan. Ook het hele idee dat één persoon, een held op zijn terrein, het verschil zou kunnen maken bij een groot bedrijf, lijkt vooral napraterij in de raden van bestuur die deze zakken geld uitdelen.

De vraag in de titel van het boek is een retorische. Ik ga het lezen om te zien wat Hargreaves voorstelt eraan te doen.

Vlinders in zijn buik: de psycho is verliefd.

De president van de Verenigde Staten wil u laten weten dat hij verliefd is.

Niet op Stormy Daniels of een van de andere twintig dames die hem beschuldigen van lastigvallen, maar op de enige, de echte, de ware Kim Jung-Un.

De 34-jarige mollige Koreaan heeft Trumps hart gestolen met vleiende brieven, een romantisch instrument dat in de tijd van de social media helemaal uit leek.

Maar Kim weet hoe hij het moet aanpakken. Vertel de man dat hij de grootste, de slimste is, een visionair, een stabiel genie. Dat hij meer heeft bereikt dan welke andere president dan ook in zo’n korte tijd. Dat hij meer dan gemiddeld grote handen heeft.

Het is het equivalent van een kat op de buik krabbelen. Al spinnend, pootjes omhoog, volledige overgave.

Het voordeel van een brief: je hoeft je lach niet in te houden.

 

Eindelijk moeten ze doen wat ze meteen hadden moeten doen.

En zo deden de Republikeinen dan wat ze meteen hadden moeten doen: uitstellen en een FBI onderzoek. Jeff Flake, die vandaag knikkende knieën leek te hebben, heeft voor zijn stem zo’n onderzoek geëist en de even onmisbare Murkowski van Alaska heeft zich daarachter geschaard. Hadden ze dit meteen gedaan, dan had het circus deze week er anders uitgezien.

Senator Lyndsey Graham van South Carolina, ooit een respectabel man, heeft zich inmiddels volstrekt onmogelijk gemaakt. Na een knieval aan de voeten van koning Trump, toonde hij zich nu de schrilste, meest polariserende stem. Natuurlijk riep  hij: ‘ik hoop dat jullie nooit deze zetel krijgen’. Want daar ging het om: macht. Als de Republikeinen de meerderheid behouden, is Graham de volgende voorzitter van de Juridische Commissie. Hoe principieel.

Inderdaad, de Amerikaanse grondwet is conservatief. Maar goed ook.

Matt van Grunsven schrijft vanuit de VS voor de Groene. Hij is een verklaarde aanhanger van Bernie Sanders en een betrouwbare vertegenwoordiger van ‘democratische verandering’, wat dat ook mag zijn. In de Groene van deze week heeft hij een verhaal over de Amerikaanse grondwet en hoe conservatief die is, en hoe moeilijk te veranderen. Op zich is met die stelling niets mis, maar van Grunsven wil dat de volkswil sneller en directer door het systeem bediend wordt dan de Founding Fathers dat wilden.

Nu waren die Founding Fathers inderdaad tamelijk conservatief. Dat was en is hun grondwet ook. Over het geheel genomen is dat, gegeven de willekeur en volatiliteit van de volkswil, niet zo heel erg vreselijk, zou ik zeggen. Zijn tirade tegen het kiesstelsel met de senaatsvertegenwoordiging van twee senatoren per staat is onevenwichtig. Of dit democratisch is, hangt af van je definitie van democratie (dat hoeft niet per se altijd evenwichtige, evenredige vertegenwoordiging te zijn – een first past the post system is volgens ons minder democratisch dan ons parlementair systeem maar ik zou betogen dat de Amerikaanse afgevaardigden dichter bij hun achterban staan dan de Nederlandse).

Dat elke staat twee senatoren heeft, is een historisch incident. Het was de enige manier om überhaupt een grondwet te krijgen. Een federale staat is nou eenmaal geen niet federale staat, met andere woorden, staten moeten vertegenwoordigd worden. De deal om kleinere, minder dicht bevolkte staten te laten vertegenwoordigen door twee senatoren, was ooit wel degelijk een gebalanceerde keuze.  Anders zouden dichtbevolkte staten als Virginia en New York oververtegenwoordigd zijn (wat nog werd verergerd doordat slaven voor 3/5 inwoner golden zonder dat ze mochten stemmen). Zo konden niet slavenstaten de extremen wat beter controleren. Het was niet nodig om die deal voor alle staten in de toekomst vol te houden, maar het was een optie en die keuze maakten Amerikanen. Vandaar het systeem dat, inderdaad, niet gemakkelijk zal worden gewijzigd. Op een dag zal het progressieven ten goede komen.

Mars van Grunsven stelt vast dat het moeilijk is de Amerikaanse grondwet te veranderen. Dat is zo en dat is niet zo. Om de haverklap stellen groepen voor om, gedreven door gezonde volkswil, een amendement op de grondwet door te voeren. Een amendement om begrotingstekorten te verhinderen was ooit het doel van Reagan-stijl Republikeinen. Een amendement om abortus te verbieden. Een verbod op het verbranden van de Amerikaanse vlag – later door het Supreme Court tot een daad van vrijheid onder het 1ste amendent verklaard.

De gezonde volkswil leidde in 1918 tot de drooglegging (het 18e amendement), dat in 1933, na jaren van slechte ervaring weer kon worden afgeschaft (21e amendement). Misschien is het goed dat de meerderheid van de dag de grondwet niet zo gemakkelijk kan veranderen. Dat een Supreme Court interpreteert en dat daarna duidelijk is of er een amendement moet komen of niet. Zo kregen Amerikaanse vrouwen de vrijheid om zelf over abortus te beslissen en werd het homohuwelijk gelegaliseerd, iets dat via de wetgeving nooit gebeurd zou zijn.

Van Grunsven laat ook na te vermelden dat slavernij per amendement werd afgeschaft (het 13e) en de burgerrechten gebaseerd zijn op het 14e en 15e amendement. Inderdaad is de interpretatie van het 2e amendement op zo’n manier dat wapens vrijwel niet gereguleerd kunnen worden extreem en onzinnig.Er komt een dag dat het Supreme Court die interpretatie verandert. En gelukkig is het 1ste amendement, de vrijheid van meningsuiting, door het Supreme Court zo geïnterpreteerd dat de Pentagon Papers in 1972 door de Washington Post en de New York Times konden worden gepubliceerd. Stel je voor dat de volkswil, opgejuind door Richard Nixon, had moeten beslissen.

Het hele idee dat de volkswil goed is vast te stellen (Van Grunsven heeft niet over de gebrekkige deelname aan verkiezingen, zelfs met inachtneming van racistische beperkingen) lijkt me gevaarlijke nonsens. Die Founding Fathers waren zo dom nog niet. Zeker is de Amerikaanse grondwet conservatief maar er zitten vooralsnog voldoende checks and balances in om binnen die context verandering tot stand te brengen. Stel je voor dat Trump en zijn Republikeinse kornuiten nog meer vrijheid hadden gehad om hun interpretatie van de volkswil door te voeren. Ik ben er niet gerust op dat de grondwet conservatief genoeg is om dat als het erop aankomt te voorkomen.

Waarom Kavanaugh niet geschikt is.

Okay, tijd voor een eindoordeel over Kavanaugh. Vergeet de politieke kant, vraag je af of deze man geschikt is als rechter voor het leven in het Supreme Court, een orgaan dat meer invloed heeft dan een president.

Alles bij elkaar denk ik dat Kavanaugh niet geschikt is. Als rechter heeft hij een geschiedenis die hem wel degelijk op deze plek zou plaatsen, zij het dat zijn uitspraken gelardeerd zijn met een activistische ondertoon die de conservatieven in Washington graag horen. In de woorden van Edward Luce, de correspondent van de Financial Times, Kavanaugh is een ‘activist in robes’. Maar die zijn er meer, ook van de progressieve kant.

Wat Kavanaugh voor mij diskwalificeert is zijn rol in het Starr onderzoek, toen hij het advies gaf om Clinton zodanig te grillen over de details van zijn seksuele avonturen dat de man er op geen enkele manier meer goed vanaf kon komen. Het leverde een Starr rapport op ik je reinste pornografie noemde.

Kavanaugh was ook aanwezig in de regering van de Bush/Cheney bende in de naweeën van 9/11. Daar toonde hij zich niet een top jurist maar een operative die de argumenten aandroeg om het vuile werk te doen dat de bende wilde doen.

Een rechter voor het Supreme Court mag en moet ook op zijn karakter beoordeeld worden. Nog los van de aanklachten over seksuele misdragingen, werkte Kavanaugh nauw samen met een federale rechter die bekend stond om zijn voorkeur voor porno en andere seksuele uitspattingen. De rechter werd uiteindelijk gedwongen ontslag te nemen en Yale University, de alma mater van Kavanaugh, erkent dat ze al lang wist van problemen. Nooit wat van laten horen.

Over Yale gesproken, Amy Chua, de auteur van Tiger Mother faam, bereidde stagiaires voor Kavanaugh voor met de boodschap dat ze er als modellen uit moesten zien. Het plaatst de claim van Kavanaugh dat hij uitzonderlijk vrouw vriendelijk is in een minder positief perspectief.

Of Animal House gedrag tijdens studententijd een rechter moet diskwalificeren hangt meer af van de vraag of hij dat gedrag is ontgroeid (onderwijl erkennend dat het grof en horkerig was) dan van dat gedrag zelf. Geen misverstand, pogingen tot verkrachting en seksuele opdringerigheid zijn niet getolereerd gedrag, ook al was het in die jaren heel normaal. En laten we niet al te hoogdravend worden, al die corpsballen in Nederland die in de top van de politiek en het bedrijfsleven zitten, accepteerden een gedrag in hun club dat voor normale mensen onacceptabel zou zijn.

Al voor de getuigenis van Kavanaugh, gisteren, vond ik dat de man niet geschikt was op bovenstaande gronden. Daarom maakte het niet uit wat hij gisteren zei. Maar als ik dat toch meeneem, laat ik het de Trump-verdediging tegen aanklachten noemen – ‘give no ground’, ontken alles, beschuldig iedereen -, dan was het niet een optreden dat Supreme Court waardig was. Daarbij komt dat een FBI onderzoek verstandig geweest zou zijn – vooral als hij inderdaad zeker is dat daaruit niets crimineels uit kan komen.

Zijn de voorwaarden veranderd? Hadden de Republikeinen (ik praat niet over Trump want die is te dom en te geborneerd om over inhoud een opinie te hebben) kunnen weten wat ze met Kavanaugh in huis haalden? Op basis van het materiaal dat al voor de hoorzittingen aanwezig was, zou ik zeggen dat er een risicofactor aan de man zat.  Dat risico hebben ze bewust genomen, omdat ze graag een ‘activist in robes’ hebben. Alle gewauwel over letterlijke interpretatie van de grondwet en de geest van de opstellers is niet meer dan gewauwel. De conservatieven in het Supreme Court zijn activisten, niet meer en niet minder.

Met Kevanaugh zal het Supreme Court straks twee rechters bevatten die de normen van beschaafd gedrag ruim hebben overtreden. Voor de Republikeinen doet er dat niet toe. Zij hebben sinds Newt Gingrich eind jaren tachtig het confrontatiemodel in het Congres doorvoerde, beschaafd gedrag als norm al lang opgegeven.

Nachtmerrie scenario

Na de hoorzitting gisteren over de voorgestelde benoeming van Brett Kavanaugh voor het Supreme Court kan ik een nachtmerrie scenario voorstellen voor de Democraten. Zij hebben dit hele spektakel (hoe gegrond onderzoek naar de aanklacht ook was) gespeeld voor wat het waard was: politieke winst in november, met name in de senaat waar de kans op een Democratische overwinning klein is.

De nachtmerrie gaat zo. Na de emotionele getuigenissen van beide hoofdpersonen wordt Kavanaugh of afgestemd in de Senaat (hij zal wel door de commissie heenkomen) omdat twee Republikeinen tegen stemmen of gedwongen zich terug te trekken. Daarna zal Trump de vrouwelijke rechter voordragen die extreem conservatief is. Haar benoeming zal niet kunnen worden afgerond voor de verkiezingen maar boven de markt blijven hangen.

Presto: de verkiezingen gaan niet meer over Trump en zijn chaos maar over het Supreme Court en de vermeende obstructie van de Democraten (ook het verhaal van de Nederlandse Trump-apologeet, voormalig intellectueel, Leon de Winter in de Wakkere Krant, maar dit terzijde). Als dat het onderwerp is en Trump gaat vol op het orgel, dan zullen de evangelische zeloten massaal komen stemmen, vergezeld van neonazi’s, white supremacy types en dergelijke. Het resultaat kon de Democraten wel eens lelijk tegenvallen.

Vandaar het meest voordelige scenario voor de Democraten, een cynisch verhaal: Kavanaugh wordt benoemd in het Supreme Court en de Democraten spelen het hele aanrandings en vooral het frat boy elite verhaal maximaal. Dat heeft precies het effect dat ze nodig hebben: hoge opkomst, vooral van blanke vrouwen die in 2016 zo dom waren om op Trump te stemmen of thuis te blijven.

Nog afgezien van alle andere problemen die Amerika teisteren, is dit een van de grootste kwalen. Dat je cynisch moet zijn, ongewenste ontwikkelingen moet toejuichen om echt tot verandering te komen. De desastreuze nominatie van Hillary Clinton was zo’n ontwikkeling, de benoeming van Brett Kavanaugh kon dat ook wel eens zijn. Cynisme als leitmotiv. Over nachtmerries gesproken.

De woede van Kavanaugh

Ik weet niet of de woede en emotie van Kavanaugh hem goed doen – als ik hem hoor en zie, levert dat gemengde gevoelens op. Natuurlijk ben je kwaad als je leven kapot gemaakt wordt – zeker als je meent dat dit gebeurt op basis van niet gegronde aanklachten. Wat moet je anders doen? Ook woede kan geloofwaardig zijn.

Of dit de manier is om het frat boy complex weg te werken, blijft een open vraag. De getuigenis liet wel iets zien van de vulkaan van emotie, woede en vooral verongelijktheid die misschien meer aan de oppervlakte lag in zijn tienerjaren. Je kunt je ook afvragen of dit het soort persoon is dat je in het Supreme Court wil zien.

Als ik Kevanaugh was geweest dan had ik het rustig gehouden en ronduit gesteld dat als inderdaad een aanranding had plaatsgehad (geen verkrachting zoals sommigen zeggen, een poging tot), dat inderdaad diskwalificatie zou moeten betekenen. Maar ik zou het blijven ontkennen en stellen dat, Fords getuigenis ten spijt, er geen overtuigend bewijs is dat dit inderdaad is gebeurd.

Door alle onthullingen over binge drinking en elitair frat boy gedrag (schering en inslag, weet ik uit mijn tijd in Washington die jaren) is dat feitelijk het onderwerp geworden. Ruw geschetst: Vindicat-ballen die voordat ze later in hun carrière ergens benoemd worden vragen moeten beantwoorden over hun gedrag (wat in ondernemerskringen nooit zal gebeuren, die vragen dan).

Voor zover ik het gezien heb, vond ik de getuigenis van Dr Ford in haar eigen emotie en deels kapotte leven, indrukwekkend. Of het daarmee ook bewijst dat dit echt is wat er is gebeurd, is een even open vraag.

Een week of twee geleden was ik er vrij zeker van dat Kavanaugh de hoorzittingen wel zou overleven, als er niet definitief bewijs of meer aanklachten kwamen. Nu ben ik er niet zo zeker van dat hij in het Supreme Court zal komen.

Ik heb weinig tijd gehad om erover na te denken maar de woede en ergernis van Kavanaugh – niet per se zo bedoeld als strategie, denk ik – konden wel eens in zijn voordeel werken. In plaats van de Republikeinse mannen als gevoelloze ondervragers, komen nu de Democraten er zo uit te zien.

Eerder schreef ik dat dit verhaal geen goede afloop kan hebben. Dat geldt nu des te sterker. Ik vermoed dat een uitgebreid FBI onderzoek met een nadrukkelijk vaststellen dat er niets valt vast te stellen, voor Kavanaugh beter had gewerkt. Nu bewijst hij dat wie zich met Trump inlaat, daar alleen maar schade van ondervindt.

Voor een wat mij betreft interessante analyse hoe Kavanaugh met zijn getuigenis zichzelf gered heeft, klik hier.

 

Denkend over LBJ en presidentieel succes/falen.

Als je in Texas bent, meer speciaal in de Hill Country, is Lyndon Johnson nooit ver weg. Ik was er lang geleden al  geweest maar vorige week bezocht mijn vrouw voor het eerst de LBJ Ranch in de Hill Country, Johnson City en de LBJ Library and Presidential Museum in Austin. Het was als altijd een indrukwekkende ervaring. Johnson was een man van enorme ambities, met geweldige kwaliteiten en vreselijke karakterfouten. Een man die Amerika eigenhandig socialer en medelevender maakte, de burgerrechtenwetgeving erdoor jaste, armoede terugdrong en uiteindelijk verzoop in een oorlog die hem nauwelijks interesseerde, het drama in Vietnam. Voor mijn vrouw was het des te indrukwekkender omdat we over Johnson alleen de clichés kennen: de man van burgerrechten en van Vietnam.

Wat telt als je de resultaten van zijn presidentschap bekijkt, is dat Johnson toen hij op 22 november 1963 dat ambt bijna letterlijk in de schoot geworpen kreeg, is dat hij in twee jaar een wervelwind van wetgeving tot stand bracht, nooit gezien sinds de New Deal. Johnson vond dat je president bent om er iets mee te doen, dat je een verkiezing wint om je politieke krediet te gebruiken voor het algemeen goed, en dat deed hij.

Als zuidelijke politicus die als meerderheidsleider in de Senaat in de jaren vijftig nog burgerrechtenwetgeving verzwakte omdat hij de racisten in zijn partij te vriend moest houden, zette hij hen als president genadeloos de duimschroeven aan. Hij wist dat er politiek een prijskaartje aan hing, maar hij was niet voor niets president. Hij was zelf opgegroeid in relatieve armoede, wist hoe het leven in de Hill Country was voor de New Deal, gaf zelf onderwijs aan arme kinderen en was gemotiveerd om baanbrekende onderwijswetgeving te realiseren.

Ik zag weinig nieuws, maar het horen van Johnsons telefoongesprekken (hij bracht 16 uur per dag door aan de telefoon), de toespraken, de motivatie, het wegzinken in het moeras van Vietnam en binnenlandse onrust, zetten me nog maar weer eens aan het denken. Waarom is het politieke leven van Johnson interessant, fascinerend, dramatisch? Omdat hij een man was van buitengewone karaktertrekken, denk ik. Dat leidt tot interessante levens, tot interessante carrières en interessante presidentiële musea. Daarom is Johnson een van mijn favoriete presidenten, daarom is Richard Nixon razend interessant en daarom zijn Eisenhower en Jimmy Carter dat niet. De Kennedy Library is een hagiografisch geval, die van Reagan idem dito.

Interessante, fascinerende persoonlijkheden zorgen voor interessante fascinerende presidentschappen. Denkend over LBJ en pratend met Trump aanhangers in Californië en Texas, dat plaatsend in de context van mijn eigen historische kennis, verwacht ik dat iemand als Trump een interessante erfenis achterlaat. Niet een aantrekkelijke erfenis, wel relevant. Misschien lijden we er nog decennia onder. Het bevestigt mijn overtuiging dat het de meest succesvolle en de meest mislukte presidenten zijn die het meeste invloed hebben. Zoals we nog altijd een Amerika hebben dat is gemaakt door FDR en LBJ, zo is er ook het Amerika van de falende presidenten, mensen als Herbert Hoover en kleine Bush, wiens oorlogen we nog steeds niet afgerond hebben.

Don’t mess with Texas.

Sinds een paar dagen ben ik in Texas, Austin en de Hill Country, om meer precies te zijn. Ik moet het eens zijn met mijn gastheer Al dat het een verademing is vergeleken met Los Angeles – dat hij als zakenman een jaar of vijf geleden ontvluchtte. Het is groen, oogt niet zo vol als Zuid Californië, het verkeer is acceptabel, de mensen zijn aardig en Austin is een heerlijke stad. Al heeft gelijk: Texas heeft de ruimte. En ja, de belastingen zijn er veel lager – benzine is hier een volle dollar per gallon goedkoper dan in LA.

In een aantal opzichten niets nieuws. Ik ben vaker in Austin geweest, begin jaren tachtig voor het eerst. Toen was het ook aantrekkelijk maar ietwat dorps, op een Texas manier. Nu heeft de stad een veel mondainere uitstraling en cultureel meer te bieden dan alleen de music scene op 4th en 6th Street. Die oogt overigens vooral als uit de hand gelopen drinkfestijn, lijkt meer op New Orleans dan ik me herinnerde. Maar het Pecan Festival met gisteren een fantastische Hispanic-funk groep, de Superfonicos, die een geweldig concert gaven.

Texas is Texas en alles is dus groter. We zitten in een lake house van Al van enorme omvang, zijn woonhuis een kwartier hier vandaan, is van een in Nederland onvoorstelbare grootte. Een succesvol ondernemer met 300 werknemers leeft op deze manier, en zonder schaamte of terughoudendheid. Gelukkig hebben ze goede smaak en doen ze veel aan community affairs, maar Al is, niet onverwacht natuurlijk, een Republikein.

Interessant om de verdediging van de psycho te horen. Al weerspiegelt niet wat er op Fox News aan onzin wordt verkondigd maar de Wall Street Journal, die een meer sophisticated versie heeft van afkeer van Democraten. Obama is in deze visie de schuld van alle polarisatie, een interessante versie die Republikeinse haatzaaierij sinds eind jaren tachtig door Newt Gingrich en zijn kornuiten, Clinton haat, Bush incompetentie en allerlei andere zaken gemakshalve negeert.

Hier rondhangend (en de campagne van Beto O’Rourke tegen Ted Cruz volgend) kan ik een paar nieuw observaties toevoegen. Inderdaad, vergeleken met Los Angeles en de San Francisco regio, is Texas een paradijs. Verbaast me niets dat mensen Californië verruilen voor Texas: mijn verhaal over de volheid van de kusten, de trek naar het Midden Westen en Zuiden wordt hier versterkt door lekker weer.

Oh ja, die electrische scooters (stepjes met een motor) zijn een ware pest. Ze scheuren op de stoep, midden op straat, tussen tafeltjes door, en de meeste berijders kunnen er niets van. Ik zag in de WP net een bericht over een verdubbeling van het aantal ongelukken met die kregnen. Verbaast me niets. Italianen op fietsen zijn in het Vondelpark al een ramp, moet je je voorstellen dat ze twee keer zo hard kunnen op een nog instabieler stepje. Tijd voor preventieve maatregelen, zou ik zeggen. Daarvoor is het hier te laat. Texanen houden niet van regulering.

Ander observatie: bekend maar opnieuw licht onthutsend, is het gebrekkig Amerikaanse vakmanschap. Er wordt gebouwd bij het leven maar de afwerking is slecht. Deuren klemmen, dingen zijn niet afgemaakt, voegen niet gekit, hout niet afgewerkt. Toen ik in Washington woonde viel me dat al op, in Los Angeles vond ik het huis van mijn schoonouders altijd al slecht gebouwd. Maar goed, dertig jaar later staat het er nog, al vallen de gebreken wat meer op. Hier in dure, net opgeleverde huizen is dit gebrek opvallender. Verbaast me dat mensen ermee akkoord gaan.

We horen ook dat er op de middelbare scholen (private schools) een tamelijk virulente drugcultuur heerst (coke) en dat juuling, e-roken inderdaad epidemische proporties heeft aangenomen. Nicotine verslaafde kinderen moeten van de toilet getrokken worden waar ze in de niet-roken scholen hun kick opdoen.

Texaanse politiek begint te kantelen. Austin is misleidend want overweldigend Democratisch. We keken naar het O’Rourke-Cruz debat in een restaurant vol Beto-aanhangers (een politicus die enkel met zijn voornaam werkt heeft iets gaande). Maar daarover later meer, waarschijnlijk in de Groene.

Het circus in Washington.

De hoorzittingen rond Brett Kavanaugh krijgen steeds meer het karakter van een circus. Gecombineerd met het mogelijk ontslag van Rod Rosenstein (Trump heeft nu de aanleiding om dat te doen) roept het de vraag op of dit de normale toestand van Washington is: het ene mediaspektakel na het andere.

Het antwoord is dat het afhangt van de president. Obama had een schandaalloze ambtstermijn, hoewel de Republikeinen voortdurend alles blokkeerden en vervolgens Obama van machtsmisbruik beschuldigden als hij, net als Trump, zijn uitvoerende bevoegdheid gebruikte.

Mijn voorlopige conclusie is dat er niets goed van kan komen. De polarisatie wordt nog groter, de weerzin tegen lui als Lindsey Graham en andere ruggegraatloze senatoren groeit. Aan de Republikeinse kant wordt alles gezien als een poging tot ondermijning van een president die ze niet willen maar die hen een vrije hand geeft.

Het uiteenvallen van de VS is nog niet afgelopen.