Paul Pelosi is het slachtoffer van Republikeinse lafheid en machtswellust.

Het is met de aanval op de echtgenoot van Nancy Pelosi al net als met wapens in de VS. Steeds als er geweld optreedt buitelen de Republikeinen over elkaar heen met ’thoughts and prayers’ en uitbundige betogingen van medeleven. Om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag en meer wapens in de samenleving te pompen, en in dit geval, gewoon verder te gaan met het demoniseren van tegenstanders en het bagataliseren of ronduit goedpraten van geweld. Dat de midterms van 8 november voor een groot deel gaan over gestegen criminaliteit is een gotspe, althans de claim van de Republikeinen dat de Democraten daarvoor verantwoordelijk zijn.

Geweld tegen Pelosi was een van de doelstellingen van de Trump extremisten die op 6 januari Capitol Hill bestormden om het ultieme democratische proces, het vastleggen van de uitslag van verkiezingen, te blokkeren. ‘Where is Nancy’, klonk het door de gangen van het Capitool.

Dat hadden die mensen niet zelf bedacht. Het is iets dat de Republikeinen al jaren de samenleving in pompen, niet geleid door de uitbuiter ervan, de psychopaat in Florida, maar getolereerd door zogenaamd keurige mensen als Mitch McConnell. Geen piep tegen het racisme van Trump, tegen het radicale geblaat van extremische afgevaardigden in het Huis. Ik kan het niet genoeg herhalen: het was niet nodig dat dertig procent van de Amerikanen de uitslag van de verkiezingen van 2020 niet accepteert. De Republikeinse leiding, de Republikeinse Partij had op 7 januari een duidelijke boodschap kunnen afgeven.

Ze durfden niet en de samenleving plukt de wrange vruchten van dat gebrek aan lef, dat Republikeinen combineren met een fijne neus voor macht. Principes of normen, of enige vorm van moraliteit, hebben er niets mee te maken.

De aanval op Paul Pelosi zal niet het laatste geweld zijn dat Republikeinen op hun geweten zullen hebben. Hun weigering om de achterliggende retoriek en vuilspuiterij ook te veroordelen gaat tot nog veel grotere ongelukken leiden.

Waar de democratie op breken staat: mijn opinie artikel in de NRC over een tweeslachtig Amerika.

Vandaag in de NRC mijn opinie artikel over de Januskop van Amerika. Ik belicht acht constanten, aspecten van Amerika die steeds weer terugkeren, maar waarbinnen de VS voortdurend van het ene einde naar het andere einde van het spectrum zwaait. Vandaar dat de eerste zwarte president kon worden opgevolgd door een nihilistische narcist die racisme gebruikt om macht te verwerven. Het zijn beide aspecten van Amerika.

Lezers van mijn blog of mensen die mijn lezingen hebben bijgewoond zullen niet opkijken van dit thema, noch van mijn conclusie dat Amerika steeds meer uit elkaar valt. Dat het ‘samen’ in de samenleving onbreekt, zowel wat overtuigingen betreft als wat gedeelde lasten en lusten betreft. Ook mijn pessimisme over de uitkomst hiervan en de dreiging voor de democratie als vorm van verlicht politiek bestuur zal u niet vreemd overkomen.

Klik hier voor het artikel in de NRC, voor zover toegankelijk als u geen abonnement hebt.

Alternatieve geschiedschrijving.

Ik las onlangs Then everything changed van Jeff Greenfield, een gerenommeerde Amerikaanse journalist. In het boek neemt hij drie gebeurtenissen onder de loep om een alternatieve geschiedenis van Amerika te schrijven. Dat die gebeurtenissen direct met presidenten hebben te maken is verklaarbaar gezien hun grote invloed op wat er in Amerika en de wereld gebeurt – en Greenfields diepe ervaring met campagnes.

Ik houd wel van het denken over wat als… Het probleem is dat je meteen na het invoeren van een alternatief feit belandt in een wijd uitlopende omgekeerde trechter van mogelijke gebeurtenissen.

Eerst Greenfield. Hij laat JFK vermoorden, maar dan voor diens inauguratie. Het is bekend dat er een aanslag werd gepland op Kennedy en dat de mogelijke pleger ervan afzag omdat hij op het moment supreme niet alleen Kennedy maar ook Jackie en de kinderen moest opblazen. In Greenfields versie blijven die binnenshuis en wordt JFK in december 1960 aan stukjes geblazen.

Zo wordt Lyndon Johnson president en verdwijnt JFK uit de Amerikaanse geschiedenis. Tja, en dan wordt het natuurlijk plotten waarbij de lijnen die Greenfield uitzet niet altijd geloofwaardig zijn. Zouden de bay of pigs en de Cuba crisis zich net zo hebben afgespeeld als onder Kennedy? Ik betwijfel het. Chroesjtsjov besloot na zijn ontmoeting met Kennedy in Wenen dat hij met een broekje had te maken en mogelijk maakte hem dat overmoedig. Ook Vietnam speelt zich min of meer gewoon af, zij het zonder de Best and the Brightest, de adviseurs van Kennedy en dat zou alles ook weer anders gemaakt hebben.

De volgende gebeurtenis die Greenfield verandert, is dat hij Robert Kennedy in juni 1968 juist niet wordt vermoord. We weten dat in de chaos van de verkiezingsoverwinning in Californië Kennedy door de keuken werd geleid in plaats van door een veiliger gang richting grote hal zoals de bedoeling was. Daar stond de moordenaar, we weten niet hoe hij kon vermoeden dat die keuken gebruikt zou worden. RFK wordt niet vermoord en wint de presidentsverkiezingen van 1968. En dan wordt het weer moeilijk om verder te voorspellen wat er zou gebeuren. De late jaren zestig groeiden iedereen boven het hoofd.

Greenfield staat erop citaten en activiteiten te gebruiken die door de hoofdpersonen zijn geuit of gedaan. Dat is niet erg bevredigend omdat het natuurlijk dingen zijn die gezegd werden in totaal andere omstandigheden. Zeker, ze geven een idee van het karakter van iemand maar is dat voldoende?

De derde veranderde uitkomst van Greenfield is dat Gerald Ford in 1976 de presidentsverkiezingen wint van Jimmy Carter. Het is gemakkelijk te voorzien dat Camp David niet zou hebben plaatsgevonden en dat het Pananama Kanaal Amerikaans zou zijn gebleven. Zou de Iran crisis zich net zo ontwikkeld hebben? Ik vermoed het wel.

Greenfield vliegt volgens mij uit de bocht door na Ford in 1980 Gary Hart tot president te laten kiezen. En die loopt binnen de kortste keren vast in een seksschandaal in het Witte Huis.

Enfin, ik doe het zelf ook graag: doordenken over wat er gebeurd zou zijn als. Soms kun je dat beter niet doen omdat het afgrijselijk is. Stel dat FDR in februari 1933 in Miami wel zou zijn vermoord. De moordenaar miste de president elect en doodde de burgemeester van Chicago, Anton Cermak, die in Miami was om beleid door te praten met FDR. Probeer u voor te stellen wat er gebeurd zou zijn met de New Deal als de ouderwetse zuiderling, de Texaan John Nance Garner, FDR’s vicepresident elect, in maart 1933 geïnaugureerd zou zijn. En zou een ander, waarschijnlijk een Republikein, Amerika en de wereld door de Tweede Wereldoorlog hebben kunnen loodsen?

En wat als Richard Nixon en niet John F Kennedy in 1960 was gekozen? Toen was Nixon nog geen basket case van opgekropt ressentiment en hij was ervaren, vooral op buitenlands gebied. Daar had Chroetsjov wel respect voor gehad. Henry Kissinger zou lekker op Harvard zijn gebleven en wellicht was Nixon verstandig genoeg geweest om Vietnam anders aan te pakken. Aan de andere kant, de jaren zestig waren onmogelijk en Nixon zou er moeite mee gehad hebben.

De verkiezingen van 1976 zijn ook voor mij een favoriet wat als… Ik ben ervan overtuigd dat Gerald Ford in een volle termijn ten onder gegaan zou zijn aan olieprijzen, inflatie en wereldpolitiek, zoals Jimmy Carter dat ervoer (Greenfield laat Khomeini omkomen in een auto-ongeluk in Parijs, dat is me wat al te gemakkelijk). Ook als Ronald Reagan, die in 1976 Ford bijna versloeg in de voorverkiezingen, dat jaar was gekozen, was hij ten onder gegaan en zouden ons de jaren tachtig bespaard gebleven zijn, althans de neoliberale, neoconservatieve versie ervan.

In beide gevallen, had dan de weg opengelegen voor een Democratische overwinning in 1980 en hadden we nooit een president Reagan gehad. Ik betwijfel of Gary Hart dat jaar zou zijn doorgebroken maar er waren andere Democraten. De hele Reagan-revolutie zou zijn afgelast en dat had nogal wat betekend. Wat dan wel? Ik weet het natuurlijk niet. En wat als Reagan de moordaanslag voorjaar 1981 niet had overleefd? George W. Bush zou een keurige, succesvolle traditioneel conservatieve president zijn geweest. Voodoo economics zou beperkt zijn gebleven tot de Wall Street Journal opinie pagina’s.

Ook een favoriete wat-als-verkiezing is die van 2000. Had president Al Gore de aanslag van 9/11 kunnen voorkomen? Hij had zeker beter geluisterd naar Richard Clarke, Clintons terrorisme adviseur, en wie weet de signalen beter opgepikt. Bekend is dat Bush op zijn ranch in Texas in augustus een memo kreeg over Bin Laden en voorbereidingen voor een aanslag, en er niets mee deed. We weten hoe het afliep. Ook mét 9/11 was Gore natuurlijk nooit tegen Irak ten strijde getrokken, de meest desastreuze oorlog die Amerika ooit vocht.

Over 2004 ben ik minder zeker. Ik vermoed dat als Ohio de andere kant op was gevallen en John Kerry president was geworden, de Democraat ook vast zou komen te zitten in Irak. En de crisis van 2008, hoewel verergerd door Bush en de Republikeinse hands off houding, zou even hard zijn binnengekomen. Het zou John McCain in 2008 president gemaakt hebben en toen al een confrontatie met Rusland hebben opgeleverd (McCain wilde Oekraïne en Georgia in de NAVO). Het zou president Obama waarschijnlijk uitgesteld hebben tot op zijn best 2012, misschien 2016. Misschien was hij als senator dan al lang onderuit gegaan.

Vergeet even president Gore en president Kerry. Ik denk dat onder gelijke omstandigheden Hillary Clinton als ze in 2008 de voorverkiezingen had gewonnen, president was geworden. En hoewel ik kritisch over haar was, denk ik dat ze mogelijk een betere president was geworden dan Obama nu werd. Maar ja, ze won niet en had er goed aan gedaan vanuit de senaat de Democratische agenda te versterken. In plaats daarvan ging ze aan haar campagne beginnen voor 2016.

Wat een jaar. In 2016 was Hillary Clinton de slechtste kandidaat ooit. Ze had alle veelbelovende Democraten al weggejaagd en kreeg daardoor tegenstand van een onverkiesbare linksaard, Bernie Sanders. Ze was te oud, te hardleers om zelfs van Donald Trump te kunnen winnen. Amerika zou er een stuk beter bijliggen als ze wel gewonnen had of een andere Democraat de psycho had verslagen. Die zou dan in 2020 verloren hebben van Ted Cruz of een andere senator die dat jaar had kunnen bogen op scherpe woorden over die vreselijke Trump die een geheid Republikeinse overwinning had gefrustreerd.

Inmiddels zit Cruz met zijn neus diep in Trumps achterwerk (het is druk daar, vol met andere senatoren en ruggegraatloze mogelijke speakers) en de democratie in Amerika is kwetsbaarder dan ooit.

En wat als Trump in 2020 had gewonnen? Het zou het einde zijn geweest van het Amerika zoals we dat kennen, ook zonder 6 januari.

Terug naar Greenfields boek, ten slotte. De man kent zijn pappenheimers en kan geloofwaardig over deze politici schrijven en je zo een inzicht geven in hun karakters.

Ik verschil van mening met Maarten van Rossem die ooit schreef dat presidenten er niet toe doen. De geschiedenis doet gewoon wat hij doet en wie er in het Witte Huis zit, is nauwelijks relevant. Ik kan dat niet geloven en in elk geval doet het er dan niet meer toe wat er als alternatief was gebeurd. Laten we zeggen dat Maarten op typische manier overdrijft.

Greenfield, Jeff (2011). Then Everything Changed: Stunning Alternate Histories of American Politics: JFK, RFK, Carter, Ford, Reagan

Geoff Nuffall, eerste violist St Lawrence String Quartet overleden.

Misschien hebben liefhebbers van strijkkwartetten het gemist, maar op 22 oktober overleed Geoff Nuffall, de eerste violist van het St Lawrence String Quartet, een van mijn favoriete en een van de beste strijkkwartetten ter wereld.

Wie een concert van het kwartet heeft gezien zal het nooit vergeten. Ik herinner me speciaal een concert in de serie die de KAM indertijd organiseerde. Het kwartet speelde een van Nuffall favoriete componisten en van zijn favoriete stukken: Haydns Op. 76 nr. 2. Het blies ook mij van mijn stoel, om maar een Americanisme te gebruiken.

Nuffall was de drijvende kracht achter het kwartet en de energie in de uitvoeringen. Hij ging er zo gedreven in dat hij vaak zichzelf van zijn stoel verhief bij het spelen. Als ze in Nederland waren ging ik er altijd naar toe. Helaas kwamen ze niet vaak genoeg in Amsterdam maar ik ben er een keer voor naar Eindhoven geweest. 

Er zijn veel goede strijkkwartetten en een paar buitengewone. De dood van Nuffall betekent het einde van het meest exceptionele kwartet.

Klik hier voor de link naar de NYT pagina, met twee mooie youtube delen van optredens.

Hier de URL van de video van Haydn Op. 20 Nr 3, met Nuffall in karakteristieke vorm.

Waarom de progressive caucus van de Democraten stupide is.

Soms is het moeilijk te geloven hoe hardleers en ronduit dom ook Democraten kunnen zijn. Progressieve Democraten met name. Bij herhaling.

Vorige week stelde de aanstaande Speaker van het Huis, Kevin McCarthy, de hulp die de VS geeft aan de Oekraïne ter discussie. Die was niet onbeperkt, luidde het niet vreselijk schokkende verhaal. America First, na de oorlog in Oekraïne. Maga babbels voor de achterban.

Het leek spectaculair in zijn gezicht te ontploffen. Met name in staten in het Midden Westen, zoals in Ohio, wonen nogal wat Oekraïnse Amerikanen. Die zijn over het geheel genomen behoorlijk conservatief – ze kwamen tijdens of na de Tweede Wereldoorlog, soms als colloborateurs met de Duitsers, altijd als fel anti communistisch. Vaste Republikeinse kiezers.

Niet slim dus van die niet zo slimme McCarthy om nu, twee weken voor de verkiezingen waarin onder andere de senaatszetel voor Ohio op het spel staat, die hulp aan de Oekraïne in twijfel te trekken. Democraten in het Congres begonnen te praten over het vastleggen van lange termijn uitgaven zolang ze dat nog konden, dwz. voordat de Republikeinen de tent overnemen.

Een soort eigen doelpunt dus.

Maar nee, te vroeg gejuicht. Daar komen dertig progressieve Democraten onder leiding van afgevaardigde Pramila Jayapal, de baas van de progessive caucus, met een open brief aan de Democratische leiding met de oproep aan de regering Biden om met de Russen te gaan onderhandelen over Oekraïne. De brief maakte duidelijk dat Bidens stellingname dat vooralsnog met dit Rusland niet viel te praten, ter discussie stond.

Medeondertekenaars wisten niet hoe snel ze moesten wegrennen toen the shit hit the fan. Het was een brief die al in juni was opgesteld en nu ineens zonder hun medeweten was rondgestuurd. Over fakenieuws gesproken. In de brief wordt verwezen naar de annexatie en die vond pas vorige maand plaats. En de vraag of je in juni wel zo dom had mogen zijn bleef onbeantwoord. Het resultaat was dat de brief werd teruggetrokken, dat de Democraten in hun hemd stonden en dat de schade die McCarthy aanrichtte door zijn tegenstanders werd gerepareerd.

Wat er ook mag zijn van de intenties van de progressieven, het was ongelooflijk stupide om nu, twee weken voor verkiezingen staand beleid van een regering die het moeilijk heeft te bevragen.

Toen ik de naam Jayapal zag, ging een belletje af. Dit was dezelfde dame, de leider van de progressieve caucus in het Huis, die in 2021 de Build Back Better miljarden en structurele veranderingen van Joe Biden in gijzeling nam. Er moest meer groen in en ze had een aantal andere progressieve stokpaardjes te berijden. En ze wist zeker dat het blokkeren van Bidens plannen uiteindelijk zou leiden tot een beter BBB plan.

We weten nu dat het geklungel op links, het traineren van het plan, het moeilijker maakte om het aangenomen te krijgen. Uiteindelijk verdween het en werd vervangen door een anti inflatie plan (ja, serieus) dat deze zomer werd aangenomen, 1500 miljard minder. In de tussentijd was de staat Virginia verloren gegaan omdat er helemaal geen plan was (het infrastructuurplan was door die andere lastige Democraat, de conservatieve olieboer Joe Manchin, vastgepind en BBB lag ergens achteraf op apegapen dankzij die progressieve nonsens.

Soms, vaak zelfs, zijn Democraten hun ergste eigen vijanden. 

Xi Jinping is zwakker dan we denken.

Het is een interessant terugkerend fenomeen: autoritair leider slaagt erin na jaren lang te hebben gewerkt aan het verwijderen van alles en iedereen die hem of haar in de weg stond de toppen van zijn macht te bereiken. Het blijkt vaak ook meteen het omslagpunt te zijn. De totale macht maskeert alle zwaktes van het systeem dat de leider zodanig heeft gemasseerd dat het hem ten dienste staat. En vroeg of laat keert zijn totale macht, zijn totale isolement, zich tegen hem. Het is meer dan hubris, meer dan overmoed. Het is een aspect van het autoritaire systeem dat het geen vangrails heeft en alleen crashend zichzelf kan vernieuwen. 

Zien we dat in China ook gebeuren?

In een week waarin de totale machtsovername van Xi Jinping werd beschreven en geïllustreerd met portretten van de jaknikkers om hem heen, zie je artikelen verschijnen die vertellen hoe zijn macht beperkter is dan het lijkt. Artikelen die waarschuwen voor het gebrek aan tegenmacht, het gebrek aan discussie en alternatieven.

Ik ben geen China deskundige, dus van mij hoeft u het niet aan te nemen.

Maar als u één enkel artikel wilt lezen dat uw kijk op Xi Jinping verandert, dan is het de analyse van Xai Cia in het blad Foreign Affairs. Xai Cia was lange tijd docent in het opleidingsinstituut van de Chinese Communistische Partij. Hij weet waar hij het over heeft en legt mooi uit hoe de processen van machtsverwerving werken. En, en passant, waarom Xi, niet de slimste van de leiders in China, toch aan de top terecht kwam. De ondertitel How Hubris and Paranoia Threathen China wordt in het verhaal mooi waargemaakt.

Een fascinerend verhaal, in principe enkel toegankelijk voor abonnees, maar ik zie dat u een gratis artikel kunt lezen als u een email adres invoert. Grijp uw kans.

Kijk ook op Politico voor een kritisch artikel.

De actualiteit van Tocqueville en waarom Xi Jinping hem moet lezen.

Lezing van de nieuwe biografie van Alexis de Tocqueville door Olivier Zunz leidt automatisch tot overpeinzingen over de bedreigde staat van onze democratie (klik hier voor mijn bespreking).

Tocqueville is populair, zowel bij conservatieven als bij progressieven. Toen hij nog intellectuele integriteit had, schreef Thierry Baudet over Tocqueville in zijn bundel over conservatieve denkers en ook het panellid van Ongehoord Nederland, Andreas Kinneging, is een fan van Tocqueville. Zij komen bij Tocqueville vanuit diens scepsis over de overlevingskracht van democratie en bewieroken vooral diens stelling dat religie, georganiseerd geloof, noodzakelijk is om een samenleving op de rails te houden.

Ook Tocquevilles zorg over individualisme (hij was een van de eersten die dat benoemde) met daarmee desinteresse in de brede samenleving waardoor een paternalistische staat ongebreideld kan groeien, valt in die hoek in goede aarde. Dat individualisme is echter ook een zorg van progressieven. Zij waarderen Tocquevilles toewijding aan democratie en gelijkheidsideaal (van voorwaarden, niet van resultaat) en zijn onderkenning van het belang van associaties en gemeenschapsgevoel. En zijn waarschuwing dat democratie kan verkeren in tirannie, hetzij van de meerderheid, hetzij die van een uitgedijde staat die door ongeïnteresseerde burgers getolereerd wordt, hetzij door demagogie.

Tijdens de corona slowdown heb ik Tocqueville nog eens herlezen, voor de zoveelste keer, maar nu in het Frans. Geeft toch een andere kijk. Het Frans is overigens niet veel anders dan het moderne Frans, waardoor Tocqueville en trouwens ook Montesquieu goed leesbaar blijven.

Wat nu het meest treft in deel II van La Démocratie is Tocquevilles nadruk op ‘les moeurs’, mooi vertaald in het Engels als ‘habits of the heart’. Hij bedoelde dat democratie een vorm van civiele consensus nodig heeft, een toewijding die niet in constitutionele vormen is vastgelegd. Tocqueville stelde ook dat het goed is als burgers opgroeien in een samenleving waarin gelijkheid belangrijk is en democratie (hij gebruikt de termen door elkaar) de werkwijze is.

Tocqueville zag ‘associaties’, het zich organiseren van burgers om iets gedaan te krijgen of te agenderen als de kracht van Amerika, en impliciet ook van democratie. Als er veel dwarsverbanden zijn die mensen betrokken houden bij de samenleving dan houden die elkaar ook in evenwicht. Dat was het argument dat Founding Father James Madison aanvoerde toen hij betoogde dat een republiek beter kon overleven als grote eenheid dan als in klein verband. Met zoveel mensen en zoveel groepen kan er nooit een groep bovenuit steken en de zaak naar zijn hand zetten. In de twintigste eeuw noemden onze christen-democraten dat het maatschappelijk middenveld.

In Amerika en bij ons zijn die vrijwillige groepen sterk in kracht verminderd, soms verdwenen. Vakbonden zijn gereduceerd tot onmachtige belangenbehartigers. Kerken zijn leeggelopen. Verenigingen, zoals de befaamde bowling alleys die Robert Putnam in Bowling Alone bekeek, spelen geen grote rol meer. Soms was dat het gevolg van nog grotere gehelen – globalisering liet gemeenschappen achter met werkeloosheid en een ontmantelde sociale infrastructuur (en opioid verslavingen), soms was het bewust beleid. Amerikaanse ondernemingen hebben heel bewust de macht van vakbonden ontmanteld door eerst naar het zuiden en daarna naar het buitenland te trekken. Een van de gevolgen: het federale minimumloon dat nu $ 7,25 bedraagt (echt!) zou bij gelijke koopkracht met de jaren zestig nu $ 24 moeten zijn.

Alarmbellen gaan af bij wat we in Amerika zien gebeuren. Daar heeft dertig procent van de bevolking, opgejuind door de Republikeinen, zichzelf ervan overtuigd dat hun land geen democratie meer is, althans zich niet beweegt wat zij als de consensus over democratie beschouwen – namelijk dat ze altijd winnen. En dat gebeurt in een land waar de ongelijkheid groter is dan ooit sinds de tijd van de roverbaronnen, laat negentiende eeuw. Het is een kwestie van tijd voordat meer Amerikanen hierdoor hun vertrouwen verliezen, ook zij die niet in de Big Lie geloven, ook Democraten. Tocqueville waarschuwde voor demagogie, voor het verlies van kritische faculteiten waardoor alles platgeslagen eenheidsworst wordt – of in een kader gedrongen wordt.

Wat geloof betreft, denk ik dat Tocqueville een kind van zijn tijd was. Hij was zelf van zijn geloof gevallen maar nog diep in de katholieke sferen, zozeer dat hij in Amerika misschien wat al te veel naar de priesters luisterde (zijn moeder wilde dat hij ook in Amerika op zondag naar de kerk ging). Hij vond zijn geloof nooit helemaal terug, of eigenlijk helemaal nooit, en zijn kijk op Amerika had nogal wat beperkingen. Hij dacht dat de meeste Amerikanen keurige Unitarians waren, hij miste compleet de Second Great Awakening die er plaats had.

Conservatieven die Tocqueville aanhalen om te benadrukken dat geloof onmisbaar is voor een samenhangende samenleving spannen de Fransman graag voor hun wagentje. Tocqueville kon zich gewoon geen samenleving zonder geloof voorstellen maar zijn conclusie dat het ook onmisbaar was, is kort door de bocht. De gedachte dat democratie niet zou kunnen overleven in een seculiere samenleving lijkt me niet door feiten gestaafd. Eerder zie ik dat geloof wordt gebruikt om democratie te handicappen door wrede mannen in Rome of evangelische zeloten.

De la Démocratie is het bekendste werk van Tocqueville, vooral deel I wordt nog steeds veel gelezen. En terecht. Deel 2 is interessanter vanuit het perspectief van de politieke sociologie omdat Tocqueville feitelijk een theorie van democratie opzet.

Minder gelezen maar minstens zo interessant is L’Ancien Régime et la Révolution, Tocquevilles meesterwerk dat hij schreef nadat hij in de politiek in Frankrijk was vastgelopen (en Frankrijk was vastgelopen in de zoveelste poging een republiek in stand te houden). Zie de biografie voor de invloed die Tocquevilles leven had op zijn werk. Hij schreef Ancien Regime na de coup van Louis Bonaparte. Tijdgenoten lazen zijn verslag van de aanloop naar de Franse revolutie als een kritiek op de politiestaat van Louis Bonaparte, precies wat hij voor ogen had. Hij schreef het in politieke ballingschap en vertelde zijn vader ‘ook dit is politiek’. In L’Ancien Régime begint hij bij de allereerste poging tot republiek, in 1789.

In het boek weerlegt Tocqueville de claim dat de revolutie uitbrak vanwege niet te dragen miserie van de bevolking. Integendeel, het was eerder de blokkering van de ambities van de middenklasse, betoogt Tocqueville. Ook interessant en ook actueel: revoluties ontstaan vaak in een omgeving waarin al verandering is opgetreden maar die onvoldoende snel of volledig gaat.

Ik moest denken aan de studentenopstanden in Zuid-Korea in 1980 en 1988 en het falen van Pinochet en andere autoritaire machthebbers om uit de dictator modus te komen. Autoritaire leiders kunnen geen centimeter toegeven, want als mensen de smaak te pakken krijgen, dan gaat alles schuiven. Ik moest natuurlijk denken aan Xi Jinping.

Samuel Huntington ontwikkelde zo de theorie van de destabiliserende invloed van het gat tussen verwachtingen en de werkelijkheid. Menigeen, ook ik, dacht dat de ontwikkeling van China tot een samenleving met een stevige middenklasse zou leiden tot een losser regime. Naarmate het beter met ze gaat, zouden burgers verlangen naar politiek macht, meer macht om hun eigen leven te beïnvloeden. Xi Jinping heeft die ambitie de afgelopen tien jaar de nek omgedraaid, precies omdat hij zag aankomen dat het tot vermindering van de macht van de partij zou leiden. Nu heeft het geleid tot een autoritaire eenmans staat waarin de burgers worden onderdrukt en dat ook weten. De Chinese leider zou er goed aan doen L’Ancien Régime te lezen.

John Stuart Mill, de grote denker achter liberalisme (het echte liberalisme) was een fan van Tocquevilles werk. Net als Tocqueville dacht hij dat de ontwikkeling van democratie en grote gelijkheid onontkoombaar was. De onderdrukkende klasse zou op een zeker moment het recht om te delen in het bestuur van een samenleving moeten delen om zijn positie te behouden. En zo is het gegaan en democratie heeft er wel bij gevaren. Te vrezen valt dat democratie nu meer en meer een kiesmodel is dat de heersende klasse legitimeert en niet meer de energie voortbrengt dat Tocqueville in Amerika zag.

Ik had een diep doordacht essay over democratie willen schrijven. Dat zit er nu niet in, in elk geval niet on line. Ik blijf er aan doorwerken, nu moet ik het hier laten bij deze observaties. En het advies Tocqueville te (her)lezen en u zorgen te maken.

Democratie is kwetsbaar, we kunnen er niet omheen. Tocqueville zag het al. Democratie is geen statische situatie. Je moet eraan werken. En je bent het sneller kwijt dan je het verwerft. En ja, optimaal wordt het nooit. Maar het kan veel slechter en we zijn daar rap naar onderweg.





Waarom zijn de Republikeinen zo sterk?

 

Hoewel hun opinies in Amerika in de minderheid zijn en in de laatste acht presidentsverkiezingen ze slechts één keer de meerderheid van de stemmen haalden (in 2004) zijn de Republikeinen opmerkelijk succesvol als het om politieke vertegenwoordiging gaat. Op 8 november zullen ze waarschijnlijk het Congres heroveren, zonder aanwijsbare last van hun associatie met Trump en diens Big Lie fantasie of diens staatsgreep. En zonder programma. Wat verklaart hun succes?

Voor een deel gaat het om het spiegelbeeld van de factoren die de Democraten problemen opleveren. De midterms met een Democraat in het Witte Huis bieden de Republikeinen kansen om in te breken. De opkomst van Republikeinen is meestal hoger dan die van Democraten, zeker als er geen president op het spel staat. De Trumpies, de geradicaliseerde basis van de partij, hebben veel op het spel staan: meer de helft van de Republikeinse kandidaten verkondigt de Big Lie. Ze zullen wel stemmen. Verder is de kiezersbasis van de Republikeinen ouder en levert hun sociaal en economisch conservatisme stemmen op in de conservatieve Aziatische, zwarte en hispanic gemeenschappen, daarmee de identiteitspolitiek die de Democraten sterk leek te maken ondermijnend..

Ook van structurele aard is het voordeel dat de Republikeinen altijd hebben van het politieke systeem in Amerika. Dankzij de grondwet van 1789 zijn plattelandskiezers nu grotelijks oververtegenwoordigd in Amerika, zeker in de Senaat en het kiescollega voor de presidentsverkiezingen. Californië heeft met 37 miljoen inwoners in de Senaat evenveel invloed als Wyoming met krap 600.000 burgers. Een kleine minderheid van het totale aantal kiezers kan zo het beleid in de Senaat bepalen. In het Huis geldt een dergelijk voordeel in mindere mate, hoewel plattelandsdistricten vaak minder inwoners hebben dan die in de grote steden. Belangrijker is hier dat de Republikeinen in een bewuste strategie sinds 2000 de regeringen van de staten hebben veroverd, wat hen de macht gaf bij herindelingen van de kiesdistricten (in 2010 en 2020) hun staten zo op te delen dat ze er electoraal het meeste profijt van hebben. In Wisconsin hebben de Republikeinen 65 procent van de zetels met vijftig procent van de stemmen. Bij de komende midterms geldt: met 49 procent van de stemmen zullen ze een ruime meerderheid halen.

De Republikeinen hebben met bewonderenswaardige lange termijn visie instellingen, instituties en kanalen opgebouwd die het mogelijk maken permanent campagne te voeren. Met hulp van de Koch broers en het bedrijfsleven wordt onophoudelijk verteld dat de klimaatcrisis geen crisis is, dat bedrijven en rijke individuen te veel belasting betalen, dat Democraten socialisten zijn. Denk tanks en lobbygroepen worden ruim gefinancierd. Met hulp van Rupert Murdoch, de eigenaar van Fox News, de New York Post en de Wall Street Journal, wordt onophoudelijk ideologische praat verkondigd. Daar kunnen de opinieartikelen in de klassieke media niet tegenop.

De polarisatie in Amerika heeft ertoe geleid dat kiezers rigoureus voor de ene of de andere partij stemmen, ongeacht wie er kandidaat is. Dit jaar lijken de Republikeinen er geen last van te hebben dat een aantal van kandidaten niet geschikt is – zelfs senator Mitch McConnell, na Biden de machtigste man in de Amerikaanse politiek, geeft toe dat er een kwaliteitsprobleem is. Het lijkt voor de kiezers geen verschil te maken.

Ondanks winst onder hispanics en Aziaten is het kiezersbestand van de Republikeinen vooral blank. Het is natuurlijk niet zo dat alle Republikeinse kiezers racisten zijn, maar zeker is dat racistische praat door Trump of zijn acolieten weinig kiezers wegjaagt. Economische onderwerpen, vooral lage belastingen en weinig regulering, zijn belangrijk voor de economische elite die zich Trumps hondefluitjes gemakkelijk laat aanleunen. Traditionele Republikeinen juichten bij de verlaging van belastingen en de deregulering die de Republikeinen doorvoerden (niet Trumps agenda), ze haalden en halen hun schouders op over Trumps karakter en incompetentie. En bagataliseren 6 januari.

Een gevolg daarvan is dat de Republikeinen nu de partij zijn geworden van de racisten. Trump was dat openlijk, al sinds hij zijn birther onzin over Obama verkondigde. De Republikeinse elite vond het wel best om bovengenoemde redenen. In veel staten voeren de Republikeinen campagne op het thema misdaad. De demonstraties na het doden van George Floyd en de stupide kreet Defund the police maken het gemakkelijk toegenomen criminaliteit toe te schrijven aan de Democraten. Het is geen toeval dat juist in staten met zwarte Democratische kandidaten (Wisconsin, North Carolina, Florida) ze daar voluit voor gaan.

De Republikeinen noemen het natuurlijk niet racisme, maar een opkomen voor de belangen van de gewone Amerikaan, lees een blanke die denkt dat hij aan alle kanten voorbijgelopen wordt door anders gekleurde minderheden. Daarmee hebben de Republikeinen hun eigen identiteitsobsessie (iets wat ze de Democraten steeds verwijten), zij het dat het gaat om de identiteit van de bedreigde meerderheid, die van blanke Amerikanen. Ressentiment in de vorm van racisme. Niet enkel America First maar ook blanke Amerikanen first.

Nog los van dit racisme hebben de Republikeinen, sinds Newt Gingrich en versterkt door Trump, opruiende en onciviele taal tot hun kenmerk gemaakt. Het is de extreme vorm van polarisatie: zij, de andere kant, zijn niet slechts politieke tegenstanders maar onze vijand. Sterker: ze zijn vijanden van Amerika en alles waar het voor staat. In deze visie is er maar een groep die Amerika echt vertegenwoordigt en dat zijn de Republikeinen. Het normaliseren van dezen opruiende retoriek heeft de Republikeinen goed gediend en maakt het moeilijker dan ooit om het programmatische midden overeind te houden als mogelijke doelstelling van de politiek.

De Republikeinen hebben vooralsnog de arbeider (als je die term breed gebruikt voor lagere tot lage middeninkomensgroepen) overgenomen van de Democraten. Maar partij is bepaald geen paradijs voor Joe the Plumber types. Integendeel, hij wordt geleid door een elite die zichzelf maskeert als toffe jongens maar daar steeds net niet in slaag met hun Harvard en Yale opleidingen en hun verbijsterend gebrek aan empathie (Ted Cruz die naar Mexico op vakantie gaat als zijn staat in de kou zit omdat de energievoorziening er niet deugt). Je kon kiezers bedotten met Donald Trump als vertegenwoordiger van de gewone man, vol van grieven. Het werkte.

De partij die de ongelijkheid in Amerika sinds 1980 enorm heeft vergroot, plukt de vruchten van maatschappelijk ongenoegen met die ongelijkheid. Verwijt de Democraten dat ze er blind voor waren en stel vast dat de Republikeinen ervan hebben geprofiteerd. Ze hebben cultuur onderwerpen ingezet om kiezers hun ongelijkheid en maatschappelijke deprivatie te laten vergeten.

De kracht van Republikeinen is dat er niet voor terugschrikken macht te gebruiken. Onder George W. Bush, zelf in 2000 gekozen in een machtsspel waarin de Republikeinen het hard speelden en de Democraten netjes accepteerden wat de uitkomst was, begonnen ze een oorlog waar ze al lang op hoopten. Ze voerden een lange termijn strategie uit die de federale rechtbanken in de VS vol met conservatieve rechters zet. Senaatsleider Mitch McConnell weigerde in 2016 een kandidaat voor het Supreme Court die door Obama was voorgesteld zelfs maar te ontvangen. Het besliste de verkiezingen van 2016 in het voordeel van Trump en McConnell kon de gestolen zetel met een conservatieve ideoloog vullen. En steeds weer, zowel onder Bush als onder Trump, verlaagden ze de belastingen voor de rijken.

Programmatisch bieden de Republikeinen dor zand. In de jaren tachtig waren vriend en vijand het erover eens dat de Republikeinen de partij van de ideeën waren. De laatste twintig jaar is het armoe troef. In 2020 ging de partij de presidentsverkiezingen in zonder programma en waarom zouden ze zich ook erom bekreunen? Programma’s leveren per definitie conflicten op. Op 8 november zien we een partij die enkel kritiek op Biden als programma heeft: inflatie, immigratie en criminaliteit. Op de achtergrond buiten ze onderwerpen uit als seksonderwijs op scholen (in Florida de ‘don’t say gay’ wet), verbieden ze boeken in bibliotheken en doen ze net of scholen gedwongen zijn critical racism, een academische theorie, te onderwijzen – wat onzin is. De kracht van de Republikeinse politieke elite is dat ze verkiezingen weten te winnen, met of zonder programma, en als ze de macht hebben, hun vast patroon uitvoeren: belastingen verlagen en de overheid uitkleden en machteloos maken.

Nee, ze zijn niet gek geworden zoals sommige mensen verkondigen. Integendeel, zou ik haast zeggen. De Republikeinen hebben enorme succes omdat ze gedisciplineerd campagnes voeren die niet gaan over progamma’s maar over winnen. Ze zijn rigoureus in aanvallen op persoon en programma’s. Ze hebben haat en wij-zij denken geïncorporeerd in hun modus operandi.

Ze slagen erin om de heel diverse groepen die Republikeins stemmen te motiveren. De meeste Republikeinen geven geen donder om abortus, Donald Trump voorop. Maar die rechters, die zijn wel belangrijk voor de elite. Conservatieve rechters doen meer dan wapenbezit bevorderen en abortus onmogelijk maken. Het gros van hun uitspraken heeft direct te maken met hoe het Amerikaanse bedrijfsleven functioneert en wat de overheid mag doen. Hoe minder overheid, hoe beter redeneert de Wall Street vleugel van de Republikeinen. Het is een rare combi, deze welgestelde trouwe stemmers en de lage middenklasse Trump aanhang, maar het is eenvoudig te zien wie er profiteert.

Een van de gevolgen is een opmerkelijke flexibiliteit van waarden. Al die Republikeinen die Donald Trump een ramp vonden bij de voorverkiezingen van 2016, schaarden zich eensgezind achter hem toen hij president was. Mitch McConnell, wiens vrouw door Trump racistisch beschimpt is (ze is Taiwanees), lijdt in stilte want hij weet dat de macht bij hem ligt. Kevin McCarthy, de aanstaande Speaker, is bereid elke vernedering te ondergaan om die post te verwerven.

Ook de lange termijnstrategie van de Republikeinen is veelbelovend voor de mensen die macht willen. Als ze deze midterms winnen staan ze er goed voor in 2024, als Trump geen kandidaat zal zijn en de Democraten veel senaatszetels op het spel hebben staan (dankzij de winst in 2018). En, gevaarlijker voor Amerika, ze hebben de poppetjes én de mindset op zijn plaats om die verkiezingen te winnen, ongeacht de uitslag.

Klik hier voor mijn eerdere analyse van de zwakte van de Democraten.

Klik hier voor een bespreking van The Destructionists. The Twenty-Five-Year Crack-Up of the Republican Party door Dana Milbank

Brexit bites back, again.

Ik betrapte mezelf op medelijden met Lizz Truss. Om zo genadeloos onderuit te gaan, zo beschamend te moeten vertrekken, zo je wereld in duigen zien vallen. Pijnlijk. Hoe moet je daarmee verder? 

Het radicalisme van Trusse en haar minister van Financiën was even welgemeend als ondoordacht. Ze was (en is, denk ik) een gelovige. Het evangelie van de supply side zeloten die in de jaren tachtig Amerika in de greep kregen, had ze in zijn geheel tot zich genomen. Ontketen de animal spirits van de burgers die het meest verdienen (impliciet: omdat ze de meeste meerwaarde leveren) en het gaat vanzelf goed met de economie van het land. Jacob Rees-Mogg, de krijtstreep extremist in haar regering, stelde meteen al voor zowat alle regulering van de arbeidsplekken af te schaffen. 

Met Truss is de laatste illusie van Brexit verdwenen. Zij was juist degene die de krachten van Engeland los wilde maken nu het niet door de EU wordt ingesnoerd. De meerderheid die Brexit kreeg kwam van burgers die kortzichtig zich wilden afzetten, de ideologische kracht achter Brexit kwam van libertarians, verzameld in een paar denk tanks in Londen. Nu heeft Groot-Brittanië de worst of all worlds: Brexit zonder de ideologie die erachter zat. 

Het kan nog erger worden als Johnson zich er weer mee bemoeit. Het idee van sommige parlementariërs dat hij volgende verkiezingen kan winnen miskent dat hij in 2019 alleen maar won omdat Jeremy Corbyn als leider van Labour zijn partij naar de afgrond leidde. 

Het is een genoegen de conservatieven te zien spartelen.

Wat er echt aan de hand is, is dat na twaalf jaar regeren, inclusief het Brexit drama, de conservatieve partij niets te bieden heeft. Geen ideeën, geen beleid, geen personeel. Weg ermee.

 

 

Wat maakt de Democraten zo zwak?

Het aanstaande verlies van de Democraten roept de vraag op waarom de Democratische Partij niet in staat is een electorale vuist te maken, terwijl de Republikeinen hen, ondanks hun Trump-ziekte, aan alle kanten voorbij racen. Het antwoord, u raadt het, is complex, of beter gezegd, er zijn veel antwoorden of randanalyses die deelaspecten duidelijk maken.

Om te beginnen zijn het midterms met een Democraat in het Witte Huis. Dat loopt nooit goed af voor de partij in het Witte Huis, zie 1994, 2006, 2010, 2014 en 2018, met verschillende partijen. Kiezers wijten alles wat hen niet bevalt aan de president en, eerlijk is eerlijk, als het goed gaat claimt de president ook alle eer. Inflatie, immigratie en misdaad zijn fijne onderwerpen – voor de Republikeinen – om de huidige regering en congresmeerderheid om de oren te slaan.

Ook is de opkomst bij midterms altijd minder dan bij presidentsverkiezingen. Dat schaadt Democraten over het algemeen meer dan Republikeinen. De laatsten hebben trouwer kiezersvolk, het meestal oudere Amerikanen (veel boomers die hun jaren zestig idealen hebben ingeruild voor huisje, boompje, beestje standaarden). In 2018 konden de Democraten op de golven van afkeer van Trump hun kiezers enthousiasmeren, het omgekeerde, positieve reacties op een partijgenoot, hielpen niet in 2010. Toen kwamen de Obama-kiezers van 2008 niet opdagen. In 2020 kwamen de kiezers wel, maar dat was om Trump weg te jagen. Het leverde de Democraten minimale meerderheden op in het Congres. Anders gezegd: Trump verloor maar de Democraten wonnen niet.

Ook een structurele factor is dat de kiezers van de Democraten vaker in steden wonen dan Republikeinse kiezers. Dankzij Amerika’s aftandse kiessysteem zijn ze ondervertegenwoordigd in kiesdistricten op het platteland, waar minder kiezers nodig zijn om te winnen. Bovendien zijn ze armer en is het lastiger voor Democratische kiezers om een halve dag in de rij te staan voor de schandalig slecht georganiseerde verkiezingen in Amerika. De Republikeinen hebben het aantal plekken waar je kunt stemmen, en het aantal tijdstippen waarop dat kan, drastisch gereduceerd en het zal niemand verrassen dat dit hun kiezers bevoordeelt.

Allemaal structurele problemen die Democraten alleen in een jaar waarin veel op het spel staat kunnen pareren. Nu staat er wel degelijk veel op het spel dit jaar, maar niet in een vorm die electorale winst voor de Democraten oplevert. Terzijde: de rol van groot geld is belangrijk maar gelijk verdeeld over beide partijen. Ze storten allebei kapitalen in verkiezingen. Tech miljardairs zijn net zo vaak bij de Democraten te vinden als bij de Republikeinen, als zijn er weinig in het Republikeinse kamp als Peter Thiel, die rijk werd van Paypal, en als doelstelling heeft de Amerikaanse politieke infrastructuur te vernietigen zodat de overheid nauwelijks meer relevant is.

Maar het grootste probleem zijn die Democraten zelf: ze zijn hun ergste vijand. Een van redenen is dat Democraten over het geheel genomen keurige politiek bedrijven, anders dan de Republikeinen zijn ze niet bereid alles te doen voor de macht. Het zet ze onmiddellijk op een afstand. Ook nu, maar eerst de lange termijn factoren.

Anders dan menigeen vanaf 2008, de crisis en de verkiezing van Obama, had verwacht is Amerika niet progressiever geworden, niet een land dat van zijn overheid verlangt dat die behulpzaam optreedt. Het is moeilijk vast te stellen dat het land per se veel conservatiever is geworden, in elk geval niet in de traditionele zin van kleine overheid en lage belastingen. Donald Trump wist Hillary Clinton de weg af te snijden en maakte (en maakt) daarmee duidelijk dat een kiezersgroep die eigenlijk Democratisch zou moeten zijn, namelijk blanke lage en midden middenklasse, de Democraten wantrouwt.

Kort door de bocht: veel oorspronkelijk Democratische kiezers wijten hun problemen aan globalisme en high tech die hun industrie kapot maakte. De Democraten hebben niets voor ons gedaan, klagen ze. En ze hebben niet ongelijk. Als Barack Obama iets te verwijten valt dan is het dat hij dat gevoel niet heeft kunnen keren (en Bill Clinton voor hem dat evenmin deed). De Republikeinen hebben dit zelfbeklag kundig omgezet in niet-sociaal economische onderwerpen (die stiekem natuurlijk wel sociaal economisch zijn). Amerika is niet conservatiever geworden ook al is de Republikeinse Partij op extreem rechts verdwaald. Amerika is radicaler geworden, kortzichtiger en staat meer open voor een eenvoudige boodschap die gemakkelijk via social media valt te verspreiden. Progressief en conservatief zijn weinig bruikbare middelen om het electoraat te analyseren.

Sowieso hebben de Democraten een moeilijker verhaal. Voor hun programmatische doelstellingen hebben ze een actieve overheid nodig. Dat kost moeite en het kost geld. Joe Biden deed zijn best en boekte zelfs successen, maar wat je altijd mist bij de Democraten is dat ze zichzelf niet eigenaar maken van de agenda, anders gezegd: ze verkopen hun successen slecht. Zelfs goede communicatiepresidenten, zowel Obama als Clinton, konden hun retorische vaardigheden hier niet rendabel maken, laat staan dat ze gewoon populistisch verkondigden dat de hoogste inkomens en vermogens meer belasting zouden moeten betalen. Als je agenda door zestig tot zeventig procent van de kiezers wordt gedeeld terwijl je steeds weer verkiezingen verliest, dan is het hoog tijd om de hand in eigen boezem te steken. En, het complement hiervan, de Republikeinen genadeloos aan te pakken.

Een ander probleem is de diversiteit binnen de Democratische Partij. Het is de partij van de minderheden. Maar minderheden is meervoud en dus zitten niet alle delen van de Democratische Partij op dezelfde lijn en helaas zijn de Democraten te veel bezig met identiteit. Allemaal reuze belangrijk maar niet iets waar de gemiddelde Amerikaan mee bezig is.

Voor de Democraten zijn de zwarte kiezers onmisbaar. Soms te onmisbaar waardoor het gemakkelijk is voor Trump en zijn trawanten om via hondefluitjes of openlijk racisme blanke kiezers kwaad te maken. Hetzelfde geldt voor de Hispanics, Amerikanen met een spaanstalige achtergrond. Een deel van hen stemt wel degelijk Republikeins (Cubanen in Florida) en ook in de deze gemeenschap bestaat afkeer van nieuwe immigranten.

In de cultuuroorlogen, de aanscherping van de tegenstellingen tussen de sociaal conservatieve kiezers en de progressieve regenboogkiezers, lijden de Democraten nederlaag na nederlaag. Het recente abortusbesluit is een voorbeeld. Maar dit is een Amerika waar boeken verboden worden, onderwijs verarmd raakt en Republikeinse politieke correctheid in dwangregels wordt vastgelegd. De Democraten verliezen misschien niet de oorlog (er is homohuwelijk, zij het bedreigd), maar wel elke veldslag.

Organisatorisch zijn de Democraten niet zo sterk. Ze stralen te weinig een gezamenlijke boodschap uit en in plaats van te gaan voor wat haalbaar is, willen ze het onderste uit de kan. Zie de progressieve Democraten in het Huis die Bidens agenda traineerden en uiteindelijk ondermijnden. Noch president Clinton, noch Barack Obama besteedden veel aandacht aan hun opvolging, noch programmatisch, noch personeel. En dan is er een breder Amerikaans probleem: de politieke elite is bejaard tot zeer bejaard en zit in de weg.

Voor tegenstanders is het gemakkelijk de Democraten neer te zetten als een partij van de elite uit beide kuststreken, hoog opgeleide intellectuelen die neerkijken op de gewone kiezer. Dat is vaak hun eigen schuld. Barack Obama had het over ‘bitter gestemde mensen die hangen aan hun geweren, hun geloof en hun afkeer van mensen die anders zijn dan zij’. Hillary Clinton, hardleers als altijd, ging daar overheen met haar ‘basket of deplorables’ in 2016.

De Democraten hebben meer last van principes. Er wordt in Amerika veel gebabbeld over woke-terreur. Politieke correctheid wordt hoog geacht. Democraten pakken overtreders van normen snel aan – senator Al Franken was binnen een week verdwenen na klachten over seksueel wangedrag. Daarentegen hebben de zogenaamd sociaal conservatieve Republikeinen geen moeite met schuinsmarcheerders zoals Donald Trump of hypocriete leugenaars zoals een aantal senaatskandidaten. Met die correctheid maken de Democraten het zichzelf moeilijk.

Tenslotte kunnen we vaststellen dat Democraten niet goed zijn is het gebruiken van macht om meer macht te verwerven of bestaande macht te consolideren. Sinds 2000 hebben de Democraten op staatsniveau verkiezing op verkiezing verloren, daardoor hebben de Republikeinen de kiesdistricten zo kunnen verdelen dat hun macht vrijwel onaantastbaar is geworden, het zogenoemde gerrymandering. De Democraten hebben beleid op staatsniveau genegeerd, althans het niet een prioriteit gemaakt, waardoor ze inmiddels in een aantal staten buitenspel gezet zijn.

Als ik het moet samenvatten dan komt het er toch op neer dat Democraten de macht niet hard genoeg willen. Ze zijn niet gedisciplineerd of creatief genoeg om de electorale en intellectuele kracht die ze in hun huis hebben ook optimaal uit te buiten. De noemer om dit alles samen te vatten is een mooie Amerikaanse uitdrukking: The Democrats always bring a knife to a gun fight.

Volgende week de Republikeinen.