De ellendige jaren zeventig

Voorpublicatie uit Geschiedenis van de Verenigde Staten, volgende week dinsdag in de winkel.

De jaren zeventig zijn de minst populaire en ook de minst glorieuze periode in de tweede helft van de twintigste eeuw. Deels was dat de erfenis van de jaren zestig. Veel van de beloften van die jaren werden niet ingelost, veel van de toen aan het licht gekomen tegenstellingen en problemen ziekten door in de latere decennia.

De oorlog in Vietnam zou nog voortduren. Weliswaar begonnen Amerikaanse soldaten zich terug te trekken vanaf 1972, maar pas in 1975 was de nederlaag compleet met de chaotische vlucht uit Saigon. Anders dan voorspeld, vielen de domino’s in Zuid Oost Azië niet om, maar de Amerikaanse buitenlandse politiek had een knauw gekregen – om maar niet te spreken over het Amerikaanse zelfvertrouwen. Tegelijkertijd opende de regering Nixon de relatie met communistisch China, iets wat alleen een felle anti-communist als Nixon had kunnen doen.

De presidenten in deze periode waren een ander probleem. Richard Nixon haalde moeiteloos een herverkiezing in 1972 maar zijn paranoïde instelling maakte dat hij bij het campagne voeren de grenzen van het betamelijke en zelfs de wet overtrad. Nog voor de verkiezingen werden in het Watergate inbrekers gearresteerd, wier opdrachtgevers uiteindelijk in het Witte Huis bleken te zetelen. Nixon maakte zichzelf mede verantwoordelijk door te liegen over zijn betrokkenheid bij de cover up en op 8 augustus 1974 werd hij door het Congres gedwongen af te treden. Overigens had Nixon ook de regels over binnenlands spioneren en het gebruik van de CIA met voeten getreden. De schandalen die dat opleverde en de politieke gevolgen ervan, een veel striktere wetgeving en controle door het Congres, zouden pas na 1975 hun beslag krijgen.

Nixons opvolger Gerald Ford was door hemzelf aangesteld, aangezien Nixons eigen vice president al in 1973 had moeten aftreden wegens belastingfraude. Toen Ford in 1974 president werd, probeerde hij het hoofdstuk Nixon zo snel mogelijk te sluiten door de ex-president gratie te verlenen voor alles wat Nixon ook maar fout had gedaan. Achteraf een verstandig besluit dat het dooretterende Watergate beëindigde maar ook een besluit dat in de samenzweringssfeer van die jaren als deal werd gezien en dat Fords populariteit geen goed deed.

Het zou mede de grondslag worden voor de moeite die Ford had om in 1976 de verkiezingen te winnen als Republikeinse kandidaat. Een oprechte zuidelijke gouverneur die beloofde altijd de waarheid te zullen spreken werd tot president gekozen: Jimmy Carter. Hij zou een overgangspresident blijken, maar in de context van de jaren zeventig een haast typerende politicus.

De rassenproblemen van de jaren vijftig en zestig hadden ook nog naijleffecten in de volgende decennia. Segregatie en discriminatie werden officieel beëindigd in 1964 en 1965 maar daarmee was de zwarte gemeenschap nog niet geholpen om hun historische achterstandssituatie om te buigen. Het Supreme Court dwong scholen, overheidsinstellingen en bedrijven om positief te discrimineren (affirmative action). In het algemeen ontstond er een behoorlijke weerstand tegen de overheid (‘big government’) en progressieven die van alles oplegden aan de samenleving. Dat was op zich geen nieuwe beweging. De verkiezingen van Richard Nixon in 1968 was al een teken geweest van verzet tegen de ogenschijnlijk liberale jaren zestig. Maar de weerstand tegen busing verscherpte de tegenstellingen, waarbij overigens altijd opmerkelijk is hoezeer Amerikanen hun overheden wantrouwen maar er tegelijk onrealistisch veel van verwachten.

De tegenstellingen uiten zich in wat de historicus James Patterson ‘rights-conciousness’ noemt waarbij de ene groep zijn achterstand via de rechter probeert te corrigeren en de andere groep zijn voorsprong probeert te consolideren. Iedereen daagt iedereen voor de rechter. Het Supreme Court werd daardoor ook een politieke speelbal. Het droeg daar zelf aan bij door bijvoorbeeld in 1973 de doodstraf ongrondwettelijk te verklaren en in 1976 die mening weer terug te trekken. In de volksverhuizingen die in de jaren zestig en zeventig plaatsvonden, deels geïnspireerd door de opheffing van segregatie waardoor zowel zwarten naar elders konden gaan als blanken op de vlucht sloegen, verloren veel steden hun economische basis.

Dat proces van een steeds kleinere basis voor belastingheffing werd versterkt en verergerd door de herstructurering van de traditionele industrieën die vanaf 1973 zijn beslag begon te krijgen. De hoge olieprijzen, economische stagnatie gecombineerd met hoge inflatie, schiepen een klimaat van economische onzekerheid. Ook de fysieke onzekerheid nam toe door een flinke stijging in de misdaad vanaf het einde van de jaren zestig. De redenen daarvoor waren divers maar de belangrijkste waren die economische omstandigheden, de toename van drugs in het maatschappelijk verkeer en vooral de enorme groei van het segment tieners en twens, traditioneel de meest gevoelige groepen, in de demografische opbouw van Amerika.

De seksuele bevrijding, begonnen in de jaren zestig, kwam in de jaren zeventig tot volle ontplooiing. Dank zij de pil maar vooral dank zij de nieuwe moraal waarin seksuele vrijheid van vrouwen niet meer onderdeed voor die van mannen, ontstond ook een gelijkwaardigheid van de seksen die vergaande consequenties zou hebben. De feministische beweging en de inbraak van vrouwen in de maatschappelijke instellingen en bedrijven zou zonder die bevrijding nauwelijks mogelijk geweest zijn. In een weerspiegeling van de intens puriteinse officiële Amerikaanse wereld, moest het Supreme Court er in 1972 aan te pas komen om te verklaren dat staten niet konden verbieden om anti-conceptiva aan alleenstaanden te verkopen.

Een van de minder plezierige bijeffecten was een explosie in het aantal ongewenste zwangerschappen – of in elk geval moet je constateren dat zwangerschap niet meer automatisch tot huwelijk leidde. Vooral in de zwarte gemeenschap waar de rol van de zwarte man problematisch was, nam het aantal alleenstaande moeders sterk toe. Sinds de jaren zestig was er een regeling voor alleenstaande moeders met kinderen, AFDC. Het beroep daarop nam nog explosiever toe, mede door het stijgend aantal echtscheidingen. Het zou bijdragen aan de backlash tegen de Amerikaanse versie van de verzorgingsstaat.

En, mag ik er, geheel ahistorisch, aan toevoegen: de muziek in de jaren zeventig sucks. Vooral vergeleken met het decennium daarvoor, maar ook op eigen merites. Ik vergelijk het graag in termen van opportunist die Supercleandreammachine presenteerde op de radio, Ad Visser, een programma met muziek die je elders niet hoorde – in de jaren zestig. In de jaren zeventig werd deze zelfde Visser de opperstalmeester van het zielloze huppelprogramma Toppop. En Hitweek, later Aloha, verdween. Need I say more?

 

Alexander Hamilton, niet die van de musical

Voorpublicatie uit Geschiedenis van de Verenigde Staten, volgende week in de winkel

Op 7 december 1787 ging Delaware als eerste staat akkoord, op 21 juni 1788 was New Hampshire de negende die de grondwet ratificeerde. Virginia volgde op 25 juni, na een gepassioneerd pleidooi van Madison. Meer moeite had Hamilton om New York te overtuigen maar de staat stemde op 30 juli 1788 voor de grondwet. Het nieuwe Congres kwam in maart 1789 bijeen. Het nam meteen de beloofde tien amendementen op de grondwet aan die gezamenlijk de Bill of Rights vormden. Hierin waren onder meer de vrijheid van geloof, organisatie, van meningsuiting en de pers vastgelegd, naast eigendomsrechten, het recht om wapens te bezitten in militieverband en andere grondrechten. Het tiende amendement stelde dat niet expliciet aan de federale overheid overgedragen macht bij de staten of bij het volk bleef. Het is een amendement waar tegenstanders van een sterke federale overheid nog steeds graag op terugvallen.

De Judiciary Act van 1789 regelde de federale rechtelijke macht met een structuur die sindsdien nauwelijks is veranderd. De wet bepaalde dat federale gerechtshoven die een paar staten als werkgebied hadden, de beslissingen van de staatsgerechten konden beoordelen en verwerpen als er sprake was van een conflict met de grondwet. Het was immers niet de bedoeling dat staten de grondwet naar eigen inzicht gingen interpreteren, want dat zou leiden tot verschillende versies van de regels. De instantie die uiteindelijk over de interpretatie besliste werd het Supreme Court.

Natuurlijk werd George Washington uit Virginia gekozen als eerste president, en bijna even vanzelfsprekend werd John Adams uit Massachusetts de vicepresident. Zowel het noorden als het zuiden kon zich bij de regering betrokken voelen, en regionale spreiding van de uitvoerende macht zou een vaste gewoonte worden. Op 30 april 1789 werd Washington geïnaugureerd in New York, toen de zetel van de regering. Generaal Washington had een ware zegetocht afgelegd tussen zijn Mount Vernon en de hoofdstad. Hij stond symbool voor de nieuwe eenheid, hij was populair en genoot breed vertrouwen als niet te corrumperen leider.

Amerika had geluk: het land had een symbool van zijn eenheid nog voordat het zelf een eenheid was. Het ambt van president was in de grondwet nauwelijks omschreven, Washington moest het invullen. Elke daad, elk nalaten zette een precedent. Washington wilde die allemaal baseren op ‘ware principes’. Voor deze formele, afstandelijke man betekende dat vaste regels en een vertoon van eerbied voor het ambt. Respect voor de leider van de Verenigde Staten betekende respect voor het land, meende Washington. Tegelijkertijd moest hij oppassen niet het beeld op te roepen van een koning. Hij brak zich het hoofd over de vraag of zijn rijtuig door vier of zes paarden getrokken moest worden, wat precies de normen waren in de dagelijkse omgang, hoe hij moest worden aangesproken en andere schijnbaar triviale zaken die niettemin het beeld zouden bepalen. De president ging graag naar het theater waar hij een speciale loge kreeg, hij organiseerde saaie staatsdiners en beter geslaagde soirees waar hij zich liet kennen als een elegante danseur. Het was een wankel evenwicht dat hij probeerde te behouden: op de achtergrond werd wel gegniffeld over Washingtons besognes.

Alexander Hamilton

Washingtons echte nachtmerrie was interne verdeeldheid. Hij hoopte de eenheid van de revolutiejaren te bewaren. Alle personen die ertoe deden, kregen een rol: John Adams was zijn vicepresident, James Madison gaf leiding aan het Huis van Afgevaardigden en adviseerde de president. Generaal Henry Knox, een oude maat van Washington, werd minister van Oorlog. Thomas Jefferson kon geen nee zeggen toen hij in oktober 1789 door Washington onder druk werd gezet om Secretary of State te worden, een ambt dat toen behalve buitenland de hele breedte van de staatszaken behelsde, alles wat met de federale overheid te maken had. Washingtons vertrouwde militair assistent Alexander Hamilton werd minister van Financiën. De gerespecteerde Edmund Randolph uit Virginia kreeg Justitie. De president omringde zich met sterke mannen.

Jefferson versus Hamilton

Degene om wie alles draaide in Washingtons regering bleek Alexander Hamilton, de minister van Financiën. Dat kwam deels door de persoonlijkheid van Hamilton en de ruime bevoegdheden die het Congres hem gaf, maar ook door de noodzaak om een gezond financieel systeem op te zetten in een land dat nog steeds werd gekenmerkt door oorlogsschade en chaos. De andere ministers rapporteerden aan de president, Hamilton direct aan het Congres. Hij kon ook benoemingen regelen, een belangrijke bron van politieke patronage. Door deze speciale status en Washingtons gebrek aan kennis op dit terrein kreeg Hamilton een vrijheid van handelen die hij op briljante wijze zou gebruiken. Het frustreerde Jefferson. Onder latere presidenten zou de Secretary of State gaan functioneren als een soort minister-president, vaak de beoogde opvolger van de president, maar onder Washington had de minister van Financiën de touwtjes stevig in handen.

Thomas Jefferson

Washington mocht eenheid wensen, een scheiding der geesten tussen Hamilton en Jefferson was onvermijdelijk. Hun wereldbeeld verschilde te veel. Terwijl Hamilton macht wilde concentreren, probeerde Jefferson macht te spreiden. Hamilton was bang voor anarchie en bepleitte orde, Jefferson vreesde tirannie, en dacht in termen van vrijheid. Hamilton meende dat een republiek alleen kon slagen onder leiding van een regeringselite, Jefferson grondde zijn idee van een republiek juist op een democratie van zelfstandig denkende mensen. Hamilton wilde handel, industrie en nijverheid stimuleren, Jefferson hield het op een natie van landbouwers. Hamilton wilde een sterke federale regering, Jefferson geloofde in een kleine overheid.

In de visie van Hamilton zou een klasse van rijke handelaars, financiers en producenten, gesteund door een overheidssysteem met een nationale schuld en een nationale bank, iedereen ten goede komen. Het zou de rijkdom, de visie en de energie van deze vanzelfsprekende leiders inzetten voor het land. Als ongelijkheid en een minder brede democratie daarvan de bijproducten waren, dan baarde dat Hamilton weinig zorgen. Alle gepraat over republikeinse waarden en moraal was mooi en deugdzaam, maar niet meer dan retoriek. In Hamiltons visie was de mens van nature zelfzuchtig en was regeren de kunst om de egoïstische impulsen van burgers aan te wenden voor het algemeen goed. Jefferson meende op vrijwel al deze punten het tegenovergestelde, beiden claimden het algemeen goed voor ogen te hebben.

Deze twee visies waren niet te verenigen. Maar als de praktijk van ruim tweehonderdtwintig jaar Amerikaanse geschiedenis iets laat zien, dan is het de voortdurende poging beide visies in elkaar te schuiven, in wisselende verhoudingen. Deze mengvorm van een ultrademocratisch land met een sterke uitvoerende macht werd het kenmerk van Amerika en zou leiden tot blijvende tweeslachtigheid. Jefferson en Hamilton zijn de Januskop van Amerika, of, in een iets grimmiger vergelijking, de Dr. Jekyll en Mr. Hyde van Amerika. Die schizofrenie is tot op de dag van vandaag een kenmerk van Amerika’s geestesgesteldheid.

Mueller en de Russen

In de FT weer een mooie column van Gillian Tett, een van mijn favorieten in deze superieure krant.

Ze schrijft over het Mueller onderzoek dat topjuristen verleidt om hun miljoenenbanen in te ruilen voor een rol als onderzoeker in dit project.

Ze herinnert ons er nog eens aan – nu het onderzoek als nieuwobject is weggezakt – wat er onder meer onderzocht wordt.
* Ja, natuurlijk de betrokkenheid van de Russen bij de verkiezingen
* De mate waarin mensen in de Trump campagne samenwerkten of contact hadden met de Russen
* Werkte de Trump onroerend goed groep mee aan het witwassen van Russisch geld?
* Betaalde de Trump groep omkoopgeld aan Russen?

Geen wonder dat de psycho zo bezorgd is. 

Geschiedenis van de Verenigde Staten

Vanaf maandag tot de publicatie van mijn nieuwe boek zal ik hier iedere dag een stukje publiceren dat op zichzelf kan staan maar een idee geeft van het boek.

Hier vast een stukje uit het voorwoord.

    Dit boek heeft een lange voorgeschiedenis, lang voordat het de vorm kreeg van een volledige historie van de Verenigde Staten. Vrijwel al mijn journalistieke werk had direct of indirect met Amerika te maken. Soms schreef ik over ontwikkelingen als die geschiedenis letterlijk plaatsvond, tijdens mijn jaren in Washington zelfs om de hoek van waar ik woonde. Mijn boeken plaatsen Amerika altijd in een historische context, vanuit de overtuiging dat je het land anders niet kunt begrijpen. Ik schreef over immigratie, over presidenten, over de Founding Fathers en buitenlandse politiek, en dook diep in het leven van een van de grootste Amerikanen bij het schrijven van een biografie van Abraham Lincoln. Geleidelijk aan drong zich de uitdaging op om een volledige geschiedenis te schrijven. 

    De laatste grote Nederlandstalige geschiedenis van de Verenigde Staten was van de hand van J.W. Schulte Nordholt en kwam uit in 1985. Ik doe de grote Amerika-kenner geen onrecht als ik stel dat zijn boek gedateerd is. Dat geldt in veel sterkere mate voor Pressers Amerika, dat in 1949 zijn eerste en in 1976 zijn laatste druk beleefde. Er zijn talloze Engelstalige geschiedenissen maar ik geloof dat Europese ogen, Nederlandse ogen, daar iets aan toevoegen. Ik verwijs naar het boekenessay voor mijn bronnen en inspiratie. 

    Vaak werd me gevraagd wat voor visie ik heb op die Amerikaanse geschiedenis, in de verwachting dat ik een totaalbeeld had waarin alles paste. Net als de oude Bush heb ik het niet zo op ‘the vision thing’. Ik denk dat het juist Amerika’s eigenheid is, en zijn charme, dat zo’n beeld niet goed mogelijk is. Voor mij is de studie van Amerika altijd gekenmerkt door de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, ambitie en teleurstelling, oprechtheid en hypocrisie, Jefferson en Hamilton. Spanning, dat is het juiste woord. Amerika is een land met een januskop, met twee gezichten, meestal tegelijkertijd opgezet. Een gekmakend onredelijk land maar ook een fascinerend land waar ik van houd, zij het niet onvoorwaardelijk. 

    Dit is een geschiedenis van Amerika die de lezer in staat moet stellen de lange lijn van de Amerikaanse ontwikkeling te zien. Die de kenmerkende factoren blootlegt die steeds terugkomen, zodat geleidelijk aan een begrip ontstaat van dat land en de lezer gebeurtenissen in perspectief kan plaatsen. Dit is een geschiedenis waarin de verkiezing van Donald Trump tot president minder verrassend is dan ze anders zou zijn. Het is een geschiedenis voor mensen die willen weten wat er is gebeurd en waarom. Soms geheel voorspelbaar, soms verrassend, maar bijna altijd wel te passen in een breed beeld van deze Verenigde Staten. 

Het boek ligt vanaf 27 september in de winkel maar kan natuurlijk nu al besteld worden.

Jumping the gun

De psycho claimde na Charlottesville dat hij eerst alle feiten op tafel wilde en dan zijn mening gaf. Daarom hield hij zijn mond en veroordeelde niet. Daarom wachtte hij ook drie dagen (of wachten we nog steeds?) met reageren op de zware aardbeving in Mexico.

Maar het is vrijdagochtend, de televisie in het Witte Huis staat te blaten en daar is hij met snel commentaar op de aanslag in Londen:

Another attack in London by a loser terrorist.These are sick and demented people who were in the sights of Scotland Yard. Must be proactive!

Niet erg nuttig, vindt de Londense politie met Engels understatement.

Sessions liet zich afbekken door Trump maar heeft een eigen agenda

Jefferson Beauregard Sessions uit Alabama. Jefferson naar Jefferson Davis, de president van de Confederatie, Beauregard naar een van de gevierde zuidelijke generaals. Jeff was senator voor Alabama, de staat waar het lelijkste racisme van de twintigste eeuw zich in volle afzichtelijkheid ontrolde – nou ja, de rest van het Zuiden wist er ook wel weg mee. Alabama, de staat van superracist George Wallace – ‘segregation today, segregation forever’. Een staat om trots op te zijn, de staat van Sessions.

Kleine Jeff sprong als eerste op de Trump trein en werd beloond met een speeltuin voor een politicus die het Zuiden, het lelijke Zuiden, nooit achter zich had gelaten: het ministerie van Justitie. In processen waar de overheid, afdeling burgerrechten, aan de kant stond van degenen die protesteerden tegen de beperking van kiesrecht in Republikeinse staten, schaart het ministerie zich nu achter die staten. Het strafrecht wordt weer bijgesteld naar ouderwetse normen: sluit ze op, vooral als ze kleine drugscriminelen zijn (oh ja, die zijn toevallig ook zwart).

Kleine Jeff met zijn rode koontjes werd in mei door de psycho aan wie hij zijn baan dankt, behandelt als oud vuil. Hij werd uitgescholden door een Trump die meer dan normaal de weg kwijt was. De reden, de benoeming van Mueller tot speciale onderzoeker, die Jeff op zijn brood kreeg omdat hij na leugens over ontmoetingen met Russen zich van dat onderzoek had teruggetrokken.

Het moet worden gezegd: Sessions trok de enig mogelijk conclusie voor iemand die enig gevoel voor eigenwaarde heeft, hij diende zijn ontslag in. Er zijn nog wat andere lieden die dat ook hadden moeten doen, waaronder Gary Cohn, de joodse economische adviseur die zich ineens naast een pro-kkk president bevond. 

Jeff trad terug maar Trump bedacht zich. Niet omdat hij Jeff ineens had vergeven – hij bleef de hele zomer zeiken – maar omdat het nog meer schade zou opleveren voor zijn rampenregering. Helaas, kleine Jeff bleef niet bij zijn aftreden, vroeg niet om verontschuldigingen van de belediger-in-chief maar ging gewoon door met zijn kwade werken op Justitie. Begrijpelijk want zo’n kans om zuidelijke waarden toe te passen op de rechtsstaat zou hij nooit meer krijgen.

Nu is bekend geworden hoe deze episode zich heeft ontrold. Laten we zeggen: het valt moeilijk om medelijden en mededogen te hebben met Sessions. Hij verdient alles wat de psycho hem aandoet. Maar we moeten geen illusies hebben, net als andere ‘we dienen de goede zaak’ politici, heeft Sessions een agenda die hij vastbesloten wil uitvoeren. Zijn kwade zaak is groter dan het kwaad van Trump, meent hij.

Sessions verdient alles wat hem nog te wachten staat van de psycho en dan nog wat.

Applaus verzekerd

Ik zat gisteren naar de live stream te kijken van de openingsnacht van het Concertgebouw Orkest. Ongelooflijk dat dat kan. Kanaal 608 van Ziggo.

Maar wat me vooral opviel was dat de in avondkleding gehulde bezoekers, die kaartjes van tussen de 150 en 300 Euro hadden betaald (of via hun bedrijf hadden gekregen), blijkbaar zelden of nooit in het Concertgebouw zijn te vinden. Ze applaudisseerden tussen de delen door van de 8ste Symphonie van Dvorak.

Ik ben geen snob. Hoe meer mensen van klassieke muziek genieten hoe beter. En hoe meer geld het Concertgebouw binnenkrijgt, hoe beter. Maar het deed me denken aan die concerten waar een bedrijf twee rijen had opgekocht, plus de mogelijkheid te borrelen in de pauze. Daar zaten vaak mensen die helemaal niet gaven om de muziek, babbelden en vooral gezien wilden worden en de pauze uitrekten tot bijna een half uur. En als ze niet op verkeerde momenten applaudisseerde, in slaap vielen.

Enfin, de kop is eraf. Het was verder een mooi concert, zij het wat bij elkaar geraapt om voor iedereen wat te hebben.

Zelfs zijn hard core achterban vertrouwt Trump niet meer

Nu is iedereen kwaad op Trump. De Dreamers deal – als er een deal is die doorgaat – is een verstandige move van een president die het midden opzoekt en probeert door beide partijen gesteund beleid te voeren.

Het raadsel is waarom Trump dit nu doet. Het is te laat om zijn presidentschap te redden met grote initiatieven. Het is te laat om de Democraten aan boord te krijgen. Deal of geen deal, ze zullen deze man nooit vertrouwen. 

Voor de main stream, nou ja, de hebberige Republikeinen, de gewone lage-belastingen lui, was dat vertrouwen al tot nu gezakt. Steun voor Trump in presidentieel functioneren kwam van de hard core, onverbiddelijke fans. Zouden die hem nu blijven steunen?

Het wordt interessant de volgende peilingen te zien. Daar zal zeker geen opeens opbloeiende liefde van kiezers in het midden blijken, maar zijn de kiezers op populistisch rechts nog aan boord?

Bovendien moet een deal door een Republikeins congres worden goedgekeurd. Durven die hun eigen president, zelfs al heet die Trump, te blokkeren? Dat zou aardig zijn maar niet goed voor wat nog resteert van zijn regeerkracht.

JFK moest in Cuba de militairen intomen

Willem Post vergeleek in de NRC de situatie in Korea met wat Cuba was voor JFK. Los van de vraag of Trump het gezond verstand heeft dat nodig is om op die manier op te treden, ontbrak een kritisch element in het verhaal. 

Tijdens de Cuba crisis waren het de militairen die graag direct intervenieerden, die in de aanval wilden gaan. De militairen in de regering Trump worden nu geacht een temperende factor te zijn. Maar dan gaat de vergelijking met JFK nauwelijks meer op.

Hieronder het kader over de crisis in mijn Geschiedenis van de Verenigde Staten die op 26 september in de winkel ligt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Cubacrisis

In de loop van 1962 toonden luchtfoto’s van Cuba aan dat het door Fidel Castro geleide en door Moskou gesteunde land bezig was met voorbereidingen voor het plaatsen van korteafstandsraketten uit de Sovjet-Unie. President Kennedy kon deze dreiging in zijn eigen achtertuin niet accepteren. Een dertien dagen durende crisis volgde. De wereld was nooit dichter bij een kernoorlog. Een deel van zijn regering wilde een preventieve aanval doordrukken, maar Kennedy besloot tot een blokkade toen hij hoorde dat er Sovjet-schepen met oorlogsmateriaal onderweg waren. Hij gaf ze de keuze om om te draaien of een directe confrontatie aan te gaan met de Amerikaanse marine. De supermachten stonden ‘eyeball to eyeball’ en, zoals het historisch oordeel luidt, Chroesjtsjov knipperde het eerst en stemde in met het terugtrekken van de raketten.

In alle eenzaamheid en met een verbeten doorzettingskracht woog Kennedy de kansen en mogelijkheden, en deed uiteindelijk op het grote schaakbord van de wereldpolitiek alleen maar de juiste zetten. In eerste instantie luisterde hij vooral, daarna pakte hij de leiding en stond die niet meer af. Kennedy weerhield de haviken van een te agressieve benadering en weerstond de Joint Chiefs of Staff.

De blokkade begon om tien uur ’s ochtends op 24 oktober. Na één waarschuwingsschot wendden Sovjet-schepen de steven. Tegelijkertijd deed de regering-Kennedy een onderhandelingsaanbod voor de verwijdering van raketten in Turkije in ruil voor het afzien van raketten op Cuba. Tijdens de onderhandelingen besloot Kennedy om een boodschap van Chroesjtsjov te negeren en door te werken met een eerdere die meer ruimte bood. Uiteindelijk slaagde men erin de crisis te bezweren. Als gevolg van de Cubacrisis werd tussen Moskou en Washington de hot line aangelegd, een directe telefoonlijn die de communicatie in tijden van crisis moest vergemakkelijken.

Uit de weg, daar komt het Amerikaanse ziekenfonds

Bernie Sanders kwam vandaag met een nieuw plan voor ziekekostenverzekering, in essentie een ziekenfonds voor iedereen. Wil je bijverzekeren, prima, maar de basis is voor iedereen hetzelfde.

Het is duurder voor de overheid dan de huidige plannen maar daar staat tegenover dat a) iedereen verzekerd is, b) bedrijven niet meer in de secundaire voorwaarden hoeven te rotzooien, c) een einde komt aan de irritatie van zowat iedere Amerikaan als hij met zijn verzekeraar in de slag moet om vergoed te krijgen wat hij dacht dat vergoed zou worden.

Ik moet bekennen dat ik vorig jaar tegen Sanders’ plannen was. Het leek me onverstandig om Obamacare weer helemaal te vervangen. Inmiddels is de situatie veranderd. De Republikeinen zijn lelijk op hun bek gegaan met hun pogingen Obamacare de nek om te draaien zonder een serieuze vervanging te kunnen vinden. Ik denk dat het klimaat rijper is, misschien nog niet rijp genoeg.

De joker is de psycho die in momenten van helderheid op het Australische systeem heeft gewezen dat Sanders als voorbeeld heeft, en die tijdens de campagne een beter, groter, mooier plan beloofde. Ik zie hem nog niet aan boord komen, maar sluit het ook niet uit.

Ik vrees dat de eerste reactie van een redelijk columnist als Dana Milbank van de Washington Post typerend zal zijn. Titel: de Democraten zijn socialisten geworden. Huh? Maar dat zal het verhaal zijn.