What the f**k happened? Clinton weet het niet.

Besproken boeken:

Shattered. Inside Hillary Clinton’s doomed campaign door Jonathan Allen and Amie Parnes. Crown Books

Devil’s Bargain. Steve Bannon, Donald Trump and the storming of the presidency door Joshua Green. Penguin Press.

What Happened door Hillary Clinton. Simon & Schuster (Kindle edition)

In haar nieuwe boek legt Hillary Clinton uit wat er gebeurd is, hoe ze een vrijwel zeker geachte overwinning in de presidentsverkiezingen verspeelde. Al lezend kreeg ik het gevoel dat iets mis is gegaan bij de productie. What happened mist een vraagteken. What the f**k happened? zou beter geweest zijn. Als deze drie boeken over de campagne iets onderstrepen dan is dat precies het probleem met Clinton: er niets van begrijpen. Niet waarom ze verloor. Niet waarom de Clintonhaat zo diep zat. Niet wat het Trump fenomeen betekende. Niet waarom ze een slechte politica is.

Net als vrijwel ieder ander heb ik in 2016 alles verkeerd voorspeld. Behalve een doorwaakte nacht, een week voor de verkiezingen, was ik er vrij zeker van dat Clinton zou winnen. Ik had beter naar mezelf moeten luisteren want met al die foute voorspellingen had ik één ding goed gezien, in een artikel in 2013 en nog eens in 2015: dat Hillary Clinton een ramp zou worden voor de Democraten. Kort samengevat: te oud, geen visie, politiek toondoof, slap minister, de Clintonbagage en door haar aanwezig blijven de Democratische partij op slot gooiend. Vooral het laatste: rondom Hillary was het dood in de pot. (ook in de Volkskrant, voorjaar 2015)

Clinton klaagt dat Bernie Sanders haar ondermijnd had, haar boodschap had verzwakt en de afkeer van de Clintons had versterkt. Dat klopt, Sanders deed dat allemaal. Maar hij kon enkel een serieuze kandidaat worden omdat Clinton alle andere kandidaten had weggejaagd. Anders gezegd: door haar dominantie creëerde Clinton zelf de campagne van een 73-jarige dwarsligger die zichzelf socialist noemde en niet eens Democraat was. Als andere kandidaten waren opgedoken, jonger, aantrekkelijker en met meer visie dan Clinton dan was Sanders nooit aan bod gekomen.

Sanders zag de zwakte van Clintons agenda en had een beter oor voor het sluimerende ongenoegen. Hij bereikte studenten en in een later stadium arbeiders. Belangrijker was dat hij een verhaal had: we worden genaaid door de mensen die macht hebben. De onderdelen pasten daar feilloos in, zowel de kwaaie pieren (bankiers, gevestigde politici, lobbyisten, grootkapitalisten met buitengewone invloed, en ja, de Clintons) als de beleidsvoorstellen (ziektekostenverzekering voor iedereen, gratis onderwijs, hogere belastingen voor de rijken). Ze had een pakket doordachte position papers, gedetailleerd en te vinden op de website. Maar geen verhaal.

Ook FBI-directeur James Comey komt er bij Clinton slecht af. Op een aantal punten heeft ze gelijk, maar de email affaire in het State Departement behandelde Clinton op de slechtst mogelijke manier. Ontkennen, bagataliseren, nuanceren en als het echt niet anders meer kan je verontschuldigingen aanbieden: ze volgde het slechtst mogelijke en zeer herkenbare Clintonpatroon.

Toen Comey in oktober met zijn tweede ronde verdachtmaking kwam, waren Trumps cijfers al behoorlijk gestegen. Devil’s Bargain, Joshua Greens boek over Steven Bannon, biedt een beter inzicht in deze campagne dan beide andere boeken. Green beschrijft Bannons achtergrond, zijn poging een kandidaat te engageren en zijn besef dat Trump degene was die zijn nationalistische ideeën kon verwoorden (eerdere favorieten als Sarah Palin en Michele Bachman waren te dom). Bannon pikte Trumps campagne op tijdens de zomer, toen de man was vastgelopen in ongedisciplineerd geratel en het Pussy grabing-schandaal. Bannons recept was eenvoudig: speel de afkeer van Clinton (beide Clintons), hun vermeende corruptie, hun banden met Wall Street, de inderdaad rare contacten met de Clinton Foundation, de misdragingen van oude Bill en Hillary’s toedekken ervan, voor wat ze waard waren. Ga ervoor.

Bannon is een interessante vent, ongeveer zoals Raspoetin en Mussolini interessant waren. Wat mij het meest verraste was de informatie over de kijkcijfers van Trump met zijn The Apprentice. We wisten dat die hoog waren maar hij bleek ook een ongewoon divers publiek te bereiken. Marketingspecialisten keken verwonderd op van de populariteit van het programma onder zwarten en Hispanics, de producenten zorgden er ook voor kandidaten uit deze groepen te hebben. Politieke junkies dachten dat Trump die diverse achterban wel eens zou kunnen gebruiken om een politiek ambt te winnen. Uiteindelijk verbrandde Trump al die diversiteitsschepen door boze blanke kiezers tot achterban te nemen. Het is en blijft een aardige ironie: Trump had diverse groepen aan zich kunnen binden maar versloeg Clinton die identiteitsbeleid tot haar kenmerk had gemaakt door zich te richten op juist die ene identiteit die Clinton liet liggen.

Jazeker, Trump en Bannon speelden zonder enige terughoudendheid op racisme. Hun focusgroepen toonden dat mensen niet zozeer wat hadden tegen Obamacare of grote overheidsprogramma’s maar wel tegen president Obama. Niet de Republikeinse agenda haalde kiezers over maar afkeer van de gevestigde machten, van de groepen waarvan die hen links en rechts inhaalden – met hulp van de Democraten. Klonk dat allemaal racistisch? Maakt niet uit, zei Bannon. Dat kost ons geen enkele stem. Hij had gelijk.

Het zielloze identiteitsbeleid van Clinton was dodelijk. Je voelde het aan je water: iedere keer als ze het had over LGBT (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender) dreven er kiezers weg, zeker als die kreet volgde op een lijst van vrouwen, hispanics, zwarten, asians en wie al niet. In haar boek schrijft Clinton uiteindelijk de afkeer van haar persoon toe aan haar sekse. Van mij mag ze, maar het is een drogreden. Clinton was hopeloos en niet omdat ze een vrouw was.

Of je de afkeer van de Clintons, Bill, Hillary en Chelsea, nu gerechtvaardigd vind of niet (ik kan meevoelen), hij bleek te bestaan en hij bleek sterker dan de Clinton-campagne dacht. Dat Hillary zelf die afkeer niet onderkende, is beter te begrijpen dan dat haar campagnemanagers het compleet misten. Al sinds de jaren negentig werd er geschreven over ‘Hillaryland’: een reservaat van mensen die onvoorwaardelijk en kritiekloos achter Clinton stonden. Zo onvoorwaardelijk dat ze haar zwakke punten niet onderkenden. Voor andere Amerikanen betekende ‘de Clintons’ schandalen, ontkenningen, gekonkel, leugens en bovenal een uitstraling van ‘regels gelden voor ons niet’. Sanders (Hillary’s geheimzinnige Wall Street toespraken) en Trump (de corrupte Hillary kliek: sluit ze op) speelden er feilloos op in. Het raadsel is dat de Clinton-campagne dit niet voorzag. Had niemand haar zwakheden in 2008 geanalyseerd? Haar politieke toondoofheid, haar gebrekkige leren van eerdere ervaringen, van haar falen in 1994 tot de campagne van 2008, haar broekpakken oubolligheid, haar saaie toespraken.

Shattered draagt alle kenmerken van een boek dat zou hebben moeten eindigen met Clintons presidentschap. De overwinningstoespraak zou gehouden worden in New York waar in de grote hal een glazen plafond aan stukjes zou gaan. De ondertitel werd Inside Hillary’s Doomed Campaign. Goed gekozen want achteraf was niemand verrast door de teloorgang van Hillary Clinton. Vanaf het allereerste begin was dit een missie die alleen maar fout kon lopen. Er zijn van die processen die zich ontrollen simpelweg omdat ze op gang gekomen zijn. Omdat niemand ‘halt’ roept, omdat de hoofdpersoon geen zelfkennis heeft, niet weet wanneer genoeg genoeg is.

Clintons ‘perfect’ georganiseerde campagne bleek slechtere informatie over de kiezers te hebben dan die van Trump. Green schrijft dat de Trump campagne in oktober zijn peilgroepen bijstelde, uitgaande van een hogere opkomst van oudere, blanke en mannelijke kiezers. Ineens realiseerden ze zich dat staten als Pennsylvania, Michigan en Wisconsin in play waren. Terwijl een overmoedige Clinton campagne voerde in Arizona, concentreerden Bannon en Trump zich op staten waar ze een kans roken voor onversneden populisme. Zo gooiden alles in de strijd met een keiharde voorkeur voor de meest vulgaire en ongenuanceerde Clinton-haat. De Clinton-campagne zag het pas een week voor de verkiezingen en toen was het te laat.

Had Clinton kunnen winnen in 2016? Jazeker, maar het had een andere kandidaat vereist dan Hillary Clinton was. Terugkijkend vermoed ik dat Clinton van elke Republikein had verloren. Het beste bewijs is te vinden in What Happened. Hillary Clinton heeft simpelweg niet de capaciteit om te leren, om koel te analyseren en om te concluderen: het probleem was dat ik de kandidaat was. Wat er gebeurde was dat Hillary Clinton, door ambitie verteerd, niet de juiste conclusie trok uit het drama van 2008. Dat was haar jaar.

Als ik als eenvoudige scribent dat in 2015 kon voorzien dan hadden honderden anderen, dicht bij Hillary Clinton en ver weg, dat net scherp kunnen analyseren. Ik claim geen buitengewone voorspellende vaardigheden. De zwakheden van Hillary Clinton en haar kliek waren voor iedereen te zien. Ik had gewenst dat ik ongelijk had gehad.

Jazeker, Trump had een succes kunnen zijn

Als ik zo vrij mag zijn mijn eigen trom te slaan: in de Washington Post schrijft E.J. Dionne over Trumps samenwerking met de Democraten. Stel dat hij dat vanaf het begin had gedaan. Stel dat hij een infrastructuurplan had voorgesteld, verbetering van Obamacare ….

Precies het verhaal dat ik een paar weken geleden schreef.Het is nu moeilijk meer voor te stellen maar Trumps presidentschap had een waanzinnig succes kunnen zijn. Quod non.

Acht mensen dood. Tja, shit happens.

Ergens daar onder de radar, in Plano, Texas, vond gisteren een massamoord plaats. Iemand schoot zeven mensen dood, verwondde er twee en werd zelf doodgeschoten door een politieagent.

Misschien dat Irma alle aandacht opzoog, of de psycho in wat hij ook maar deed, maar het is vreemd dat dit ‘incident’ nauwelijks aandacht kreeg. 

Of misschien juist niet. Wapengeweld is zo gewoon in Amerika, dagelijks in Texas waar iedereen open en bloot met wapens mag rondlopen, dat we immuun geworden zijn voor dit soort informatie. 

Misschien komt er iets goed uit die orkanen

Vandaag in de Morgen, België

Terwijl de orkanen over Amerika razen past vooral compassie met de slachtoffers. Op een heel andere niveau van observatie bieden deze natuurrampen een beeld van wat Amerika Amerika maakt. Er is burenhulp, er zijn moedige mensen, er was zelfs een president die zijn medeleven toonde. Dat was zo in Texas, twee werken geleden, dat zal zo zijn in Florida deze week. En bij de volgende natuurramp. Amerikanen zijn een sociaal volk, hulpvaardig en meelevend.

Maar het beeld is tweeslachtig. Want terwijl ze nu een beroep doen op overheidssteun gelden Florida en vooral Texas als de grootste overheidshaters van het land. En dat ook nog terwijl de aangerichte schade groter is dan nodig juist omdát ze niet willen horen van regulering en beperkingen van de individuele vrijheid om te bouwen waar je maar wil.

Houston is gebouwd op een plek waar je, had je erover nagedacht, je nooit een stad zou bouwen. Een moerassig, zompig gebied met klamme zomers. Maar Houston groeide en groeide, was er trots op dat het geen regels kende voor bouwvergunningen. Dat was de Texaanse manier om zaken te regelen: ze niet regelen. De gebieden die overvloedig water rondom Houston op natuurlijke wijze afvoerden werden volgebouwd, asfalt sloot de bodem af. Iedereen wist wat de risico’s waren: Harvey was de derde gigastorm in tien jaar. Lobbyisten voorkwamen dat er een verzekeringsprogramma was voor overstromingen. In Houstons pro-business omgeving passen geen regels. De overheid is je vijand.

In Florida geldt een vergelijkbaar verhaal. Tot de jaren 1920 was het te onaangenaam om te wonen. Met de airconditioning dijde Miami uit. Delen van de Everglades en de moerassige gebieden in het midden van de staat werden drooggelegd – Disney World bij Orlanda is op een dergelijk gebied neergezet. De waterhuishouding is problematisch. En ja, ook Florida is over het geheel genomen een conservatieve staat waar ze liever niets te maken hebben met de overheid of belastingen. met een rabiaat conservatieve gouverneur.

Nu er daadwerkelijk schade is, horen we ineens een ander geluid. Nu roepen de Texaanse senatoren Ted Cruz en John Cornyn het hardst om overheidshulp uit Washington. Dit zijn dezelfde politici die in 2012 campagne voerden tegen overheidshulp voor de slachtoffers van de orkaan Sandy, die toen een deel van New Jersey en New York onder water zette. Cruz en zijn conservatieve soortgenoten hebben een vast patroon: ze zijn tegen overheidsbemoeienis behalve als hun achterban de overheid nodig heeft.

Vorige maand nog probeerden Cruz en andere Republikeinen honderden miljoenen dollars weg te halen bij FEMA, de noodhulp dienst van de federale overheid. Sommige Republikeinen zijn zo anti-overheid dat ze zelfs na Houston en met schade in Florida in het vooruitzicht tegen noodhulp stemmen. De 15 miljard dollar die het Congres afgelopen vrijdag vrijmaakte voor ramphulp in Texas was gekoppeld aan verhoging van het schuldenniveau van de overheid. Dat zat vier afgevaardigden uit Texas en twee uit Florida zo dwars dat ze tegenstemden. Dat gold ook voor twee afgevaardigden uit Florida. Het wordt interessant te zien hoe hun achterban dat ontvangt.

Misschien is het te optimistisch om te hopen dat uit de persoonlijke en maatschappelijke ellende van miljoenen Amerikanen iets goeds komt. Wellicht kunnen ze nog eens goed nadenken over de rol van de overheid, over de rol van belastingen, regulering en brede proactieve bescherming. Gegeven de tweeslachtigheid van de Amerikaan, zelfs als zijn huis onder water staat, is het waarschijnlijk te veel gevraagd. We blijven hopen.

Democraten voor 2020: teveel bejaarden

De Washington Post heeft vandaag een artikel over de mogelijke kandidaten voor de Democraten in 2020. Al ben ik het niet oneens met de lijst, hij stemt tot innige treurigheid.

Neem de twee koplopers: Bernie Sanders die 78 jaar oud zal zijn in 2020 en Joe Biden die 77 zal zijn. Voor beide mannen geldt dat ze ‘een kans verdienen’ omdat ze eigenlijk dat in 2016 al verdienden. Zolang beide mannen niet omvallen vanwege hun leeftijd, zullen we met hen rekening moeten houden. Ik word daar heel mies van, deze bejaarden als voortrekkers van het post Trump tijdperk. Inhoudelijk hebben beide ogenschijnlijk contacten met de werkende klasse te bieden maar ik geloof er niets van dat ze verbindend en vernieuwend kunnen zijn.

Op 4 een andere bejaarde: Elizabeth Warren, de senator van Massachusetts, 71 in 2020. Ik heb altijd geschreven dat ze er verstandig aan deed in 2016 geen kandidaat te zijn en de redenen daarvoor (ze is effectiever als senator en mogelijk problematisch als kandidaat). De schrijver van het artikel denkt overigens niet dat ze kandidaat gaat worden maar er zal druk uitgeoefende worden. Op 5 de belangrijkste Democraat in het land: Jerry Brown. Hij staat er voor de vorm want hij is niet zo’n idioot dat hij denkt op 82 jarige leeftijd nog die kar te moeten trekken. Maar opnieuw, een bejaarde. Vier uit vijf van de top vijf. Huil met me mee.

Op 3 de minst bekende van deze groep, denk ik, senator Chris Murphy van Connecticut. Ik kan niet goed beoordelen of hij kans heeft of wil, maar het is een naam om in de gaten te houden.

Kristen Gillibrand, de senator van New York, op 6 was altijd mijn favoriet als je per se een vrouw wilde en als je, net als ik, Hillary Clinton een ramp vond. Ze deed het niet en het is onduidelijk of ze de ambitie heeft. Maar net als Warren en Murphy is ze een effectieve senator en misschien kan ze zich inhouden.

Op 7 en 8 twee van de echte kandidaten. Senator Kamela Harris en vooral senator Corry Brooker van New Jersey hebben nooit bescheidenheid getoond in hun ambities. Ze lopen zich warm en zouden een nieuw gezicht kunnen zijn, al denk ik dat zwarte en vrouwelijke politici in 2020 een achterstand hebben.

Op 9 Andrew Cuomo, gouverneur van New York sinds god weet hoe lang. Hij moet eerst worden herkozen in 2018 maar is simpelweg al baas van een staat als New York in the running.

Senator Sherrod Brown van Ohio stond ook op ons 2016 als die pest van een Clinton niet in de weg had gezeten. Hij was kandidaat voor het vicepresidentschap. Hij is populistisch en progressief, ik weet niet of dat het recept word in 2020.

Dan de zakenlui. Howard Shultz van Starbucks en een aantal andere bekende namen als Oprah Winfrey. Please. Bespaar ons die onzin.

Op 12 ook een naam die in 2016 op de lijst stond, ex gouveneur Deval Patrick van Massachusetts. De schrijver denkt echter dan Patrick geen zin heeft, hij heeft nu een baan bij Bain Capital.

Op 13 Tim Kaine, Clintons vp kandidaat. Wordt het niet, overtuigde niet en heeft niet de energie en creativiteit die nodig is. Op 15 staat Mark Zuckerberg maar ik vermoed dat dit enkel is omdat hij overal genoemd wordt. Ik zie het niet gebeuren (de auteur trouwens ook niet).

Pas op 14 zit iemand die volgens mij wel wil en wel interessant is, burgemeester Eric Garcetti van Los Angeles. Het is waar dat burgemeesters niet direct een bron van presidentschappen zijn (alleen Grover Cleveland, van Buffalo), maar Los Angeles is geen dorp.

De conclusie moet zijn dat er nog geen zwaargewichten op de lijst staan, behalve de bejaarden maar ik heb de neiging (of de hoop) hen terzijde te zetten. Van de rest ben ik nog niet onder de indruk al denk ik dat Garcetti interessant kan zijn.

Nog meer grootste, beste, krachtigste whatever …

Je moet het de psycho nageven: hij beloofde dat we genoeg zouden krijgen van zijn overwinningen. 

Hij houdt woord. Na de grootste, mooiste, krachtigste en meest destructieve orkaan in Houston, levert de psycho nu de superstorm, groter nog, vernietigender nog in Florida. 

Half werk doet Trump niet aan. Vannacht was er de grootste, krachtigste en nog zo wat aardbeving in Mexico.  Sterkste aardbeving in honderd jaar!

En dat in de week dat hij de Republikeinen in de grootste zeik zette die ze sinds jaren hadden meegemaakt. Op bezoek bij de psycho werden ze overvallen door Trump en Ivanka (‘papa, ik wil meegaan naar North Dakota) en het bericht dat ze genaaid waren door hun president. Zelfs de supermeegaande Mnuchin (beroemd als joods verdediger van Charlottesville antisemitisme) was verrast.

Verrassing op verrassing: zouden we er ooit genoeg van krijgen?

Die beelden staan niet voor de confederatie, ze staan voor segregatie

Wat een tegenvaller, dat artikel van de meestal verstandige Ian Buruma in de NRC over de standbeeldenwoede. Het gaat maar gedeeltelijk over de confederale beelden maar dat is de aanleiding voor zijn verhaal. En daarover vliegt hij wat mij betreft flink uit de bocht.

Buruma stelt dat veel zuiderlingen hun nederlaag in de Burgeroorlog nooit hebben kunnen accepteren. De Confederatie ‘waar zij ooit voor vochten’ is nog steeds iets om trots op te zijn. Soit, geeft hij toe, er zit ‘wel een racistisch tintje’ aan dat gezwaai met de confederale vlag.

Zijn conclusie is dat de wonden van de Burgeroorlog nooit zijn geheeld en dat het Zuiden armer is en lager opgeleid dan andere delen van het land.

Tja, waar te beginnen? Honderdvijftig jaar na het einde van de Burgeroorlog zijn er nu nog zuiderlingen die die nederlaag moeilijk kunnen accepteren? Gimme a break. Die trots zijn op waar ze voor vochten. Bull. De meesten van die idioten weten nauwelijks iets van hun geschiedenis maar weten verrekt goed wat de waarde van symbolen is.

Er is de Burgeroorlog en er is de nasleep ervan, de Amerikaanse apartheid die segregatie betekende. De Burgeroorlog en de Confederatie zijn deel van de Amerikaanse geschiedenis, ook die van het Noorden. Geaccepteerd door iedereen en zelfs degenen die ooit echt vochten (in plaats van de roeptoeters van nu) konden elkaars waarde en eergevoel waarderen.

Het is niet de Burgeroorlog die het probleem is. De segregatie, het racisme en het bloedzuchtige beleid om zwarten niet nog eens slaven te maken maar wel als tweede rangs burgers te houden. En, niet te vergeten, om de arme blanken in het Zuiden (de meeste blanken waren arm), via racisme eronder te houden. Ook die armoede waar Buruma het over heeft is daar het gevolg van.

Mensen die anno 2017 met confederale vlaggen zwaaien zijn niet trots op hun Confederale verleden, ze willen laten zien dat ze gewoon nog net zo racistisch zijn als hun voorvaderen en vooral willen ze dat inpeperen aan zwarte Amerikanen die zich ontworsteld hebben aan hun haatmodel. De beelden van respectabele militairen, weliswaar in opstand tegen hun eigen regering maar goed, kleinigheidje, vallen op die merites te waarderen. Maar de vlagzwaaiers en racisten hebben zelf een item gemaakt van die beelden door ze als gouden kalveren van hun verloren segregatie te gaan waarderen. Daar ging de demonstratie in Charlottesville over, niet over een beeld meer of minder of, zoals de psycho president beweerde, het afnemen van cultuur of geschiedenis.

Zoals Buruma eerder in zijn verhaal opmerkt zijn de standbeelden opgericht ver na de Burgeroorlog. Niet omdat ze toen pas de centen hadden of acuut historisch bewustzijn maar omdat ze symbolen wilden opzetten voor hun racisme, voor hun segregatie. Nu worden die beelden en vlaggen opnieuw gebruikt voor dat doel, daarover lieten de neonazi’s geen misverstand bestaan. Daarom valt de oude historische reden weg en zijn de standbeelden symbolen van haat geworden.

Buruma’s laatste woorden dat het verwijderen van de beelden het alleen maar erger kan maken (het = deze lui stemmen op Trump omdat ze zich vergeten voelen) zijn een testimonium paupertatis. Ze zijn ook een onzalige afsluiting van een belabberd verhaal, Buruma onwaardig.

De werkelijkheid is dat het Zuiden arm is en op achterstand staat omdat het zich honderd jaar lang wentelde in racisme, omdat een wrede elite de blanke onderklasse uitbuitte en onder de duim hield door hun rassenhaat te versterken. Kijk nog eens naar de beelden van James Meredith toen die naar zijn universiteit probeerde te gaan, of Little Rock in 1958, of George Wallace’s ‘segregation now, segregation forever’.

Het Zuiden is in veel opzichten geen spat verbeterd. Kijk naar de kiesdistrictenindeling en de voorwaarden voor kiezersregistratie in North en South Carolina. Kijk naar de publieke voorzieningen op het platteland, kijk naar minister Jef Sessions, ook zo iemand die de segregatie nooit achter zich heeft gelaten – of was het de burgeroorlog?

Obama’s erfenis blijkt populair

Het is aardig om te zien hoe substantieel de erfenis van Barack Obama is en hoe moeilijk het is voor de Republikeinse obstructionisten om hem af te breken. Zijn programma’s blijken – wie had dat gedacht? – populair te zijn.

De Republikeinen gingen eerst op hun bek met Obamacare, nu met de Dreamers. Iedereen ziet dat dit een redelijk en humaan programma is – behalve natuurlijk Jef Sessions die uit Alabama nogal afwijkende ideeën over humaniteit heeft meegebracht. Trump heeft geen idee wat hij aan het doen is. Sessions wel.

Hopelijk gaan de Republikeinen ook hier op hun bek.

Houston als symbool van Amerika’s overheidsafkeer

Orkaan Harvey die in augustus Houston onder water zette, biedt een staalkaart van wat amerika Amerika maakt. Er was burenhulp, er waren moedige mensen, zelfs een president die moeizaam want met enige bescheidenheid zijn medeleven toonde. Maar los van die uitingen van sociale samenhang die in de moderne VS al te zeldzaam zijn, waren er de even herkenbare omstandigheden die van deze ramp een specifiek Amerikaanse ramp maakten.

Dat begint al bij Houston en de plek waar de stad ligt. Het was een accident of history dat in een moerassig gebied met onaangename leefomstandigheden een nederzetting kwam. Amerikanen bouwden steden op plekken waar dat niet erg verstandig was. In aardbevingsgebieden, in een semiwoestijn zonder drinkwater, omringd door ontvlambare bossen, vlak bij rommelende bergen. Los Angeles, Miami, Seattle en New Orleans zijn andere voorbeelden van kwetsbare steden. Natuurrampen zijn vast onderdeel van Amerikaanse geschiedenis.

Houston groeide en groeide en was er trots op dat de stad geen regels kende voor bouwvergunningen. Dat was de Texaanse manier om zaken te regelen: ze niet regelen. De gebieden die overvloedig water rondom Houston natuurlijk regelden werden volgebouwd, asfalt sloot de bodem af. Iedereen wist wat de risico’s waren: Harvey was de derde storm die maar eens in de 500 jaar voorkomt in het afgelopen decennium. Maar Amerikanen en zeker Texanen hebben een hekel aan overheidsregulering. Ze hebben een hekel aan de overheid. Lobbyisten voorkwamen dat er een verzekeringsprogramma was voor overstromingen. In een pro-business omgeving zoals Houston die claimde passen geen regels.

Texaanse politici zijn van het onbehouwen ideologische soort: Senator Ted Cruz, in 2016 presidentskandidaat, is er een haast clichématig voorbeeld van. Cruz en zijn collega senator John Corbyn voerden in 2015 campagne tegen overheidshulp voor de slachtoffers van de orkaan die toen een deel van New Jersey en New York onder water zette. Cruz en zijn conservatieve soortgenoten hebben een vast patroon: ze zijn tegen overheidsbemoeienis behalve als hun achterban de overheid nodig heeft.

Vorige maand nog probeerden Cruz en andere Republikeinen honderden miljoenen dollars weg te halen bij FEMA om Trumps muur te financieren. Het past allemaal in een patroon waarin de Republikeinen de overheid verzwakken en afbouwen totdat ze hem nodig hebben en dan melken ze hem ongenadig uit. Trump was daar goed in als onroerend goed krabbelaar. Maar het is, vrees ik, een kenmerkend deel van de Amerikaanse samenleving.