Bidens China beleid

Er is de laatste weken veel geschreven over de rivaliteit tussen China en de VS en hoe die zich zal ontwikkelen. Er waren de ‘objectieve’ redenen: de groei van China, de confrontaties in de Chinese Zee, de manier waarop China probeert zijn macht en invloed te spreiden zonder de imperiale macht uit te hangen. Ook veel artikelen trouwens over de kinken in de kabel van het Belt project en de enorme hoeveelheid dubieuze leningen in China zelf.

Er was ook de waarschuwing van een Amerikaanse generaal dat binnen zes jaar een confrontatie met China onvermijdelijk zou zijn over Taiwan. Ik las in de FT een fascinerend artikel hoe die waarschuwing, hoe die zorg, ontstaan was en dat had alles te maken met een verkeerde interpretatie in de orakelpraat van China onder Xi. Die vertelde iets over 2027, maar nadere bestudering en vergelijking met andere documenten, leken meer op 2035 en zelfs 2049 te wijzen. Ik weet niet of u toegang hebt, maar het artikel stond hier.

De schrijfster onderstreept ook wat anderen zeggen: dat China wel gek zou zijn om het op een confrontatie aan te laten komen, zonder zeker te weten of ze die wel kunnen winnen. Waarom zouden ze? Tijd genoeg. Andere specialisten stellen dat China wel schepen en zelfs vliegdekschepen (steeds minder nuttig) kan bouwen, maar niet de ervaring en kennis heeft hoe ermee te werken. Kortom, het blijft zoals ik het eerder formuleerde een soort van schaduwboksen.

Peter Beinart waarschuwde daarentegen in The New York Times dat Bidens confrontatie politiek over Taiwan – zijn omschrijving van het doorbreken van veertig jaar diplomatieke stoelendans, die erop neerkwam dat de VS Taiwan erkenden zonder het te erkennen – levensgevaarlijk is. Hij stelt dat China door zijn nabijheid gemakkelijk militaire kracht kan ontwikkelen, terwijl de VS over grote afstand moet opereren als er iets gebeurt in de Chinese Zee. Dat is natuurlijk waar, maar het betekent niet automatisch dat de VS daardoor op achterstand staat. Mij lijkt Bidens confrontatiebeleid via Taiwan (een voortzetting van Trumpistaans geklungel, nadat de staatsgreeppleger eerst had geprobeerd Xi te lijmen) eigenlijk wel goed. het zet de zaak op scherp, of scherper althans, zodat duidelijker wordt waar de grenzen liggen. Ik weet niet of die wijsheid van Kissinger heb, in zijn On China, maar wat ik weet van de Chinese modus operandi is dat ze proberen hoever ze kunnen gaan, tot waar ze weerstand ontmoeten. Gebeurt dat, dan zijn ze snel weer terug in de oude positie. Het zou pleiten voor een meer George Kennan achtige benadering van containment, soms zelfs push back. Zonder het risico dat het op een grote kladderatsj uitloopt.

In artikelen wordt vaak opgemerkt dat dit niet lijkt op de Koude Oorlog omdat China niet een ideologisch gedreven ander model pusht. Nu denk ik dat vergelijkingen met de Koude Oorlog meer vertroebelen dan duidelijk maken, maar ik zou toch zeggen dat China wel degelijk denkt een ander model in de aanbieding te hebben.

De zwakte van democratieën, onderstreept door de Trump-terreur en de nu voortdurende greep van deze gevaarlijke man op een van de twee partijen in de VS, werkt zeer ten voordele van China. Xi en zijn maten hebben dat goed gezien. De VS is op zijn retour, zoals 9/11, 2008 en Trump bewezen, maar belangrijker is dat het democratische model (nooit ideaal vertegenwoordigd door de VS met zijn structurele racisme en diepe ongelijkheid) op zijn retour is.

Nee, het één partij systeem, Leninistisch als je er een stempel op wilt drukken, is niet een voorbeeld voor de rest van de wereld. Maar een autoritair regime zonder de last van democratische besluitvorming en met een beangstigende afwijking naar de bevoordeling van de leidende klasse die maar al te graag meegaat met de autocraat, is wel degelijk een voorbeeld. Een voorbeeld van daadkracht.

Niet voor de gemiddelde burger, maar proto-fascisten en autoritaire klaplopers als Baudet en Orban, en de partijdictatuur in Polen en Turkije (en dan hebben we het alleen over onze nabijheid – in Zuid Oost Azië zijn te veel voorbeelden van gemankeerde democratieën) ontlenen wel degelijk aanmoediging en vertrouwen in hun kracht aan het Chinese model.

Omdat het niet ideologisch is, kan het zich in heel gevarieerde vormen voordoen. Maar al die vormen zijn anti-democratisch en vijandig aan westerse waarden zoals we ze lang hebben gedefinieerd (Wilders en Baudet hebben daar andere ideeën over). Nee dus, geen Koude Oorlog met ideologisch tegengestelde regimes die elk een zekere aantrekkingskracht hadden, in elk geval in het begin, maar wel degelijk een confrontatie tussen grootmachten die meer is dan dat.

Ook China pusht een model. Door de zwakte van het westen hoeft het niet eens veel werk te verzetten, het pusht zichzelf. Alleen al daarom zou ik voorstander zijn van Bidens beleid van zachte confrontatie. Europa zou ook wel wat meer mogen laten horen – en zien. Uiteindelijk zitten in China miljoenen Oeigoeren in concentratiekampen, is de vrijheid van opinie en uiting beperkt, en de rechtsstaat wat Xi denkt dat de partij ten goede komt. Het blijft belangrijk daarop te wijzen. China is geen ‘normaal’ land. Het is een bedreiging voor onze manier van leven.

Onze oorlogsobsessie herdacht

Morgen is het weer 4 mei, dodenherdenking. Tijd voor gerommel, ruzies en voordringen wie het best de geest van die dag meent te vertegenwoordigen, of er in elk geval zijn stempel op weet te drukken. En wie dat niet mag. Wie sorry zegt en waarvoor.

Het gaat mij allemaal voorbij. Ik herinner me de dodenherdenking toen ik kind was. Alle verkeer stond twee minuten stil. En ook echt stil. En ook echt allemaal. De dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte toen we eenmaal televisie hadden.

Maar belangrijker in Eindhoven was 18 september, de dag dat de stad bevrijd was. Vuur werd overgebracht uit Bayeux en op het plein voor het stadhuis, ja juist, het 18 september plein stak de burgemeester de fakkel aan. Door de stad heen stonden door Philips georganiseerde licht-schilderijen, we reden de lichtjesroute. Voor mijn vader had de dag extra gewicht omdat zijn zus tussen twee Canadese tanks was verongelukt.

Geleidelijk aan is dat allemaal weggezakt. 5 mei werd een vrije dag, de dodenherdenking iets dat ver weg gebeurde. Maar alsof ik niet mocht loslaten en in de huidige tijd leven, is er een Tweede Wereldoorlog industrie op gang gekomen die de maand april en begin mei overwoekert. De jaarlijkse Tweede Wereldoorlog uitgave van het Historisch Nieuwsblad – dat trouwens wel elk nummer iets doet met de oorlog. De herhaling van Zwartboek of Soldaat van Oranje.

Wat vertelt het over een land dat het meer dan 75 jaar na dato nog steeds geobsedeerd is met die oorlog? Niet enkel de holocaust of het laat gevonden schuldgevoel dat Nederland niet zonder zonden was. Niet die abstracte ‘vrijheid’ die er tegenaan gegooid wordt. Zelfs niet de concrete vrijheid om, net als de zwarte hemden van FvD en de nieuwste omroep, te verkondigen dat die vrijheid om zeep is gebracht.

Nederland is een gelukkig land zonder veel geschiedenis om te memoreren. Vandaar misschien dat we blijven hangen aan die oorlog, en, meer recent, aan schuldbewust onderzoek van onze politionele acties. Ik laat het slavernij zelfonderzoek maar even buiten beschouwing. Er is vast wel iemand die dat straks ook onder de 4/5 mei herdenkingen kan brengen. Maar die oorlog, dat was tenminste nog eens wat. Alle vragen kwamen aan de orde, al staan die bij de herdenking niet voorop.

Ik herinner me dat mijn moeder zeker wist dat de Nederlandsche Unie van de Quay en consorten een soort verzetsorganisatie was. Niks samenwerking met de bezetter. Zo kon je de Duitsers laten zien dat we democratie serieus namen! Dat de meeste Nederlanders dachten dat de bezetting lang zou duren en het gewone leven zich daarop had ingesteld, daar zie je niet zoveel over. Iedereen zat in het verzet. De oorlog was het belangrijkste, het enige, dat ons in honderd jaar was overkomen. De rest was allemaal een variatie op polderen, zuilen die dansten en uit elkaar vielen en zich hergroepeerden en irrelevant werden. Ik heb mijn buik vol van die oorlog – zeker ook in de literatuur.

Maar goed, morgen gaan de media er weer voor. Het lijkt alsof het iedereen machtig aangrijpt. Ik geloof er niets van.

Ik kan niet helemaal inschatten of ik hier een positie op de flank inneem of dat de meeste Nederlands niet veel geven om dat oorlogsgedoe. De media aandacht zou je doen vermoeden dat ik hier alleen sta. Ik weet het niet. Om me heen merk ik weinig van diepe aandacht voor dit gebeuren. Zou het kunnen dat de herdenkings stoomwals een autonome kracht is geworden, een geval dat maar doorrolt, waar iedereen die er wat mee moet doen aan meedoet zonder er al te veel waarde aan te hechten? Een ritueel?