Hoog tijd voor een schifting van Democratische kandidaten.

Nog twee weken en dan zijn we verlost van zowat de helft van de kandidaten voor de Democratische nominatie. Ze zullen incompetent blijken in het debat of misschien dat niet maar zich ook niet kunnen onderscheiden.

Dat lot zal gelden voor Bill de Blasio, John Delaney, Julián Castro, Tulsi Gabbard, Jay Inslee, Tim Ryan, Michael F. Bennet, John Hickenlooper, Eric Swalwell, Marianne Williamson and Andrew Yang. Van de meesten van hen heeft u nooit gehoord. Dat zal zo blijven.

Ik ben nog onzeker over Kirsten Gillibrand en sluit niet uit dat een van de gouverneurs eruit springt. Tja, Beto O’Rourke? Ik weet het niet.

Mijn vermoeden is verder dat Bernie Sanders een oude man zal blijken die is blijven steken in 2016. Zijn percentage in de peilingen lijkt op dat van Trump: geen ruimte om te groeien. Maar Sanders zal doorgaan tot echt duidelijk is dat hij geen kans maakt en dat zijn agenda beter door Elizabeth Warren kan worden uitgevoerd. Dat kan nog wel even duren. Maar hij wordt niet de genomineerde, zoveel is nu al zeker. 

Biden zal nog niet meteen onderuit gaan, dat vergt meer tijd en nog meer van zijn standaard gekluns. Ook voor hem geldt dat de kans dat hij wordt genomineerd klein is.

Dat laat in elk geval als kanshebbers Kamala Harris, Elizabeth Warren, Cory Booker, Amy Klobuchar en Pete Buttigieg. Nog maar één blanke man over en die is homo. 

Het enige dat je kunt hopen is dat snel duidelijk wordt welke kandidaten totaal geen tractie hebben, en dat die dan snel zullen vertrekken. 

Nog even over Biden. Hij beroept zich op zijn vaardigheid in het samenwerken met zulke verwerpelijke types als segregatie senatoren Eastland en Talmadge (let wel: in 1972, 7 jaar na de burgerrechten), en de obstructionist Jesse Helms. Op zich is dat legitiem maar politiek onverstandig. Maar goed, dat is Bidens boodschap: ik kan zelfs met de meest verwerpelijke types samenwerken, zelfs met Mitch McConnell en Lyndsey Graham.

Maar hij  maakte een onnodige fout desastreus door over Eastland te zeggen: “He never called me ‘boy,’ he always called me ‘son’”. Ik weet niet wat Biden wilde. Zwarten werden door racisten altijd ‘boy’ genoemd, ongeacht hun plek in de samenleving. Het was simpel racisme. Natuurlijk noemde Eastland Biden niet boy – hij was niet zwart. Fijn dat Biden zich ‘son’ liet noemen door de racisten maar dat is natuurlijk niet een compliment of een vrijpleiten van Eastland.

Sterker, hij doet net alsof ‘boy’ zeggen tegen zwarten gewoon acceptabel is, net zo acceptabel als dat de racisten hem ‘son’ noemden. Nee, Biden is geen racist. Niemand noemt hem ook zo en zijn verwijt aan Cory Booker daarover is onzin. Het probleem is dat Biden niet aanvoelt wat wel en niet behoort tot de normale conversatie en de 21ste eeuws civic society.

En dat is het probleem met Biden. Hij vat het gewoon niet. De steun voor Biden berust op naamsherkenning en waardering voor Obama en Bidens rol als stand in. Niet op enige programmatische overweging, niet over de belofte van Biden voor een moderne VS. Het zal niet lang meer duren voor de leegheid ook daar zichtbaar wordt. 

Dit bericht is geplaatst in Blogposten. Bookmark de permalink.