Wie overspeelt er nu weer zijn hand?

In elke oorlog keren kansen, komen er momenten dat een van de partijen een steek laat vallen of zijn hand overspeelt. Ik heb het gevoel dat Iran op zo’n punt is aangeland. Tot nu wist het land zich met succes te verzetten tegen Trumps eigen dumbo-moment, dat waarin hij dacht in een paar dagen Iran op de knieën te krijgen. Over momenten gesproken: Trump liet zich overhalen door Israëls tot de ondergang voerende premier Nethanyahu tot een uitstapje naar Iran. Hij negeerde zowat iedereen in zijn staf die meende dat wat Nethanyahu Trump wijsmaakte bullshit was en liet zich meevoeren.

Dat de Golf van Hormuz een probleem zou kunnen zijn werd niet onderkend (dat valt moeilijk te geloven) of niet belangrijk geacht. Een quickie, dacht de grote leider in Washington. We deden het met Venzuela, we doen het met Iran.

Dat het wegblazen van de totale leiding van een land waarmee je formeel niet in oorlog bent (er werd zelfs nog onderhandeld, net als trouwens bij de vorige ronde – geen wonder dat Iran Amerika niet vertrouwt) acceptabel beleid is, is in de Amerikaanse context niet eens ter discussie gesteld. Je doet dat gewoon. Er was ooit een ban op moorden door de Amerikaanse overheid, ingesteld na misdragingen van de CIA. In dit geval deden de Israelis, inmiddels Amerika’s minst geliefde vriend, het vuile werk, maar het was gewoon een moord met medeplichtigheid van Amerika. Het resultaat zou het allemaal rechtvaardigingen.

Enfin, zes maanden later zwabbert Trump alle kanten op, lijden de wereld en Amerikaanse burgers onder de gevolgen van zijn beleid, en is het einde van de oorlog nog niet in zicht. Sterker, er verschijnen steeds meer alarmerende analyses die de uitbreiding van deze oorlog koppelen aan Oekraïne, Rusland en China, en risico’s zien voor een wereldoorlog. De Amerikaanse Senaat, steeds bereid om zich te plooien naar de president, heeft hem niet tot de orde geroepen. Ook hier ging een post-Nixon regel, de War Powers Act, het raam uit.

Toen ik gisteren de koppen zag over nieuwe Iraanse voorwaarden, nadat Trump al een hele climb down had moeten maken nadat hij nog maar een week geleden de allerzwaarste bombardementen aankondigde, bekroop met het gevoel dat nu Iran zijn dumbo-moment meemaakte. Een uitzonderlijk sterke hand die je moet gebruiken om zo goed mogelijke voorwaarden voor een einde van de oorlog te bewerkstelligen, maar dan moet je het wel behapbaar blijven voor de kleine geesten in Washington. Geef Trump een veer om in zijn reet te steken, geef hem iets, al is het nog zo klein om zichzelf wijs te maken dat de oorlog een succes was, en hij gaat zich weer honderd procent bezig houden met het verfraaien van Washington en het verder zelfverrijken.

Ik hoop dat ik ongelijk heb. Dat het niet Iran is die nu zijn hand overspeelt.

In deze context wijs ik de geïnteresseerd lezer graag op een artikel in Foreign Affairs, het vakblad voor de wereld van Internationale Relaties. Deze warme dagen boden een gelegenheid om een achterstallige stapel Foreign Affairs weg te werken. Bijzonder interessante artikelen, onder andere een nu geleidelijk aan absurd optimistisch ogend verhaal van twee Israelische Nethanyahu-adviseurs dat een aardig inzicht geeft in het wensdenken dat daar plaats heeft.

Een fascinerend verhaal dat eruit sprong ging over chokepoints, een onderwerp dat toevallig ook afgelopen zaterdag werd aangeroerd door de beste columniste van de NRC, Carolien Gruyters. Zij verwees naar het boek Chokepoints: American Power in the Age of Economic Warfare van Edward Fishman. De korte versie van dit boek stond in een recente Foreign Affairs. Fishman legt uit wat chokepoints zijn, aan welke voorwaarden ze moeten voldoen, wat je eraan hebt, hoe je ze kunt uitspelen. Denk aan Straat van Hormuz, denk zeldzame metalen, NVDIA chips, de dollar als wereldvaluta.

Echte chokepoints, zegt Fishman, hebben drie eigenschappen. Een enkel land of een coalitie van landen bezit een dominant, geconcentreerd marktaandeel. Er zijn geen vervangingsmiddelen voor, in elk geval niet op de korte termijn. En het land of de coalitie kan zijn positie als wapen gebruiken op manieren die een asymmetrische druk opleggen, daarmee serieuze pijn toebrengend aan het doelwit met minimale schade voor henzelf.

De Straat van Hormuz is een heerlijk voorbeeld. Het blijft ongelooflijk dat de Amerikanen niet hebben gezien hoe dit zou kunnen uitpakken.

De Gruyter citeerde Fishman vanwege zijn betoog dat nu supermachten tegenover elkaar staan het idee verdwijnt dat er mondiaal afspraken zijn die gelden voor zowel de groten als de kleinen. ‘Als één grote de regels gaat ombuigen en daarbij over de kleineren heenwalst, gaat iedereen zich indekken – door te proberen minder afhankelijk van anderen te worden. Met zijn handelstarieven lokte Trump wereldwijd protectionisme uit.’, schrijft De Gruyter. Ze schrijft het in de context van de kippendrift (Yesulgoz weer vol op het orgel) over Cueta, maar ik kan het hele verhaal aanbevelen – choking points zullen nog vaak terugkomen, al of niet zo benoemd.

Nu ik toch bezig ben: lees ook het artikel over Taiwan, en zie waarom het onwaarschijnlijk is dat China het land aanvalt of in elk geval de zorgen daarover sterk overdreven zijn. Dennis Blair legt uit hoe China Taiwan zou kunnen benaderen en waarom er vooralsnog geen reden is voor paniek, hij vindt het idee dat China een militaire voorsprong zou hebben die dit gemakkelijk zou maken, overdreven. Lees het en inderdaad, het lijkt een stuk minder waarschijnlijk dat Xi zijn kansen zou wagen op een manier die tot succes zou kunnen leiden.

En als u dit soort artikelen interessant vindt, neem een abonnement. Voor 40 dollar heeft u een ongekend inzicht in wat de denkers op dit terrein hebben te melden.

Andere boeken die ik deze zomer las – just for the heck of it:

toevallig ook over Taiwan de winnaar van de Booker Prize:

Taiwan Travelogue door Yang Shuang-zi

Een ingenieus verhaal van een Japanse schrijfster die in 1938 een jaar in Taiwan verblijft, al een jaar of vijftig een kolonie van Japan. Ze krijgt gezelschap van een Taiwanese die de vertalingen doet en haar reis organiseert. Veel draait om voedsel en genieten.

De verteller zoekt vriendschap, misschien meer, met de vertaalster. Het thema is patroniseren. Denken dat je iemand in bescherming moet nemen, zonder dat die iemand daar om gevraagd heeft. De koloniale verhouding vindt zijn spiegel in de verhouding tussen de twee vrouwen.

Daarmee overstijgt het boek zijn Taiwan thema tot iets intermenselijks. Patroniseren kan onopzettelijk gebeuren en wel degelijk door de ‘beschermde partij’ als offensief worden ervaren. Een absolute aanrader. En dan heb ik nog niet eens over de intrigerende opzet: het zou een vertaling zijn van een herontdekte tekst door een Japanse schrijfster, met aantekeningen van de vertaalster in het Mandarijn en later in het Engels. Fascinerend. Een sensatie sinds de schrijfster en de vertaalster de Booker International Prize 2026 wonnen.

De zwevende wereld. De verbonden levens van Franz von Siebold en Kusumoto Oine door Annejet van der Zijl

Annejet van der Zijl is een van Nederlands favoriete schrijfsters. Elk boek is een bestseller nog voordat iemand een woord heeft gelezen, voordat er besproken is. Ik ben al een tijdje niet meer onder de indruk. Laat ik me beperken tot dit boek, dat zou gaan over Franz Von Siebold die zes jaar doorbracht in Dejima, de Nederlandse handelskolonie voor de kust van Nagasaki, begin negentiende eeuw het enige toegangspunt tot het van de wereld afgesloten Japan. Von Siebold bracht medische kennis naar Japan, en planten en botanische wijsheid naar Europa, ook al waren de uitstapjes naar het echte Japan beperkt.

Ik ga vaak naar het Siebold Huis in Leiden, ik was in Dejima, het kunstmatige eiland bij Nagasaki waar het verhaal van Siebold en het verhaal in dit boek zich afspeelt (nou ja, een deel van het verhaal). Wat mij betreft is het boek een mislukking. Het is saai geschreven, brengt de hoofdpersoon niet echt tot leven en ik heb het gevoel dat Van der Zijl op een gegeven moment heel veel tijd en energie in dit onderwerp had gestoken maar er geen acceptabel boekwerk van kon maken en het daarom heeft opgedikt met een geschiedenis van Japan.

Geen succes. Een kleinigheid (niet echt, want ook De Amerikaanse Prinses zat vol fouten) is dat het boek verkondigt dat de Amerikaanse onafhankelijkheid plaatshad in 1783. En, nog kleiner, er werd niet goud gevonden in Californië in 1849 maar in 1848 – de Gold Rush was in 1849). Het lijkt triviaal maar is er echt niemand bij haar uitgever die daarop heeft aangeslagen? Geen editor bij de hand? Kun je de rest van haar informatie vertrouwen? Als het je zou interesseren?

De geschiedenis van Dejima is veel mooier vertelt in meeslepende fictie door David Mitchell in The Thousand Autumns of Jacob de Zoet (In het Nederlands de Niet verhoorde gebeden). Pak liever dat boek.