Het fascinerende leven van ene Theo Jansen. Echt?

Ik zat toevallig afgelopen dinsdag in een radio uitzending waarin ook uitgebreid werd gepraat over sport als marketing tool, sporters als merk. Directe aanleiding was een boek over ene Theo Jansen. Theo wie? Theo Jansen, u weet wel, die wereldberoemde voetballer.

Een biografie van deze man – hij kan nooit veel ouder dan 40 zijn – zou een nieuwe bestseller worden na Kieft (die kende ik tenminste) en Gijp (een homofobe neuroot, begrijp ik, die betaald wordt om op televisie kroegpraat te leveren). Ik luisterde met interesse naar de andere gasten die dit boek allemaal vreselijk belangrijk vonden. Enig dedain voor de lezer, iemand die moeite heeft met de shoarma menukaart, sluimerde onder de oppervlakte.

Ik vroeg aan de presentatrice waarom we in vredesnaam een boek over deze Jansen moesten lezen. Voetballers kunnen voetballen maar dat maakt hen toch geen interessante persoonlijkheden met een leven dat het beschrijven in boekvorm waard zou zijn? Buiten hun expertise, voetbal, heb ik ook zelden deze mensen iets interessants over de samenleving, over politiek of over wat dan ook horen zeggen. Theo Jansen was beroemd, en zijn leven zat vol met gemiste kansen, kreeg ik als antwoord. Ik denk niet dat ik dit boek hoef te lezen.

Al pratend konden we wel vaststellen dat iemand als Van Persie interessant zou kunnen zijn. Die ken ik tenminste, maar ik begreep ook (en wist dat zelfs) dat hij iets kon zeggen over integratie en etnische diversiteit in Nederland. Maar zou Messi interessant zijn? Misschien voor accountants die kunnen uitvogelen hoe hij de Spaanse fiscus probeerde te flessen. Cruijff was interessant, in meer opzichten dan voetbal, maar hij was dan ook een klasse apart.

Over de superbowl ging het. En Nike die nu Kaepernick als uithangbord gebruikt, de knielende football speler. Volgens een van de gasten was Kaepernick ‘uitgekotst’ na die actie (je moet politiek en sport immers scheiden – ik denk dan altijd aan de heilige verontwaardiging van hollanders over Maxima’s vader terwijl ze in 1978 graag de wereldcup van Videla hadden ontvangen). Dat leek me onzin. De racistische president van de VS had druk gezet op de blanke eigenaren van football teams om deze spelers eruit te gooien en dat hadden een aantal van hen braaf gedaan. Hoezo ‘uitgekotst’?

Geen misverstand over Nike. Die hebben geen missie van vrijheid van meningsuiting. Ze willen sportspul verkopen. Daarom is Kaepernic interessant. Good for him. Good for them. Teams die weigeren op bezoek te gaan bij de racist, ook al worden ze geleid door de blanke Tom Brady? Alle lof. Michael Jordan die ook beredeneerde meningen heeft. Mohammed Ali! Laat sport en politiek maar gewoon verbonden zijn, zoals ze dat waren in Peking 2008 en Moskou 2016 en, hup Holland, in Argentinië in 1978.

Er zijn interessante sportmensen maar dat zijn niet vaak voetballers. De gasten hadden het over Memphis, die ik enkel ken als een over het paard getilde brokkenmaker die stukken beter had kunnen voetballen als hij niet zo in het zonnetje was gezet. 

Ik dacht aan Federer en Agassi maar weer niet aan Nadal. Misschien ligt het aan mij en mijn disconnect met de sportverdwazing (goedkope vulling op radio 1, dat er zelfs cultuurprogramma’s voor onderbreekt – dat blijft een rare gewoonte – en op televisie, tegelijk als sport en als het geneuzel eromheen) dat ik niet direct naar de winkel snel om het leven van Theo Jansen tot me te nemen.   

Dit bericht is geplaatst in Blogposten. Bookmark de permalink.