In het Amerikaanse politieke systeem heeft het ministerie van Justitie een dubbele rol: het is de hoeder van de Amerikaanse rechtsstaat en het vertegenwoordigt de regering. Tussen die twee is er altijd een zekere spanning, maar niet onder president Trump. Hij heeft duidelijkheid verschaft: de minister van Justitie is zijn persoonlijke jurist, zijn loopjongen, zijn belangenbehartiger. Sinds vorige week wordt die functie vervuld door Todd Blanche, de jurist die Trump verdedigde in de zaak van het zwijggeld voor Stormy Daniels.
Blanche weet waar hij aan begint. Zijn voorgangster Pam Bondi, vaak afgeschilderd als een ‘brown noser’ vanwege haar opkruipen tegen de president, kon ondanks haar hondentrouw vertrekken wegens onvoldoende agressie. Blanches benoeming liep nog bijna vast op het zogenoemde slush fund: 1,8 miljard dollar voor veronderstelde slachtoffers van ‘government lawfare’. Deze zaak was door Blanche gepromoot, in combinatie met een belastingdeal waarbij Trump en zijn familie zich niet meer druk hoefden te maken over mogelijke audits. De Republikeinse senatoren die geloofden dat deze deals nu voorgoed van de baan zijn kun je blijkbaar alles wijsmaken.
President Trump is niet de eerste die een meegaande, op zijn behoeften afgestemde minister wenst. John F. Kennedy benoemde zijn broer Robert als minister van Justitie. Dat had voordelen bij confrontaties met zuidelijke gouverneurs over segregatie en schendingen van de burgerrechten: Robert sprak namens de president. Het maakte het gemakkelijker om contact te houden met Marten Luther King en de burgerrechtenbeweging. Het weerhield Robert Kennedy er overigens niet van King te laten afluisteren door de FBI, een onderdeel van het ministerie van Justitie.
Richard Nixon benoemde zijn vriend en huisjurist John Mitchell tot minister van Justitie, vergezeld van een verzoek aan FBI-directeur Edgar Hoover om af te zien van een achtergrondsonderzoek. Mitchell eindigde in het gevang vanwege zijn rol in het Watergate schandaal. Hij werd in mei 1973 opgevolgd door de onbesmette Elliot Richardson die op zijn beurt beroemd werd door de Saturday Night Massacre, een historische confrontatie tussen de uitvoerende macht en het ministerie van Justitie als handhaver van de rechtsstaat. Nixon eiste dat zijn minister de speciale onderzoeker naar Watergate, Archibald Cox, zou ontslaan nadat die een een dagvaarding had doen uitgaan om om de bandopnames te verkrijgen die tot Nixons ondergang zouden lijden. Richardson weigerde, net als zijn onderminister William Ruckelshaus. Uiteindelijk was de derde man, Robert Bork, bereid Cox te ontslaan, maar Bork liet weten dat hij onmiddellijk zelf ontslag zou nemen. Op verzoek van de anderen bleef Bork uiteindelijk aan om het ministerie te beschermen tegen verdere aanvallen van de uitvoerende macht. Misschien is het goed hier nog even te memoreren dat vicepresident Vance onlangs opperde dat vandaag de dag Watergate nauwelijks een rimpeltje zou veroorzaken. Het probleem: hij heeft gelijk.
Nixon ging uiteindelijk toch ten onder in Watergate en sindsdien was het de norm dat het ministerie van Justitie op enige afstand moet staan van de president. Daar werd al aan gemorreld onder president Reagan, die zijn Californische vriend William French Smith benoemde als Attorney General. In zijn tweede termijn zette Reagan Edwin Meese, zijn trouwe adviseur in het Witte Huis, op deze post. Meese zat er toen het Iran-Contra schandaal aan het licht kwam, maar ontsnapte aan vervolging voor zijn rol (net als George Bush, de oude). George W. Bush benoemde in zijn ongelukkige tweede termijn Alberto Gonzalez, die tijdens de eerste termijn zijn raadsman was geweest. Gonzalez hield het niet lang vol, het Congres verlangde zijn ontslag. Er lijkt sprake van een patroon: sinds Kennedy hebben alleen Democratische presidenten de afstand met het ministerie weten te bewaren.
Trump heeft overal lak aan. Hij meent dat de regering-Biden hem onterecht vervolgde, weaponized the law, en ziet er geen been in om nu wraak te nemen door zelf Jan en Alleman die hem niet bevalt te vervolgen. En inmiddels heeft Trump het ministerie zodanig naar zijn wensen gesmeed dat Richard Nixon een kleine krabbelaar lijkt. Stuurde Nixon nog de belastingdienst op vermeende vijanden af, Trump eist simpelweg dat de minister zijn vijanden vervolgt en zaken tegen bevriende wetsovertreders laat vallen, dit laatste vaak na een bijdrage in zijn campagnekas of aan zijn bouwwerken. Het ministerie doet als bevolen.
De schade is groot en zal moeilijk te repareren zijn. De afdeling burgerrechten is uitgekleed. Witte boorden criminaliteit wordt niet meer vervolgd. Duizenden juristen zijn ontslagen of vertrokken. Trump heeft zichzelf en zijn familie vrijgesteld van belastingcontroles, en wil nog steeds een fonds van 1,8 miljard dollar voor veronderstelde ‘slachtoffers’ van ‘government lawfare’ noemde, inclusief de veroordeelde aanvallers van het Capitool die hij gratie verleende.
De FBI, onderdeel van het ministerie, wordt gerund door een incompetente zeloot met een hang naar luxe uitstapjes met zijn zingende vriendin. Beleidsmatig presenteert de pathetische Kash Patel zich als een trouwe marionet van de president, diens opdrachten uitvoerend al voor ze gegeven zijn. Agenten die ook maar iets te maken hadden met het onderzoek naar Trumps poging tot staatsgreep op 6 januari 2021 of anderszins naar de president en diens handlangers, zijn ontslagen. De activiteiten van het bureau zijn verlegd naar immigratie. Rechts extremisme wordt niet meer gevolgd. Expertise gaat verloren.
Het ministerie heeft nu moeite vacatures te vullen. Veel juristen vertrekken naar beter betalende banen in de privé sector nu een paar jaar op Justitie geen extra aanbeveling zijn voor hun carrière – integendeel zelfs. Openbare aanklagers, banen waarvoor je slimme mensen nodig hebt die bereid zijn te werken voor overheidslonen, zijn massaal vertrokken omdat ze soms onzinnige aanklachten moesten indienen. Ze schaamden zich voor de zwakte van veel zaken. Justitie werft nu direct op de universiteiten en biedt zelfs tekenbonussen.
Vertrouwen in de rechtsstaat is geschaad. Rechters vragen meer en meer verklaringen en bewijsmateriaal om te kunnen vaststellen of de claims van de overheid wel waar zijn. Ze dreigen zelfs met sancties als de overheidsjuristen de zaak vertroebelen of niet meewerken. Een aantal van door Trump naar voren geschoven ongeschikte openbare aanklagers zijn door de rechters afgewezen. Dat biedt hoop maar of het systeem overeind zal blijven onder het sloopwerk van Blanche en Trump, en mogelijk een opvolger als JD Vance, staat zeer te bezien.