Biden op de rand van mislukking

Het heeft maar kort geduurd. De gedachte dat Joe Biden en zijn Democraten Amerika fundamenteel zouden kunnen veranderen, lijkt nu al, pakweg 150 dagen na Bidens aantreden, schipbreuk te lijden.

Het infrastructuurprogramma, groot en groots, wordt geleidelijk aan uitgekleed in een illusoire poging om Republikeinen aan boord te krijgen. De hogere belastingen voor de rijken zullen er niet komen, wel, een succesje, een wereldwijde belasting voor grootverdienende ondernemingen. Het rapport dat gisteren verscheen over belasting ontlopende gigarijken laat zien dat Elizabeth Warren, op de linkervleugel van de partij, het bij het juist einde heeft. Vermogen moet belast worden.

Het onderzoek naar de operette staatsgreep van 6 januari is geblokkeerd door Republikeinen. Zij willen vooruit kijken en doen dat, ironisch genoeg, door zichzelf aan Trump op te knopen en achteruit te praten over de Big Lie. De wetgeving om op federaal niveau verkiezingen te beveiligen voor politieke ondermijning door Republikeinen, gaat er niet komen.

De belangrijkste dwarsliggers zijn niet eens de Republikeinen van Mitch McConnell. Het zijn twee Democraten, Kristen Sinnema van Arizona en Joe Manchin van West Virginia. Vooral de laatste geniet van zijn status als belangrijkste politicus in Washington. Hij is nodig om de Democraten eensgezind het eensgezinde blok Republikeinen tegemoet te laten treden. En hij verrekt het. Hij doet net of tweepartijen wetgeving iets is dat de Democraten tot stand moeten brengen en waar Republikeinen niet eens over hoeven te denken.

Het schijnt dat op het gebied van infrastructuur Biden de moed heeft opgegeven dat er een deal kan komen die aanvaardbaar is. Eindelijk, zou je zeggen. Maar het plan erdoor drukken met reconciliatie hangt weer op Manchin. En het afschaffen van de erfenis van segregatie, het definitief opbergen van de filibuster, is ook al van de agenda afgevoerd omdat oom Joe het niet wil (Manchin dan).

Een lichtpuntje wordt misschien dat de oudste rechter van het Supreme Court, de 82-jarige Stephen Breyer, met pensioen zal gaan, zodat Biden in een relatief rustige tijd een opvolger kan benoemen (een zwarte vrouw, zo geconditioneerd zijn we inmiddels ook al weer). Het was een fout van de heilige Ginsburg dat ze niet tijdens Obama’s tweede termijn terugtrad, zodat we nu met een extra conservatieve rechter zitten. Hopelijk is Breyer verstandiger. Maar dit zijn mensen als Mark Rutte: ze hebben geen ander leven dan hun publieke leven. Ze weten van geen ophouden.

En zo zitten we weer in de vaste situatie van de afgelopen decennia: vastgelopen politiek. Obstructie van Republikeinen. Democraten op weg naar een zeperd in november 2022. Er is maar een alternatief en dat is confrontatie. Ik weet niet of Biden het kan maar ook hij moet inzien dat de komende weken beslissen of zijn veelbelovende presidentschap veelbelovend blijft of ook echt verandering tot stand brengt.

Ik ben er niet optimistisch over. De komende dagen zullen we vooral Biden zien in de reparatie van bondgenootschappelijke relaties. Maar ook daar is het een moeizaam gevecht tegen het wantrouwen dat Trump heeft doen ontstaan. Dat is niet per se slecht: Europa moet leren op eigen benen te staan. Ondertussen is het, zoals vaak opgemerkt, ietwat vreemd dat Biden een topontmoeting heeft moet Poetin.

Die kan ook alleen maar interessant worden als hij uitloopt op confrontatie. Genoeg onderwerpen: de moorddadige instelling van Poetin, de beïnvloeding van verkiezingen, de cyber aanvallen, Oekraïne, Wit Rusland. Het zou raar zijn als dat geen confrontatie op zou leveren. Maar wat moet er uit deze top komen? Poetin spint er garen bij dat hij als gelijke erkend wordt op het wereldtoneel. Het zou wel heel wrang zijn als hij daarvoor niet een prijs betaalt.

Ondertussen wordt Kamala Harris opgescheept met onmogelijke taken. Ga in het door Amerikaans beleid mede kapot gemaakte Midden Amerika maar eens vertellen dat je niet moet imigreren. Iedereen die de kans krijgt, doet dat en geef ze eens ongelijk. Een zak geld gaat daar niets aan veranderen.

Nee, na 150 dagen is er geen reden voor geweldig optimisme. Het is fijn dat de federale overheid weer min of meer normaal functioneert. Dat niet overal lobbyisten de bureaucratie runnen. Maar wetgeving maken? Dat zit er niet in.

Dit bericht is geplaatst in Blogposten. Bookmark de permalink.