Mesa Verde: het lijkt wel een paleis

Ruim honderd jaar geleden ontdekte een rancher in Colorado de beroemdste restanten van de Anasazi beschaving. Het maakte van Richard Wetherill een amateur archeoloog en hij vond nog vele andere plekken. Mesa Verde is echter van alle nederzetting de bekendste en de meest gemakkelijke om te bezoeken.

Door Frans Verhagen

Het is een bitter koude dag in december 1888, de lucht gevuld met de belofte van sneeuw. Te paard rijden Richard Wetherill en zijn zwager Charlie Mason over de afgelegen Mesa Verde in Zuidwest-Colorado. Ze proberen vee te vinden dat is afgedwaald van de familieranch in de Mancos Valley. Voordat ze het vee terug zullen kunnen brengen wacht de twee ranchers straks een koud bivak onder de dennen, een kilometer of veertig van huis.

Een veepad leidt beide mannen naar de rand van de Mesa, waar de klif steil omlaag klettert. Ze stijgen af, wandelen naar de rand en staren oostwaarts over een canyon die ze nog niet eerder hebben verkend. Opeens slaakt Wetherill een kreet van verbazing. Een kleine kilometer verderop, in de wand aan de overkant van de klif, doemt een enorme overhang op die een natuurlijk grot beschut. Zo op het oog is die al gauw 120 meter lang en 30 meter diep. In die grot zijn ruines te zien van wat een oude stad lijkt, met centraal een dominante ronde toren van drie verdiepingen. ‘Het lijkt wel een paleis’, mompelt Mason.

Vergeten is het vee. Met lasso’s binden de mannen stukken hout aan elkaar om een geïmproviseerde ladder te maken en klauteren omlaag naar de vloer van de canyon en aan de overkant weer omhoog om de majestueuze ruïne te betreden. Het lijkt alsof de verdwenen bewoners maar een paar uur tevoren zijn weggewandeld, alles achterlatend zoals het was. De kamers liggen vol met onbeschadigde potten, overdekt met stof. De ranchers vinden een zware stenen bijl, nog vast aan zijn houten handel. Enig oppervlakkig graafwerk en ze stuiten op drie skeletten. Wetherill zal de ruïne Cliff Palace noemen.

Wild enthousiast over hun ontdekking, gaan de mannen uit elkaar om te kijken of ze in het resterende daglicht nog andere ruines kunnen vinden. Wetherill gaat noordwestelijk over de top van de mesa en vindt nog een grote ruïne, die hij Spruce Tree House zal noemen. Tegen het vallen van de avond komt hij weer samen met Mason; de twee leggen een kampvuur aan en praten tot diep in de nacht.

De volgende ochtend vinden ze nog een derde dorp, met als meest in het oog springend gebouw een toren van vier verdiepingen. Square Tower House lijkt hen een voor de hand liggende naam.

Wolk van controverse

Tegenwoordig komen meer dan 600.000 bezoekers per jaar naar Mesa Verde National Park. Op de standaardtoer wandelen ze door de nu gestabiliseerde ruines van Cliff Palace en Spruce Tree House en vanuit een uitzichtpunt kunnen ze omlaag kijken naar Square Tower House. De drie dorpen behoren tot de stuk of zes trekpleisters van het park, waarbij Cliff Palace, de beroemdste van alle Anasazi nederzettingen, een van de bekendste ruines ter wereld is.

De ontdekking van Cliff Palace zet het leven van Wetherill op zijn kop. Richard is de oudste van zes kinderen in een hechte Quakerfamilie, afkomstig uit Pennsylvania. Jaren moet hij sappelen om de Alamo Ranch van de familie overeind te houden gedurende jaren van mislukte oogsten en slechte investeringen. Tegelijkertijd transformeert hij zichzelf tot archeoloog. In de volgende veertien jaar zal Wetherill, samen met zijn broers en andere familieleden, meer nederzettingen van de Anasazi ontdekken dan welke onderzoeker voor of na hem dan ook. Alleen al op de Mesa Verde gaat het om minstens 182 ruines, maar hij doet ook tientallen vondsten in de kronkelende canyon van Grand Gulch in Utah; ontdekt het exquise dorp Keet Seel in Arizona en Pueblo Bonito in New Mexico’s Chaco Canyon, het centrale punt van de Anasazi beschaving in zijn meest complexe fase.

Je zou verwachten dat Wetherills werk geldt als een hoogtepunt in de Amerikaanse archeologie. Toch ligt er al een eeuw lang een wolk van controverse over de reputatie van de rancher-die-wetenschapper werd. Vooral over het vroege werk in Mesa Verde blijft er een ambivalente houding bestaan over rancher. Zoals hij later zelf toegeeft, is Wetherill als hij in de ruines begint te graven niet veel meer dan een pottenjager. En eerlijk gezegd is er in 1888 maar heel weinig echte archeologie in de Verenigde Staten en graaft menig professional in die tijd net zo onvoorzichtig als hij het doet.

Als een cowboy met een onafgemaakte middelbare school opleiding krijgt Wetherill er later flink van langs van allerlei academisch getrainde archeologen. Een van hen is Jesse Nusbaum, zelf een pionier in de Anasazi archeologie en de parkopzichter van Mesa Verde National Park van 1921 tot 1927. Tot het einde van zijn leven bekritiseert Nusbaum Wetherills werk in Mesa Verde als ‘verwoesting en diefstal’ en als ‘commerciële exploitatie’ van de ruines. Hij houdt stug vol dat de Wetherills dynamiet hebben gebruikt om een van de ruines in Mesa Verde te openen. Bewijs daarvoor is nooit geleverd. Nusbaum weigert zelfs te erkennen dat Wetherill Cliff Palace had ontdekt.

Zoeken naar vrijgevige financiers

Bij een bezoek aan Mesa Verde ontdek ik dat de gemengde gevoelens over Wetherill tot op de dag van vandaag aanwezig zijn. ‘Er is nog steeds onenigheid in de staf over Wetherill,’vertelt District Interpreter Linda Martin me. ‘Ik denk dat ik honderd jaar geleden hetzelfde zou hebben gedaan als hij.’

Research archeoloog Jack Smith is kritischer. ‘Ik kan de Wetherill broers niet veroordelen maar evenmin kan ik ze lof toezwaaien’, vindt hij. ‘Het is moeilijk niet te concluderen dat hun opgraaftechnieken behoorlijk rauw waren. Ik heb plekken gezien waar iemand de balken van de daken van de woningen als hefboom heeft gebruikt om de achterwanden van de ruines weg te halen. En op deze plekken vindt je Wetherills handtekening op de wand. Inderdaad, het is niet meer dan afgeleid bewijs, maar toch, ik denk dat het overtuigend is.’

Aanvankelijk hoopt Wetherill de gebruiksvoorwerpen die hij uit de Mesa Verde ruines haalde in Durango en Denver tentoon te stellen en dan aan verzamelaars te verkopen. Geleidelijk aan realiseert hij zich echter dat de wetenschap beter gediend is als de verzameling in zijn geheel in een museum terecht zou komen. Hij begint te zoeken naar vrijgevige financiers.

Een van de eersten is een jonge Zweedse baron, Gustaf Nordenskiöld, die in het westen rondreist. Als geoloog heeft Nordenskiöld al opgravingen meegemaakt in Noord-Italië en hij is bekend met de beste Europese technieken. In 1891 neemt hij Wetherill aan als opzichter voor ambitieuze opgravingen in Mesa Verde en leert de rancher in plaats van een schop een troffel te gebruiken. Ook onderstreept hij het belang van geschreven en fotografische documentatie.

Archeologisch ploeteren

Wetherill is een enthousiaste student. Al snel heeft hij zijn eigen formulieren ontwikkeld voor veldaantekeningen en de archieven die hij bijhoudt, worden steeds gedetailleerder en preciezer. Zoals hij later aan een geldschieter schrijft: ‘Dit hele terrein is pas net in ontwikkeling en ons werk moet de meest strikte inspectie kunnen weerstaan en we willen het niet doen op zo’n manier dat iemand er in de toekomst fouten in kan aanwijzen.’

Uiteindelijk zullen de verzamelingen van Anasazi-spullen die Wetherill bijeenbracht heeft de basis vormen van zes grote instellingen, waaronder het Field Museum in Chicago en het American Museum of Natural History en het National Museum of the American Indian, beide in New York. Nordenskiölds materiaal komt uiteindelijk terecht in het National Museum of Finland in Helsinki.

In bijna alle gevallen worden de veldnotities van Wetherill samen met het materiaal naar de musea gestuurd. In de loop van de jaren zijn sommige archieven echter verkeerd geïnterpreteerd, genegeerd of zelfs kwijtgeraakt, waardoor de reputatie van Wetherill als pottenjager nog verder is verslechterd.

Intussen wordt Wetherills passie voor de Anasazi al snel een obsessie. Hij is niet langer tevreden met het werk in de ruines van Mesa Verde maar onderneemt ook expedities naar Utah, Arizona en New Mexico, niet direct naast de deur. Dat gebeurt meestal in de winter, het enige seizoen dat de broers hun ranch alleen kunnen laten. De logistiek alleen al van Wetherills archeologisch ploeteren onderstreept zijn toewijding: op voor zonsopgang, werken tot diep in de avond, kamperen in sneeuwstormen, graven in bevroren grond, alle voorraden en gereedschappen op paarden vervoerend tot op honderden kilometers van de ranch.

Met de Alamo Ranch blijft het echter slecht gaan. Om hun inkomen aan te vullen beginnen de Wetherill broers bezoekers rond te leiden door de ruines die ze hebben ontdekt. Daaronder waren in 1895 de Palmers, een familie van rondreizend muzikanten uit Kansas. Richard raakt smoorverliefd op de 18-jarige harpiste en sopraan Marietta Palmer. Met de familie maakte Wetherill zijn eerste trip naar Chaco Canyon, in een zo afgelegen gebied dat het vrijwel onbekend is bij blanken. Op de terugweg van hun twee maanden durende onderneming, is Marietta de enige van de groep die in Wetherills wagen mee durft te rijden bij het oversteken van een gevaarlijke doorwaadbare plaats in de gezwollen San Juan River. Aan de overkant, beide doornat, kijkt Richard Marietta serieus in de ogen. ‘Was je bang?’, vraagt hij. ‘Maar natuurlijk’, antwoordt ze, ‘Ik was doodsbenauwd.’ ‘Wil je met me trouwen?’, vraagt hij. Marietta geeft de hoop op een ‘beschaafd leven’ in Kansas op en wordt Richards vrouw gedurende de laatste veertien jaar van zijn leven.

Verbod op verder onderzoek

Wetherill is een vat vol tegenstellingen. Hoewel hij nooit een universiteit bezocht, leest hij veel en zonder terughoudendheid. Hij is hopeloos onzeker over zijn tekorten als wetenschapper, maar zijn brieven laten een eerlijk, helder proza zien waarop menig academicus jaloers zou zijn. Hoewel hij een goed schutter is, weigert hij als Quacker vaak een geweer te dragen, zelfs als hij door vijandig Indiaans gebied rijdt. Hij slaagt erin om vertrouwen te winnen van de Ute en Navajo Indianen, deels omdat hij de talen van beide stammen leert.

In 1902 accepteert de familie het onvermijdelijke en verkoopt de ranch. Intussen is Richard met vrouw en kind naar Chaco Canyon verhuisd, waar hij een handelspost opzet naast het door hem ontdekte Pueblo Bonito. Deze oude nederzetting is gebouwd met het meest nauwkeurige Anasazi metselwerk dat we kennen. Het bevat astronomische verwijzigen en was ooit het centrum van verreikende Anasazi wegen.

Geen archeoloog had deze kolossale ruïne met 600 kamers ooit betreden. In 1896 begint Wetherill er te werken, onder patronage van Talbot en Frederick Hyde, twee miljonairs uit New York. In vier jaar graaft Wetherill 190 kamers uit en verscheept hij tienduizenden vondsten naar New York, waar de Hydes ze doneren aan het American Museum for Natural History.

Het is onvermijdelijk dat de professionele archeologen afgunstig beginnen te kijken naar Wetherills monopolie op wat dan door iedereen is erkend als de belangrijkste Anasazi nederzetting in het Zuidwesten. Een campagne om zijn onderzoek-zonder-toezicht te stoppen wordt op touw gezet door Edgar L. Hewett, president van New Mexico Normal University, die als archeoloog zelf aan de slag wil in Chaco. Hij haalt het General Land Office over om een onderzoek in te stellen naar de rancher en in 1902 krijgt Wetherill een verbod om verder nog in Chaco te graven. De laatste acht jaar van zijn leven mag deze selfmade archeoloog geen spade met Anasazi grond meer omkeren.

In de loop van de jaren hebben de negatieve verhalen en kritiek een zware last gelegd op de reputatie van Wetherill. Maar er is een rehabilitatie op gang. Niet alleen onderkennen sommige archeologen dat Wetherills werk bepaald niet slecht was, het blijkt soms veel beter dan tijdgenoten. Er is ook een Wetherill-Grand Gulch Research Project, onder leiding van Fred Blackburn, een 43-jarige wildernis gids en onderwijzer uit Cortez, Colorado. Als ranger in de jaren zeventig raakte Blackburn gefascineerd met Wetherill en het traceren van diens werk in het Zuidwesten. Veel van Wetherills slechte naam had te maken met het verwaarlozen door de musea van de notities en foto’s die Wetherill samen met het materiaal had aangeboden. Blackburn en zijn collega’s zijn nu achteruitwerkend deze eindjes weer aan elkaar aan het knopen zodat de verzamelingen archeologische betekenis hebben en niet enkel een zak met mooie spulletjes zijn.

Hun grootste succes is het traceren van de plek waar Wetherill in 1893 zijn grootst ontdekking heeft gedaan. In een rotsschuilplaats die hij Cave 7 noemt, graaft Wetherill onder een verzameling Anasazi overblijfselen. Ongeveer anderhalve meter dieper ontdekt hij iets opmerkelijks: de grot blijkt vol te liggen met flesvormige kuilen die gebruikt zijn als doodskisten. Uiteindelijk vindt Wetherill meer dan negentig skeletten in Cave 7. Ongeveer tachtig procent ervan toont tekenen van geweld en verspreid tussen de beenderen liggen veel vuurstenen punten, waarvan één nog vastzit in een ruggengraat.

Het belang van de ontdekking is Wetherills onderkenning dat deze diep-begraven resten behoren tot een andere volk dan die hij heeft gevonden in Cliff Palace en andere plekken. Vrijwel onmiddellijk ziet hij het onderscheidende kenmerk: deze vroegere mensen hebben geen potten maar maken superbe manden van yucca en wilg, sommige zo strak geweven dat ze water kunnen bevatten. Ze gebruiken de atlatl, of de speergooier, in plaats van de pijl en boog; en ze hebben ronde schedels in plaats van de kunstmatig afgeplatte schedels van de latere klifbewoners (door de planken waarop ze hun kinderen meegedragen).

Wetherill gebruikt de term ‘basket people’ en de gebroeders Hyde hebben het later het over ‘basketmaker’. Vandaag de dag is het onderscheid tussen de Basketmaker en de Pueblo fase van de Anasazi cultuur, met een overgang rond 700, een van de hoekstenen van de archeologie van het Zuidwesten. Door diepte met prehistorische tijdsbepaling te correleren, maakt Wetherill bovendien een fenomenale intellectuele sprong. Tegenwoordig erkent men dat de eerste was die deze methode van tijdsbepaling heeft gebruikt.

Massamoord

Na Wetherills dood wordt de precieze locatie van Cave 7 vergeten. In een boek uit 1957 verschijnt een van Wetherills foto’s met een verkeerd onderschrift. Dat inspireert Blackburn en zijn collega’s tot hun onderzoek, waarin ze na twee jaar minutieus pluizen van alles wat beschikbaar is, Cave 7, een naald in een hooiberg, weten te vinden.

Tegelijkertijd heeft onderzoek van de schedels en pijlpunten aangetoond dat je, in combinatie met de nu gevonden grot, kunt concluderen dat Cave 7 de plek is geweest van een massamoord, die ongeveer 1500 jaar geleden plaatsvond, uitgevoerd met dolksteken, pijlschoten, doodslaan, scalperen, mogelijk ook martelen. Deze ontdekking vertelt iets over de donkere kant van de Anasazi cultuur: zo nu en dan bleken ze uit te barsten in onderling geweld. Deze kanttekening bij het mooie kunstwerken die ze maakten, geeft een voller beeld van deze Indianen.

Naarmate de interesse in de Basketmakers is toegenomen – onderzoek naar hun leven was moeilijker dan de veel toegankelijker Pueblo mensen die hen opvolgden – is de rehabilitatie van Wetherill gevolgd. Ik bezocht Green Mask Spring, een nederzetting van Basketmakers waar Wetherill in 1897 had gekampeerd. Toen hij tegen het vallen van de avond nog wat rommelde achter wat rotsen vond hij een begraafplaats die het mooiste van al zijn Anasazi werk op zou leveren. Een mand van meer dan een meter doorsnede dekte een andere mand af en daaronder lag een deken van kalkoenveren, versierd met veren van bluebirds en een andere deken waarop kanariegele plekken zaten. Een laatste mand dekte tenslotte het perfect gemummificeerde hoofd af van een vrouw. Haar lichaam was geel geverfd, haar gezicht rood.

De stomverbaasde archeoloog noemde zijn ontdekking ‘de Prinses’. Wetherill had wel meer mummies gevonden maar nooit een die hij voorzichtiger inpakte en vervoerde naar het oosten. Bijna een eeuw later is Blackburns team in staat gebleken om de grot terug te vinden waar Wetherill de prinses had gevonden. Nu nog kun je er de muurschilderingen zien die direct boven het graf waren gemaakt. Deze vondst is opzienbarend omdat het vrijwel nergens in de wereld is gelukt om rotskunst direct te verbinden met begrafenissen. Maar als deze tekeningen de vrouw die daar lag begraven memoreerden dan vertelden ze iets over de prinses, en omgekeerd, vertelt de prinses iets over de tekeningen.

De arme Wetherill blijft na 1902, als het verbod op graven van kracht wordt, wonen in zijn Chaco Canyon handelspost. Geen blanke nederzetting in de Verenigde Staten ligt verder weg van de gebaande paden. Voor Marietta zijn het uiterst moeilijke jaren, maar Richard is in zijn element. Hij handelt regelmatig met de Chaco Navajo, en naarmate hij deze vroegere nomaden beter leert kennen realiseert Wetherill zich hoe hoog de kwaliteit is van hun dekens en tapijten. Hij moedigt ze aan om door kruisbroeden van hun schapen een dier te produceren dat betere wol verschaft.

In juni 1910 ging het mis. Een dispuut tussen Wetherill en een paar Navajo loopt uit de hand. Tegen zonsondergang, als Wetherill langs de Chaco Canyon kreek rijdt, richt een jonge Navajo zijn geweer op hem. De eerste kogel slaat in zijn borst, de tweede, van dichtbij afgevuurd, knalt zijn halve gezicht weg.

Praktische informatie

Mesa Verde NP ligt vijftien kilometer ten oosten van Cortez aan US 160. Door het park voert een route van 25 kilometer naar het Far View Visitor Center en tien kilometer verder naar het Park Headquarters, waar ook het museum en de belangrijkste nederzettingen liggen. Voorbij Morefield Village zijn grote RV’s niet toegestaan.

Mesa Verde is het gehele jaar geopend maar in de winter zijn Wetherill Mesa, Far View Visitor Center, Cliff Palace Loop, Balcony House en veel diensten gesloten. Van het midden van april tot september zijn er veel wilde bloemen te zien.

Voor een bezoek van één dag is het verstandig vroeg te beginnen en eerst het Chapin Mesa Museum te bezoeken voor een overzicht. Daarna kunt u het nabijgelegen Spruce Tree House bezoeken. Vandaar neemt u de Cliff Palace Loop van Ruins Road. ’s Middags volgt u dan de Mesa Top Loop. Draag stevige schoenen en wees bereid om aardig te klauteren als u de klifwoningen wilt bezoeken. Een verrekijker is handig.

Balcony House wordt door vrijwel iedereen als hoogtepunt ervaren, behalve wellicht door claustrofoben en mensen met hoogtevrees. Rangers begeleiden bezoekers op een tien meter hoge ladder naar een ruïne op de rotswand. Om Balcony House te verlaten moet de bezoeker op handen en voeten door een tunnel kruipen. Balcony House is gesloten in de winter en heeft altijd beperkte toegang.

Wetherill Mesa is alleen in de zomer te bereiken. De weg erheen begint bij het Faro View Lictor Center en voert naar opgravingen die pas in 1972 voor het publiek toegankelijk werden na uitgebreid archeologisch onderzoek. Bij de kiosk kunt u een korte wandeling maken naar Step House. Een minitreintje gaat naar het begin van Long House Trail. Rangers begeleiden de groepen naar de op een na grootste klifnederzetting, 150 kamers met 21 kiva’s, een ongewoon hoog aantal. Het was Gustav Nordenskiöld (zie artikel) die delen van Long House en andere ruines in 1891 uitgroef en het eerste wetenschappelijk rapport publiceerde over Mesa Verde.

Overnachten

In het park is maar één campground: Morefield, niet ver van de Park Entrance. Verder is er de Far View Lodge. Voor het overige bent u aagnewezen op hotels en motels in Cortez, Durango en Mancos.