Een buitengewoon exceptioneel land

Amerika ziet zichzelf graag als een buitengewoon land, exceptioneel. Dat gebeurt meestal in de context van een idee over de VS als voorbeeld voor de wereld, als uitzonderlijk goed, beschaafd of anderszins positieve vibesuitstralend. Het is een verhaal dat Amerikanen elkaar vertellen, iedereen die dit credo niet luid genoeg bevestigt kritiserend.

Het is een vorm van whistling in the dark, jezelf moed in praten, want de werkelijkheid ziet er steeds treuriger uit. De VS is inderdaad buitengewoon, uitzonderlijk, maar dan juist in zijn afwijking van wat elders in de beschaafde wereld gebruikelijk is.

Neem de curieuze liefde voor wapens. In Amerika circuleren meer wapens dan er mensen wonen. Die wapens worden ook gebruikt. Geen enkel westers land kent zoveel doden door wapengeweld als de VS. Je mag er op veel plaatsen vrij mee rondlopen in alle publieke ruimtes. Regelmatig vinden massamoorden plaats, scholieren worden getraind wat te doen als iemand los gaat met zijn wapens. Als er ooit bewijs nodig was dat je samenleving van veel wapens niet veiliger wordt, dan levert Amerika het. Je voelt je er altijd bedreigd.

Net als in andere landen kun je in Amerika verkracht worden. Meisjes kunnen door hun vaders bezwangerd worden. Of er kan iets misgaan. Maar eenmaal zwanger tegen je zin of onbedoeld en ongewenst, is het moeilijk om een abortus te krijgen. Formeel geldt nog de keuzevrijheid van de vrouw, praktisch gezien wordt abortus steeds moeilijker gemaakt. Republikeinse staten en het Supreme Court lijken op weg naar het wegnemen van het recht van de vrouw om daarover te beslissen. 

Nog los van deze abortuspraktijk is Amerika uniek in het hoge aantal ongewenste zwangerschappen. Kennis van en gebruik van voorbehoedsmiddelen is gemankeerd, vooral onder de meest kwetsbare groepen. Seksuele voorlichting op scholen en vaak ook door ouders is abominabel of afwezig. Seks is iets waar je niet over praat, volgens sommige buitengewoon wereldvreemde conservatieven omdat tieners meer seks zouden praktiseren als je erover praat.

In Amerika zitten meer mensen in de gevangenis dan in welk ander zich beschaafd noemend land dan ook. Dat dit aantal zo hoog is, komt onder meer omdat het rechtssysteem niet deugt. Zonder in details te gaan, is het duidelijk dat veel arme Amerikanen slechte rechtsbijstand krijgen, en dat het systeem een afwijking vertoond ten nadele van mensen van kleur en mensen met lage inkomens. Het kost ook ongelooflijk veel geld. Gevangenen leggen een grote claim op begrotingen, waardoor andere, belangrijkere doelstellingen niet bereikt kunnen worden. De lobby van private gevangenissen probeert zoveel mogelijk mensen opgesloten te houden, liefst ook immigranten.

Tijdens de coronacrisis heeft Amerika een record aantal doden per 100.000 inwoners. De leiding van het land in het eerste, cruciale jaar was uitzonderlijk slecht in wat voor opzicht dan ook. Ook andere landen, waaronder Nederland, leden onder inadequaat leiderschap, maar de VS sprong eruit. En springt er nog steeds uit in het politiseren van wat elders verstandig geacht wordt. De kosten zijn hoog.

Het hoge aantal corona-doden verhulde of bagatelliseerde het record aantal Amerikanen dat in 2020 aan een drugs overdosis overleed: tegen de 100.000. De opioid-crisis, een combinatie van uitbuiting door de farmaceutische industrie, meegaandheid en criminele stupiditeit van artsen, en gebrek aan federaal beleid, heeft de afgelopen tien jaar vele honderdduizenden doden gekost. Nog afgezien van de doden, legt de opioid-crisis een loden last op de overheid in staten waar de meeste verslaafden wonen, niet toevallig ook staten waar de armoede en werkeloosheid hoog is. Dan hebben we het nog niet eens over de crystal methcrisis die minder doden kost maar meer verruïneerde levens oplevert.

Gezondheidszorg in Amerika is een permanent drama. Ondanks pogingen van welwillende progressieven om structurele en uiterst schadelijke ongelijkheid weg te werken, is nog steeds een onaangenaam groot deel van de Amerikanen helemaal niet verzekerd. Wie zijn baan verliest, is ook zijn verzekering kwijt. Ernstiger is de onveranderde inefficiëntie van het systeem. Amerika spendeert achttien procent van zijn bruto nationaal product aan gezondheidszorg, Europese landen minder dan tien procent. Wie gelooft dat dit gerechtvaardigd wordt door een betere zorg heeft het systeem niet aan den lijve ervaren. Uren in een Amerikaanse Emergengy Room genezen je voorgoed van die gedachte. 

Wie ernstig ziek wordt, ook verzekerd, loopt een groot risico dat hij financieel wordt uitgekleed. Een van de gerelateerde problemen: wat kindersterfte betreft staat de VS op de 33e plaats van 36 OESO-landen. Geen wonder dat de levensverwachting in Amerika terugloopt, zelfs met in achtneming van de hoge aantallen coronadoden.

De sociale en economische ongelijkheid in de VS is groter dan in andere westerse landen. Dat geldt voor inkomens en voor vermogen. Inkomensongelijkheid in de VS is de hoogste van de G-7 landen. De OESO gebruikt daarvoor de Gini coëfficiënt die uitkomt tussen nul, perfecte gelijkheid, en 1, totale ongelijkheid. In 2017 stond die voor de VS op 0,434. Frankrijk had de laagste van de G-7 met 0,326. Er zit een raciale component aan: de mediaan van de inkomens van zwarte huishoudens is 61 procent van die van blanke huishoudens.

Tussen 1989 en 2016 is het gat tussen rijk en arm, de wealth gap, meer dan verdubbeld. In 1989 had de rijkste vijf procent van gezinnen 114 keer zoveel vermogen als de gezinnen in het tweede quintiel van onderen. Tegen 2016 had de top 5 procent 248 maal zoveel vermogen. De gezinnen in de lagere quintielen (de laagste 40 procent) hadden het meeste vermogensverlies door en na de crisis van 2008. Miljoenen mensen raakten in die crisis hun huis kwijt.

Amerika heeft een bijzonder belastingsysteem waarin de hoogste schijven inkomstenbelasting relatief laag zijn en door elke nieuwe Republikeinse regering verder verlaagd worden. In zijn voortstrompelende Build Back Better plan heeft zelfs Democraat Joe Biden een regressieve regeling opgenomen die toestaat staatsinkomstenbelasting af te trekken, een regeling waarvan alleen de rijken profiteren. Toppercentages zijn laag maar zeggen ook niet erg veel, want er zijn eindeloos veel manieren zijn om je belastingdruk te verminderen. Zoals de financier Warren Buffet zei: ik betaal procentueel minder belasting dan mijn secretaresse. De vermogensbelasting is te verwaarlozen. Investeerders in financiële vehikels genieten speciale voordelen. Successiebelasting is zo laag en begint pas op zo’n hoog niveau dat weinig Amerikanen iets hoeven te betalen. Vermogen kan gemakkelijk doorgegeven worden aan kinderen. De beste manier om rijk te worden in de VS is rijke ouders hebben. 

Onderwijs, gemeten aan de PISA-resultaten, staat in Amerika op lager niveau dan in andere westerse landen. De financiering van onderwijs uit lokale en onroerend belastingen garandeert dat de ongelijkheid enkel dieper wordt. Arme wijken hebben de slechtste openbare scholen. Wie veel geld heeft, stuurt zijn kinderen naar private scholen. Zeker, de VS heeft nog steeds topuniversiteiten, maar onderwijs in de brede zin is geen motor meer voor verbetering. 

Al deze factoren samen, hoe je zo ook groepeert, maken dat de sociale mobiliteit in Amerika buitengewoon laag is. Een onderdeel van de Amerikaanse droom, ook zo’n populaire mythe, is dat kinderen het beter doen dan de ouders. Afgezien van die kinderen die vermogen in de schoot geworpen krijgen, is dat niet het geval. Toekomstverwachtingen zijn niet erg rozig. Veel studenten blijven zitten met tonnen schuld en een opleiding waar ze in een overvolle hoger opgeleidenmarkt weinig mee kunnen. De mobiliteit tussen inkomensgroepen (quintielen, groepen van twintig procent) is gering. De kans dat iemand een aantal groepen opschuift is niet te meten. Iedereen in de laagste tachtig procent van de inkomensquintielen weet dat de Amerikaanse droom een fabeltje is.

Voor de bezoeker is Amerika nog steeds een land met een ongelooflijke natuur, ook al wordt die voortdurend bedreigd door op winst belaste exploitanten. Maar het is ook een land dat er in publieke sfeer buitengewoon aftands en slecht onderhouden uitziet. Shabby, zogezegd. Rommelige vliegvelden, slechte wegen, kapotte bruggen. Van alle hoog ontwikkelde landen is de VS het enige zonder hoge snelheidslijnen, sterker, het ontbreekt aan behoorlijk openbaar vervoer. De nieuwe infrastructuurwet moet daar wat aan veranderen, maar het was wel weer heel bijzonder dat het zo lang duurde voordat er geïnvesteerd werd in het land.

Natuurlijk, er zijn ook veel goede dingen te melden over de VS, maar eerlijk gezegd zijn die niet zo bijzonder. Grosso modo mag je concluderen dat het land eerder bijzonder is in bovengenoemde afwijkingen van wat elders gewoon is, dan in de positieve eigenschappen die het zou onderscheiden. Het is waar dat Amerikanen buitengewoon hard werken, of in elk geval veel uren maken, soms in twee banen. Het aantal weken vakantie is beperkt, er zijn nauwelijks regelingen voor zwangerschaps of ouderschapsverlof, doorbetaalde ziektedagen bestaan meestal niet. Voor een groot aantal Amerikanen is het een armzalig bestaan. Het wonder is dat ze desondanks vaker dan je zou verwachten blijven hangen aan hun exceptionele status, het idee dat geen land beter is dat de Good Old US of A. Er bestaat onbegrip als de rest van de wereld het Amerikaanse voorbeeld negeert.

Er valt nog veel toe te voegen over het Amerikaanse politieke systeem, ooit een voorbeeld voor andere landen, nu een schrikbeeld van disfunctionaliteit en mogelijkheden voor misbruik. Het systeem leidt tot stagnatie en een gedurig ondermijnde overheid. Verkiezingen worden zo moeilijk mogelijk gemaakt, het kiesstelsel ondermijnd en gestoken, zodat een minderheid de macht kan grijpen en houden. Het laat zich met geen enkel ander land vergelijken.

Ten slotte is ook de macht van religie in Amerika buitengewoon in vergelijking met andere westerse landen. Dat was altijd al zo, maar kon gezien worden als een rare afwijking in een seculariserende wereld. Niet echt van belang en tot verdwijnen gedoemd. Niet zo, want de manier waarop met name evangelische christenen beleid beïnvloeden en hun macht doen gelden, is ongeëvenaard. Er zijn geen ontwikkelde landen waar de evolutieleer alleen wordt onderwezen in de context van een concurrerende ‘theorie’, die van ‘creationism’, dat er een wezen is die alles geschapen heeft. Waar de bijbel letterlijk genomen moet worden. Waar scholen worden gedwongen bepaalde boeken uit hun bibliotheken te halen. Laten we zeggen dat dit soort onderwijs het intelligent zelfstandig denken niet bevordert.

Hoewel de founding fathers van de Verenigde Staten weinig op hadden met georganiseerd geloof, net zomin als de belangrijkste president, Abraham Lincoln, is het nu niet voor te stellen dat Amerikanen een president zouden kiezen die zijn of haar geloof niet luidkeels uitdraagt. Uitdragen is daarbij het sleutelwoord, praktiseren is een heel ander verhaal. De kluit laat zich graag belazeren en vergevingsgezindheid zit ingebakken in Amerikaanse geloof.

Het is allemaal buitengewoon buitengewoon. Zozeer dat de wereld de afgelopen decennia vaak met uitpuilende ogen en toenemende ongerustheid de ontwikkeling van Amerika heeft gadegeslagen. Hierboven staan de aspecten die de meest vergaande consequenties hebben, het is geen uitputtende lijst, maar voldoende om het met Amerikanen eens te zijn dat hun land exceptioneel is.

Waarom zo inhakken op de Verenigde Staten, kunt u vragen. En het is waar, er zijn talloze andere landen met talloze andere problemen. Maar er zijn twee redenen om de VS eruit te pikken. Ten eerste zijn dat de problemen op zich. De bovengenoemde cijfers laten zien dat in vergelijking met zijn peers, landen met vergelijkbare waarden en normen en politieke systemen, Amerika het slechter doet dan zij. Ook in relatieve zin is Amerika een buitengewoon problematisch land.

De tweede reden is dat Amerika pretenties heeft. Te voor en te na houdt het zichzelf op als voorbeeld voor de wereld. Als iemand dat relativeert, zoals indertijd president Barack Obama, dan wordt hij meteen afgebrand als onpatriottisch, onamerikaans. ‘Hij haat Amerika’, verkondigde Fox News. Als je je eigen pretenties zo hoog opschroeft, is het alleszins redelijk om die te meten aan de werkelijkheid. Een land dat zichzelf als voorbeeldig en uitzonderlijk ziet, kan des te harder worden gekapitteld als het alleen maar in het negatieve aan die kwalificatie toekomt.

Als criticus kan ik gemakkelijk worden weggezet als een teleurgestelde lover, iemand die zelf te hoge verwachtingen had en die nu botviert op het object van zijn vergane liefde. Die kritiek accepteer ik graag, al heb ik Amerika nooit door een rozige bril gezien. Maar hij doet niets af aan de feiten. Er waren ooit ‘Amerikaanse toestanden’ die ik ook bij ons zou wensen, maar inmiddels is Amerika zo problematisch geworden dat ik weinig meer kan vinden dat ik graag hier toegepast zou zien.

Ik wil nog wel verder gaan: Amerika is een buitengewoon onaangenaam land geworden. Je voelt je er onveilig, je wilt er niet ziek worden en je moet aftasten wat te bediscussiëren valt in het gezelschap van het moment. Meer dan ooit wordt je geconfronteerd met de rafelranden van een rijke samenleving waarin weinig compassie is voor hen die niet tot de gelukkigen behoren.

Jazeker, Rusland is veel erger, en China niet veel beter. Maar dat is wat je noemt cold comfort. Een hele groep andere westerse landen doet het veel beter, is veel buitengewoner, in het goede, dan Amerika. Je kunt het negeren. De zaken van Amerika zijn de zaken van Amerika. Maar zo gemakkelijk komen we er niet vanaf. Want wij, de rest van de wereld, hebben ons buitengewoon afhankelijk gemaakt van de Verenigde Staten. We spiegelden ons maar al te vaak aan de VS, rekenen op het land als de nood aan de man is. De vraag is of een land dat zo buitengewoon afwijkt van de westerse norm die leidende rol nog wel kan vervullen. Amerika’s onderscheidenheid is ook onze zaak. 

Dit bericht is geplaatst in Blogposten. Bookmark de permalink.