Theodore Rex en Nixon Alone

Theodore Rex. Door Edmund Morris.

President Nixon. Alone in the White House. Door Richard
Reeves. Simon & Schuster. ISBN 0-684-80231-7. $ 35. € 37.

Importeur: Van Ditmar.

 

Hoewel ik het alleen maar kan adviseren aan echte
liefhebbers, loont het de moeite om deze twee boeken samen te lezen. Twee
dominerende, tamelijk succesvolle presidenten in de twintigste eeuw. Twee
mannen die het ambt serieus namen en er wat mee deden. Maar wat een verschil in
benadering en beleving! Theodore Roosevelt had een reuzetijd in het Witte Huis
– ‘Bully!’ was zijn favoriete kreet- , amuseerde zich kostelijk en droeg het
presidentschap alsof het hem op maat gemaakt was. Richard Nixon daarentegen was
in het Witte Huis miserabel en paranoia, voelde zich voortdurende bedreigd en
werd door het ambt opgeslokt, tot het hem uitkotste.

Naar het boek van Edmund Morris heb ik jaren uitgekeken,
eigenlijk meteen al sinds zijn prachtige The Rise of Theodore Roosevelt
uitkwam. Wie wilde niet meer weten over de verder avonturen van Teddy, de
Amerikaanse Pietje Bell? Helaas voor ons dwaalde Morris af naar een biografie
van Ronald Reagan, ook niet oninteressant maar omstreden omdat Reagan heel wat
minder grijpbaar bleek dan de aardse Roosevelt en Morris zijn toevlucht nam tot
fictie. Gelukkig heeft Morris nu zijn plicht gedaan en het tweede deel
geschreven. En wat een genot is het weer. Morris is een uitstekende schrijver,
gevoelig voor de juiste anekdote en sfeerbeschrijving. Zijn keuze voor korte
paragrafen, soms maar een paar regels, zelden meer dan een pagina, oogt
gemakzuchtig. Je hoeft dan immers niet heel verschillende onderwerpen aan
elkaar te schrijven. Maar hij kiest en groepeert zijn observaties met zorg en
je leest het boek ademloos uit.

Natuurlijk, Theodore helpt. Niet alleen was de man een
geboren politicus, hij had ook stijl. En substantie. Onder zijn leiding waren
de VS voor het eerst actief aanwezig op het wereldtoneel. Hij joeg (op subtiele
manier) grijpgrage Duitsers en Engelsen weg uit Zuid-Amerika en breidde al
doende de Monroe doctrine uit. Hij bouwde een Amerikaanse vloot op waarmee
Amerikaanse macht geprojecteerd kon worden. Hij kreeg zelfs een Nobelprijs voor
de vrede in zijn werk om de Russisch Japanse oorlog te beëindigen. Binnenlands
stuurde Roosevelt het land door de eerste herevaluatie na de industriële
revolutie, gaf tanden aan de anti-trustwetgeving en zette de eerste sociale
wetgeving op. Hij maakte enkele ouvertures om de deplorabele behandeling van
zwarten te veranderen, in de beste traditie van Lincoln, maar na de eerste
ontvangst van Booker T. Washington op het Witte Huis, werd hij voorzichtig.
Hoewel hij geliefd was bij zwarten (tot aan neef Franklin waren de
Republikeinen degenen die iets voor hen deden), wist hij op dat terrein
uiteindelijk toch weinig te bereiken. Theodore Rex (een kwalificatie van Henry
Adams) is niet zo sprankelend als The Rise of … maar dat heeft te maken met de
fase van Roosevelts leven. In zijn jonge jaren waaierde hij nog alle kanten op,
was jong weduwnaar, verdween geregeld naar North Dakota, bestormde de heuvels
van San Juan en schreef  meer boeken dan
George W. Bush ooit las. Dat levert meer spektakel op dan het presidentschap.
Maar Morris is zo begenadigd als schrijver dat ook dit boek een genot is.

 

 

Van alle presidenten is Theodore Roosevelt een van de meest
interessante. Niet als ‘geval’, want qua karakter was de man ongecompliceerder
van veel van zijn opvolgers. Nee, van alle presidenten die een succes waren en
in de top van alle lijstjes figureren, is Theodore de enige die in vredestijd
dat succes boekte. Met andere woorden, hij had niet de afgeleide macht en
aanzien nodig die oorlogspresidenten als Lincoln, Washington en FDR zo goed
maakten. Als er iemand was naar wie Bill Clinton, ook een vredespresident met
een stevige agenda, had moeten kijken dan was het Theodore. Je kunt Clinton
voorstellen met Morris’ biografie in handen, peinzend over gemiste kansen en
vergooid potentieel.

Ik moet bekennen dat ik met het boek over de Nixon jaren
meer moeite had. Niet dat de meest duistere van alle presidenten niet blijft
fascineren, maar het viel nog niet mee om me weer in de wereld van RN, Haldeman
en die smiecht van een Kissinger in te leven. Op een gegeven moment denk je:
wat wil ik nou eigenlijk nog meer weten van die zwarte jaren in het Witte Huis?
Alle vooroordelen over Nixon blijken oordelen te zijn. Hij was paranoïde,
geniaal, eenzaam, gebruuskeerd, hulpeloos, afgunstig, zielig en zo nog een
sloot meestal negatieve kwalificaties. Maar vooral was Nixon iemand die het
leven als last ervoer, die de lol van zijn werk niet kon inzien en mede daarom
ook het werk van anderen vreselijk maakte.

Tot op zekere hoogte zijn alle moderne presidenten en zij
die dat willen worden, rijp voor de psychiater. Maar Nixon slaat iedereen. Als
je erover gaat nadenken, en dit boek zet je daartoe aan, dan is het
verbijsterend je te realiseren dat na Eisenhower drie volstrekt verknipte
personen in het Witte Huis zaten: Kennedy, Johnson en Nixon. Met de gevolgen
daarvan hebben we nog steeds te maken. Alone in the White House is deprimerende
stof. Fascinerend maar leidend tot donkere stemmingen.

Reeves heeft voor zijn benadering van de Nixon archieven de
methode gekozen die hij ook op Kennedy losliet: een aantal dagen uit het
dagelijks leven van de president en die uitentreure beschrijven. De sfeer komt
goed over, de intenties van Nixon ook: buitenlandse politiek is koning,
binnenlands ruilt hij zoveel mogelijk af om op zijn kroongebied ruimte te
krijgen. Reeves houdt op waar de waanzin in het Witte Huis zijn apotheose
bereikt: het moment waarop Watergate een issue wordt. Ik denk eigenlijk dat dat
wel terecht is. Tot die dag functioneerde het Nixon-Witte Huis als een politiek
apparaat met een doelstelling, zij het gerund door een bende tamelijk verknipte
figuren. Daarna was het waanzin. Een fundamenteler probleem met het boek is dat
je Nixon alleen maar ziet door zijn eigen ogen, zijn eigen handelen. De
interactie met zijn omgeving is er niet. Dat levert serieuze beperkingen op,
zij het niet voor de liefhebbers voor dit boek duidelijk bedoeld is. Die weten
de context al en hebben nu een heerlijke first-person benadering erbij.

Twee presidenten, twee verschillende werelden, twee
verschillende persoonlijkheden. Hadden we nog maar Theodores! Ik kijk nu al uit
naar deel drie, als Theodore spijt krijgt van zijn vertrek uit het Witte Huis
en een passend encore regelt.

 

Frans Verhagen