Yosemite NP: het park van John Muir

Door Frans Verhagen

‘Kijkend naar de grandeur van het landschap leek me een hevige sensatie te bevangen die me helemaal vervulde, en ik kreeg tranen in mijn ogen van emotie.’

Zo beschreef een van de eerste blanken die Yosemite Valley bezochten zijn ervaringen in 1851. Hij zette de toon – veel tranen en verheven gevoelens – voor vele mensen na hem die probeerden de pracht van Yosemite in woorden te vangen. Over weinig plaatsen in de Verenigde Staten is zoveel moois gezegd als over dit Californische park.

Meestal valt na zoveel ronkende retoriek de werkelijkheid danig tegen, maar niet bij Yosemite (uitgesproken als jossemitie – niet josemeit). Integendeel, als je na een lange rit door een ruiger wordend landschap de hoek omkomt, en de vallei ineens in haar volle glorie voor je opdoemt, realiseer je je dat woorden altijd tekort zullen schieten. Yosemite Valley, overigens maar een klein deel van het park, is echt spectaculair en u zult er echt zelf naartoe moeten om dat te ervaren.

Een van de mooiste overzichten heb je vanuit Glacier Point, zo’n duizend meter boven de valleivloer en aan het eind van een weg die alleen ’s zomers valt te berijden. Van hieruit is de beroemde Half Dome het meest prominente punt aan de horizon, een grote halve bult die met rauwe kracht omhoog steekt. Je overziet de vallei van de Merced River, de samenloop van de Merced die rechts van de Half Dome uit Little Yosemite Valley komt, en van de Tenaya Creek uit de Tenaya Canyon, links. Van hieruit zie je ook de hoogvlaktes, een panorama van meren, valleien, watervallen en, in de verte, High Sierra-pieken. Vlakbij zijn de granieten stappen van Giant’s Staircase, waar de Vernal en Nevada Watervallen honderd en honderdtachtig meter omlaag donderen. Ik ben al aardig wat keren in Yosemite geweest, maar het blijft imposant – en bovendien steeds nieuw, omdat ik na die eerste keermidden in de zomer steeds in andere seizoenen kom.

Superlatieven

Slechts elf kilometer diep en nooit meer dan anderhalve kilometer breed rijzen de wanden vanaf de vlakke bodem van Yosemite Valley zo’n vijftienhonderd meter op, vrijwel loodrecht. John Muir, de negentiende-eeuwse naturalist en peetvader van de natuurbescherming, beschreef Yosemite – ook al op zoek naar superlatieven – als een ‘tempel die van boven verlicht wordt’ maar, vervolgde hij, ‘geen mensgemaakte tempel kan de vergelijking met Yosemite doorstaan’. ‘God doet hier altijd wat extra zijn best’, schreef hij om het af te ronden.

Hoog tegen de wanden hangen watervallen die afhankelijk van het seizoen brede schermen van waterdruppels werpen of bescheiden uit de hangende valleien druppelen. De randen van de kloof, met daarop de rondverweerde toppen naast scherpe pieken die zich niet laten eroderen, steken af tegen de blauwe lucht. Op de bodem van de vallei zijn de groene grasweides omringd door eiken, ceders en dennen, waaronder de herten, coyotes en zwarte beren rondwandelen. En hordes toeristen.

In zekere zin is Yosemite’s pracht ook haar doem. De vallei is zo gemakkelijk bereikbaar – een dikke tweehonderd kilometer van San Francisco – dat jaarlijks bijna drie miljoen mensen het park bezoeken. De meesten komen met de auto en op een mooie zomerdag is het niet ongebruikelijk om een heiige smog de vallei in te zien trekken, langzaam opstijgend uit de file-rijdende auto’s op de bodem van de vallei. De verstandigste bezoekers komen buiten het hoogseizoen en kijken verder dan alleen Yosemite Valley, de praalkamer die echter maar een minuscuul deel uitmaakt van het totale park.

John Muir sjouwde zeven jaar rond in Yosemite en omgeving. Zijn idee van ware wildernisbeleving bestond uit het eten van bessen en scheepsbeschuit en het slapen op een bed van dennetakken. Bezoekers raadde hij aan om een plekje te zoeken aan de oever van de rivier, onder een boom, en van de ochtend tot de avond rustig te genieten van het spel van de zon met de wanden van de vallei. Weinig toeristen nemen die moeite en zo missen ze de essentie van Yosemite’s magische uitstraling. Vooral in de vroege lente, als de zon onder een lage hoek binnenvalt en de watervallen exploderen in gordijnen van water, speelt de zon een prachtig spel van kleuren. De geduldige toeschouwer wordt beloond met een Yosemite Fall die in de gloed van een ondergaande zon uit puur vuur lijkt te bestaan. Ook loont het de moeite om de almanac te raadplegen wanneer het volle maan is, want geen mooier beeld dan de fameuze Half Dome met een opkomende volle maan die net zijn volle licht over de vallei werpt.

Confrontaties met goudzoekers

De vallei die de bezoeker in 1851 tot tranen bracht, was natuurlijk al veel langer bekend bij de Indianen in de regio. De oorspronkelijke bewoners van Yosemite waren de Ahwahneechee, een aftakking van de Miwok. Zij hadden geen vaste verblijfplaatsen, maar woonden ’s zomers buiten en ’s winters in kegelvormige bouwsels van hout en schors. Ze visten en jaagden er, verzamelden eikels, en handelden met de Paiute, hun buren aan de andere kant van de bergen.

Gelukkig voor hen lag Yosemite geïsoleerd en afgelegen. Maar dat kon niet zo blijven. Volgens de overlevering aanschouwden in 1833 een paar jagers de vallei voor het eerst vanaf de rand, maar het duurde tot 1849, toen twee van de goudzoekers die de staat overspoelden een gewonde beer achtervolgden, eer buitenstaanders de vallei betraden.

De confrontaties tussen goudzoekers en anderen die het gebied begonnen te exploreren namen snel toe. In 1851 dook in Yosemite een strafexpeditie op, nu bekend als het Mariposa Battalion, die de Indianen een lesje wilde leren: vanaf nu zouden de blanken bepalen wat er met het land gebeurde – Indiaans verzet tegen opdringende goudzoekers werd bestraft. Gevangengenomen Ahwahneechee leidden de soldaten naar hun stamgenoten in de vallei, en dat was, voorzover bekend, de eerste keer dat blanken de vallei betraden.

Veel goeds kwam daar niet van. Zoals zo vaak bleef alleen de naam die de Indianen gaven aan deze plek behouden. Yosemite komt van het Indiaanse woord Yo-shay-ma-tee, wat in ruwe vertaling zoveel betekent als: sommige van hen zijn moordenaars. Dat sloeg niet op de blanken, maar op de grizzlyberen die er voorkwamen. Noch de Indianen, noch de grizzlyberen hebben de intocht van de blanken overleefd.

Schurend ijs

Het waren gletsjers die Yosemite haar uiteindelijke vorm gaven. Zij slepen de vallei in een U-vormige trog en ze schaafden de helft weg van de Half Dome. Maar de geschiedenis van dit gebied gaat terug tot de tijd dat hier een ondiepe zee over het land lag. Daarna werd een groot stuk aardkorst van zo’n zevenhonderd kilometer lang en zo’n tachtig tot honderveertig kilometer breed opgetild tot de bergrug die we nu de Sierra Nevada noemen.

De stromen en stroompjes die aan de westkant van deze waterscheiding op het Amerikaanse continent omlaag kwamen, groeven diepe canyons in het graniet. Tijdens de ijstijd breidden de op de bergen liggende gletsjers zich uit tot ver naar beneden en vulden canyons op met ijs. In hun gedurig schuren en schuiven verdiepten en verbreedden ze Yosemite Valley, en maakten van de scherpe V-vorm een U-vorm. De laatste gletsjer die zich terugtrok na de ijstijd liet een morenenrij achter die de Merced afdamde en een soort stuwmeer veroorzaakte achter in de vallei. Sedimenten vulden daarna het meer op tot op het niveau van de valleivloer nu.

Het schurende ijs rondde en polijstte de bergtoppen. De helft van de Half Dome die is verdwenen, bestond uit lagen graniet die aan de noordkant geleidelijk aan werden weggeslepen door de gletsjers – verwering, ontbossing en het afkruimelen van diverse lagen zorgden voor de opmerkelijke vorm die er nu te zien is. Hardere stukken rots kon de gletsjer niet kleinkrijgen, vandaar El Capitan – een gigantisch blok graniet dat groter is dan de Rots van Gibraltar -, Three Brothers en Cathedral Rocks. Op het hoogtepunt van de ijstijd, zo’n 250.000 jaar geleden, lag Glacier Point onder ruim tweehonderd meter ijs – de Half Dome bleef er altijd bovenuit steken. Als je van boven op de Half Dome kijkt, bijvoorbeeld op een wandelkaart met hoogtelijnen, zie je perfect hoe de gletsjer de Half Dome heeft gemaakt.

De kleinere valleien die op de Merced uitkwamen werden door het ijs minder diep uitgeslepen en vormden, toen het klimaat warmer was geworden, hangende valleien. Daaruit kletteren nu de fantastische watervallen die Yosemite zo spectaculair maken. Yosemite Falls is met zijn val van achthonderd meter bijvoorbeeld een van de hoogste watervallen ter wereld – negenmaal zo hoog als de Niagara Falls. In de lente, als het smeltwater de rivieren voedt, klettert hij bruisend naar beneden – zo vol dat hij hele nevelschermen opwerpt waar de zon een spectaculair spel mee speelt. Aan het eind van de zomer is vaak niet meer dan een piezelstroompje over.

Attractie

De verhalen over de pracht van de vallei vonden in het midden van de negentiende eeuw een vruchtbare bodem. Mensen waren bijzonder geïnteresseerd in de frontier en al die nieuw ontdekte natuurwonderen, en langzaamaan begonnen ze zich te realiseren wat ze allemaal binnen hun grenzen hadden.

Yosemite lag dicht genoeg bij San Francisco om goed bereikbaar te zijn, en de eerste toeristen lieten niet lang op zich wachten. Een ondernemende mijnwerker, James Hutchings, zag er een goedbelegde boterham in. In 1856 begon hij een krantje, de Hutchings California Illustrated, waarin Yosemite prominent werd beschreven, en hij bouwde het eerste hotel in de vallei in het midden van de jaren vijftig. Door zijn illustraties van hoge kwaliteit en zijn goed geschreven essays slaagde hij erin om Californiërs en uiteindelijk ook andere Amerikanen bewust te maken van de natuurpracht. Niet lang daarna kwamen andere hotels, en tolwegen, al bleef het een hele toer om het park te bereiken.

In een tijd waarin parken als Yellowstone nog helemaal niet door het publiek waren ontdekt, werd Yosemite de attractie van Californië. De journalist Horace Greeley kwam in 1889 op bezoek en beschreef in The New York Tribune Yosemite als ‘de meest fantastische bezienswaardigheid van het continent’. Yosemite inspireerde ook kunstenaars. Albert Bierstadt en andere vertegenwoordigers van de Hudson River-school kwamen naar het westen om de grandeur van de vallei op het linnen vast te leggen. Ook beoefenaars van een kunst in de kinderschoenen, de fotografie, konden hun hart ophalen in Yosemite. Edward Muybridge, een fotograaf uit San Francisco die later mede verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van de film, maakte een prachtige serie foto’s tussen 1867 en 1872, die nu te zien is in het Oakland Museum.

Bezoekers kwamen per trein en diligence naar de voet van de bergen, namen paard en wagen door de lage heuvels en uiteindelijk een paard om in de vallei te komen. Hutchington’s Hotel was de plaats waar ze verbleven en waar ze enthousiast werden gemaakt door de eigenaar en tijdschriftuitgever – die overigens een abominabele reputatie opdeed als hotelhouder. Er werd zoveel over Yosemite geschreven dat sommige bezoekers, zoals de bejaarde schrijver Ralph Waldo Emmerson er maar liever niets aan toevoegden. Zijns ondanks wist Emmerson twee memorabele uitingen te doen. Bij het zien van de Mariposa Grove van sequioabomen merkte hij op dat ‘deze bomen een monsterachtig talent hebben in het groot zijn’. En op een avond, op de veranda van het hotel, noteerde men: ‘Deze vallei is de enige plaats waarover ontzettend wordt opgeschept en die erin slaagt dat te overtreffen.’

Bezoekers zoals Emmerson ontdekten tot hun schrik dat het park die eerste jaren ook intensief werd gebruikt door boeren en veehouders. Ze troffen stinkende varkensmesterijen aan en schapen die weinig overlieten van de vegetatie. Gecombineerd met een groeiend bewustzijn van de ravage die goudzoekers, houthakkers en landbouwers elders in Californië aanrichtten, kwam hieruit een sterke beweging voort om de natuur te beschermen.

Eerste staatspark

Een van de leiders van die beweging was John Muir, die in landelijke bladen een aantal artikelen publiceerde over de schoonheid van Yosemite. In 1864 besloot president Lincoln om de vallei en de Mariposa Grove of Big Trees aan de staat Californië af te staan ‘to be held for public use, resort, and recreation, unalienable for all time’. Yosemite werd Amerika’s eerste staatspark en daarmee waren in elk geval de vallei en de grote seqouiabomen veiliggesteld voor commerciële exploitatie.

John Muir was bang dat het niet voldoende zou zijn. Hij wilde dat alle stromen die in de vallei samenkwamen in een park zouden worden opgenomen, net als die van de Tuolumne River en de Hetch Hetchy Valley, een soort kleine Yosemite wat verder naar het noorden. In 1890 tekende president Harrison de wet die van Yosemite een nationaal park maakte. Als een gigantische donut werd het park om de vallei heengelegd die immers eigendom was van de staat Californië – deze stukken werden later, op aandringen van president Roosevelt, ook toegevoegd aan het park. Grazen en houtkap werden absoluut verboden en het leger patrouilleerde om het nog veel voorkomende gebruik van de vallei en de gronden te verhinderen.

Hoewel het park dus veel groter is dan alleen de Yosemite Valley, is dat de plaats waar de meeste mensen naartoe komen. Dat heeft geleid tot nieuwe problemen, vooral van files, vervuiling, lange rijen voor de cafetaria’s, volle campings en gewoon, overontwikkeling. Al jaren is er sprake van een autoverbod en het terugdringen van de commerciële kantjes van Yosemite Village, zonder dat het veel heeft opgeleverd.

Majestueus

Maar ja, die valleivloer blijft het meest imposant. Daar beneden staand is het inderdaad moeilijk de juiste woorden te vinden om de oprijzende pracht te omschrijven. De Yosemite Falls knallen majestueus omlaag, de Upper en de Lower Yosemite Fall lijken één geheel. Bij het binnenkomen van de vallei heb je dan al de gigantische deurposten gepasseerd, El Capitan, het gigantische blok graniet waar zelfs de gletsjers geen vat op kregen, en de Cathedral Rocks. En dan, waar de vallei een bocht maakt naar rechts, opent zich opeens het panorama met in het midden de Half Dome. Geen wonder dat we ons allemaal hier verzamelen.

Mijn meest memorabele bezoek aan Yosemite was midden in de winter, tussen kerst en nieuwjaar. Ik was slechts een van de in tientallen uit te drukken bezoekers van het park, dat in een heel jaar zo’n drie miljoen mensen ziet langskomen, tienduizend per dag. De natuur was fantastisch, gedeeltelijk bedekt met sneeuw, de watervallen in hun winterslaap, maar stralend en schijnend in de krachtige zon aan een strak blauwe vrieshemel.

Ik herinner het me ook nog, omdat het zo gruwelijk koud was in het tentje dat ik had opgezet aan de oevers van de Merced. Bovendien had ik vergeten dat de dagen ’s winters wel erg kort zijn, zodat je vanaf een uur of vijf eigenlijk al in het donker zat. De nachten daarop verkaste ik naar het spectaculaire Ahwahnee Hotel, een in stijl gebouwd luxueus hotel waar het rond deze tijd ook lekker rustig was. Ik kan de winterbezoeker aanraden maar meteen voor dat Hotel te kiezen, al is het niet goedkoop.

De lente is misschien wel het mooiste seizoen om Yosemite te bezoeken. Dan staat de Merced Rivier hoog en zijn de watervallen dik en krachtig; in de vallei bloeien de wilde bloemen en langs de rivier de mariposa-lelies. Op de hoge weides blijft de sneeuw langer liggen, daar staat in juli alles in bloei.

High Sierra Camps

Tijdens andere bezoeken heb ik het Yosemite Trail gewandeld naar de top van de Upper Yosemite Fall en het Glacier Point Fourmile Trail naar Glacier Point, beide exquise manieren om een andere kijk op de vallei te krijgen. Ook de Half Dome is per wandelpad te bereiken, het laatste gedeelte over kale rots met ijzeren railingen – maar daarvoor moet je van enige waaghalzerij houden. Voor het echte wandelwerk, voor back country-tochten met tent en voedsel op de rug, moet je weg uit de vallei, naar de hoogvlakten.

Ten noorden van Yosemite Valley ligt een prachtig bergpark van zevenhonderd vierkante mijl. Zo druk als de vallei is, zo rustig, onbedorven en eenzaam is dit deel. Hier heerst de wandelaar, de kampeerder en tegenwoordig helaas ook de fietser. Je kunt natuurlijk vanuit de vallei wandelen, maar de meer voor de hand liggende route begint ergens aan de enige weg die van oost naar west over de hoogvlakte voert (die gaat trouwens ook over de hoogste bergpas van de staat Californië, Tioga Pass). Vanuit Tuolumne Meadows zijn zes zogenoemde High Sierra Camps te bereiken, ruwweg in een cirkel gelegen, ieder op vijftien kilometer afstand van de volgende. Je kunt er niet alleen kamperen maar ook kleine cabins huren, met lakens en dekens, in de stijl van een alpenhut. Tussen de vallei en de Meadows loopt het John Muir Trail.

Hier op de hoogvlakte is het klimaat meer alpine-achtig. ’s Winters ligt hier een dikke laag sneeuw en is het gebied totaal afgesloten. Dat is te merken aan de bomen, die minder volgroeid zijn dan lager, in de vallei. De klimaatzones in Yosemite Park variëren van woestijn- tot alpine-achtig. Wie wandelt, komt ’s zomers vanuit de hete, droge canyons waar de dennebomen nauwelijks schaduw bieden, in de groeven met espen en hoger nog bij de jeneverbesstruiken, die aan de door de gletsjers afgeslepen hellingen hangen. Als je doorloopt naar de Sierra-toppen of het Pacific Crest Trail opgaat, kom je ruim boven de boslijn.

Ook ten zuiden van de vallei liggen veel wandelpaden, aanvankelijk was dit de enige route van waaruit Yosemite viel te bereiken. Wawona, aan de zuidgrens van het park vlak bij de Mariposa Grove, is een van de oudste nederzettingen – van daar was het nog twaalf uur te paard of te voet naar de valleivloer. Het Wawona Hotel opende in 1879 zijn deuren, maar al in 1857 had James Hutchings hier zijn tenten opgeslagen. Vlakbij ligt ook het belangrijkste historische monument van het park: een dorp uit de pionierstijd, waarin huizen en winkels opnieuw zijn opgebouwd.

En dan is er natuurlijk de Mariposa Grove, een kluit eeuwenoude seqouiabomen, met als meest imponerende de Grizzly Giant, minstens 3800 jaar oud, 61 meter hoog en 29 meter dik. In 1903 bracht de toen al zeventigjarige Muir de nacht onder de sterrenhemel door met president Theodore Roosevelt. De natuurliefhebbende president raakte hier overtuigd van de noodzaak om deze oude bossen te beschermen.

Reislust

Ooit was er ook nog een vallei die minstens even mooi geweest moet zijn als Yosemite Valley. Maar de strijd dáárom verloren de natuurbeschermers. Hetch Hetchy lag aan de Tuolumne River en werd vanaf het begin van haar ontdekking door San Francisco begeerd om af te dammen en de drinkwatervoorziening van die droge stad veilig te stellen. In 1882 kwamen de ingenieurs al uit de stad om te kijken hoe ze dat konden regelen.

Hoewel sommigen dachten dat het na de opening van het nationale park niet meer zo’n vaart zou lopen, werd in 1913 deze vallei alsnog onder water gezet. De grote aardbeving van 1906, toen San Francisco nogal krap bleek te zitten in zijn bluswater, was de nekslag voor deze vallei, waarover John Muir lyrisch had geschreven.

Afgelopen winter las ik een aantal van Muirs boeken, My First Summer in the Sierra en The Yosemite. Er is geen betere manier om de reislust op te wekken. De stijl van schrijven mag vandaag de dag wat hoogdravend lijken, maar in die tijd was dat precies goed. Muirs gedetailleerde natuurbeschrijvingen zijn ook nu nog imposant en zijn enthousiasme inspirerend. En uiteindelijk is het toch aan hem en zijn volgelingen te danken dat aan het eind van de negentiende eeuw in Amerika een bewustzijn ontstond dat leidde tot de instelling van de nationale parken. Yosemite wordt terecht ‘zijn’ park genoemd, en als hij schrijft dat hij na ieder bezoek weer verlangt naar verdere exploratie van deze prachtige gebieden, dan verwoordt hij een gevoel dat hedendaagse bezoekers nog steeds krijgen.