Cajuns, dagelijks leven

Tekst en foto’s Claude Hervé-Bazin

Het mes blinkt als de keel van het varken in gaat. Onmiddellijk spuit het bloed op het hooi. De handen van de twee slachters kleuren rood. Nog een paar knorren, een paar laatste stuiptrekkingen en het dier beweegt niet meer. Daar komen de messen opnieuw in actie, nog even scherpgeslepen aan het ijzer. Met precieze houwen worden staart en oren eraf gesneden, de buik geperforeerd, leeggemaakt en de hammen losgesneden. Het vet, gesneden in dobbelstenen en door de bloem gehaald, wordt in de kokende olie gegooid als ‘gratons’. Ze worden verkocht in zakjes, zoals bij ons patat.

Op 14 februari is de Boucherie de Saint-Martinville bomvol. Uit de hele streek, de meest francofone van Louisiana (meer dan tachtig procent spreekt hier Frans), wandelen de Cadiens, ook wel Cajuns genoemd, tussen de kraampjes met gratons, hot dogs en demonstraties van vaardigheden zoals het maken van quilts en de wedstrijd taart bakken. Rond half drie ’s middags vormt zich een groep in het nabijgelegen veld. Zachtjes de veren strijkend van zijn favoriete haan legt Ferril Verret, onze gastheer, Farouche voor intimi, ons de regels uit. Volgens de Amerikaanse wet moeten de twee vogels buiten de wedstrijd leren beschermkappen over hun sporen. De eigenaren duwen de twee kemphanen naar elkaar toe. De halzen strekken zich, de snavels klepperen, veren worden opgezet om meer indruk te maken. Minder dan twee minuten later gaat de verliezer er schaamtevol vandoor.

Spaans mos

De volgende ochtend ziet het er totaal anders uit. Onze kano glijdt zachtjes door de onbewogen spiegel van de Teche Bayou, waarin de kale silhouetten van de cipressen reflecteren. Aan de takken deint het Spaanse mos in de zachte wind, fantasievormen tekenend in de lucht. Ietwat nors maar nog steeds glimlachend, was Ferrill, die afstamt van een lange lijn van stropers, bereid om ons mee te nemen bij het uitzetten van zijn netten. Hij vist op de rivierkreeftjes, dezelfde die we vanochtend op een groot bord kregen voorgeschoteld bij de beroemde Mulate’s, de koning van cajuncuisine. Vanavond zal er de muziek bijkomen, op de ritmes van de quadrille, waarop zelfs een groep toeristen uit het Midden-Westen de voetjes van de vloer kunnen krijgen.

Maar voor het moment drijven we, de motor afgezet, naar de stokken, over een dik tapijt van waterhyacinten, de alles overwoekerende schoonheid die zowel in Louisiana als elders in de tropen elk vrij stukje water verovert. Buiten de bayou strekken zich de immense moerassen uit van het Atchafalaya basin, met duizend aftakkingen en verlaten kanalen, verloren in ondergelopen bossen. Aan kaarten heb je hier niet veel: ze staan er vaak nog op als ‘nom inconnu’ want op een gegeven moment had niemand meer genoeg fantasie om alle wateren hier een naam te geven.

Een bescheiden golfje verstoort de stilte: een jonge krokodil is net in het water gegleden, vlak onder onze neus. Doodstil aan de oppervlakte liggend, op nauwelijks twee meter van het bootje, laat hij niet meer zien dan wat absoluut noodzakelijk is: twee grote gele ogen doorkliefd met een zwarte pupil, beschermd door uitgroeisels zo hard als steen. Dit dier heeft niets te vrezen, althans niet meer. Nadat hij bijna was verdreven in de jaren zeventig, slachtoffer van stroperij, is de alligator, nu effectief beschermd, op volle kracht teruggekeerd. Er zouden er nu meer dan een half miljoen zijn, alleen al in de delta van de Mississippi. Geconfronteerd met deze enorme toename, hebben de autoriteiten zelfs weer beperkte jacht toegestaan: alleen voor mensen met een speciale jachtvergunning, voornamelijk Cajuns, en voor het moment beperkt tot de maand september.

Trekkend aan de kabel die aan een boom is vastgemaakt, haalt Ferril de eerste val op. Een bescheiden vangst: slechts twee chevrettes. Maar het aas is wel verdwenen. De rest ziet er beter uit: geleidelijk aan stapelen de chevrettes zich op in de bodem van de boot. Nog enkele vallen in het eindeloze doolhof van meren, kanalen en ondergelopen bos en dan neemt Ferril ons mee naar zijn ‘cabane’. Deze hut staat op een vlot van drijvend hout, gemaakt van restmateriaal, met scheve planken en plastic voor de ramen. De deur gaat open, zicht biedend op een oude fauteuil en een paar pannen. Wat heb je nog meer nodig om de bayou te aanschouwen, ver van alles en iedereen, in totale rust? Soms, als hij de blues heeft, brengt Ferril hier een paar weken achter elkaar door.

Verjaagd door de Engelsen

Al heeft sinds de Tweede Wereldoorlog en de komst van de grote oliebedrijven en de consumptiemaatschappij ook de Cajuns in zijn greep, ondanks alles blijven ze verknocht aan hun moerassen alsof dit het de mooiste van alle landschappen zou zijn. Het waren deze moerassen, die, al zijn ze vergeven van muggen en alligators, het mogelijk maakten dat de Franse kolonisten konden overleven. In de achttiende eeuw werden ze door de Engelsen verjaagd uit Canada, meer specifiek Acadië, tegenwoordig New Brunswick. Deze episode, door de Cajuns (een verbastering van Acadien) de ‘Grand Dérangement’ genoemd, zag heel wat levens vernield of in elk geval op zijn kop gezet, en veel families voorgoed van elkaar gescheiden. Degenen die na maanden zwerven, soms jaren, uiteindelijk in Louisiana terecht kwamen, deden dat op een moment dat het gebied Spaans geworden was – het was nog Frans toen ze vertrokken.De Europese pioniers bewoonden toentertijd New Orleans en de oevers van de Mississippi. De weinig gastvrije bayous waren het enige gebied wat nog vrij was.

Dankzij de hulp van Indianenstammen, zoals de Choctaw, en gevluchte slaven die zich in hetzelfde schuitje bevonden, konden de Acadiërs zich daar vestigen, zich aanpassen, er hun armoedig territoir inrichten.

Bijna twee eeuwen lang bleven ze hangen aan hun taal, een ouderwets Frans, gelardeerd met Amerikaans Indiaanse woorden, aan hun gewoonten, hun feesten, hun boten, hun magere bronnen van bestaan: stropen en het oogsten van Spaans mos als vulling voor kussens en matrassen. De verkoop van Louisiana aan de Verenigde Staten door Napoléon in 1803 veranderde daar helemaal niets aan: de cajun samenleving leefde slechts in de marge van de Engels sprekende bevolking van de steden. Tot dan toe in elk geval, want vanaf dat moment besloten de Amerikaanse autoriteiten een einde te maken aan die feitelijke onafhankelijkheid. Op school werd het de kinderen verboden hun eigen taal te spreken.

Duivelse zydeco

Andrew Jagneaux en zijn vrouw herinneren zich nog wel hoe ze, als straf voor overtreding van de regels, op vijf-, zesjarige leeftijd, uren op hun knieën moesten zitten op de op de vloer gestrooide maïskorrels. Ogenschijnlijk leek het beleid succesvol: het Frans verdween vrijwel helemaal in de dagelijkse conversatie en de Cajuns begonnen hun identiteit te verliezen. Van dichtbij gezien was er echter nauwelijks iets veranderd. In hun huis in Church Point, ongeveer 35 kilometer ten noordwesten van Lafayette, de ‘hoofdstad’ van de Cajun regio, ontvangen Andrew en zijn vrouw ons met een kop sterke koffie. Ze praten gewoon in hun Franse Cajun taal, alsof ze nooit anders deden. Ze zijn er ook nooit mee opgehouden: als hun kinderen niet luisterden, schakelden ze onmiddellijk daarin over – in plaats van Engels.

Andrew is nu met pensioen en besteedt zijn tijd nu aan het maken van accordeons en melodions – dit laatste instrument geïnspireerd op een apparaat dat negentiende eeuwse immigranten meebrachten uit Duitsland. In de kelder van hun huis van witte planken ligt teakhout, mahonie, hout van appelbomen, amarantehout en een tapijt van krullen. In de schaduw van een grote eik demonstreert Andrew ons zijn vaardigheden en barst los in een duivelse zydeco. Hij oogt meer Europees dan Amerikaans als hij ons vervolgens begeleidt naar het hek, voor een laatste handdruk en een Au revoir waaruit de melancholie van oude tijden opklinkt.

Zo zijn er tientallen, honderden die hun cultuur tegenwoordig via de muziek herbeleven en doen herleven. Misschien maken ze niet allemaal hun eigen instrumenten, dansen ze niet allen de ‘zarico’ en de two-step, maar bijna de hele groep van 450.000 Cajuns in Louisiana swingt op de ritmes die worden uitgezonden door KSLO, KVPI en andere lokale radiostations. Na lange tijd in eigen kring de ‘fais-dodo’, de dansfeesten van de zaterdagavond te hebben gehouden, waar ze muziek maken met hun gitaar, accordéon, triangel, lepels en schraapijzer, een metalen plaat die voor je buik vastgemaakt wordt, trekken deze feesten tegenwoordig bomvolle zalen.

Iedere zaterdag van twee tot zes komt iedereen van heinde en ver naar het theater Liberty d’Eunice, in het hart van Acadiana, om te luisteren naar de op één toon gezongen liederen in het Engels en de liefdesverklaringen in het Frans. Men danst in de zaal zoals nergens anders ter wereld wordt gedanst en ter plaatse duiken de ‘humoristes cajuns’ op, de leukste grappenmakers van Louisiana.

Zo is het wiel van de geschiedenis gedraaid en houden de Cajuns het hoofd weer hoog: met de groei van het toerisme, de trots op de hervonden tradities en de huidige mode van de creoolse keuken, heeft het Louisiana van de bayous zich een belangrijke plek geschapen. Zo’n beetje overal, op T-shirts bijvoorbeeld, wordt steeds vaker deze kreet gezien: Proud to be a coon ass (Trots dat ik een wasbeer achterste ben!). ‘Coon ass’ was de bijnaam die Cajuns lange tijd tot hun schande droegen, maar vandaag de dag meer dan ooit zijn de Cajuns klaar à laisser les bon temps rouler.

Praktisch

Algemene informatie

www.coonass.com

Cajunadressen

La Maison de Marie

24303 Crowley-Eunice Highway (13)

5,5 miles ten noorden van Crowley

Tel. (337) 783-3661 of 1-800-926-4320

Midden in het hart van Acadiana, staat u een klein huis met twee kamers ter beschikking. Majorie en haar echtgenoot Joe Krahe, Duits van oorsprong, bieden een bed and breakfast die je thuis doet wanen – en met alle gemakken van thuis.

Old Castillo B&B

220 Evangeline Blvd., Saint-Martinville

Tel. (337) 394-4010; fax (318) 394-7983

www.bbdirectory.com/inn/1552.html

In Saint-Martinville, aan de oevers van de bayou Teche en tegenover de Evangéline Eik, staat dit huis uit 1800. Het was ooit een pensionaat voor jonge meisjes, nu viert het de charme van Louisiana met zijn grote kamers en baldakeinbedden.

Mulate’s

325 Mills Avenue, Breaux Bridge

Tel. (337) 332-4648

Een van de beroemdste restaurants in de regio. Mulate biedt de klassieke cajun keuken : barbue à la Mulate’s, gombo, étouffée d’écrevisses, steak d’alligator, excellent crabe farci, huîtres frites, “poisson rouge bourré” (!), in feite red snapper, begeleid met jambalaya, de “paella” van Louisiana. Elke avond live cajun muziek.

Frog City Cafe

1131 Church Point Highway, Rayne

Tel. (337) 334-7913

www.chefroy.com

Roy Lyons, chef Roy voor de intimi, was Chef van het jaar in 1997. Hij houdt ervan zijn traditie te mengen met nieuwe invloeden. In het kleine dorpje Rayon, hoofdstad van de ‘ouaouaron’, de kikker, waar zich een van zijn restaurants bevindt, staan op het menu crab cakes, kikkerbillen, efoufféé d’écrevisses, catfish steaks en dergelijke.

D.I.’s

6561 Evangeline Highway (97), entre Basile et Jennings

Tel. (337) 432-5141

Geweldig populair, nog authentieker dan Mulate’s, en bezocht door alle Cajuns van Acadiana, ligt D.I. ietwat verloren in the middle of nowhere, 12 kilometer van Basile. Levende muziek ieder weekend met de accordéon en viool van cajun bands. In februari wordt hier een van de laatste klassieke Mardi Gras van de Prairie gehouden.

Acadian Village

Alle elementen van een typische Cajun bayou nederzetting zijn bijeengebracht in Acadian Village, een ‘levende geschiedenis’ museum zoals de Amerikanen dat zo goed kunnen. Op een flink terrein nabij Lafayette, de hoofdstad van Cajun country, zijn huizen en gebouwen hersteld of nagebouwd zoals die er in de negentiende eeuw uitzagen, toen deze gemeenschap totaal geïsoleerd was. Langs een kleine, bochtige bayou staan eenvoudige huisjes van cipressen hout, een kerk, een winkel, schuren en werkplaatsen. Her en der voert iemand in klederdracht zijn vak uit, altijd bereid om iets te vertellen over de Cajuns en hun leven.

http://www.coonass.com/acadian.htm

Nabij Avery Island, waar de Tabasco wordt gemaakt, ligt het Jungle Gardens and Bird Sanctuary. De moeite waar is het Prairie Acadian Cultural Center, in Eunice, een onderdeel van Jean Lafitte National Historic Park (ook een afdeling in New Orleans zelf, om u vast te oriënteren).

Wij maakten ook een boottocht om bij zonsondergang op de bayous zelf de vogels te zien binnenvliegen. Er werd ons heel wat meer voorgespiegeld dan we uiteindelijk te zien kregen. Het was wel aardig maar niet de stevige prijs waar die ervoor gevraagd werd. In een ver verleden ging ik met Alligator Annie in Houma op krokodillentoer, maar ik weet niet of dat nu nog verstandig is. Haar gewoonte om de kroks met kippeboutjes te lokken leidt tot luie beesten. Er zijn talloze bayoutochten in de omgeving van Lafayette en Houma. Kijk bijvoorbeeld op http://www.lapage.com/crt/l-cj-hou.htm

Amerika’s tips

Bij onze rondreis in de Cajunregio van Louisiana verbleven we voornamelijk in Bed & Breakfasts. Deze zijn in alle varianten te vinden, vooral via internet is het behoorlijk gemakkelijk een keuze te maken. In termen van prijs bent u misschien iets duurder uit, maar het is kwalitatief veel beter en in elk geval veel leuker.

Kijk o.a. op http://www.bnblist.com/default.htm

In de buurt van Houma, aan de oostelijke kant van de bayou’s huurden we een heel huis in Larose. Prima uitvalsbasis voor tochten in de omgeving. Kijk op http://www.acadianahouse.com/ Ik weet niet meer wat we ervoor betaald hebben, maar ook hier geldt dat op een zeker moment in een langere reis het heel plezierig is om een paar dagen in een comfortabel huis te zitten.

Klik voor meer cajun info op de Amerika website.

Onze restaurants

Robin’s Restaurant

1409 Henderson Highway

Henderson

318-228-7595

Prudhomme’s Cajun Cafe

4676 NE Evangeline Thruway

Carenco

318-896-7964

Randol’s

2320 Kaliste Saloom

318-981-7080

Prejean’s

Interstate 49

Lafayette

318-896-3247

Shucks (oesterrestaurant)

701 West Port Street

Abbeville

318-898-3311


 

Henry Wadsworth Longfellow, de Amerikaanse dichter, vereeuwigde de tragische zwerftocht van de Acadiërs in zijn verhalend gedicht Evangeline, gepubliceerd in 1847. In het gedicht worden twee geliefden, Gabriel en Evangeline, gescheiden bij de verdrijving uit Acadië. Jaren later komen ze elkaar weer tegen in Louisiana, waar Gabriel sterft als hij wordt verzorgd door Evangeline, die haar laatste jaren slijt als non. Hoewel Longfellow nooit in Louisiana kwam, zijn de beelden die hij oproept van het bayou gebied treffend: een regio van eeuwige zomer en een ‘maze of sluggish and devious waters’.

In St. Martinville staat de Evangeline Oak, waar volgens de legende de twee geliefden elkaar ontmoet zouden hebben. Daar bevindt zich ook Place D’Evangeline Restaurant, voor meer aardse behoeften als koffie en beignets.