1866

Edwin Pollard was een journalist afkomstig uit een welgestelde plantagefamilie in Virginia. Als hoofdredacteur van de Daily Richmond Examiner was de 28-jarige Pollard in 1861 een groot voorstander van de afscheiding van de confederale staten, maar ook een criticus van president Jefferson Davis. In 1864 werd hij gevangen genomen door het noorden. Na zijn vrijlating schreef hij in 1866 The Lost Cause: A New Southern History of the War of the Confederates , waarin hij nog eens goed de visie neerzette dat de oorlog een onvermijdelijk conflict was tussen twee steeds verder uiteen groeiende beschavingen, die van de puriteinen en de cavaliers.


“In de periode voor de Amerikaanse revolutie waren de verschillen tussen de bevolking van de noordelijke en de zuidelijke kolonies al sterk ontwikkeld. De vroege kolonisten namen uit het moederland geen grotere eensgezindheid mee naar de Nieuwe Wereld dan thuis tussen hen bestond. Ze kwamen niet alleen uit verschillende lagen van de bevolking maar ook uit verschillende groepen wat geloof en politieke overtuiging betreft. Er kon geen eensgezindheid zijn tussen de Puriteinse ballingen die zich vestigden op de koude, rauwe en vreugdeloze grond van New England en de galante heren die het aangenamere klimaat van het zuiden opzochten en in hun statige hallen in Virginia verwarring zaaiden bij Cromwells volgelingen en koningsmoordenaars.

In de vroegste geschiedenis van de noordelijke kolonisten vinden we geen spoor van de moderne Yankee. Maar de intolerantie van de Puritein, de pijnlijke zuinigheid van de noordelijke kolonisten, hun opzichtige uitingen van piëteit, hun op afgunst gebaseerde wetgeving, hun opportunistische moraliteit, hun gebrek aan het gevoelsleven dat de helft van de moderne beschaving heeft voortgebracht, en hun onophoudelijke jacht op zelfzuchtige parmantigheid zijn karaktertrekken die nog steeds zichtbaar zijn in hun nazaten. De kolonisten in Virginia en de Carolina's daarentegen onderscheidden zich vanaf het begin door hun keurige manieren, hun verfijnde gevoelsleven, hun gehechtheid aan een vorm van feodaal leven, hun welgestelde elite, hun liefde voor sporten en gevaarlijk avontuur, en de naar luxe hangende en veel geld uitgevende aristocratie met hun permanente rondes van gastvrijheid en festiviteiten.

De slavernij zorgde in het Zuiden voor een speciaal en nobel soort van beschaving. Natuurlijk kende die zijn gebreken; maar de goede kanten ervan waren groot in aantal en heel speciaal, en hadden een breed gevoelde goede invloed op de ideeën en de gewoontes van het Zuiden. Inderdaad liepen ze soms uit op wreedheid en aanmatiging; maar in veel meer gevallen zorgden ze voor besef van ridderlijkheid, voor beschaafde manieren en leverden ze vele nobele en genereuze kwaliteiten op. Het is waar dat de vrijstelling van een grote klasse blanken van de eisen van fysieke arbeid soms gelegenheid gaf voor lege en losbandige levens, maar meestal leverde het de kans op buitengewone cultuur, verhief het de standaard van wetenschap in het Zuiden, vergrootte en ontwikkelde het de sociale omgang en leverde het scholen op met individuele verfijning. Het Zuiden had een element in zijn samenleving – een welgestelde, landbezittende elite – die het Noorden benijdde en waarvoor het de vervanging bedacht van de onverfijnde, opzichtige aristocratie die de geur afgaf van handel, zijn huizen volstopte met meubels en nooit helemaal kon ontkomen aan een sluipend gevoel van inferioriteit. Er is een speciale, bittere haat die niet los kan staan van een gevoel van minderwaardigheid; en iedere nauwkeurige waarnemer van de noordelijke samenleving weet hoe in alle vijandigheid tegen het Zuiden de overtuiging lag opgeborgen dat de Noorderling, hoe hij het ook verborg achter schijn, onverfijnd en inferieur was in vergelijking met de aristocratie en ridderlijkheid van het Zuiden.

[…]

Het Zuiden was een omvangrijk landbouwgebied; landerijen, bossen en moerassen leken op het oog saai; er waren geen dichte en gecompliceerde netwerken nodig van verbeteringen in de infrastructuur om de reiziger te verbazen en onder de indruk te brengen, geen landschap van pittoreske stadjes en dorpen om het gezicht te plezieren. Noorderlingen lachten om deze ogenschijnlijke kaalheid van het Zuiden en zagen het als een bewijs van inferioriteit. Maar dit was een oppervlakkige waarneming. Het leven in de landbouw modelleerde het Zuiden; en al zou het misschien minder opleveren in geld, de mensen die er woonden waren getraind in de hoogste beschaving.

[…]

De Tocqueville heeft opgemerkt: ‘De Amerikanen neigen er naar om zichzelf te zien als een heel verschillend soort mens.' Maar we moeten vaststellen dat deze opschepperige instelling met zijn overdreven eigenwaan typisch Yankee is. Hij hoort bij de schelle beschaving van het Noorden. Zuiderlingen waren niet van die opscheppers. Hun beschaving was een rustige; hun eigenschappen als mensen waren altijd was in Engeland in zijn sobere inschatting van de waarde van mensen en zaken, het beste bewijs lijkt van een serieuze beschaving en echte verlichting.”

De lost cause werd de vlag waaronder het zuiden zich na 1870 verzamelde. In deze visie was de romantiek en de galanterie van de zuidelijke samenleving verslagen door de militaire kracht en de gebrekkige beschaving van het noorden. Maar hun zuidelijke samenleving was en bleef superieur. Het herstel van dit zelfbeeld hielp het zuiden zich te schikken in de nederlaag – ook de arme blanke zuiderlingen die met het beeld van Pollard weinig voeling konden hebben. Men richtte monumenten op en koesterde helden als generaal Lee en generaal Stonewall Jackson, die symbool stonden voor zuidelijke onverzettelijkheid. In deze visie was de afscheiding in 1860 gerechtvaardigd omdat de zuidelijke levenswijze door het noorden bedreigd werd. Geleidelijk aan werd het een soort zelfrechtvaardiging van de minder dan glorieuze economische en sociale ontwikkeling van het zuiden en de segregatie van zwarten en blanken.

Bron

The Lost Cause: A New Southern History of the War of the Confederates door Edwin A. Pollard (1866)