1607

Nadat de in 1585 gestichte kolonie in Roanoke spoorloos was verdwenen, probeerden de Engelsen het in 1607 nog een keer, nu bij Chesapeake Bay, een meer belovend gebied. Maar ook hier konden de kolonisten nauwelijks overleven. Van de oorspronkelijke 104 waren er negen maanden later nog maar 38 in leven. Aanvullingen konden nauwelijks de sterfte bijhouden. Captain John Smith schreef over de eerste ervaringen in zijn dagboek.

“Zo overgelaten aan onszelf, was het ons noodlot dat binnen nauwelijks tien dagen nauwelijks tien van ons nog goed konden lopen of zelfs maar staan, als gevolg van de extreme zwakte en ziekte die ons overvielen. En niemand mag zich daarover verbazen, als je de redenen daarvoor overweegt. Zolang de schepen bleven, was onze dagelijkse kost iets beter door een paar scheepsbeschuiten, die de scheepslui stalen om aan ons te verkopen, te geven of te ruilen tegen geld, sassafras, huiden of liefde. Maar toen zij vertrokken, was er geen taverne, geen bier, huis of plek om te ontspannen, niets behalve een eenvoudige ketel. Waren we vrij geweest van alle zonden zoals vraatzucht en dronkenschap, dan zouden we gecanoniseerd kunnen worden als heiligen; maar onze president [Wingfield] zou nooit zo verheven zijn omdat hij vasthield aan zijn privé gebruik van zijn havermout, zak, aquavit, vlees, eieren en wat al niet. Dat gold niet voor de ketel: die mocht door iedereen gelijkelijk worden gebruikt. Daarvoor hadden we een halve pint graan en net zoveel water per persoon per dag, en aangezien dit 26 weken in het ruim van het schip had gestaan, bevatte het evenveel wormen als het graan. We mochten het dan ook eerder zemelen noemen dan graan; onze drank was water, ons onderdak luchtkastelen. Met dit onderdak, dit dieet en onze zware arbeid bij het bouwen van omheiningen en de onophoudelijke hitte raakten we zo uitgeput en verzwakt dat we minstens zo slecht af waren als we thuis geweest zouden zijn of waar dan ook in de wereld.

Van mei tot september overleefden degenen die aan de dood ontsnapten op steur en zeekrabben. In deze tijdsperiode hebben we vijftig man begraven. De rest vond de poging van de president om te ontsnappen aan deze ellende door te vluchten in onze sloep niet erg in de geest van onze doden. Daarom zetten we hem af benoemden Ratcliffe op zijn plaats benoemden. Smith was net hersteld en Martin en Ratcliffe overleefden dank zij zijn zorgen, en het grootste deel van soldaten herstelde door Master Thomas Wolton, onze chirurgijn.

Maar nu waren al onze voorraden op, de chirurgijn was vertrokken [met het schip dat in mei terugging]. We gaven alle hoop op hulp op, elk uur verwachten we dat de wilden zouden aanvallen. Toen echter veranderde God, de Patroon van alle goede inspanningen in die wanhopige uithoek, de harten van de wilden. Ze kwamen grote hoeveelheden van hun fruit en voorraden brengen zodat niemand honger leed.

Sommigen gaven de Council [de leiding van de kolonie] de schuld van ons gebrek aan voorraden, maar ze hadden duidelijk te weinig nagedacht om dergelijk klachten te uiten. In de eerste plaats, dat we waren gegaan was onze eigen fout; wat passend of noodzakelijk werd geacht, hadden we; maar wat we zouden vinden, of zouden wensen, of waar we zouden terechtkomen, dat wisten we geen van allen. Inderdaad hadden we gedacht de overtocht in twee maanden te maken, met levensmiddelen om te kunnen overleven en lenteweer om snel aan de slag te kunnen. We brachten echter vijf maanden op zee door, waar we niet alleen al onze levensmiddelen opmaakten, maar we ook plantseizoen misten.”

Het afzetten van president Wingfield op 10 oktober 1607 was de eerste staatsgreep op Amerikaanse grondgebied. Hij werd van verraad beschuldigd – hij zou met zijn sloep naar de Spanjaarden willen vluchten. Historici tekenen aan dat John Smith, die later de hoofdrol zou spelen in het Pocahontas verhaal, vaak overdreef. In elk geval dacht Smith dat hij een betere leider zou zijn. In juni 1610 verlieten de wanhopige overlevenden Jamestown, ze gingen op weg terug naar Engeland. Ze waren echter nog op de rivier toen er drie Engelse schepen opdoken met driehonderd nieuwe kolonisten en een nieuwe gouverneur die hen terugdreef naar Jamestown. Het bleef een ongezonde plek. Van de 10.000 mensen die naar Virginia kwamen, had in 1622 maar één vijfde deel overleefd.

Bron

Diaries John Smith door John Smith. Library of America, edited by James Horn (2007)