De permanente ideologische confrontatie

Als Donald Trump meer dan een half A-4tje zou kunnen lezen, dan zou je hem verplicht de epiloog opleggen van De koude oorlog. Dit recente boek van Odd Arne Westad, een Noor die doceert aan Harvard, biedt een geschiedenis die de Koude Oorlog plaatst in een langere lijn, de ideologische tegenstelling tussen twee gedreven regimes. Amerika als zelfverzekerde, van eigen goed- en grootsheid overtuigde natie, de Sovjet Unie als natie met een eigen droombeeld en visie voor de wereld. De voorwaarden voor een titanenstrijd waren vanaf 1918 aanwezig, de confrontatie onvermijdelijk.

De gemakkelijke versie is dat Amerika won. Westad merkt echter terecht op dat daarmee de nieuwe problemen begonnen. In zijn overmoed geloofde de Verenigde Staten dat zijn systeem het beste was, het enige met overlevingskracht – het einde van geschiedenis in Francis Fukuyama’s veel misbruikte bewoording. Maar als we meegaan in Westads analyse dan zien we dat die ideologische component op dat moment niet zomaar verdween.

Dat bleek. Amerika’s ‘overwinning’ leidde tot twee soorten triomfalisme. De eerste was er een die kapitalistische welvaart en marktwaarden op wereldschaal wilde bevorderen. Westad noemt het de Clinton-versie. Kenmerkend acht hij het gebrek aan specifieke doelstellingen en evenzeer het gebrek aan discipline in de uitvoering van wat dan ook. In plaats van het bouwen van stabiele omgevingen via de Verenigde Naties, monetaire instellingen en lange termijn overeenkomsten concentreerde de regering-Clinton zich op welvaart en economische groei. Binnenlands was dat misschien een juiste keuze maar, meent Westad, buitenlands een gemiste kans. Met name op de Koude Oorlogs-slagvelden als Afghanistan, Congo of Midden Amerika schitterde de Verenigde Staten door afwezigheid.

De tweede soort triomfalisme noemt Westad de Bush-versie, het benadrukken van dominantie. Door 9/11 konden de neoconservatieven het door hen geconstateerde ‘unipolaire moment’ gebruiken om uit te halen tegen de vijanden van Amerika, leidend tot pijnlijke mislukkingen in Afghanistan en Irak, oorlogen zonder strategische betekenis. Een van de cheerleaders uit die tijd is nu Nationale Veiligheidsadviseur.

Zo gezien is de wereld na de Koude Oorlog eerder een voortzetting van de historische lijn dan een afwijking daarvan. Dan was de Koude Oorlog enkel een fase en waren wereldwijde dominantie of wereldwijd verlies de enige twee mogelijke uitkomsten. De tot nadenken stemmende conclusie is dat alles nog steeds draait om ideologische confrontatie. Ik vermoed dat Xi Jinping zich daar in zou herkennen – en anders Wladimir Poetin wel.

Westads boek is een eyeopener. Het biedt een hoognodige vervanging van de klassieker van John Lewis Gaddis uit 2005. Mocht een A-4tje te veel zijn voor een president wiens briljante geest snel overbelast is: misschien kan iemand het hem voorlezen.

De koude oorlog. Een wereldgeschiedenis door Odd Arne Westad

The Cold War. A World History. Odd Arne Westad

Dit bericht is geplaatst in Blogposten. Bookmark de permalink.