Samenzweringen

Ons oordeel: klopt als een bus.

Het was Hillary Clinton zelf die in 1997, na de beschuldigingen tegen haar man over Monica Lewinsky, kwaad riep dat het hier ging om een rechtse samenzwering om haar man te beschadigen. Daarmee schaarde ze zich in de goede Amerikaanse traditie om tegenspoed te wijten aan factoren buiten onze controle. Je zou kunnen zeggen dat Clinton een onschuldig geval van samenzweerderitis was, maar er zijn nog steeds miljoenen Amerikanen die denken dat we nooit de waarheid hebben gehoord over de moord op JFK en dat hun eigen regering hen maar wat voorliegt. Over Pearl Harbour woedt nog steeds een discussie: wist Franklin Roosevelt dat het ging komen? En ja, het helpt niet dat er geen massavernietigingswapens in Irak zijn gevonden. Regeringen spelden je maar wat op de mouw!

Wat te denken van het deel van de zwarte pers dat meent dat crack, de verslavende goedkope drug, door de Amerikaanse regering is geïmporteerd om zwarten eronder te houden? Dat aids opzettelijk is verspreid omdat zwarten er gevoeliger voor zouden zijn? Okay. homo’s waren de eerste slachtoffers, maar dat past naadloos in dit denken, want die zouden als proefgroep dan ook mooi opgeruimd worden. Reagan haatte toch homo’s? In de jaren vijftig werd serieus betoogd dat fluor in het drinkwater een poging was van de communisten om de hersenen van Amerikanen te verweken. Als je dat hoort, denk je eerder dat fluor overbodig was om dat te bereiken.

Amerikanen hebben een samenzweringstheorie over alles wat niet helemaal verklaarbaar is. Regisseur Oliver Stone speelde daar gretig op in met zijn film JFK, over de moord op Kennedy. Het was fictie maar veel Amerikanen denken dat het echt zo gegaan is. Of neem Michael Moore, Europa’s favoriete politieke commentator. Kan het toeval zijn dat de raad van bestuur van de invloedrijke investeringsgroep Carlyle bijeen was op de ochtend van 11 september 2001? Geen bewijzen? Nee, natuurlijk niet. Die lui zijn niet gek. Daarom zijn ze juist zo gevaarlijk.

Geheime experimenten

Veertig jaar geleden noemde de historicus Richard Hofstadter dit verschijnsel ‘de paranoïde trek’ in de Amerikaanse geschiedenis. Kenmerkende trekken van deze paranoïde wereld zijn een gevoel van vervolging en ‘omslachtige samenzweringstheorieën’. Vaak is er een vruchtbare voedingsbodem. Zo keek niemand raar op toen senator Joe McCarthy in 1953 overal ‘hoog in de regering’ communisten aantrof. Zaten die communisten niet overal achter? Nou dan. Volgens één bijzondere gek, de oprichter van de uiterst rechtse John Birch Society, was president Eisenhower ‘een toegewijde, overtuigde agent van de communistische samenzwering’. Te veel fluor?

Begin jaren negentig waren de maffe militia’s symptomen van deze Amerikaanse ziekte. Deze groepen trokken zich terug in de wildernis van het Noordwesten, voorzien van wapens en noodrantsoenen, om te ontkomen aan de tentakels van het monster dat tegen hen samenspande. Niet zomaar een monster. Het was hun eigen regering, in samenwerking met de Verenigde Naties, die natuurlijk, dat wist iedereen, een wereldregering wilden. Een tijdje waren deze groepen tamelijk populair. De aanslag die militiaman Timothy McVeigh in 1995 pleegde op een federaal gebouw in Oklahoma City, met 167 doden, was er een rechtstreeks gevolg van.

De methode van een paranoïde geest, zo legde Hofstadter uit, is dat hij begint met verdedigbare uitgangspunten. Hij zet een aantal ‘feiten’ op een rijtje, die ieder voor zich min of meer kloppen. Ze kunnen al of niet een relatie hebben. Maar als je ze allemaal optelt en de relatie veronderstelt, dan heb je zomaar ‘bewijs’ voor een ongelooflijk gecompliceerde en daarom voor bijna iedereen onzichtbare samenzwering. Zo moet je de Clintons toegeven dat er al jaren geprobeerd werd om hen zwart te maken. Is dat een samenzwering? Natuurlijk, vriendelijk was het niet, soms zelfs onbetamelijk. Maar het leek toch vooral een samenloop. Uiteindelijk had zelfs de ergste aantijger niet kunnen vermoeden dat president Clinton zijn hoofd zelf onder guillotine zou leggen.

Wantrouwen tegen de overheid maakt Amerikanen uitzonderlijk gevoelig voor apekool. Er is ook genoeg gebeurd om daar enig begrip voor op te brengen. Komt dat aidsverhaal u bijzonder onwaarschijnlijk voor? Dan moet u wel weten dat tussen 1932 en 1972 meer dan vierhonderd slecht opgeleide zwarte mannen onder valse voorwendselen werden gebruikt voor een overheidsexperiment met onbehandelde syfilis. Om de ziekteverschijnselen te bestuderen, vertelden de doktoren deze mannen niet eens wat ze hadden [hk][hk] ‘bad blood’ was de verklaring. Ze kregen geen geneesmiddelen, ook niet toen penicilline beschikbaar was gekomen. Tuskegee, het stadje waar dit gebeurde, is zowat synoniem geworden voor het wantrouwen van de zwarte gemeenschap tegen een overheid die haar inderdaad vreselijk behandelde.

Tweede natuur

Misschien is wantrouwen een tweede natuur van de Amerikanen. Uiteindelijk is het land geboren uit een echte samenzwering van dertien kolonies tegen het Britse rijk. Steeds was er de angst dat het republikeinse experiment zou worden gedwarsboomd, of het nu was door monarchisten, vrijmetselaars of de katholieke Ieren die vanaf 1850 het land overstroomden. Die katholieke intocht rond het midden van de negentiende eeuw was sowieso bedenkelijk. Was het niet de voorhoede van een paapse greep naar de macht? Een prachtige spotprent uit die tijd laat bisschoppen de Mississippi op zwemmen, hun mijters voorzien van tanden, als roomse krokodillen, uit op het veroveren van de onschuldige en naïeve protestantse natie.

Amerikanen koesteren hun samenzweringen. De Populisten aan het einde van de negentiende eeuw meenden te maken te hebben met een samenzwering van speculanten in goud. Bankiers in New York, in het bijzonder joodse bankiers in New York (paranoïde geesten houden ook van heel specifieke ‘feiten’), waren geliefde objecten van haat en wantrouwen. Laat de naam Rothschild vallen, met een vette knipoog, en de echte samenzweerder begrijpt waar u het over heeft. De zwarte Nation of Islam van dominee Louis Farrakahn spreekt nog steeds in deze termen. Ook aan de linkerzijde is de samenzwering van het grootkapitaal nog steeds populair. Clintons succesvolle minister van Financiën, Robert E. Rubin, was in deze versie een afgezant van Wall Street, in de regering gezet om die gevaarlijk gekken te controleren.

Niets is veilig voor de ware samenzweerder. Zo kwam Procter and Gamble, de grote fabrikant van zeep en deodorants, in de problemen. Al sinds 1882 had P&G een logo met dertien sterren, een maan en het gezicht van een man met krullende baard. Een wat oubollig beeld, niet zo mooi strak als moderne ontwerpers zouden wensen, maar blijkbaar vol symboliek. Op een zeker moment ging het gerucht de ronde doen dat het bedrijf in handen was van de Satanskerk. De hoorntjes van de man en de maan in het logo bewezen het. Dominees riepen op tot een boycot. Superdominee Billy Graham moest eraan te pas komen om de gelovigen gerust te stellen en Procter and Gamble uit de penarie te helpen.

Misschien is dat een verklaring waarom dit fenomeen juist in Amerika zo sterk is: de neiging om alles in termen van goed en slecht te zien. Zo’n versimpeling van de wereld (zie ook cliché 40 ) maakt overdrijven gemakkelijk. Als grijs niet bestaat, dan is alles wat niet wit is ook meteen zwart. Bovendien is het altijd plezierig je af te kunnen zetten tegen iets slechts, een uitnodiging als het ware om het slechte te vinden. Als de ‘Axis of Evil’ niet bestond, dan diende hij in elk geval zijn doel: een gevoel van urgentie creëren over de mate waarin het slechte in de wereld samenspant. Geen wonder dat de pogingen van de neoconservatieven om Saddam aan 11 september te koppelen, in vruchtbare aarde vielen [hk]ook al ontbrak het bewijs. Simplisme, isolement, stupiditeit, machteloosheid en armoede [hk] allemaal ruim voorradig in Amerika [hk] zijn factoren die samenzweringsdenken bevorderen. Voeg er cynische politici aan toe en je heb een krachtig brouwsel.

Ook links houdt van samenzweringsdenken. Het was een rechtse samenzwering die de Clintons dwarsboomde, zoals ook echtgenoot Bill in zijn biografie verkondigde, het was de health care industry en niet incompetentie die Hillary’s plannen om zeep hielp, en het zijn de samenwerkende oliebaronnen die in Amerika aan de touwtjes trekken. Zij hebben George W. Bush (lid van Skull and Bones, de geheime studentenclub op Yale University [hk][hk] moeten we nog meer zeggen?) in het Witte Huis geholpen door hem Florida toe te spelen. Zij hebben van vice-president Dick Cheney de echte machthebber gemaakt. Zij wilden een oorlog in Irak. Zij bepalen het beleid.

Rechts is van hetzelfde laken een pak. We zagen al de militia’s en de anti-communisten. Maar toen anti-globalisme nog een hobby van rechts was, werd het de brave Jimmy Carter kwalijk genomen dat hij lid was zulke samenzwerende organen als de Bilderberg Group, de Trilaterale Commissie en zelfs de eerbiedwaardige Council of Foreign Relations. Iedereen weet immers dat deze organen de wereld willen domineren en Amerika zijn soevereine vrijheid willen afnemen. Ziet u dat dan niet?

Het is niet uniek Amerikaans om zo te denken. Europeanen kunnen er ook wat van. Nooit is het geloof ontzenuwd dat Marc Dutroux samenwerkte met vooraanstaande politici. Fortuynisten weten zeker dat de kogel van links kwam. Maar Europa is vooral op dreef als het naar Amerika kijkt. Niets wordt op face value aangenomen, er zit altijd wat achter. Linkse Europeanen nemen voetstoots aan dat het grootkapitaal de macht in handen heeft. Ze dragen Michael Moore op handen.

Misschien is het gewoon een menselijke eigenschap. Je gelooft wat je wilt geloven. Maakt niet uit waar je woont. Uiteindelijk zijn er miljoenen Arabieren die zeker weten dat Amerika opzettelijk twee vliegtuigen tegen het World Trade Center heeft laten vliegen. Of beter nog: het was een complot van de Israëlische geheime dienst. Wantrouwige mensen kun je veel wijs maken.