Jane Fonda

In haar verschillende rollen, zowel in de film als in de samenleving, weerspiegelt Jane Fonda de ontwikkelingen van de Amerikaanse samenleving. Sterker, Jane Fonda is Amerika. Van seksbom, via oorlogsopponent, feministe en fitness enthousiast naar corporate echtgenote en christelijke oma.

Door Peter Braunstein (copyright American Heritage)

Vlak voor haar zestigste verjaardag, in 1997, besloot Jane Fonda een video samen te stellen met hoogtepunten in haar leven, voor op het feestje. Op zoek naar een rode draad, raadpleegde ze haar dochter Vanessa. Het antwoord viel niet mee. ‘Schaf een kameleon aan en laat die over het scherm wandelen’, hoorde Fonda. ‘Dat deed pijn. Ik dacht bij mezelf: Is dat waar? Ben ik simpelweg een kameleon die van kleur verandert met de tijden en met de mannen in mijn leven?’

Vergeleken met andere kwalificaties die Jane Fonda naar haar hoofd heeft gekregen is die van kameleon bepaald positief te noemen, vleiend zelfs. Uiteindelijk is de meeste beroemdheden niet veel meer beschoren dan een korte modieusheid voordat ze verdwijnen uit het culturele landschap. Jane Fonda’s blijvende aanwezigheid als publiek persoon komt inderdaad juist voort uit haar opmerkelijke vaardigheid om de kleur aan te nemen van opeenvolgende tijdperken van de Amerikaanse cultuur. Midden van de jaren zestig was ze libertijns, aan het einde radicaal. Weldenkdend progressief was Fonda in de jaren zeventig, entrepreneur in de jaren tachtig, om de jaren negentig door te brengen als corporate grande dame.

Sterker nog: het is mogelijk de Amerikaanse geschiedenis van de laatste veertig jaar te traceren door simpelweg te kijken hoe de publieke persoonlijkheden van Fonda zich vermenigvuldigden en weer kloonden. Haar incarnatie in de jaren negentig als Mrs. Ted Turner leek een apotheose, maar het was gewoon een nieuwe identiteitshalte van een publiek persoon die deels de vleesgeworden Zeitgeist is, deels de historische ontwikkeling belichaamt en deels optreedt als culturele encyclopedie.

Diepe emoties

Deze eigenschap van Fonda zou wel eens erfelijk geweest kunnen zijn. De voorvaderen van haar vader, de acteur Henry Fonda, behoorden tot de eerste Nederlandse pioniers in wat nu upstate New York is. De familie van Frances Fonda, Jane’s moeder, claimde direct af te stammen van Edward Seymour, Duke of Somerset, wiens zuster de derde was van de zes vrouwen van Henry VIII. Vandaar Jane’s doopnamen: Jane Seymour Fonda. Het jongensachtige meisje verwierp al snel de bijnaam Lady Jane omdat die ‘haar anders deed voelen’.

Toen Henry Fonda in 1949 liet weten dat hij zijn vrouw ging verlaten voor een veel jonger iemand, raakte Frances in een crisis. Ze werd opgenomen in een sanatorium waar ze zelfmoord pleegde. Omdat Jane toen twaalf was en haar broer Peter tien, vertelde Henry hen dat ze was overleden aan een hartaanval. Jane hoorde de waarheid een jaar later, van een klasgenote die het verhaal had gezien in een filmblad. ‘Ik was behoorlijk stevig in de eerste tien jaar van mijn leven’, zegt ze nu. ‘Ik was feisty, moedig, ambitieus. Maar aan het begin van mijn pubertijd verdween dat allemaal en wat er van me over was kon je in een vingerhoed doen.’

Terwijl Peter leerde zijn jeugdtrauma uit te acteren, volgde Jane haar vader en trok zich terug. Gedurende haar tienerjaren koesterde ze diepe emoties die ze van het ene op het andere moment kon oproepen – een mooie psychologische basis voor een actrice. In de herfst van 1955 ging ze naar Vassar College (een universiteit voor vrouwen) en verwierf al snel een reputatie als ‘sophisticated delinquent’. Haar overtredingen, zoals het opzoeken van de jongens van Yale, lijken nu tamelijk onschuldig maar dat heeft niet verhinderd dat er nog steeds een verhaal over haar rondgaat. Volgens dat verhaal zou Fonda op een dag zijn weggestuurd van de thee die ’s middags in haar studentenflat werd geserveerd omdat ze niet de voorgeschreven witte handschoenen en parels droeg. Ze zou naar haar kamer gegaan zijn om terug te komen met handschoenen aan en parels om haar nek, maar verder naakt. Fonda ontkent het maar het zou niet de laatste keer zijn dat haar later verworven bekendheid achteraf werd geprojecteerd op andere delen van haar leven.

Inlevingsvermogen en exhibitionisme

Na twee jaar vertrok Fonda van Vassar. Ze wilde actrice worden en vond een docent in Lee Strassberg, de beroemde dean van de Actors Studio. Zijn ‘Method’-acteerregime was toen razend populair en beïnvloedde mensen als Paul Newman en Ann Bancroft. De Studio accepteerde jaarlijks maar vijf nieuwe leden, uit duizenden aanmeldingen. De meeste mensen namen Strassbergs privélessen, om via die omweg in de Studio te komen. Fonda ontmoette Strassberg toen hij met zijn protégee Marilyn Monroe werkte aan Some Like it Hot. Na een kort gesprek, liet hij Fonda toe, volgens eigen zeggen vanwege haar ogen: ‘Er was totale paniek in haar ogen.’

Strassbergs benadering is vaak gekritiseerd als reden voor een generatie mompelende, egocentrische eilanden van subjectiviteit, met Marlon Brando als belangrijkste voorbeeld. Zijn filosofie ging uit van het idee dat een acteur een rol niet zozeer speelde maar veeleer bewoonde. Acteurs moesten op het podium letterlijk ‘tot leven komen’. Een studente die in een film een prostituée moest spelen kreeg het advies om met matrozen te slapen. Strassbergs onderwijsmethode, deels dramaturgie training, deels groeps psychoanalyse, verschafte Fonda de twee elementen die haar zo in haar tijden deden passen: inlevingsvermogen en exhibitionisme. De techniek die haar in staat stelde om intuïtief iemands subjectiviteit aan te nemen zou haar ook in staat stellen zich te conformeren aan en in te leven in de veranderende configuraties van de Amerikaanse cultuur – om als het ware die cultuur te worden.

Nouvelle Vague

Vanuit de hoge sferen van de Actors Studio verzeilde Fonda in 1960 in een moeras van slappe, vergeten rollen. Ze speelde een cheerleader in haar debuut Tall Story en een ‘slechte meid’ in Walk on the Wild Side. Uit vrees om één van de vele Hollywood studiospelers te worden, maakte ze in 1963 een moedige carrièrebreuk: ze accepteerde het aanbod van regisseur René Clément om tegenover Alain Delon te spelen in een Franse film, Joy House. Niet zonder zorgen: Fonda wist dat er geen actrice was die via het buitenland een naam voor zichzelf had gemaakt. Wel kun je achteraf vaststellen dat Fonda onbewust had gezien waar in de jaren zestig het hart klopte van de film. Fonda ging naar Parijs, de hoofdstad van de Nouvelle Vague van Jean-Luc Goddard en Francois Truffaut.

Een van de meesters van de Franse Stijl was regisseur Roger Vadim, die in 1956 zijn vrouw Brigitte Bardot had gelanceerd met And God Created Woman. Vadims missie leek zich te concentreren op provocatie door middel van films over seksuele openheid. Vadim was een meester in het inbedden van dit soort thema’s in de scenario’s die hij distilleerde uit klassieke Franse romans. Zo konden zijn films in Amerika verschijnen als ‘art films’. Nauw verweven met zijn werk was Vadims reputatie als zelfverklaarde ‘koning van het hedonisme’, aangejaagd door zijn verhoudingen met de twee beroemdste Franse diva’s: Brigitte Bardot en Catherine Deneuve. Hij schepte daar graag over op, niet voor niets heette zijn autobiografie Bardot Deneuve Fonda : ‘Voor sommigen was het geheim mijn prestaties in bed; voor anderen was ik alleen maar een weg naar succes; en voor weer anderen was ik een Svengali die jonge meisjes behekste en kneedde naar mijn wensen’. Afgestoten en vervolgens aangetrokken door dit soort overwegingen, trouwde Fonda in 1965 met Vadim. Daarmee werd ze de ster in zijn films en diende ze als ammunitie in Vadims kruistocht tegen de bourgeois moraliteit. ‘Ik had iemand nodig die me leerde een vrouw te zijn’, zegt Fonda nu met een lach, ‘en ik was stom genoeg – nee, laat ik dat terugnemen – oppervlakkig genoeg om te denken dat Roger dat kon doen. Hij leerde me een hoop, al was het maar één bepaalde versie van het vrouw zijn.’

Versmelting persoon en imago

Tijdens de Vadim-jaren werd Fonda, zowel in Frankrijk als in Amerika, een soort symbool voor hedonisme, decadentie en bloot. Al leek ze fysiek noch qua stijl op Bardot, de Franse pers noemde Fonda al snel ‘La BB americaine’. Met hun voorliefde voor dierenmetaforen beschreven ze Fonda graag als ‘een jong wild dier, in te hoge galop’ en ‘de zwarte panter uit de dierentuin.’

De films gaven Fonda het gewenste Europese cachet maar versterkten ook haar associatie met bloot. Amerikaanse critici besteedden in 1966 nauwelijks aandacht aan het plot van Vadims The Game is Over en bleven naar doorgaan over de bijna-naakt scènes en noemden Fonda ‘Miss Screen Nude of ‘ 67’. De distributeurs van Circle of Love plaatsten een enorm bord met een naakte Fonda boven op een Broadway theater, een beeld dat niet eens uit de film zelf kwam. ‘Wat mij persoonlijk schokte’, zei Vadim, ‘was dat de poster zo vreselijk lelijk was.’

Newsweek gebruikte een foto van Jane Fonda’s blote rug voor een coverstory over The Permissive Society, al kwam ze in het artikel nauwelijks voor. Het was een gemakkelijke associatie voor het publiek. Fonda’s neiging om haar filmrol ‘te worden’ en de films die de seksuele vrijheid van de jaren zestig weergaven, maakten dat Jane Fonda als actrice, als persoon en als cultureel fenomeen ineensmolten. Dit proces kreeg in 1968 zijn beslag met het uitkomen van Barbarella.

Deze kitsch science fiction hit over een seksueel vrijgevochten ruimtevrouw brandde Fonda’s imago als sekssymbool voorgoed in de publieke geest. Hoewel Barbarella geen ‘movement movie’ was zoals Bonnie and Clyde, plaatste haar vrije-liefde-ethiek de film midden in de culturele omslag die over de VS rolde. In de jaren tachtig noemde Vadim dit een ‘tijd van intoxication’ en concludeerde hij: ‘Jane en ik waren proefkonijnen van een instabiele tijd en we realiseerden ons dat niet.’ Maar het was juist deze instabiliteit die Fonda van Vadim zou verwijderen en haar in de meest controversiële fase van haar carrière deed belanden.

Al een paar jaar had ze grote moeite gehad om de Amerikaanse buitenlandse politiek te verdedigen tegen Vadim en zijn Franse vrienden, die allemaal kritisch waren over Vietnam. In 1962 had Fonda nog de titel ‘Miss Army Recruiting’ verworven en een enthousiaste toespraak gehouden over de noodzaak van een sterke militaire macht. ‘Ik was enorm defensief’, herinnert ze zich. ‘Mijn vader had gevochten in de Tweede Wereldoorlog en ik geloofde echt dat als onze vlag ergens wapperde, alles wat we deden in naam van die vlag nobel was.’ Maar geleidelijk aan werd ze een tegenstander van de oorlog in Vietnam. In 1968, hoogzwanger van dochter Vanessa, tijdens de ineenstorting van de Gaulle’s regering, had ze een openbaring. ‘Er was revolutie in de straten en er was mijn eigen revolutie – want dat is geboorte geven. Ik zag mensen in de VS hun leven wagen om de oorlog een halt toe te roepen en ik realiseerde me dat ik daarbij wilde zijn.’ Met haar pasgeboren kind op de arm, maakte ze plotseling een einde aan de Franse fase van haar leven en keerde terug naar Hollywood, bruisend van politiek activisme.

Abrupte verschuiving

Hollywood had heel wat radicale beroemdheden in 1969. Fonda’s broer Peter speelde in Easy Rider, de undergroundfilm die de hippie-angsten van een stille meerderheid weergaven, terwijl acteurs als Marlon Brando en Paul Newman groepen steunden variërend van de Black Panthers tot anti-oorlogdemonstranten en Native Americans. Fonda dook hals over kop in de radicale politiek, persconferenties houdend voor Huey Newton, de Indianen bezoekend die Alcatraz bezet hielden en speciaal aandacht bestedend aan de G.I. Coffeehouse beweging die probeerde anti-oorlogsstemming los te maken onder Amerikaanse soldaten.

Deze abrupte verschuiving in haar persoonlijkheid vond ook op het scherm plaats. Op en top campy en frivool in Barbarella, was haar volgende rol die van de misantropische, naar zelfmoord neigende Gloria in They Shoot Horses, Don’t They, misschien wel de meest realistische rol van haar filmcarrière. In een vooruitziend commentaar schreef filmcriticus Pauline Kael: ‘Jane Fonda maakt een goede kans de verpersonificatie te worden van de Amerikaanse spanningen en de film in de jaren zeventig te domineren zoals Bette Davis dat deed in de jaren dertig.’ Op weg naar de Oscar uitreikingen, waar Fonda was genomineerd voor beste actrice, gaf ze de groet met gebalde vuist van de Black Panthers.

Haar pogingen zich te distantiëren van de Vadim jaren ten spijt, zag het publiek haar radicalisme vooral door het prisma van de er direct aan voorafgaande incarnatie. ‘Voor het Amerikaanse publiek vertegenwoordigde Jane Fonda seksuele vrijheid’, schreef de historicus David Farber in The Age of Great Dreams: America in the 1960’s, ‘en nu ontdekten de voorstanders van de oorlog ineens dat seksualiteit zich tegen hen keerde.’

Tom Hayden, de anti-oorlogsactivist met wie Fonda in 1973 trouwde, gelooft dat haar imago als sexy dame, gecombineerd met haar radicale anti-oorlogsactivisme haar kwetsbaar maakte voor beschuldigingen van ‘slapen met de vijand’ – letterlijk en figuurlijk. ‘Deze mensen verwachtten dat ze de bepaalde soort persoon was die waarschijnlijk prominent aanwezig was in hun fantasieën en het is erg verontrustend als je fantasieleven bedreigd raakt en Barbarella opeens een revolutionair wordt.’

Behalve deze perceptie van Barbarella-gone-bad stamde veel van de anti-Fonda stemming uit het feit dat haar onderdompeling in de radicale politiek haar publieke rol verder droeg dan de rol die normaliter werd toegekend aan beroemdheden, filmsterren, pin-ups, dochters van beroemde mensen en vrouwen in het algemeen. Voor Fonda zelf was deze verbreding van haar publieke persoonlijkheid natuurlijk heel bewust – ‘het zijn van een filmster is geen doel op zich’, zei ze graag – maar anderen meenden dat ze zich op verboden gebied had begeven. Henry Fonda sprak over haar als ‘mijn zogenaamde dochter’ terwijl Vadim duidelijk maakte dat ze zijn versie van het vrouw zijn had geschonden: ‘Ik geef er de voorkeur aan getrouwd te zijn met een zachte en kwetsbare vrouw dan met een Amerikaanse Jeanne D’Arc.’ Een artikel in Life, in 1971, beschreef haar als een leeghoofdige dilettante die met haar oppervlakkige omarming van linkse politiek precies deed wat je zou verwachten van een stoeipoes-die-radicaal-werd. Het vrouwvijandige artikel eindigde met een geringschattende samenvatting: ‘Als Jane Fonda gevoel voor humor had, een gevoel voor geschiedenis en een machtsbasis, dan zou ze pas echt opwinding kunnen veroorzaken.’

Hanoi Jane

Toch slaagde Fonda slaagde erin behoorlijk wat onrust te veroorzaken toen ze in de zomer van 1972 een berucht geworden bezoek aan Hanoi bracht. De trip, die was opgezet als een missie om te onderzoeken of de regering Nixon werkelijk de dijken van Noord-Vietnam bombardeerde, werd een keerpunt in haar leven. Zelf onderworpen aan de Amerikaanse bombardementen en onder de indruk van de vastbeslotenheid van het Noordvietnamese volk, ging Fonda helemaal Method: ze ‘werd’ Noord-Vietnam. Alle elementen van haar training als actrice speelden een rol: een radicale onderdompeling in het onderwerp, resulterend in een uitgesproken inleving, gevolgd door een exhibitionistisch vertoon van dit nieuwe perspectief.

Alleen vergat Jane deze keer het publiek. Op één noodlottig moment werd ze lachend gefotografeerd met haar Noordvietnamese gastheren, zittend op een stuk luchtafweergeschut. Op de index van zelfveroorzaakte karaktermoord door middel van een foto, stat het beeld in Hanoi ergens tussen de Life-cover van Oswald met een geweer en de foto’s van Michael Dukakis in een tank. ‘Het stomste dat ik ooit heb gedaan’, zegt Fonda nu. ‘Het stomste, meest naïeve dat ik had kunnen doen. Ik was zo geabsorbeerd door wat er om me heen gebeurde dat ik me niet realiseerde dat er fotografen waren en hoe het zou kunnen worden geïnterpreteerd. Ik zal het tot in mijn graf betreuren – niet het gaan naar Noord-Vietnam, maar die foto.’

Ze kwam terug in een land dat woedend was. Verscheidene staten verklaarden Hanoi Jane tot persona non grata. Er waren congresleden die haar voor het gerecht wilden brengen wegens verraad. Dat bleek eens te kunnen omdat Amerika formeel helemaal niet in oorlog was, maar feit was dat Fonda’s reis haar transformeerde van een eigenzinnige filmster tot een controversiële nationale persoonlijkheid.

Politieke boodschap uitdragen

Tegen het midden van de jaren zeventig beschreef een meer pragmatische, minder impulsieve Fonda zichzelf als ‘progressieve Democraat’. Dit was een herpositionering die strookte met de nieuwe ambities van de voormalige radicalen, nu zij een plaats probeerden te vinden in het ‘systeem’, of het nu de politiek was of het zakenleven. Haar echtgenoot Tom Hayden kocht een keurig pak en probeerde in 1976 (zonder succes) in de Senaat te komen onder de slogan ‘Het radicalisme van de jaren zestig wordt het gezonde verstand van de jaren zeventig.’ Om de politieke arm van de Fonda-Hayden alliantie te financiëren, begon Fonda haar eigen filmproductie bedrijf, IPC (wat stond voor Indochina Peace Campaign).

Hollywood dacht dat het niet kon, maar Fonda’s films in de late jaren zeventig bleken wel degelijk in staat om een politieke boodschap uit te dragen. De sleutel was subtiliteit en massa appeal. ‘Je kunt geen propaganda bieden’, stelde Fonda, de fouten van de jaren daarvoor erkennend. ‘Het moet een goed en een goed verteld verhaal zijn. Als je dat niet biedt, dan komen de mensen niet.’ Nu ze had geleerd dat mensen haar schermpersoonlijkheid als haar ware persoon zagen, slaagde ze erin om zichzelf tegen haar types in te casten, a-politieke karakters te spelen. Daarmee zwakte Fonda haar reputatie af als linkse oproerkraaister. Haar filmrollen verschilden van haar publieke imago en dat stelde haar in staat om haar politieke agenda te verfijnen tot een gemakkelijke, haast onbewuste opname door een massapubliek. In Coming Home uit 1978 speelde Fonda de politiek neutrale echtgenote van een carrière-militair die verliefd word op een gehandicapte veteraan die zich tegen de oorlog keert. De impliciete boodschap van de film – dat een anti-oorlog instelling eigenlijk een superieure vorm van mannelijkheid was – werd uitgedragen door de twee mannen, niet door Fonda, maar haar acteerwerk leverde wel een tweede Oscar op.

De calibratie van haar politieke en filmidentiteiten leverde zowel lof en geld op als een herijking van haar publieke imago. Tegelijkertijd anticipeerden veel van waar ze zich politiek druk om maakte de ontwikkelingen in de jaren zeventig. In 1979 coproduceerde Fonda The China Syndrome, een politiek ongeïnteresseerde TV verslaggever spelend die per ongeluk getuige is van een meltdown terwijl ze een nucleaire centrale bezoekt. De film was nog niet uit of het Three Mile Island ongeluk vond plaats. De hit Nine to Five uit 1980 nam het onderwerp op van seksuele intimidatie en klachten van vrouwen over de werksfeer in de gemakkelijk te consumeren vorm van een slapstick komedie. Fonda besteedde veel aandacht aan het kiezen van de hoofdrolspeelsters. Ze vroeg Dolly Parton omdat ‘Dolly ons het Zuiden geeft’.

In 1980, toen haar politiek opponent Ronald Reagan president werd gekozen, had Jane Fonda een opmerkelijke comeback gemaakt: volgens een opiniepeiling was ze een van de tien meest bewonderde vouwen ter wereld. Niettemin voorzag Fonda haar verminderde mogelijkheden om succes te boeken als actrice op leeftijd en het risico dat het geld voor de CED zou opdrogen. Dit leidde tot haar volgende en meest lucratieve culturele incarnatie. Voordat Ross Perot het bedacht, realiseerde Fonda zich de kracht van een politieke campagne gefinancierd met het geld van een zakelijke onderneming. ‘Nu ben ik allesbehalve een zakenvrouw’, zegt Fonda, ‘maar op een dag had ik een openbaring: als ik één ding echt begrijp dan is het excercise. Ik weet wat wel en wat niet werkt, en ik weet wat het voor een vrouw kan doen. Waarom daar niet een business van gemaakt?’ Werkend vanuit haar eigen routine die ze in twintig jaar had ontwikkeld en die was gebaseerd op haar vroege ballettraining, lanceerde ze de ‘Workout’ een interdisciplinair oefenpatroon dat calisthenics, dans en aerobics bevatte.

Opnieuw had Fonda direct de geest van de tijd begrepen. Ze opende haar eerste Workout Center in Beverly Hills in 1979 en het concept bleek een succes. Overal sprongen Workout Centers op en Jane Fonda’s Workout Book verkocht twee miljoen exemplaren. Haar nieuwste onderneming paste in de fitnessgekte van de jaren tachtig en hielp ook de nog prille home video industrie. Toen de entrepreneur Stuart Karl haar overhaalde ook een video variant te maken verkocht die als een trein. Tegen 1982 had haar fitness imperium meer dan twintig miljoen dollar opgeleverd. Het was een verticaal geïntegreerd bedrijf: door haar fitte lichaam in de film te tonen, verkocht Fonda meer video’s, de video’s en de films steunden Tom Hayden’s uiteindelijk succesvolle campagne om in 1982 als Staatsafgevaardigde te worden gekozen. Tegelijkertijd had Jane Fonda, de ‘politieke actrice’ zich getransformeerd in een symbool van de fitness gekke, lichaamsbewuste ‘say no to drugs’ jaren tachtig.

Rolmodel voor ondernemende vrouwen

Het mag paradoxaal lijken dat Jane Fonda haar grootste succes boekte tijdens de Reagan jaren, maar haar workout retoriek met zijn gereguleerd leven en ethiek van zelfdiscipline paste op een perverse manier uitstekend bij de neoconservatieve filosofie van de president. Sterker nog, Fonda verdedigde haar Workout routine – door sommige critici te zwaar geacht – in woorden die zo uit een Witte Huis persconferentie konden komen: ‘Ik heb geen medelijden met een Beverly Hills dame die huilt en drinkt en drugs gebruikt. Je moet in staat zijn van je achterste te komen en het leven te ontdekken. Als je dat niet doet, dan is dat jouw probleem en niet dat van iemand anders.’

De Jane Fonda van de jaren tachtig was een rolmodel voor ondernemende vrouwen en werkende moeders. Maar de Fonda van de jaren negentig bood opnieuw een verrassing. Vlak na haar scheiding van Tom Hayden, ontmoette Fonda de mediamagnaat Ted Turner en trouwde met hem in 1991. Ze mochten uit heel verschillende culturele werelden komen, Fonda en Turner deelden een nadrukkelijke aanwezigheid in de media en vergelijkbare familietragedies: Turners vader pleegde zelfmoord toen hij 24 was. Fonda koos dit keerpunt om onopvallend afscheid te nemen van de film. Ze besteedde nog steeds veel tijd aan goede zaken, zoals de Georgia Campaign for Adolescent Pregnancy Prevention. Na een leven van agnostische overtuiging, raakte ze zelfs in de Heer. Maar deze ogenschijnlijk conservatieve draaien werden uitgevoerd met typerende Fonda bravoure. In ware Burgerrechten stijl komt ze regelmatig in een zwarte Baptistenkerk. Haar innerlijke oprispingen, hoewel die tegenwoordig minder publiek zijn dan vroeger, leidden opnieuw tot het opbreken van haar huwelijk. Ze schrijft de breuk met Turner toe aan een nog steeds voortdurende jacht op persoonlijke groei en zelfdefinitie. ‘Je kunt een huwelijk verliezen als je je stem vindt’, zegt Fonda, ‘als je geen stem had toen je in het huwelijk stapte.’

Elke analyse van Fonda’s leven moet beginnen met de vraag: Wie is ze eigenlijk? Veel mensen, en zeker haar critici, zullen Fonda altijd proberen terug te brengen tot een van haar vele incarnaties. Voor sommigen is Hanoi Jane de ultieme Fonda, anderen proberen haar leven te verklaren uit haar opeenvolgende huwelijken. Maar ze ontloopt dit soort interpretaties. Een Fonda boek Vadim Hayden Turner zou zeker goed verkopen maar weinig prijsgeven over de complexiteit van haar publieke imago. Als een factor eruit springt, dan is het dat Fonda haar training kreeg als een Method-actrice en haar opeenvolgende persoonlijkheden – van libertijnse tot discipline aanhanger – benaderde als aantrekkelijke rollen die haar een levendige en alles omvattende identiteit verschaften, ook al was die slechts tijdelijk. Maar dan kom je niet veel verder mee dan haar dochters opmerking over de kameleon en roept tochh de vraag op: was Fonda’s leven dan slechts een serie voorstellingen, elk gespeeld met Oscar winnende overtuigingskracht?

Zelf slaagt ze er niet in dit soort vragen te beantwoorden. ‘Het lijkt wel of mijn hele leven een poging was om volwassen te worden’, oppert ze. ‘Ik had geen moeder, een afstandelijke vader, ik moest mezelf vormgeven en ik gebruikte mannen om dat te doen.’ Wat haar echter uniek maakt is dat Fonda daarvoor ook de verschuivende configuraties van de Amerikaanse cultuur gebruikte. Een consequentie van dit samenvallen met de grote nationale stromingen is dat Fonda als historisch persoon ons een toer biedt door veertig jaar Amerikaanse geschiedenis. Deze historische gebruikswaarde lijkt op zijn beurt te wijzen op wat misschien haar grootste betekenis is.

Tijdens het maken van Klute, in 1970, bracht Fonda’s anti-oorlogsstemming haar in conflict met een flink deel van de opnametechnici. Op een dag kwam ze op een set aan die versierd was met Amerikaanse vlaggen. Toch had ze aan het einde van die dag de hele ploeg overgehaald omdat ze, zoals regisseur Alan Pakula het zei: ‘boven alles toch bij uitstek Amerikaans [is]’. Als je al haar incarnaties optelt – seksbom in de jaren zestig, feministe in zeventig, fitness instructeur in tachtig en kerkdame in de jaren negentig – en haar vaardigheid in aanmerking neemt om te bloeien in conservatieve én radicale tijden, dan is wat komt een zeer zichtbaar bestaan te voorschijn dat erin geslaagd is om de morele, culturele en politieke contradicties te omarmen zonder erdoor overweldigd te worden. Of het nu spreekt uit haar moralisme, haar entrepreneurszin, haar zucht naar het nieuwe of haar vaardigheid in het zichzelf opnieuw uitvinden, de belangrijkste boodschap van Jane Fonda’s leven is misschien wel deze: Jane Fonda is Amerika.