Woody Guthrie

Al jaren pleiten mensen ervoor om het nogal moeilijk mee te zingen Amerikaanse volkslied te vervangen door ‘This Land is Your Land’. Portret van Amerika’s volkstroubadour.

Na een concert van ruim een uur keert Bob Dylan op 12 april 1963 terug op het podium van de New York Town Hall. Zonder gitaar. Tot verbazing van het publiek haalt hij een stuk papier uit zijn broekzak, vouwt het open en leest een acht minuten durend gedicht voor met de titel Last Thoughts on Woody Guthrie. Het is de eerste en laatste keer dat Dylan in het openbaar een van zijn gedichten declameert.

Het zegt iets over de invloed van Woody Guthrie op de jonge Dylan, toen nog Zimmerman, die in het bezit is gekomen van Guthrie’s autobiografie Bound for Glory. Hij koestert het boek als zijn bijbel: het gaat overal mee naartoe. Het is niet overdreven om te stellen dat hij zijn Dylan-alter ego baseert op Guthrie. Hij meet zich een Okie-accent aan, aapt Guthrie’s manier van gitaarspelen na, kleedt zich als zijn voorbeeld en neemt op foto’s dezelfde poses aan als zijn idool. Hij gaat bovendien zelf teksten schrijven, die hij net als zijn voorbeeld op bestaande melodieân zet. Zonder Woody Guthrie had de carriäre van Dylan heel anders eruitgezien.

 

Nieuwste snufjes

Woody wordt op 14 juli 1912 geboren als Woodrow Wilson Guthrie. Hij is de zoon van Charley en Nora Guthrie, die beiden behoren tot de gegoede burgerij van het stadje Okemah in Oklahoma. Hoewel Charley pronkt met zijn socialistische ideeân, verdient hij zijn brood met grondspeculatie. In het kleine plaatsje is hij een ware sensatie. Iedere ochtend om tien uur verzamelt zich in Parson’s drugstore een menigte om te luisteren naar Charley’s commentaar op de ochtendkrant.

Guthrie is altijd op de hoogte van het laatste nieuws en de nieuwste snufjes: hij is de eerste met een auto. Veel geld geeft hij uit aan schriftelijke cursussen om zichzelf en Nora te ontwikkelen. Zelfs bokslessen neemt hij per post. Hij is intelligent, eerzuchtig en wil de politiek in. Maar het zit tegen. Het grote huis dat Charley Guthrie bouwt, brandt in 1909 af en zijn politieke carriäre krijgt een knak als hij verliest van een Democratische opponent.

Ondertussen krijgt de jonge Guthrie, door andere kinderen al snel ‘Woody’ gedoopt, de muziek met de paplepel ingegoten door zijn moeder, die een schat aan oude liedjes kent. Het zijn meestal droevige liedjes over moordenaars, jaloerse minnaars, honger en natuurrampen. Ze zingt over vrouwen die er met bandieten vandoor gaan en over plaatsen die worden weggevaagd door een orkaan, maar ook slaapliedjes en onzinliedjes om de kinderen op te vrolijken. Woody zuigt het allemaal op als een spons en zal ze later woord voor woord reproduceren.

De jongen is klein en teer voor zijn leeftijd en met zijn pijpenkrullen heeft hij iets popperigs. Als Woody geen school heeft, slentert hij rond het huis, rijmpjes verzinnend en zingend, net als zijn moeder. Het leven lijkt een paradijs, waarvan de rust slechts wordt verstoord door de vreemde kuren van zijn moeder.

 

Erfelijke ziekte

In mei 1919 heeft zijn moeder weer eens ruzie met Clara, Woody’s oudste zus van veertien. De twee hebben het vaker met elkaar aan de stok, maar ditmaal loopt de ruzie uit de hand. Buren horen herrie en luid geschreeuw. Tot hun verbijstering zien ze Clara opeens brandend het huis uit komen rennen. Uitzinnig van woede heeft Nora haar overgoten met olie en er een lucifer bij gehouden. De buurvrouw rent het huis uit om de vlammen te doven met een deken, maar Clara heeft al zulke zware brandwonden dat ze nog diezelfde middag sterft. Als een rode draad zal vuur door Woody’s leven blijven lopen.

De dood van Clara wordt afgedaan als een ongeluk, maar de praatzieke bevolking van Okemah weet beter en Nora wordt sociaal buitengesloten. In 1924 verliest Charley door een crisis bijna al zijn land en zijn spaarcenten. Een wanhoopspoging om te worden gekozen als afgevaardigde voor de staat Oklahoma mislukt. De familie verhuist naar een kleiner onderkomen en Charley kan net het hoofd boven water houden door zich als boekhouder te verhuren.

Woody is bijna nooit thuis, maar schuimt langs de straten met de harmonica die hij heeft gekregen van een zwarte jongen, die het ding kan laten klinken als een huilende trein. In juni 1926 ligt Charley te slapen op de sofa als Nora een kerosinelamp op hem stukslaat. Charley rent de kamer uit, duikt rollend in het gras en heeft alle geluk dat een buurman hem te hulp snelt en de vlammen dooft. Charley verdwijnt voor weken in het ziekenhuis, Nora wordt afgevoerd naar een gekkenhuis en zal daar nooit meer uit komen. Een bezoek dat Woody aan zijn moeder brengt, verloopt desastreus: zij herkent haar zoon niet meer. Artsen hebben bij haar de ziekte van Huntington gediagnostiseerd: een geheimzinnige, dodelijke aandoening die langzaam het zenuwstelsel en de hersenen aantast. Woody krijgt te horen dat het erfelijk is.

 

Traditionele muziek

In afwezigheid van zijn ouders, begint Woody een zwerversbestaan. Liftend trekt hij door het Zuiden. Hij is niet de enige. Volgens schattingen trekken in deze tijd 250.000 paupers rond op zoek naar werk. Onder hen hobo’s, rondtrekkende zwervers, met illustere namen als Denver Fly, Mobile Mac, Poison Face Tim en Dick the Stabber, die Woody verhalen vertellen over legendarische zwervers en overijverige spoorwegbeambten.

In september 1929 trekt hij naar Pampa, waar zijn vader is gaan samenwonen met zijn nieuwe vriendin. Woody onderneemt een vergeefse poging om zijn high school af te maken en brengt zijn vrije tijd door in de bibliotheek, waar hij alles leest wat hem onder ogen komt. Mensen die hem later ontmoeten, staan versteld van zijn kennis en vragen zich af hoe de ongeschoolde Guthrie die ooit heeft vergaard.

Op school ontmoet hij een andere outsider: Matt Jennings, die hem de kunst van het fiddle-spelen leert. Hij verdient geld met cartoons tekenen en uithangborden beschilderen voor de plaatselijke middenstand. Samen met Matt en ene Cluster Baker op gitaar richt Woody het Corncob Trio op dat oude liedjes en dansmuziek speelt op feesten. Deze countrymuziek heeft voor de platenindustrie dan nog nauwelijks betekenis. De grote radiostations spelen klassieke en religieuze muziek of laten liedjes horen uit musicals en shows. Enkele stations uit het Zuiden ontdekken echter dat ze een grote groep luisteraars kunnen trekken met de traditionele muziek van het platteland, denigrerend ook wel hillbilly-muziek genoemd. De stations komen met speciale shows die live worden uitgezonden naar vele staten. Zo ontstaan in Nashville de Grand Ole Opry en in Chicago de WLS Barn Dance. Rondtrekkende scouts ontdekken de Carter Family en Jimmy Rodgers, die zullen uitgroeien tot de eerste grote countrysterren. Vooral de Carter Family heeft een grote invloed op Woody. Hij leert zichzelf gitaarspelen en baseert zijn stijl op die van Maybelle Carter. In de loop van zijn carriäre gebruikt Woody veel van hun melodieân voor zijn eigen teksten.

 

Droogte en stofstormen

In 1933 trouwt hij met het vijf jaar jongere zusje van Matt: Mary Jennings. Het paar betrekt een eenkamerappartement in Pampa, waar Woody zich installeert achter de typemachine. Hij produceert korte verhalen aan de lopende band en begint aan een autobiografie. Geen uitgever toont echter interesse. Geld, veel geld zelfs, verdient hij met zijn teken- en schilderwerk en ook zijn muzikale carriäre gaat de goede kant op. In 1934 begint hij met het schrijven van zijn eigen teksten, die hij zet op melodieân van liedjes die zijn moeder ooit voor hem zong. Conform de folktraditie zal hij vrijwel nooit muziek zelf verzinnen. Wel past hij bestaande melodieân aan het ritme van zijn eigen teksten aan.

Hoewel hij een jaar later vader wordt en veel tijd doorbrengt met zijn dochter, is het al snel duidelijk dat Woody voor het traditionele bestaan als huisvader en kostwinner niet geschikt is. Hij komt vaak dronken thuis en blijft soms dagen weg. Hij laat zijn haar staan en draagt kleren die een zwerver niet zouden misstaan. Zijn teksten baseert hij op het leven van de gewone mensen om hem heen met al hun zorgen, hun boosheid en hun apathie. Als in 1934 een grote stofstorm het droge land rondom Pampa teistert en de oogst van vele boeren doet mislukken, reageert hij meteen met zijn ‘Dusty Old Dust’. De muziek baseert hij op de melodie van ‘The Ballad of Billy the Kid’ maar het refrein, dat uiteindelijk een traditional zal worden, is van hemzelf:

So long, it’s been good to know you

So long, it’s been good to know you

So long, it’s been good to know you

This dusty old dust is a-gettin’ my home

And I’ve got to be drifting along

Tussen 1935 en 1937 zwerft hij door de zuidelijke staten, waar de grote droogte en de stofstormen vele boeren van hun land heeft verdreven. Ze zwerven in drommen over het land op zoek naar werk en eten. Het is de wereld die John Steinbeck beschrijft in zijn Grapes of Wrath, een boek dat Woody Guthrie zal inspireren tot een songcyclus. Uit deze periode van zwerven stamt ook zijn ‘Talking Dust Bowl’. In zes achtregelige coupletten beschrijft hij het wrede lot van een kleine familie die de boerderij verkoopt en naar het Westen trekt in de hoop op een beter bestaan.

 

Sympathie voor communistische partij

Guthrie’s grote doorbraak komt in september 1937 als hij bij toeval in Los Angeles een eigen radioprogramma krijgt en de zangeres Maxine Crissman ontmoet die hij voor zijn show de bijnaam ‘Lefty Lou’ geeft. Iedere ochtend en avond zingen ze samen oude ballades uit de bergen, gezangen en hillbilly-deuntjes. De liedjes raken een melancholische snaar bij de vele plattelanders die naar de

grote stad zijn gevlucht. Om het repertoire niet uit te putten neemt Woody ook zelfgeschreven liedjes op in zijn show. Deze hebben zo’n succes dat luisteraars hem krantenknipsels opsturen om hem te inspireren. Extra inkomen genereert hij door de uitgave van liedboeken. De zaken gaan goed, maar zoals vaak is voor Woody de lol of de uitdaging er dan af. Als Lefty Lou ziek wordt, vertrekt hij weer. Hij laat zijn gezin achter, dat net is overgekomen naar Los Angeles.

Op zijn zwerftocht merkt hij dat de toestand vergeleken met een jaar eerder alleen maar is verslechterd. Op een nacht slaapt hij onder een brug waar acht gezinnen bivakkeren. Hij ontmoet mannen met stoflongen, kinderen met door de honger opgezette buiken en vrouwen met uitgebluste ogen. De ellende op het platteland maakt hem boos en opstandig. In toenemende mate ergert hij zich aan liedjes als ‘This World is not My Home’ van de Carter Family, waarin de armen weliswaar een betere toekomst wordt voorgehouden, maar dan wel in de hemel. Guthrie haat dat fatalisme en wijzigt de tekst:

I ain’t got no home

I’m just a-roaming round

I’m just a wandering worker,

I go from town to town

And the police make it hard

Wherever I may go

And I ain’t got no home in this world anymore

In deze periode sympathiseert Woody Guthrie openlijk met de kleine maar o zo fanatieke Communistische Partij, de enige die in zijn ogen opkomt voor de boeren en fabrieksarbeiders. Steeds weer blijken de actiefste vakbondsmensen op het platteland communist te zijn en bovendien zijn ze nooit te beroerd om de barricaden te beklimmen. Ondanks een felle vervolging eind jaren twintig en gedurende de jaren dertig is de partij niet alleen blijven bestaan, maar zelfs blijven groeien. Dit gebeurt vooral na de crash op Wall Street in 1929, als veel kleine beleggers zich de dupe voelen van het kapitalisme. Een tweede toeloop ontstaat als de Bulgaar George Dimitrov op het Zevende Wereldcongres verklaart dat alle progressieve partijen in de hele wereld moeten samenwerken om het nazistische gevaar in Duitsland een halt toe te roepen. Zelfs in de Verenigde Staten ontstaat een soort Volksfront. Aanhangers van president Roosevelt, socialisten, vakbondsleiders en communisten sluiten de rijen om de armen te helpen en de enorme werkloosheid te beteugelen. Guthrie wordt veel gevraagd om bijeenkomsten en vergaderingen van de nieuw gevormde vakbond Congres of Industrial Organizations luister bij te zetten. Nieuw in zijn repertoire zijn songs over outlaws die banken en treinen overvallen om de armen te laten delen in de weelde. Zijn meest beroemde lied in die categorie is ‘The Ballad of Pretty Boy Floyd’:

Now I through this world I ramble

But as through this life you travel

I’ve seen lots of funny men

And as through this life you roam

Some will rob you with a sixgun

You will never see an outlaw

And some with a fountain pen

Drive a family from its home

Ondanks het niet-aanvalsverdrag tussen Stalin en Hitler, dat even een deuk geeft in de populariteit van de Communistische Partij, blijft Guthrie de partij trouw. Echte propaganda zal hij echter nooit bedrijven. Het is en blijft hem te doen om het lot van de gewone man. Daarom ook ergert hij zich aan de stroom van patriottische liedjes die ontstaan na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Vooral ‘God Bless America’ van Irving Berlin moet het ontgelden. Op de melodie van een baptistisch gezang schrijft hij zijn versie:

This land is your land, this land is my land

From California to Staten Island

From the Redwood Forest to the Gulf Stream Waters

God blessed America for me

om te eindigen in:

One bright sunny morning in the shadow of the steeple

By the relief office I saw my people

As they stood there hungry

I stood there wondering if

God Blessed America for me.

Hij tekent met ‘Woody G.’ en schrijft onder de datum, 23 februari 1940, de woorden ‘all you can write is what you see’. Op zijn gitaar staat de tekst ‘this machine kills fascists’. Wat heb je aan Gods zegen als je niks te eten hebt?

 

Rol van nobele wilde

Hoewel hij dankzij de radio-optredens in L.A. al enige bekendheid heeft verworven, komt zijn grote doorbraak als hij wordt gevraagd voor de Grapes of Wrath Evening, een benefietavond voor de arme landarbeiders. Midden in New York treedt hij op met illustere namen als het Golden Gate Quartet en Leadbelly. De progressieve, hippe, jonge Newyorkers vallen massaal voor de kleine verwaarloosde zwerver. Onder de bewonderaars is Alan Lomax, de volksliedjesverzamelaar die hem introduceert in artistieke kringen. Daar is net het ‘gewone volk’ in de mode gekomen. De verwende stedelingen herkennen in de arme plattelandsbevolking de ware spirit van Amerika: in stormen, crises en tegenslag blijft het overeind, waardig en strijdbaar. Het beste is deze spirit bewaard in de oude volksliedjes en wie zingt die beter dan Woody Guthrie, die bovendien eruit ziet en ruikt alsof hij net zelf weken onder een brug heeft doorgebracht? De intelligentsia ziet in hem een soort nobele wilde die met name de vrouwen bekoort. Woody speelt die rol met verve: op chique party’s hangt hij de beest uit en niet zelden beledigt hij de gastheer om vervolgens met diens vrouw ervandoor te gaan.

Guthrie beleeft zijn vruchtbaarste jaren. Voor de muziekbibliotheek van de Library of Congres, waarvan Lomax een van de beheerders is, neemt hij tientallen liedjes op. Sommige worden uitgebracht op platen die dan wel geen commercieel succes worden, maar wel Guthrie’s naam maken. Het zijn deze platen die begin jaren zestig veel songwriters inspireren en van repertoire voorzien.

Hij maakt ook enkele platen met de Almanac Singers, een groep die naast Woody bestaat uit Millard Lampell, Lee Hays en de jonge Pete Seeger. De eerste oorlogsjaren reizen ze door het hele land, waar ze voornamelijk zingen op vakbondsvergaderingen en andere bijeenkomsten van progressieve signatuur. Tijdens een van de repetities ontmoet Woody in januari 1942 de 18-jarige balletdanseres Marjorie Mazia, met wie hij korte tijd later trouwt.

Net als bij zijn eerste huwelijk volgt nu een rustige tijd waarin Guthrie min of meer het bestaan van een huisvader leidt. Hij schrijft veel en maakt liedjes voor een ballet van zijn vrouw. Maar als op 6 februari 1943 hun dochter Cathy Ann wordt geboren, bevindt Woody zich alweer buiten de stad.

Een maand later volgt weer een geboorte: na maanden van schrijven en schrappen en ploeteren verschijnt zijn autobiografie Bound For Glory, een boek dat de mythe Guthrie nog eens accentueert. Prestigieuze bladen bespreken het boek lovend en uitgeverij Dutton geeft hem maar meteen een voorschot voor een nog te schrijven tweede biografisch getint boek waarvan alleen de titel I Want to Be Right ooit het licht ziet.

 

Reeks historische sessies

Het gaat Woody zo voor de wind met zijn optredens met de Almanac Singers, zijn radio-optredens en zijn schrijverij, dat hij aan Alan Lomax bekent dat hij zoveel verdient dat hij zes boerderijen kan kopen. Hij schaamt zich ook als veel mannen van zijn leeftijd worden opgeroepen om in de oorlog te vechten. Guthrie vindt dat hij niet kan achterblijven en meldt zich aan. Erg gelukkig is het leger daar niet mee, maar uiteindelijk komt hij terecht bij de marine, waar hij ongeveer een jaar werkt als matroos en zelfs een keer wordt getorpedeerd. Medematrozen herinneren zich zijn moed. Als Guthrie’s schip een konvooi naar Europa moet bewaken en op een plaats vaart in de formatie waar het een gemakkelijk doel is voor de U-boten, vermaakt Guthrie de bange bemanning met zijn gitaar en zijn rare verhalen. Later verwerkt hij hun oorlogsverhalen en zijn ervaringen in liedjes. Terug van zee gaat hij bij Marjorie en dochter wonen aan Mermaid Avenue op Coney Island. Hij loopt al snel weer Alan Lomax tegen het lijf. Lomax brengt hem in contact met Moses Asch, die een kleine studio en een platenmaatschappij heeft op West 46th Street en alleen echte volksmuziek opneemt. Asch heeft nog nooit van Woodry Guthrie gehoord, maar laat hem enkele nummers voorspelen. Hij mag terugkomen voor opnames.

Op 16 april vindt de eerste plaats van wat een reeks historische opnames zal worden. In zes sessies legt hij samen met muzikanten als Cisco Houston, Leadbelly, Bessie Lomax, Sonny Terrie en anderen honderden liedjes vast op acetaat. Het zijn zowel traditionele liedjes als songs van eigen makelij. Helaas is hiervan momenteel niets op de markt. In de jaren zestig zijn twee elpees van deze sessies verschenen. Ze hadden echter een kleine oplage en zijn nu veel geld waard. Het is wachten op een platenmaatschappij die het aandurft om al deze opnames als cd-box uit te brengen. Want waar Guthrie solo hooguit een half uur kan boeien, spat deze muziek de speakers uit. De muziek is rauw, in ÇÇn keer op de band gezet, en is afwisselend vrolijk, droevig, sentimenteel, cynisch, bijtend, liefelijk, simpel en cryptisch en de teksten bestrijken het hele spectrum aan gevoelens en gebeurtenissen die de afgelopen decennia op het platteland en in de bergen van de VS hebben plaatsgevonden. De muzikanten spelen alsof ze nog ÇÇn keer alles uit de kast moeten halen.

 

Ten dode opgeschreven

Na deze sessies gaat het met Woody Guthrie snel bergafwaarts. Zijn gedrag is al nooit dat van de doorsnee burger geweest, maar hij lijkt met het jaar botter en agressiever te worden. De nobele wilde is ontaard in een agressieve dronkelap. Steeds vaker heeft hij zulke hooglopende ruzies met Marjorie dat zij wil scheiden. Ook verdwijnt hij steeds vaker voor maanden om dan opeens weer ergens op te duiken. In de Newyorkse jetset begint hij zich onmogelijk te maken. Dat hij grof in de mond is en mensen beledigt, past bij zijn imago, maar het wordt minder leuk als hij zonder enige aanleiding begint te vechten of dingen te vernielen. Als hij erop wordt aangesproken, zegt Woody dat het komt door de drank, maar mensen vinden dat hij is veranderd.

Op 15 mei 1952 komt Marjorie na een balletles ’s avonds thuis. In plaats van de babysitter treft ze daar Woody aan, die na een zwerftocht van maanden is teruggekeerd. Hij heeft het snoer van de telefoon doorgeknipt en zit met de schaar in zijn handen glazig voor zich uit te kijken. Als hij zijn vrouw ziet, springt hij op en rent op haar af met de schaar. Marjorie kan net op tijd vluchten. In de veronderstelling dat hij dronken is, brengen vrienden hem naar de Detox. Op 15 juli, een dag na zijn veertigste verjaardag, valt hij zijn zoon Arlo aan. En weer gaat hij naar de Detox. Zijn gedrag doet denken aan dat van zijn moeder. Zou ook Woody aan de ziekte van Huntington lijden? Zelf wil hij van niets weten en wie in zijn nabijheid de ziekte noemt, kan rekenen op een uitbrander.

In Brooklyn wordt Guthrie uitvoerig psychiatrisch en psychologisch onderzocht. Artsen constateren bij hem paranoãde en schizofrene trekjes. Hij blijft in het ziekenhuis, waar hij de dagen al schrijvend doorbrengt aan een tafeltje. Op 3 september vertelt de neuroloog dokter Perkins hem de diagnose: een klassiek geval van de ziekte van Huntington. Woody is ten dode opgeschreven.

 

Zware brandwonden

Kort daarop vlucht hij het ziekenhuis uit en lift naar Los Angeles. Daar in de buurt heeft zijn oude vriend Will Geer een stuk land in de Topanga-vallei. Hij betrekt een klein huisje, waar hij voor zichzelf kookt. Een poging om terug te komen bij Marjorie en de kinderen mislukt. Marjorie is te bang dat hij een van de kinderen of haarzelf iets zal aandoen. In een pottenbakkerij ontmoet hij de jonge Anneke Van Kirk. Bij haar wekt hij moederinstincten op en het duurt niet lang of zij is zijn

derde vrouw än zwanger.

Op 10 juni 1953 wil Woody met een kan benzine een vuur maken voor de barbecue. Hij kijkt niet uit en loopt zware brandwonden op. Wederom speelt vuur een rol in zijn leven. In de winter trekt het stel naar New York, Woody mist zijn kinderen te veel. Ze trekken van adres naar adres en op 24 februari 1954 baart Anneke een dochter: Lorina. Anneke kan de zieke Woody echter niet helpen en raakt zo gefrustreerd dat ze op een dag Woody hard in zijn gezicht slaat en bijna wurgt. De dag daarop vertrekt hij. Nog eenmaal gaat hij zwerven, maar nadat hij is opgepakt voor dronkenschap en een dag in een cel doorbrengt, meldt hij zich in september 1954 weer in Brooklyn. In december bekent hij zijn bejaarde vader voor het eerst dat hij nu ook aan de ziekte van Huntington lijdt.

Woody blijft zijn verdere leven in het ziekenhuis. Marjorie haalt hem af en toe op voor een picknick en in de weekeinden is hij te gast in het huis van Bob Gleason, dat daardoor een soort bedevaartsoord wordt voor een nieuwe generatie folksingers onder wie Bob Dylan.

Terwijl buiten een folkexplosie plaatsvindt met mensen als Joan Baez, Dave von Ronk, Bob Dylan, Pete, Paul and Mary en Ramblin’ Jack Elliot die allen de naam en faam van Woody Guthrie verder uitdragen, rot hun idool weg in het ziekenhuis. Vanaf 1964 komt hij zijn bed niet meer uit, het jaar daarop stopt hij met praten en communiceert hij met ‘ja-‘ en’ nee’-kaarten die Marjorie voor hem heeft gemaakt. Op 3 oktober 1967 sterft hij, amper vijftig kilo zwaar en een huid die welhaast transparant is. Zijn dood is een item op alle drie de grote nieuwsuitzendingen.

Enkele maanden later vindt in de Carnegie Hall in New York een herdenkingsconcert plaats. Bob Dylan geeft samen met Arlo Guthrie, die in de voetsporen van zijn vader is getreden, Pete Seeger en enkele vrienden van Woody een hard rockende versie van ‘I Ain’t Got No Home In This World Anymore’. De muziek mag dan in de loop van de jaren zijn veranderd, de boodschap is gebleven.

Ruim dertig jaar na zijn dood wordt Guthrie ontdekt door weer een nieuwe generatie songwriters. Er verscheen een uitmuntende biografie van de hand van Joe Klein en de BBC wijdde onlangs een twee uur durende documentaire aan hem. Om de herinnering aan haar vader levend te houden, gaf Nora Guthrie in 1997 ruim duizend ongepubliceerde teksten aan de Engelse singer/songwriter Billy Bragg en de Amerikaanse band Wilco, die ze op muziek zetten. Hun ‘Mermaid Avenue’ wordt algemeen beschouwd als een van de beste cd’s van 1998. Een van de teksten lijkt te gaan over Woody’s ziekte en dood:

 

Sometimes I think I’m gonna lose my mind

But I don’t look like I ever do

I loved so many people everywhere I went

Some too much, others not enough.

 

I don’t know, I may go down or up or anywhere

But I feel like this scribbling might stay.

 

Maybe if I hadn’t or seen so much hard feelings

I might not could have felt other people’s

So when you think of me, if and when you do

Just say, well, another man’s done gone

Well, another man’s done gone. <<