Franklin Roosevelt

1933-1945

Historische waardering: plaats 2

Second rate intellect, first rate temperament, top president

 ”Deze natie vraag om actie, en wel onmiddellijk”, had Franklin Roosevelt in zijn inaugurele rede op 4 maart 1933 gezegd. “Het enige waar we bang voor moeten zijn, is de angst zelf.” De analyse was juist: niets doen, bang achterover zitten zou de problemen alleen maar vergroten. Doe iets, probeer wat. Roosevelt ging met vliegende vaart van start en alleen al daardoor voelden de mensen zich beter.

Als president elect had Roosevelt de verleiding weerstaan om president Hoover te helpen de steeds dieper wordende crisis te stoppen. Als Hoover zelf de maatregelen niet durft te nemen, dan moet hij maar wachten, zei Roosevelt. Tegen de tijd dat hij de eed aflegde was de nationale produktie de helft van die van 1929, één op de vier Amerikanen was werkloos.

Roosevelt zorgde meteen voor een omslag in de stemming. Hij bracht hoop en volgde direct met actie om dat beeld te bevestigen. De president sloot alle banken en opende ze vervolgens geleidelijk aan, voorzover ze solvent waren, en hij garandeerde de bescherming van de deposito’s. Met zijn eerste fire side chat ondersteunde Roosevelt zijn beleid en wekte vertrouwen.

Roosevelts regel in die eerste honderd dagen was “Probeer iets en kijk of het werkt, en als het niet werkt, probeer dan wat anders.” Het resultaat was adembenemend. Hij redde het banksysteem. Hij reguleerde de aandelenbeurs door een notoire speculant, Joseph Kennedy, als waakhond aan te stellen. Hij coördineerde het bankroete spoorwegsysteem, liet de goudstandaard los om de deflatie te stoppen, stuurde 500 miljoen dollar naar de staten voor directe hulp, behoedde hypotheekhouders voor faillissement en herfinancierde landbouwleningen. Landbouwers kregen een premie voor het niet produceren boven bepaald quota.

Een wirwar aan bureaus werd ingezet om mensen aan het werk te krijgen. Het Civilian Conservation Corps (CCC) bood tegen de zomer 250.000 werkloze jongeren werk en hielp bovendien de bossen en parken te verfraaien. Roosevelt richtte de Tennessee Valley Authority op, daarmee de overheid de hoofdrol gevend bij het garanderen van goedkope elektriciteit. De Industrial Recovery Act voorzag een intense samenwerking van staten, werkgevers en werknemers. De National Recovery Administration zou de prijzen en arbeidspraktijken in de privé-markt controleren en een onderafdeling, de Public Works Administration, schiep jaarlijks tienduizenden banen.

Al experimenterend moest Roosevelt zichzelf geweld aan doen. Hij verafschuwde begrotingstekorten, maar net als Theodore Roosevelt en Wilson vond hij dat overheid een belangrijke rol had te spelen. Toch viel het Keynesiaans denken hem moeilijk. Pas de oorlog zou Roosevelt bevrijden: tijdens de New Deal liepen de tekorten niet hoger op dan drie miljard dollar, terwijl die tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen wel full employment werd bereikt, liefst veertig miljard bedroegen. Roosevelt had beperkte mogelijkheden om te handelen: in de jaren dertig besloegen de activiteiten van de overheid maar drie procent van het bruto nationaal produkt. Er viel niet veel te beïnvloeden. Het sleutelwoord was vertrouwen en Roosevelt verschafte dat zonder beperkingen.

In 1935 was de Roosevelt-storm enigszins uitgeraasd. De New Deal was opgezet. Sommige dingen werkten, andere niet. Maar de crisis was nog niet voorbij. Er moest iets nieuws bedacht worden. Het bedrijfsleven en de financiële wereld hadden zich afgekeerd van Roosevelt, die ze te interventionistisch vonden. De aanvallen namen toe. Dat bevrijdde Roosevelt om in juni 1935 een pakket nieuwe wetgeving op tafel te leggen: AOW, hogere inkomstenbelastingen, meer controle op banken en nutsbedrijven en nog meer werkverschaffing. Samenwerking met big business was futiel gebleken, nu was het tijd, vond Roosevelt, om de verhoudingen meer in evenwicht te brengen, met overheid als scheidsrechter.

Uiteraard werd Roosevelt door de Democraten herkiesbaar gesteld. In zijn conventiespeech had de president het over het “rendez vous with destiny” van zijn generatie. De Republikeinen klaagden volgens bekend stramien en nomineerden Alf Landon, de relatief progressieve gouverneur van Kansas. Ze kwamen erachter dat land de president breed steunde: met 61 procent van de stemmen haalde Roosevelt een van de grootste overwinningen in de geschiedenis.

In de tweede helft van 1937 duikelde de economie weer: in vier maanden verloren 1,8 miljoen mensen hun baan. Het werd de Roosevelt-recessie genoemd. Op 19 oktober 1937 was er een spectaculaire beurscrash. De echte crisis kwam pas met de Tweede Wereldoorlog ten einde. Pas na de impuls van de enorme oorlogstekorten daalde in 1944 de werkloosheid tot onder het miljoen.

Overmoedig geworden van de verkiezingsuitslag probeerde Roosevelt de samenstelling van het Supreme Court te beïnvloeden. Het conservatieve Hof had veel New Deal wetgeving gefrustreerd. Dit “packing of the Court” werd Roosevelts grootste politieke nederlaag, maar het leidde er wel toe dat het Hof geleidelijk aan vriendelijker uitspraken deed. Overheidsregulering van de economie werd niet meer principieel verworpen.

In 1933 had Roosevelt verklaard dat hij een Good Neighbour beleid wilde met Amerika’s buurlanden. Geleidelijk aan verbeterde hij inderdaad de slechte relatie met Midden- en Zuidamerikaanse landen. Roosevelt zag de oorlog in Europa wel aankomen, maar vond geen gehoor in zijn isolationistische land. Na de invasie van Polen sprak hij Amerika’s neutraliteit uit, maar na de aanval op Frankrijk en Engeland, begon de president Engeland zoveel mogelijk te helpen. Hij moest voorzichtig opereren, met een Congres dat helemaal niet wilde meewerken. Lend-lease was de slimme oplossing: als je buurman brand heeft verkoop je de slangen niet maar leen je ze aan hem, verklaarde Roosevelt. Het leidde tot bittere debatten in het Congres met de isolationisten.

De oorlog overtuigde Roosevelt ervan dat hij aan moest blijven om het land te leiden en het twee-termijnen-taboe van Washington te breken. Hij won met gemak van een verrassende Republikein, Wendell Willkie, die in tegenstelling tot zijn partij ook voor interventie was. In januari sprak Roosevelt over de Four Freedoms: vrijheid van meningsuiting en van geloofsbeleving, gecombineerd met vrijwaring van honger en angst. Hij ontmoette Winston Churchill op de zee voor Newfoundland en samen stelden ze het Atlantic Charter op. Maar pas na de aanval op Pearl Harbour, op 6 december 1941, verklaarde het Congres de oorlog aan Japan. Drie dagen later verklaarden Duitsland en Italië de oorlog aan de Verenigde Staten.

Amerika ontketende een enorme economische inspanning om militair materiaal te produceren en Roosevelt delegeerde met alle plezier de leiding daarvan. Zelf bepaalde hij de strategie en de diplomatie, vaak in nauwe samenwerking met Winston Churchill. In 1942 vond de invasie van Noord-Afrika plaats, in 1943 die van Italië. Roosevelt zelf besloot Dwight Eisenhower de leiding te geven over de D-Day, op 6 juni 1944. Ondertussen wierp Roosevelt zich op de blauwdruk van de naoorlogse wereld en zette de Verenigde Naties in de steigers.

Roosevelt won een vierde termijn in november 1944 door Thomas Dewey, de gouverneur van New York te verslaan. Als succesvol oorlogsleider kon Roosevelt een beroep doen op de bevolking, hoewel er breed ongenoegen bestond over de langdurige greep op de regeringsmacht van de Democraten. Ondanks zijn verslechterende gezondheid besteedde de president weinig aandacht aan de vice-presidentskandidaat. Omdat drie van de favorieten problemen opleverden van verschillende aard, kreeg de onbekende Harry Truman de nominatie.

Tijdens de topconferentie in Yalta, in februari 1945, werd de naoorlogse wereld verdeeld. De foto’s van de conferentie tonen een zieke Roosevelt en dan lieten de medewerkers van de president alleen nog de betere plaatjes zien. Op 12 april stierf Roosevelt plotseling aan een hersenbloeding. Hij had het presidentschap en de rol van de overheid in de twintigste eeuwse samenleving compleet herzien. Inderdaad deed de New Deal niet veel meer dan de ergste gevolgen van de depressie verzachten, maar FDR herstelde het vertrouwen in het leiderschap en hield het land op een democratisch pad. De president eigende zich geen uitzonderlijke macht toe. FDR bleef luisteren naar en praten met het land en in de loop der jaren zette hij een revolutie in gang in de rol van de federale overheid en het denken daarover. Dat was geen doelstelling op zich, maar het paste in de traditie van Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson om de overheid te gebruiken ten algemene nutte.